dinsdag, februari 26, 2008

Après-tentamenwijn

Pff, het tentamen is voorbij. Na weekenden lang blokken heb ik vanmiddag de eerste module van het vinologenexamen afgelegd: vinificatie en Frankrijk. Over de uitslag ben ik gematigd positief (dus ook gematigd negatief). Het kan vriezen of het kan dooien.... We zullen zien over een week of twee.
Echter, de spanning moest er wel even uit vanavond, en daarvoor heb ik werkelijk bij tamelijke toeval een gouden greep uit de wijnkast gedaan. Op het menu stond een simpele Indiase groentencurry, met zoete bataat, courgette, tomaat en paprika. Nico had hem met gekruide sojabrokken en een lepel 'milde' curry van Patak lekker pittig gemaakt.

Hierop anticiperend had ik bij thuiskomst van het examen een fles bubbels koud gelegd: enerzijds om het afsluiten van een intensieve periode te vieren, anderzijds omdat Hugh Johnson bij Indiase gerechten iets dergelijks aanraadde. De champagne die we in huis hadden leek me te droog én nu nog iets te feestelijk. Maar de Blanquette de Limoux Methode Ancestrale Brut van Domaine La Maurette, een mousserende wijn uit de Limoux gemaakt van het druivenras mauzac, leek me wél een goede keuze. Feestelijk genoeg om de ontspanning te vieren, 'zoet' genoeg door het fruitige en appelige karakter van de wijn, spannend genoeg om stand te houden tegen de heftige kruiderijen. Bovendien heeft de wijn maar een alcoholpercentage van 10%!

En ja hoor, het werkte. Nog niet vaak heeft een simpele groentencurry met rijst zo heerlijk gesmaakt, en dat alles dankzij de heerlijk frisse, rinse bubbels uit het diepe zuiden van Frankrijk. Enige weken eerder had ik de wijn geschonken als verjaardagswijn, bij de hapjes 's avonds. Daar kwam hij niet zo tot zijn recht. Maar vanavond bij het eten leefde deze wijn helemaal op: een echte après-tentamenwijn is ontdekt!

De Limoux is een herkomstgebied in de Languedoc. Jaarlijks wordt er een liefdadigheidsfestijn - Toques et Cloches - georganiseerd, waarbij beroemde koks het afsluitende diner verzorgen. Vorig jaar was die kok Jonnie Boer van De Librije, met groot succes. Mede daardoor is het gebied in Nederland redelijk bekend.
Vanouds komt in de Limoux de mauzac voor; daarnaast nemen chardonnay en chenin blanc een belangrijke plaats in onder de witte druivenrassen. De Limoux is verder vooral bekend om de mousserende wijnen, mogelijk ouder dan champagne. Maar ook stille wijnen komen er voor. De Blanquette de Limoux van Domaine La Maurette wordt geïmporteerd door A2Vins. Wil je informatie over de wijn, reageer dan even op dit blogje.

Slow Food-wijngids Barolo en Barbaresco

Slow Food brengt sinds enige tijd ook reisgidsen uit. Aangezien wijnland Italië voor veel mensen lastig te begrijpen is, is de gids Barolo en Barbaresco geen overbodige luxe. Het is de tweede Slow Food-reisgids in de serie. Na Turijn voert deze gids de lezer langs een van 's werelds beroemdste wijngebieden, gelegen iets ten zuiden van de Piemontese hoofdstad. Routes die lopen door de heuvels van de smaak, langs de beste osteria's en restaurants, langs enoteca's, wijnboerderijen, gastenverblijven... alles onder het toeziend en goedkeurend oog van Slow Food.

Prijs: € 19,90, isbn 978 90 53304 96 9.

Binnenkort meer info over Italiaanse wijn op Wijnkronieken!

vrijdag, februari 22, 2008

Ilja en de Utrechtse caféwijnen

Al jaren bestel ik geen wijn meer in een café, uitzonderingen daargelaten. De kans op een lauw alcoholisch watertje is te groot. Huiswijncompetities volg ik dan ook zelden, ik bestel toch liever een koel speciaal biertje als ik uit ben.

Onlangs testte Ilja Gort in Utrecht de plaatselijke caféwijnen. In NL30 verscheen er een artikel over, op de site kun je het nalezen. Van het artikeltje werd ik niet vrolijker en mijn besluit om in café’s geen wijn te drinken blijft gehandhaafd. Alleen al om de glazen kun je beter bier nemen: in de helft van de gevallen krijg je wijn in een duralexglaasje! Ilja heeft uiteindelijk een keer om een Leffe-glas gevraagd, zo zat was hij die glaasjes….
Let ook op de fles waaruit je geschonken krijgt: vaak staat de wijn al enige tijd open (misschien zelfs wel een dag of dagen), zit er nog een bodempje in en is er weinig frisheid meer aan de wijn te ontdekken.

Opvallend positief vond ik dat de Oude Wereld stevig vertegenwoordigd is in de Utrechtse café’s: veel Spanje, maar ook Italië en Frankrijk en zelfs een drinkbare Riesling uit Duitsland (aldus Ilja). Uiteindelijk bleek de beste wijn een Franse, Cep de Coeur Blanc en Rouge. Bovendien was het de goedkoopste (2,30 per glas). Toch maar eens eten in eetcafé De Tilt dan?

woensdag, februari 20, 2008

Zoete wijnen onder het rederijkersspel

In Brabant, vooral in Leuven en Diest, dronk men rond 1550 vooral Rijn- en Moezelwijnen. Ruim 60% van de aanvoer kwam van de oosterburen, terwijl slechts 25% uit Frankrijk en specifiek Bourgogne kwam. De resterende 15% waren de zoete wijnen uit het zuiden: malvasia, romanie en diverse muskaatwijnen uit Malaga en andere streken van Spanje. In het rijkere Antwerpen dronken de rederijkers en vele kooplieden rond 1543 echter veel meer zoete zuidwijnen. Zij verkozen die boven de rode wijnen uit de Bourgogne.

Anno 2008 is dat wel anders: je zult bij een groot diner van een topman van een multinational niet snel een grote zoete wijn op tafel zien komen, vrees ik. Hooguit een glaasje Sauternes voor de liefhebber, maar zeker geen passito uit Pantelleria, bergwijn uit Malaga of moscatel uit Setubal. Ook in de pauze van een toneeluitvoering kun je geen zoete wijnen krijgen. Ik zou wel eens om de hoekje willen kijken, 550 jaar geleden daar in Antwerpen.....

Gegevens uit: Raymond van Uytven, Geschiedenis van de dorst, p. 107

dinsdag, februari 19, 2008

A day in the life….of a V.I.S.

Wij zijn over de helft van de vinologenopleiding 2007-2008. Tijd voor een kijkje in de keuken.

Maandagochtend
09.22 uur: de trein komt het station binnen, ik stap de gonzende coupé in. Onmiddellijk komen mij termen als gewurztraminer, delestage, guyot, methode traditionelle en lagrein tegemoet. Ik heb de goede coupé gekozen: die vol met v.i.s.sen – vinologen in spe.

09.40 uur: na een korte wandeling door Maarn druppelen we binnen in De Twee Marken, halen ons naamkaartje op en ploffen neer in de kantine aan een tafeltje bij de andere leden van de proefgroep. Dat is na een tiental bijeenkomsten inmiddels een gezellig clubje van zeven geworden.

09.45 uur: ons eerste kopje thee of koffie. Op zo’n dag gaan er zeker 200 doorheen, ingeschonken door de aardige kantinedames.

09.50 uur: vooral het cursusboek, de site met de oefenvragen en de veelheid van de tentamenstof worden besproken. Daarnaast worden ook huizen in Frankrijk, amoureuze verwikkelingen, mijn eerste opdracht 'in de wijn', proeverijen en docenten onder de loep genomen.

09.59 uur: het belletje van Ellen! We drommen naar binnen en schuiven met zijn zessen 'onze' rij in. Jammer dat de zevende er nooit bij past.
Per tafel staan weer 12 volle glazen klaar. 's Morgens zijn al 60 flessen ontkurkt en ontschroefd, 800 glazen ingeschonken, 70 spuugbekers neergezet, samen met 35 kannen water, 70 waterglazen en 70 placemats. Hopelijk zijn ook de twee microfoons en één beamer er klaar voor.

10.05 uur: Robert Handjes, meestal met schort, geeft het startsein en we hebben een uur de tijd 12 wijnen te beoordelen en 14 multiple choicevragen te beantwoorden.

10.40 uur: de onrust neemt toe, het geroezemoes zwelt aan. Toiletten worden bezocht, pennen neergelegd, wanhopige blikken zwerven door de ruimte.

11.00 uur: de wijnen worden doorgenomen. Valt het mee of tegen vandaag? Sh.. was ik nou toch maar bij mijn eerste keuze gebleven…

12.15 uur: de schade valt mee. Negen vragen goed van de 14; acht van de 12 wijnen goed. Dus vier fout; gelukkig niet de zoete en versterkte. Dat zou mijn eer te na zijn. De rest van de proefgroep doet het ook prima, gelukkig.

12.20 uur: lunchtijd. Opnieuw komen de tentamenstof, de Bordeauxreis, maar gelukkig ook de huizen in Frankrijk, de lentekriebels en ‘Sideways in de bus’ aan de orde. We spreken af Spumante en champagneglazen mee te nemen voor onderweg.
De routebeschrijving naar de volgende proefbijeenkomst wordt nog eens doorgenomen.

In de lunch worden verder de 70 spuugbekers geleegd door de kaboutertjes, de kannen water gevuld, glazen afgeruimd of omgewisseld.

12.55 uur: nog even tijd om uit de restanten van vorige lessen een mooie fles Grüner Veltliner aan te schaffen.

13.00 uur: opnieuw het belletje. Weer staan de glazen klaar. Arend, Ellen en Joke schenken deze middag opnieuw 12 x 70 glazen in. Weer gaan er 60 flessen wijn door, honderden schijfjes stokbrood en ettelijke kannen water. De les van Fred Nijhuis houdt ons goed wakker. We zijn zeer te spreken over de aanpak (volgende week meer…) en genieten van de Italiaanse wijnen.
Wat zijn we blij dat we deze les niet vlak voor het tentamen hebben, zoals onze cursusgenoten volgende week. Sterkte jongens en meisjes van groep B!

15.00 uur: theepauze. Het proefgroepje kruipt weer gezellig bij elkaar om verder te ouwehoeren, afspraken te maken en even te ontspannen.

15.15 uur: door met luisteren, proeven, spugen en wakker blijven. Veel water drinken en vooral geen wijn inslikken ;-)

17.00 uur: gelukkig, deze docent blijft binnen de tijd. Op weg naar het station genieten we van de frisse lucht, kletsen over … jawel wijn, wijn en nog eens wijn en zetten dat op het perron en in de trein vrolijk verder.

17.45 uur: weer thuis, tijdens de boerenkoolbereiding genieten van een glas BIER. De tweewekelijkse wijndag zit er weer op. Ik kijk al weer uit naar de volgende.

zaterdag, februari 16, 2008

Wijnprijzen

Zo hier en daar duiken ze op, de berichten dat wijn duurder gaat worden. Onder andere hogere belastingen en hogere grondstofprijzen voor bijvoorbeeld glas en ander verpakkingsmateriaal zijn hiervan de oorzaak. Zelf heb ik er niet zo’n moeite mee om iets meer te betalen voor iets goeds. Voor kwaliteit betaal je nu eenmaal, of het nu kleding, vlees of wijn is. Hoeveel de wijnprijzen zullen stijgen, is nog niet duidelijk. Frank Jacobs houdt het op € 0,25 cent per fles, bij Oud Reuchlin en Boelen spreken ze van 10 tot 20%. Maar wat is nu een kwartje op een fles van 5 euro? Slechts 5% prijsverhoging….. Ook één euro op een fles van 10 euro (10%), zou ik nog geen probleem vinden. In het uiterste geval trok ik maar een fles minder in de week open, om die andere zes dagen wel iets lekkers te kunnen drinken ;-)
De angst van wijnliefhebbers, al verwoord door Ellen Dekkers, is natuurlijk dat grote wijninkopers de onderkant van de markt koste wat kost willen sparen en psychologische prijzen als € 2,99 willen vasthouden. Daartoe moeten ze dan wijn halen uit echte lage lonenlanden, met alle gevolgen vandien voor de kwaliteit van die wijnen.

Wordt het niet eens tijd dat er een offensief begint tegen die knallerprijzen? Dat wijndrinkend Nederland beseft dat je nu eenmaal geen drinkbaar glas hebt onder de 3 – 4 euro? Ik stel voor dat we met zijn allen (alle wijnliefhebbers) besluiten dat er geen enkele fles goedkoper dan € 3,49 wordt aangeschaft. Niet voor feestjes, cadeautjes, kookwijn of om welke reden dan ook. Dan komen we misschien ergens met de verhoging van de wijnkwaliteit in het onderste segment.

Ik was erg benieuwd wat jullie van de mogelijke prijsverhogingen vonden. In de zijbalk heeft de afgelopen dagen een eerste experimentele poll gestaan. Ik stelde de vraag: "Als wijn € 0,25 per fles duurder wordt, wat doe je dan?". Daarop hebben 20 mensen gereageerd. 80% daarvan had geen moeite met de prijsstijging van een kwartje, gelukkig. Niemand zou minder wijn gaan kopen. Slechts twee mensen gaven aan geen wijn meer te kopen, maar of dit serieuze reacties zijn.... De overige twee zouden op zoek gaan naar andere wijn, met de oude prijzen. Ai, zijn dat de mensen die inderdaad zo'n psychologische grens in de gaten houden?

donderdag, februari 14, 2008

Geschiedenis van de dorst

Per dag moet een mens ruim 1.5 liter drinken, is de norm van het Voedingscentrum. Dat is dan wel water, thee of sap, aangezien alcoholische dranken en koffie de eigenschap hebben vocht te onttrekken en dorstig te maken. Tegenwoordig is het geen enkel probleem dagelijks aan die vochtbehoefte te voldoen: flesjes water en sap zijn verkrijgbaar bij benzinestations, kranen vinden we overal, terrasjes zijn er te over, supermarkten staan dagelijks vol thee en koffie.
Maar in vroeger eeuwen moet dat af en toe een aardige opgave geweest zijn. Water was vaak besmet, bier tot de 14e eeuw nauwelijks houdbaar, wijn over het algemeen duur, melk een drank voor kinderen en koffie en thee vonden pas vanaf de 17e eeuw ingang. In een streek waar appelbomen groeiden, werd wel cider gebrouwen en zo hier en daar waren wat andere dranken in omloop. Maar allemaal met een zeer korte houdbaarheidsperiode. Het heeft me om die reden altijd gefascineerd om te weten hoe onze voorouders nu eigenlijk hun dorst lesten en wie er wat kon drinken.

Toen ik dan ook hoorde over het recente boek Geschiedenis van de dorst. Twintig eeuwen drinken in de Lage Landen van emeritus hoogleraar Raymond van Uytven, hoopte ik op die vraag een goed antwoord te krijgen. Maar hoewel het boek veel over dranken en hun consumptie vertelt, word je het meest wijzer over de consumptie van alcoholische dranken.
Van Uytven heeft in het verleden al diverse artikelen over wijngeschiedenis geschreven, en dat is in dit boek goed te merken. Hier en daar is wel een alinea gewijd aan het drinken van water, het aanleggen van waterleidingen en de komst van thee en koffie, maar wijn en bier overheersen toch. Nu is het wel zo dat wijn en bier, die beide lagere alcoholpercentages hadden dan nu, door veel bredere lagen van de bevolking werden gedronken. Vooral bier had meer de functie die koffie en thee nu heeft. Voor kinderen werd wijn aangelengd, en ook volwassenen dronken ongetwijfeld regelmatig aangelengde wijn, enerzijds om het water te zuiveren, anderzijds om de wijn te verdunnen. De betere wijnen echter bleven een drank voor de gegoeden.

Na lezing van het boek blijf ik nog altijd met de vraag zitten: wat dronk een inwoner van een middeleeuws dorpje nu precies door de dag heen en hoe veranderde dat in moderner tijden? Van Uytven geeft over het algemeen zo veel details, geperst in zoveel tabellen, dat door de cijfers de dorst niet meer te zien is. Een enkele keer horen we hoeveel kopjes thee mensen in een bepaald gebied jaarlijks dronken, maar systematisch wordt dit niet aangegeven. Bovendien kon het van de ene streek op de andere sterk verschillen, afhankelijk van de aanwezigheid van brouwerijen, van handelscontacten, politieke omstandigheden of verbindingsmogelijkheden (wegen, kanalen, rivieren). Jammer is ook dat Van Uytven voor de laatste eeuwen nauwelijks ingaat op de komst van mineraalwaters en vruchtensappen. In Utrecht bijvoorbeeld waren daar in de 19e eeuw al fabriekjes voor.

Naast de al genoemde punten van kritiek heb ik er helaas nog een paar: het boek bestrijkt een te groot gebied, waardoor het zicht op de geschiedenis van de dorst nogal eens verloren gaat. Misschien was het beter geweest één stad of één provincie als onderwerp te nemen, en dan gedetailleerd te schetsen wat een landarbeidersgezin nu dagelijks kon drinken, wat een geestelijke achterover kon slaan en waarmee een notabele door de eeuwen heen zijn dorst leste. Daarnaast zijn er te weinig illustratieve afbeeldingen en teveel tabellen, en ligt de nadruk meer op België dan op Nederland, ondanks de ondertitel. Noten ontbreken eveneens, wat het verder onderzoek doen naar bepaalde aspecten bemoeilijkt.
Al met al is Geschiedenis van de dorst een erudiet boek, dat echter minder een goed verhaal vertelt dan een opsomming geeft van bijeenverzamelde feiten. De echte Geschiedenis van de dorst voor een bepaalde streek in de Lage Landen moet wat mij betreft nog geschreven worden.

Raymond van Uytven, Geschiedenis van de dorst. Twintig eeuwen drinken in de Lage Landen, Davidsfonds/Leuven, 2007, isbn 978 90 5826 458 9, prijs € 29,95

De komende tijd zal ik, omdat het boek ondanks mijn kritiek, toch de aandacht van de wijn- of bierhistoricus waard is, nog een aantal korte bijdragen rondom het boek verzorgen, waarbij ik meer op de inhoud zal ingaan.

dinsdag, februari 12, 2008

Wijnglas Narcisso

Mocht je in de kast van je (groot)ouders een dergelijk glas tegenkomen, zet er dan geen tulpenbol in en gooi hem zeker niet weg! Mocht je het op de rommelmarkt tegenkomen: schaf het gelijk aan, het is een zeldzaamheid. Het is namelijk een wijnglas, ontworpen voor de Leerdamse glasfabrieken door de Italiaanse Isabella Antonia Giampietro. Isabella kreeg haar opleiding aan de kunstacademie in Rome en studeerde textiel- en glastechnieken in Stockholm. Zij is echter bekender geworden door haar beeldhouwwerk, vooral in de Verenigde Staten, waar zij ook opgroeide. Tijdens een verblijf in Nederland ontwierp zij in 1956 voor de Glasfabriek Leerdam de rank gestileerde, in helder kristal uitgevoerde serviezen Narcisso en Riflesso. Tevens huwde zij in 1957 een Nederlander, Hendrik Knoll, en vertrok in hetzelfde jaar naar de Verenigde Staten waar zij haar werk als beeldhouwster voortzette.

Mocht iemand een ander glas van Riflesso of Narcisso willen ruilen voor dit schitterende wijnglas, neem dan even contact op.

maandag, februari 11, 2008

Les 10 - Oostenrijk en Piemonte

Hoe beschrijf je een les waarin 's morgens een blinde proeverij van 12 wijnen plaatsvindt en 's middags de wijnlanden Oostenrijk en Italië aan bod komen? Dat kan alleen maar schetsmatig en aan de hand van een paar (hoogte)punten. Om maar bij het begin te beginnen: 's morgens moesten we voor de tweede keer aan de slag met 12 wijnen. Binnen een uur moesten die wijnen geproefd worden, notities gemaakt én 14 vragen beantwoord. Ditmaal had ik niet te klagen: van de 14 vragen had ik er 12 goed, van de 12 wijnen raadde ik 10 keer correct wat er in het glas zat. Nou, raden... Hoewel het bij een enkeling echt gokken was, merk ik dat het bij steeds meer wijnen beredeneerde keuzes worden. Glas 5 bijvoorbeeld, een 2003 Pinot Noir uit Australië, kon ik mede dankzij het glas rode Sancerre 2003 dat ik de avond ervoor had gedronken, eruit halen. Ook bij glas 7 werd ik gered door een glas wijn dat ik eerder die week had gedronken, een Rosso Piceno uit de Marken van Italië. Die wijn was het zeker niet, dus bleef een 1999 DO Navarre Reserva over. Bovendien klopte ook mijn proefnotitie uitstekend met die constatering. Mijn voorliefde voor zoet en versterkt zorgde ervoor dat ik met de vragen over die categorie nog zelden de mist ben ingegaan. Een 2001 Montbazillac en een 2001 Pedro Ximenez waren voor mij dan ook weggevers. Maar dat is lang niet voor iedereen het geval: zoete wijnen blijken voor veel medecursisten toch een terra incognita. Zal ik dit niveau kunnen handhaven? De volgende ochtendsessie zal het uitwijzen.

Oostenrijk
's Middags kregen we les van pas de tweede vrouwelijke docent in de cursus. Regina Meij van Imperial Wijnkoperij, sinds bijna 15 jaar dé Oostenrijkspecialist van Nederland, schetste in vliegende vaart het 'opwindendste wijnland van Europa' voor ons (aldus Hubrecht Duijker alweer enige jaren geleden). Opvallend was de overeenkomst met de andere vrouwelijk docent, Magda van der Rijst (zie les 2). Beide dames hadden een opvallend gevoel voor détail, waarbij precieze zuurgehaltes en restsuikers zonder moeite genoemd werden. Dankzij de diashow én de mooie wijnen was dit weer een prettige kennismaking met Oostenrijk. De wijnen waren erg bekend voor mij, maar toch ook weer heerlijk nieuw. Uiteraard maakte ik net als velen dezelfde klassieke fout een mooi gerijpte Grüner Veltliner voor iets anders aan te zien. Sommigen meenden een Chardonnay te herkennen - niet voor niets hebben Grüner Veltliners bij blindproeverijen van specialisten het in het verleden gewonnen van grote Bourgognes. Anderen, waaronder ikzelf, hielden de 2004 Grüner Veltliner Loibenberg Smaragd van Weingut Knoll voor een gerijpte Riesling. Ook deze fout wordt regelmatig gemaakt. Samen met de 2006 Grüner Veltliner Federspiel Terrassen van Domäne Wachau gaf dit glas wijn heel mooi aan wat een prachtige én verschillende wijnen de belangrijkste druif van Oostenrijk kan opleveren.
Regina liet ons ook kennismaken met twee autochtone rode druivensoorten van Oostenrijk, de St. Laurent en de zweigelt. Net als bij andere proeverijen was ik ook nu minder gecharmeerd van Oostenrijks rood. Maar het toetje, de 2006 Neusiedlersee Beerenauslese van welschriesling en chardonnay van Aloïs Kracher, maakte dat meer dan ruimschoots goed. Voor uitgebreide informatie over wijnland Oostenrijk, zie mijn bijdrage van enige dagen geleden.

Piemonte
De laatste twee uur van de middag mocht 'flying winebuyer' Ron Andes - bovendien Nederlands eerste Magister Vini - ons inwijden in de wijnen van Piemonte, Noord-Italië. Zoals Ellen Dekkers, onze cursusleidster, het verwoordde: Ron heeft op gedegen wijze een fors aantal bouwstenen aangeleverd waarop wij Italië als wijnland kunnen bestuderen. Eén zo'n bouwsteen is de eeuwenlange traditie van wijnverbouw door kleine boertjes die eigenlijk alleen wijn maakten voor het eigen gezin en de directe familie. Pas in de 19e eeuw slaagden de markiezin van Valetti erin 'moderne' Franse wijnbouwprincipes in Italië door te voeren. Daarna waren het in de tweede helft van de twintigste eeuw mannen als Piero Antinori en Angelo Gaja die met hun vernieuwende initiatieven zorgden voor de aansluiting van Italië bij de moderne wijnwereld. Vooral Angelo Gaja werd door Ron Andes geroemd als vernieuwer in Piemonte.

Als grootste rode wijnen van Piemonte, maar ook van heel Italië, gelden Barolo en zijn buurman Barbaresco. Beide worden gemaakt van de nebbiolo-druif. We proefden vier wijnen van de nebbiolo: een Barberesco, twee Barolo's en een Langhe. De laatste, 2005 DOC Langhe Sito Moresco van Gaja, vond ik persoonlijk het prettigste en toegankelijkste glas van de vier. Het is de instapwijn van Gaja en vertegenwoordigt de moderne stijl nebbiolo's, gemaakt om het fruit tot uiting te laten komen.

Verder moet ik eerlijk bekennen dat de les van Ron Andes mij minder goed beviel. Mogelijk komt dat ook - ik geef het eerlijk toe - omdat ik de stof uit het lesboek voor het eerst niet van tevoren had bestudeerd. Ik besteed mijn zondagen momenteel voornamelijk aan het studeren voor het eerste tentamen: Frankrijk!!
Maar terwijl Regina Meij in haar twee uurtjes een heel wijnland wist te schetsen, heeft Ron Andes mij niet kunnen interesseren voor Piemonte. Jammer, want ik weet dat het gebied het zeker waard is. Overigens zijn er ook mensen die het niet met mij eens zijn wat betreft de inhoud van deze les: zij vonden de les over het noorden van Italië boeiender dan die over Oostenrijk. Ik ben benieuwd hoe de lesmiddag over de rest van Italië zal verlopen.

zondag, februari 10, 2008

Warme rode wijnen uit Ribera del Duero

Naast frisse witte wijnen stonden er 30 januari op de proeverij van wijnen uit Castillië en Léon ook uitstekende warme en volle rode wijnen op de tafels, allemaal wachtend op een Nederlandse importeur. Hét Spaanse kwaliteitsgebied voor rood is vanouds Rioja, maar sinds enige decennia gebeuren er heel spannende dingen in Ribera del Duero. In 1982 kreeg dit gebied de DO-status; het is inmiddels na Rioja misschien wel het 'indrukwekkendste' herkomstgebied van Spanje. Vega Sicilia met de beroemde wijn Unico was er 25 jaar geleden al, maar de laatste jaren komen er jaarlijks wel een paar top-bodegas bij. 95% van de productie in het gebied is rood, voornamelijk van tempranillo.

Bodegas Resalte de Peñafiel werd opgericht in het jaar 2000 met als doel kwaliteitswijnen te gaan produceren. Gebouwen en apparatuur zijn uiterst modern; in de vinificatieruimten glimt het roestvrijstaal je tegemoet. Druiven komen van verschillende wijngaarden, in totaal 80 ha. In de kelders liggen 1700 eiken vaten die iedere 3 tot 4 jaar vernieuwd worden. De vormgeving van etiketten en cadeauverpakkingen van de Resalte-lijn is modern klassiek in stijlvol zwart, wit en grijs. Daarnaast is er een instapserie, de Peña Roble, eveneens stijlvol vormgegeven. De brochure van het huis zegt dan ook terecht: 'Image is as important as quality in luxury products, thus, in our case, the bottle and the box are an accurate reflection of the winery's identity'.

We proefden van Resalte de volgende drie wijnen:
- Peña Roble Crianza: 100% tempranillo, stokken van circa 15 jaar oud. Rijping 6 maanden in roestvrijstaal, 12 maanden in 30% Frans en 70% Amerikaans eiken, daarna weer 2 maanden op roestvrijstaal om alle aroma's te blenden. Mijn notitie: fris en kruidig, mooi zuren. Een heerlijk fris instapwijn, goed bij barbecue en grill.
- Resalte 2006: 100% tempranillo, stokken 5-10 jaar oud. Rijping 4 maanden in tank, 3 maanden op nieuw Frans vaten, 1 maand rust op roestvrijstaal en 3 maanden op fles. Mijn notitie: een echt terroirwijn, met complex, nog tamelijk gesloten neus maar met duidelijk aanwezig potentieel. Nog even wegleggen.
- Gran Resalte: 100% tempranillo, 60-80 jaar oude stokken. Rijping 6 maanden op tank, 32 maanden in 100% nieuw Frans eiken, 2 maanden op tank en 30 maanden in de fles. Totaal heeft deze wijn dus 5 jaar rijping ondergaan! Er zijn slechts 1500 flessen van gemaakt. Mijn notitie: mooi zwart fruit in de neus, complexe smaak, lange afdronk, mooie zuren: een prachtige wijn!

Ook van Pagos de Quintana, een bedrijf dat in de negentiger jaren door een groep ondernemers werd opgericht, proefden we drie wijnen:
- Pagos de Quintana 2006: met slechts 6 maanden op barriques een mooie instapwijn.
- Crianza: 30-60 jaar oude tempranillostokken, prachtig aroma van rood fruit, een heel prettig drinkbare wijn.
- Reserva 2003: 24 maanden op vat, 17 maanden op fles, 60-90 jaar oude stokken. Duidelijk een al ontwikkelde wijn, met nog tannines voor jaren bewaarpotentieel.

De wijnen en vormgeving van Pagos de Quintana waren minder gelikt en modern dat die van Resalte, maar daarom niet minder interessant. Beide hoop ik snel op de Nederlands markt tegen te komen!

Naschrift d.d. 1 maart 2008
Een aantal wijnen van Resalte kwam ik deze week tegen in de gespecialiseerde wijnhandel! Ze in ieder geval te verkrijgen bij Van Huystee Wijnen in Laren.

donderdag, februari 07, 2008

Frisse verdejo's

Frisse witte wijnen uit de Spaanse binnenlanden: het lijkt een tegenstrijdigheid, maar het kan echt. Dankzij technieken als temperatuurgecontroleerde fermentatie worden sinds enige jaren ook in het hete Spanje goede witte wijnen gemaakt. Vorige week woensdag proefde ik diverse voorbeelden uit de herkomstgebieden Bierzo, Rueda, Cigales en Toro. Overheersende druif was de verdejo, vaak als 'monocepage' gebotteld, soms ook in een assemblage met viura, de witte druif die voor veel witte Rioja wordt gebruikt.

Maar we begonnen de middag met een eenling: Marques de Cornatel Blanco, gemaakt van 100% godello, een authentiek Spaanse druif. De coöperatie Viñas del Bierzo bottelt jaarlijks maar zo'n 6.000 - 8.000 flessen van deze heerlijk frisse wijn. Dit glas zette voor mij de toon van de middag: ik ben vooral bij de frisse witte wijnen gebleven, zo aangenaam vond ik ze. Een importeur kan de godello aanschaffen voor € 2,70 per fles. Hopelijk hebben ze iemand gevonden....

Na deze godello proefden we verdejo's en verdejo-viura's. Mij bevielen de pure verdejo's het beste: zij bewaren het meest de frisse, stuivende karakteristieken van de druif, die soms sterk aan sauvignon blanc doet denken. Met een beetje viura erbij wordt de wijn over het algemeen iets voller, maar naar mijn idee soms ook wat vlakker, wat minder spannend.

Favorieten van die middag
- Vicaral 2006 van Bodegas Vincente Sanz (Rueda). Een trek opwekkende mooie wijn met de frisse indrukken van grapefruit en tropisch fruit. 90% verdejo, 10% sauvignon blanc
- Verdejo 2007 van Trascampanas (Rueda). Heerlijk stuivend aroma van zowel citrusfruit als tropische vruchten, heel fris en clean mondgevoel, niet al te lange afdronk. 100% verdejo.
- Verdejo 2007 van Monte la Reina (Toro); simpel maar verfrissend. Monte la Reina biedt flessen met schroefdop, kurk of bag-in-box.
- Bosque Real, Verdejo 2006 van Bodegas Santa Rufina (Cigales); strak, mineralig, fris.

Verdejo's zijn geschikte wijnen bij het eten; maar ook bij de borrel en op het terras zullen de lichtere varianten het prima doen. Plakjes jambon en chorizo smaakten er uitstekend bij!

woensdag, februari 06, 2008

Speciale wijnwandelingen

Tien jaar geleden begon Els Groot met haar eerste wijnwandelreis. Vanwege dat 10-jarig bestaan organiseert Els in 2008 buiten het gewone reisaanbod een aantal speciale activiteiten. Zo komt er bijvoorbeeld een pioniersreis. Waarheen, dat staat nog ter discussie, dus als je altijd al een bepaald gebied wilde bezoeken, ligt hier je kans. Een gastronomisch wijnweekend in Zuid-Bourgogne staat op het programma, met een kok en een oenoloog. En, voor de wijnwandelaars van het eerste uur: er komt een echte 'retro-reis. De allereerste wijnwandelreis in de Dentelles de Montmirail kan opnieuw beleefd worden. Daarnaast zijn bijna alle 'gewone' reizen in 2008 ingepland. Kijk snel op de website!

foto: Drôme in de winter, 2008, Guy Lier

maandag, februari 04, 2008

Weinland Österreich

Bij de vinologenopleiding werd vandaag twee uur aandacht besteed aan Oostenrijk. Een verslag van die les volgt volgende week. Maar twee uur is veel te weinig voor dit prachtige wijnland, vandaar dat ik vandaag een artikel dat in 2004 elders verscheen, opnieuw publiceer. Omdat de Oostenrijkse wijnen het verdienen!

“Wein aus Österreich, Kostbare Kultur”

Vraag eens in je vrienden- en kennissenkring naar Oostenrijkse wijnen: mogelijk heeft iemand wel eens een Grüner Veltliner van Lenz Moser gedronken, verkrijgbaar bij Albert Heijn. Of misschien beginnen ze over het wijnschandaal van 1985. Maar veel meer is er helaas bij veel mensen nog niet bekend over Oostenrijkse wijnen.
Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met dat schandaal van 1985. In dat jaar werd bekend dat een paar Oostenrijkse wijnboeren hun wijnen voller hadden willen doen lijken door toevoeging van antivries. Er vielen geen slachtoffers, niemand werd ziek, maar de Oostenrijkse wijnexport kreeg een gevoelige klap. Tot op de dag van vandaag heeft het imago van Oostenrijk als wijnland zich bij het grote publiek nog niet volledig hersteld. Zowel supermarkten als gespecialiseerde importeurs hebben de afgelopen jaren geprobeerd de Oostenrijkse wijnen weer aan de man te brengen, maar echt doorgedrongen zijn ze in Nederland nog steeds niet.
Dat is jammer, heel jammer. Want er komt echt geweldig goede wijn uit Oostenrijk. Zowel wit als rood, zoet als droog. De wijnen zitten over het algemeen in het midden tot hogere prijssegment. Voor bedragen tussen de 7 en 15 euro heb je echter keuze uit heel goede flessen. De zoete wijnen zijn over het algemeen wat duurder, maar dat zijn ze dan ook echt waard.

Kelten, Romeinen en monniken
Oostenrijk heeft al een lange wijngeschiedenis: waarschijnlijk kenden de Kelten al een drank van gegiste druiven. Zeker is dat de Romeinen in hun provincie Noricum de wijnbouw beoefenden. Grote kloosters langs de Donau zorgden in de Middeleeuwen voor veel aanplant van wijnstokken. In de negentiende eeuw vernietigden schimmelziektes en druifluis het grootste deel van Europa’s wijngaarden. Oostenrijk werd hierbij niet overgeslagen. Nadat de wijnboeren zich van deze ramp hersteld hadden, ontwikkelden de Oostenrijkse wijngaarden zich vooral na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo. Wijnen werden echter gemaakt voor locale consumptie en voor bulkexport naar landen als Duitsland en Italië. In die landen was grote behoefte aan goedkopere wijnen.
Ten tijde van het schandaal van 1985 had Oostenrijk al een vrij strenge wijnwetgeving, die daarna echter nog veel strenger is geworden. Want hoewel het slechts enkele kwaadwillende producenten betrof, hebben alle wijnmakers in Oostenrijk de les uit het schandaal getrokken. Ze richten zich vanaf dat moment vooral op kleinschaligheid en kwaliteit in plaats van kwantiteit.

Wijnbouw in Oostenrijk is geconcentreerd in een viertal gebieden: Niederösterreich, Neusiedlersee, Burgenland en Steiermark. De diverse wijngebieden in Niederösterreich (een brede strook met Wenen als centraal punt) zijn vooral bekend door de witte wijnen die er vandaan komen. Het Burgenland en de Neusiedlersee in het zuidoosten hebben een grote naam op het gebied van zoete en rode wijnen. In Steiermark vooral 'mediterrane ' druivenrassen voor; het gebied heeft meer overeenkomsten met Friuli en Slovenië dan met de andere Oostenrijkse wijngebieden.
Oostenrijkse wijnen worden vaak verkocht onder de naam van de druif. Er is inmiddels een systeem met herkomstbenaming ingevoerd, DAC – wat staat voor Districtus Austriae Controllatus – plus een bepaald wijnbouwgebied (Wachau, Weinviertel, Burgenland en nog zeven andere). In Nederland heb ik echter nog weinig flessen gezien met deze aanduiding. De Oostenrijkse overheid hoopt zo dat een Wachau net zo’n naam zal gaan krijgen als een Rioja of een Chablis, bekende kwaliteitswijnen die de naam hebben gekregen van de streek waar ze gemaakt worden.

Inheemse druiven
Oostenrijk is vooral sterk in wijnen van eigen inheemse druiven. Zo is meer dan 36% van de aanplant grüner veltliner, een witte veelzijdige druif die wijnen kan voortbrengen die door kenners vergeleken is met dure bourgognes. Dit is echter ook de druif die verantwoordelijk is voor de Heurige, de jonge wijn die in de wijndorpen rond Wenen gedronken wordt en ook bij toeristen een naam heeft. De grüner veltliner is te herkennen aan zijn peperige en fruitige karakter. Een andere witte druif die in Oostenrijk mooie wijnen levert is de riesling, ook bekend uit de Elzas, Duitsland en Australië.
Wat de rode druiven betreft wordt met ‘buitenlandse’ druiven als merlot, syrah en cabernet sauvignon geëxperimenteerd, maar de interessantste en beste resultaten komen weer van inheemse soorten als zweigelt en blaufränkisch. Daarnaast zijn er een aantal goede producenten van mengwijnen, waarin zowel inheemse als geïmporteerde druivensoorten worden verwerkt.

Tot slot de zoete wijnen: voor de liefhebbers van mooie zoete wijnen, voor dessert of als aperitief of zomaar, is Oostenrijk een waar mekka. Aloïs Kracher is de bekendste producent, maar er zijn vele anderen, vaak met hun bedrijf aan de Neusiedlersee in Burgenland, tegen de grens met Hongarije. (Aloïs Kracher overleed vorig jaar op veel te jonge leeftijd.) Het ondiepe meer, het klimaat en de bodem zorgen samen voor een optimale omgeving voor het maken van wijnen met botrytis, een ‘nobele’ schimmel die verantwoordelijk is voor die heel speciale smaak van grote zoete wijnen, zoals onder andere ook de Franse Sauternes.

Proeverij van de ambassade
Zelf maakte ik voor het eerst kennis met Oostenrijkse wijnen op een proeverij georganiseerd door de Oostenrijkse ambassade in de zomer van 1997. Onder de slagzin Wein aus Österreich, Kostbare Kultur presenteerde een handjevol importeurs in de sfeerloze omgeving van een modern Utrechts hotel wijnen uit Oostenrijk en Hongarije. Hubrecht Duijker gaf een inleiding. We proefden er voor het eerst één van de fabuleuze Oostenrijkse zoete wijnen: een rode ijswijn 1993 van St. Laurent-druiven van het wijngoed Weinrieder. Nooit eerder en zelden later proefden wij zo’n geweldige wijn. Mijn aantekeningen van toen: kleur en neus van oloroso sherry, zuur en zoet, frambozen.

Daarnaast waren we onder de indruk van de Rieslings en Grüner Veltliners van de Freie Weingärtner Wachau, die inmiddels Domäne Wachau heten. Dit bedrijf wordt weleens de beste Europese wijnbouwcoöperatie genoemd, vooral in de Engelse pers. Rode wijnen proefden we van Josef Umathum, nog steeds een grote naam. Ook de Zweigelt van Kaiserhymne staat me nog bij, een dergelijke rode wijn had ik nog niet eerder op. De Oostenrijkse ambassade organiseert nog regelmatig een proeverij.

Oostenrijkse wijn in Nederland
Onder mijn kennissen heb ik een liefhebber die dozenvol Grüner Veltliners uit Oostenrijk zelf laat komen; eigenlijk is dat helemaal niet nodig. In Nederland is aardig wat Oostenrijkse wijn te krijgen, met als belangrijkste importeur Regina Meij van Imperial Wijnkoperij. Sinds 1995 importeert zij fantastische Grüner Veltliners, mooie Rieslings, veelbelovende rode en overheerlijke zoete wijnen van topproducenten uit alle Oostenrijkse wijngebieden.

Mijn advies voor de wijndrinker die een Oostenrijkse fles tegenkomt: let op de druif, als die inheems Oostenrijks is, is de kans heel groot dat je een prima fles gaat kopen. Koop die fles, lees het ‘back label’ als dat aanwezig is, drink de wijn op de juiste temperatuur (niet te warm voor de rode bijvoorbeeld) en bepaal of je hem lekker vind. Ik voorspel dat je in negen van de tien gevallen niet bedrogen uitkomt. Wil je meer Oostenrijkse wijn proeven, bezoek dan eens een proeverij, neus rond op Internet of neem contact op met een goede importeur. Imperial heeft een prijslijst voor particulieren, die op verzoek wordt toezonden. En misschien heeft de wijnhandel in de buurt ook wel een paar mooie Oostenrijkse flessen. Ze zijn een gokje waard!

Dit artikel verscheen in eind 2004 op de site Wijnsuggestie. Wijnsuggestie is sinds 1 februari compleet vernieuwd, waarbij mijn artikelen helaas zijn verdwenen.

zondag, februari 03, 2008

Spaanse marketing en packaging

Frisse witte wijnen, fraai volle rode en moderne etiketten: dat zijn de belangrijkste indrukken die ik afgelopen woensdag mee naar huis nam van een handelsproeverij met wijnen uit Castillië en León, georganiseerd door Vinopres.

Voordat ik de frisse witte wijnen en de prachtige rode bespreek de komende dagen, vandaag aandacht voor de opvallend moderne etikettenreeksen. We raakten aan de praat met de jonge Pilar Escalante Iglesias, die onder andere Bodegas Vincente Sanz (Rueda) vertegenwoordigde. Zij vertelde ons dat je voor de Vicaral-reeks van deze bodega als handelaar kunt kiezen uit levering met drie verschillende etiketten: van klassiek tot strak en modern!

Zelf was ik het meest gecharmeerd van de etiketten van Bodegas Resalte de Peñafiel (Ribera del Duero) en Bodegas Monte la Reina (Toro). Vooral het vosje van de Vizorro-lijn vond ik geweldig. Een echte blikvanger waren ook de flessen van Señorío de Bocos (Rueda en Cigales). Vanaf iedere plek in de zaal knalde het opvallende, maar stijlvolle blauw je tegemoet. Eenmaal zo'n fles gedronken, vergeet je nooit meer hoe hij eruit ziet en waar je dus de volgende keer op moet letten!

Spanje heeft blijkbaar begrepen dat marketing en packaging belangrijke succesfactoren zijn. Bekijk van Resalte en Monte la Reina vooral ook eens de websites: gelikt én informatief! Ik hoop van harte dat al deze producenten handelaren in Nederland hebben gevonden, want ook de wijnen zelf verdienen het. Maar daarover meer in twee vervolgreportages over deze proeverij op 30 januari in het Scheveningse Kurhaus.

zaterdag, februari 02, 2008

Kennismaking met Griekse wijnen

Uit het land waaraan Europa zijn wijnbouw aan te danken heeft, importeert Nederland jaarlijks slechts 0,4%. En toch komen er uit Griekenland sinds twee decennia mooie en ook betaalbare wijnen. Waar dat aan ligt? Volgens Theo Aridjis, wiens importfirma al sinds 1926 actief is op de Nederlandse markt, zijn er diverse factoren voor aan te wijzen. De grote gemene deler van veel van die factoren is ‘slecht imago’. Dat imago is echter gebaseerd op lang achterhaalde feiten.

Neem bijvoorbeeld het geknoei met most uit de jaren zestig: Griekse gistende most werd in Nederland in bulk geïmporteerd. Deze most was vooral bedoeld voor goedkope zoete ‘kruidenierswijntjes’. Bij de douane werd slechts accijns betaald over 12% alcohol. De most kon echter rustig doorgisten bij Nederlandse wijnbedrijven, waardoor er wijnen met 13-14% alcohol ontstonden. De accijns over de resterende procenten alcohol werd mooi ontdoken! Het zou enige jaren duren voor de douaneautoriteiten achter deze praktijken kwamen….
Of neem retsina: nog altijd zijn er wijnschrijvers die in iedere Griekse wijn een ‘hint van hars’ menen te ontdekken, want ja, ‘Griekse wijn, dat is toch alleen retsina….’.
En dan zijn er de Griekse restaurants in Nederland: die verkopen liever bulkwijn uit een karafje, waarop ze meer winst kunnen maken, dan een goede fles wijn uit eigen land. Komt nog bij dat de Grieken zelf geen echte wijn-spijscultuur hebben: bij het eten wordt gewoon de wijn geschonken die toevallig voorradig is. (Of dat elders, bijvoorbeeld in Nederland, heel veel anders is bij veel wijndrinkers, vraag ik me af.)

Griekse wijnbouw heeft een geschiedenis van duizenden jaren. Philippus, de vader van Alexander de Grote, heeft het bijvoorbeeld al over de Xynómavro, en de Romeinen danken hún wijnbouw volledig aan de handelscontacten met de Griekse stadsstaten. De eerste wijnranken op Franse bodem zijn geplant door Griekse kolonisten, geen Romeinse!
Griekenland heeft echter de pech gehad vanaf 1456 tot 1830 onderdeel te hebben uitgemaakt van het Ottomaanse rijk. Turken maakten de dienst uit, met alle gevolgen voor de alcoholconsumptie en wijnproductie van dien. Het was wederom de phylloxeracrisis die ervoor zorgde dat er in Griekenland weer enige wijnbouw van betekenis ontstond: West-Europa had behoefte aan wijn, veel wijn, en richtte zijn blik steeds verder naar het oosten.
De echte kwaliteitsomslag vond plaats in de jaren tachtig en negentig van de 20ste eeuw, daarbij een stevig handje geholpen door EU-subsidies (waar heb ik dat eerder gehoord….).

Omdat Griekenland in de lessen van de Wijnacademie steeds meer moest wijken voor landen als Italië en Spanje, is dit jaar voor het eerst in overleg tussen de firma Aridjis en de opleiding besloten een ‘externe’ les te organiseren. De excursie was facultatief en bij de importeur aan huis. In twee groepen van circa 25 personen maakten we vervolgens in het geacclimatiseerde pakhuis in Overvecht-Noord kennis met negen interessante wijnen. En eerlijk is eerlijk, de meesten waren danig onder de indruk van de geboden kwaliteit. Theo Aridjis had ons vooral wijnen van authentieke druivenrassen voorgezet, waarmee we anders zelden of nooit kennisgemaakt zouden hebben.
Zelf was ik het meest verrast door de frisse en boeiende witte wijnen. Van de rode heb ik in afgelopen jaren een enkele keer wel al goede representanten geproefd, onder andere bij een Grieks restaurant in Dordrecht dat wél een goede wijnkaart had. Grote favoriet was een wijn van Santorini, het vulkanische eilandje in de Egeïsche Zee. De Assyrtiko Barrel 2006 van Sigales geurde heerlijk naar citrusfruit, onder andere mandarijn. Bovendien was vooral de uitstekende balans tussen het hout van de opvoeding en het fruit erg opvallend. Een heerlijke, complexe wijn met een ellenlange afdronk, die vooral bij het eten tot zijn recht zal komen.
Maar ook de Ilios Athiri 2006 van de firma CAIR op Rhodos, speciaal gemaakt voor toeristen, mocht er zijn, evenals de Moschofilero van Skouras op Argos. Bijna al deze witte wijnen hadden een verbluffend lange afdronk. De witte wijn-selectie werd afgesloten met een wijn die nostalgische herinneringen bij me opriep: in de eerste jaren van ons huwelijk dronken we op Samos vele malen de voorloper van de droge Samena Golden, gemaakt van muscat à petits grains. Sinds 15 jaar maakt de plaatselijke coöperatie de beste Samena, een sappige en zomerse wijn. De zon ging een beetje schijnen op die druilerige maandagmiddag.

Bij de rode wijnen wordt behalve met authentieke rassen ook gewerkt met de in de 19e eeuw overal aangeplante cabernet sauvignon. We proefden bij Aridjis een pittige en aangename rosé van cabernet sauvignon, gemaakt door de firma Lazaridis in Drama, in Noord-Macedonië. Van de firma Tsantali tenslotte stonden een Naoussa Reserve van xynomavro, een Rapsani Reserve van xynomavro, krassato en stavrato en een Metochi Chromitsa op tafel. De firma Tsantali wist de monniken op berg Athos te bewegen land voor wijnbouw te verkopen en maakt daar nu de mooie Metochi Chromitsa, gemaakt van limnio en cabernet sauvignon. Aangezien de limnio op de cabernet sauvignon lijkt, had de wijn een hoog ‘Bordeaux’-gehalte.

Ik prijs me gelukkig dat ik ook in de toekomst de Griekse wijnen onder handbereik heb: Aridjis kan ik op de fiets makkelijk bereiken. De meeste anderen hebben dat geluk niet, en dat was ook te zien aan de verkopen na afloop. De Griekse wijnen hebben er weer een aantal liefhebbers bij!

vrijdag, februari 01, 2008

Retsina op zijn kop

Nee, het was geen toeval of een ongelukje dat deze pallet met dozen retsina op zijn kop stond! Het bleek dat dit heel bewust was gedaan. Het gaat het uitdrogen van de kurken tegen. Morgen volgt een verslag van het leerzame bezoek dat we afgelopen maandag brachten aan de firma Aridjis in Utrecht, importeur sinds 1926 van Griekse wijn.