maandag, maart 31, 2008

Sauvignon blanc vs. Sauvignon blanc

Het zou dé oplossing zijn voor al die mensen die niet zo veel van wijn (willen) weten: label een fles met het druivenras dat voor de wijn gebruikt is, en iedereen weet altijd precies welke wijn hij moet kopen. Hou je van Cabernet sauvignon: zorg dat je een fles koopt waar Cabernet sauvignon op staat. Hou je van Sauvignon blanc: koop een fles met die naam op het etiket. Als er op een fles uit Sancerre mocht staan dat hij van sauvignon blanc was gemaakt (wat dus NIET mag volgens de Franse wijnwetgeving), zou het voor de consument een stuk makkelijker zijn, aldus de redenering van velen.

Maar is dat wel zo? Is een Sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland hetzelfde als een Sauvignon blanc uit de Loire? Smaakt een Sauvignon blanc uit Zuid-Afrika net zoals eentje uit Oostenrijk? Nee, dus!
Hoe sterk wijnen van één en dezelfde druivensoort van elkaar kunnen verschillen, heb ik gisteren weer eens ervaren. Allemaal Sauvignon blanc's stonden op tafel: naast een frisse, heerlijke Quincy stond een fraaie Zuid-Afrikaan. Maar wat een verschil in smaak. En naast een slappe Chileen proefden we een niet zo frisse Nieuw-Zeelander: allemaal Sauvignon blanc, allemaal anders. Voor de één mag je me wakker maken, de ander wil ik nog niet eens cadeau krijgen. Dus wat heb je er dan aan dat er Sauvignon blanc op het etiket staat? Helemaal niets, in mijn ogen. Je moet nog steeds weten uit welk gebied de wijn komt en wie de maker is. En dan nog: het herkomstgebiedje Quincy ligt hemelsbreed 60 kilometer van Sancerre, maar wat een verschil tussen die twee wijnen. De Quincy: vol, exotisch, fris. Een Sancerre: fris, mineraal, met fris'groene' elementen. Het feit dat je een Quincy en een Sancerre allebei kunt aanduiden als een Loire-wijn, zegt nog steeds niet alles.

En dan heb je nog gebieden die zo experimenteel bezig zijn, dat je er werkelijk geen moment aan zou denken dat daar een heerlijk frisse, knisperende Sauvignon blanc vandaan kan komen. Maar laten ze nu tussen Pezenas en Sète, vlakbij het Basin de Thau, op een steenworp afstand van de Middellandse Zee, een prachtige, koele, frisse Sauvignon blanc maken, die ik werkelijk voor een Loire-wijn hield? De kalkhoudende bodem met kiezels en fossielen van de wijngaarden van Les Domaines Paul Mas brengen ondanks het warme klimaat een fraaie wijn met frisse zuren voort. De zee zorgt voor de koelte, de zon voor het mooie warme fruit. In dat laatste verschilt deze wijn misschien toch iets van een Loire-wijn: je proeft iets meer 'warmte' in het glas.

De Sauvignon blanc van Les Domaines Paul Mas was een Vin de Pays d'Oc van 2007 en gelabeld 'Sud de France', een van de eerste wijnen die ik met dit nieuwe 'logo' voor alle wijnen van de Languedoc en de Roussillon proefde. De wijn werd aangeschaft in Wijk bij Duurstede, 'chez' Paul voor zo'n 6 euro. Een aanrader!

Meer over Sauvignon blanc in dit stukje van de Languedoc lees je hier.

maandag, maart 24, 2008

Wijncijfers voor 2007

Tijdens een bijeenkomst in het World Forum Convention Center in Den Haag heeft het Productschap Wijn aan wijnprofessionals en pers de resultaten bekend gemaakt van de marktonderzoeken die door GfK en Trendbox BV in 2007 zijn verricht. De marktgegevens zijn in opdracht van het Productschap Wijn verzameld.

In 2007 is de gemiddelde wijnconsumptie per hoofd van de bevolking gestegen naar 21,6 liter. In 1975 dronken we slechts de helft.

Van de Nederlanders vanaf 16 jaar dronk 41% op een gemiddelde dag een alcoholhoudende drank. Binnen deze productgroep scoort wijn het hoogst. Bijna 20% van alle Nederlanders geniet dagelijks van een glas wijn. Bier was 25 jaar geleden nog de drank die het meest werd geconsumeerd.

Van alle wijn wordt 87% in de supermarkt gekocht. Ruwweg de helft van die aankopen wordt op vrijdag en zaterdag gedaan. Nederlanders besteden per bezoek aan de supermarkt gemiddeld 6 euro aan wijn. Bij bezoek aan de slijter besteden zij gemiddeld 17 euro aan wijn.

Rode wijn is in elke leeftijdsgroep populair. Rode wijn is in alle leeftijdsgroepen qua volume verantwoordelijk voor minimaal 50% van de totaal aangekochte wijnen. In de leeftijdsgroep tot 40 jaar is rosé verantwoordelijk voor 25% van de totaal aangekochte wijnen.

Rode wijn wordt vooral thuis gedronken. Witte wijn is favoriet wanneer men op visite is en rosé wordt vooral in de horeca geconsumeerd.

De gemiddelde prijs per gekochte fles wijn in 2007 is nagenoeg gelijk gebleven. De aankoopprijs voor witte wijn is gestegen met 9 eurocent naar € 2,43 en rode wijn met 1 eurocent naar € 2,64. Rosé is met 9 eurocent gedaald naar € 2,43.

Nog steeds zijn 2 van de 3 verkochte wijnen in Nederland afkomstig uit Europa. Franse wijnen worden nog steeds het meest verkocht, gevolgd door wijnen uit Zuid-Afrika, Duitsland, Spanje, Australië, Chili en Italië. De volumeaandelen van Australië en Chili zijn ten opzichte van 2006 het meest gestegen, te weten Australië met 32% en Chili met 30%.

In 2007 is ruim 3,65 miljoen hectoliter wijn in Nederland op de markt gebracht, waarvan 400.000 liter afkomstig van Nederlandse bodem. Dit komt in totaal neer op meer op bijna een half miljard flessen wijn met een inhoud van 0,75 liter.

Toekomstverwachtingen:

* Van alle wijnconsumenten heeft inmiddels 25% wel eens wijn via internet besteld. Een groeiend aandeel voor internetaankopen wijn ligt voor de hand.
* Het aantal Nederlanders dat een wijncursus volgt, neemt verder toe. Het cursusaanbod speelt hier goed op in. Op www.wijninfo.nl zijn nu al meer dan 290 wijncursussen te raadplegen.



Persbericht van het Productschap Wijn.

'Chateaux owner insures his nose'

Vandaag uit de Nieuwsbrief van Meininger's Business International gevist: het onderstaande bericht. Zou het dan toch geen 1 april-grap zijn? We wachten maar af!

France, March 19th 2008
Chateaux owner insures his nose

by Sophie Kevany

A Bordeaux Chateau owner has insured his nose for €5m ($7.87m) with Lloyd’s of London. Dutch-born Ilja Gort, who signed the insurance contract on 17 March, owns Chateau de la Garde on Bordeaux’s left bank. “Winemaking and tasting is all done with the nose,” Gort said, saying the nose is essential to guarantee the quality of his wines. “There are only five different zones on the tongue, but in the nose there are about 50 million sensors. You actually taste with your nose.”

When his wines, classified as Bordeaux Superieur, began to win prizes the Dutchman decided his nose was worth insuring.

“We invest a lot in winemaking and my nose is used for judging the assemblage for example,” said Gort, who has just won a gold medal for his 2006 and 2005 Chateau de la Garde vintages at the Concours Général Agricole in Paris.

Gort, who bought the Chateau 10 years ago, produces about 80,000 bottles a year, all of which are sold by Sainsbury’s supermarkets in London.

He said his nose is now insured against both loss, and loss of smell. Asked the cost of the insurance, for which premiums are paid annually, Gort would only say it was somewhere in the thousands. “Between Jennifer Lopez’s behind and David Beckhams legs.”

Jonathan Thomas, the lead underwriter at Lloyd's Watkins Syndicate, said Lloyd’s specialises in these kinds of bespoke insurance policies.

Thomas told American news agency, AP, that his company had already insured the senses of taste and smell of wine taster Angela Mount for €12.7m in 2003, for her bosses at British supermarket chain Somerfield.

Certain conditions are included in the insurance, however, and Gort is now forbidden from riding a motorcycle, boxing, being a knife thrower’s assistant or fire breathing. But none of that is, literally, any skin off his nose.

zondag, maart 23, 2008

Graševina uit Kroatië

Het wordt een traditie zo langzamerhand: de lente beginnen we hier thuis met Welschriesling. In 2006 ontdekte ik deze druif, die in Oostenrijk en Oost-Europa veel staat aangeplant. Over het algemeen wordt Welschriesling door de wijnpers als een simpel terraswijntje beoordeelt, meestal het vermelden niet waard. Maar ik heb er de afgelopen twee jaar een aantal prima exemplaren van op, uit Oostenrijk, Hongarije en zaterdag uit Kroatië. Daar is de druif bekend onder de naam graševina.

In continentaal Kroatië - het deel boven Bosnië-Herzegovina - is de aanplant aanzienlijk: ruim 90% van de wijnen is er wit, de helft daarvan bestaat uit graševina. Een van de wijncentra in het oostelijk deel van het land, vlak onder de Hongaarse grens, is Kutjevo. De wijngaarden liggen er op de hellingen van de bergketen Krndija en hebben concurrentie van de loofbossen, waar uitstekend eikenhout voor wijnvaten vandaan komt. Net als in veel andere gebieden is de wijnbouw er door Cisterciënzer monniken rond 1200 geïntroduceerd. Het klimaat is er uitstekend voor de wijnbouw: warmte van de Pannonische vlakte, veel zonne-uren, verkoelende winden uit de Oekraïne, in voorjaar en zomer voldoende neerslag én grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur in het groeiseizoen. De bodem bestaat uit leem en soms verweerd gneis, dat een mineralig karakter aan de wijnen kan geven.

Onze Graševina had een aangename neus van wat exotisch fruit, onder andere ananas en een prettige volle, droge smaak. In de afdronk wat grapefruitbitter, lekker frisse zuren en een alcoholpercentage van 12%. Het zou me niet verbazen als de wijn wat op zijn droesem heeft mogen liggen rijpen: in de geur en smaak was ook een hint van gist te ontdekken. Al met al een uitstekend glas voor een redelijke prijs: bij Wijnkoerier Milenko, van wie ik deze fles had ontvangen, kost hij € 6,00. Bovendien smaakte de wijn uitstekend bij een salade van rucola, winterpostelein, gebakken ciabatta, zacht gekookt ei, uitgebakken pancetta en geraspte grano pardano. Twee jaren geleden maakten we dezelfde combinatie met Welschriesling, en opnieuw kon de wijn uitstekend op tegen het zout van de kaas en de pancetta en het vet van het ei en de kaas.

In Kutjevo zijn een aantal particuliere producenten actief, maar deze fles was afkomstig van een grotere coöperatie, vermoed ik. Het achteretiket meldt: Abfuller Weinkellerei Kutjevo. Hoewel er meer in het Duits vertaalde termen op de Kroatische etiketten staan, is het toch wel handig een lijstje met vertalingen bij de hand te hebben. Zo dacht ik dat het 'vrhunsko vino' droge of witte wijn zou betekenen, maar het betekent 'kwaliteitswijn'. De andere categoriën zijn 'stolno' vino - tafelwijn, en 'stolno vino geogr. poteklo' - tafelwijn met geografische herkomst. De wijnwetgeving in Kroatië is, evenals die in de meeste landen in Oost-Europa, geënt op die van de Europese Unie. Nog wat meer termen: 'suho' betekent droog, 'bijelo' wit en 'crno' - donkerrood. Tom Stevenson voorspelt in zijn wijnencyclopedie dat we in de toekomst meer over wijnen uit Kroatië zullen horen, vooral nu sommige wetenschappers ervan overtuigd zijn dat de oorsprong van zinfandel hier ligt, in de rode druif plavaç mali (of crljenak kastelanski). Maar daarover binnenkort meer.

Quincy met de groenten van Jeroen

Onlangs organiseerde het convivium Utrecht van Slow Food zijn tweemaandelijkse gastentafel bij traiteur Jeroen van Nijnatten. Jeroen had heerlijk voor ons gekookt, maar de topper voor mij was de schotel met heel bijzonder klaar gemaakte groenten. Om je een indruk te geven van de creativiteit op ons bord:
- chips van rauwe biet, wortel, pastinaak en schorseneren;
- lasagna van dunne plakken van te voren gebakken portobello met blue Shropshire kaas en truffel;
- cavolo nero (palmkool) even geblancheerd en dan fijngesneden opgebakken met een beetje pecorino;
- artisjokviolet met arganolie.
- mousse van gorgonzola dolci met sud 'n sol tomaten, gerookte pijnboompitten en mascarpone;
- dun gesneden geblancheerde kervelknolletjes met sesamolie.

Bij die groenten schonk Jeroen een mooie, friszachte Italiaanse wijn, Monte del Frá, Bianco di Custoza Supériore Cà del Magro 2006. We dronken deze eerder, hadden er zelfs een paar flessen van in huis. De wijn was weer even heerlijk. Voorafgaand aan de groenten stonden echter wat schaaltjes Italiaanse 'crudités' - courgette, aubergine en paprika, samen met wat Italiaanse ham - op tafel, vergezeld van een glas Quincy. Voor mij was dat glas, dat ik nog wat doordronk bij de groenten van hierboven, de wijnontdekking van de avond. Wat een fantastische sauvignon blanc was dat: vergelijkbaar met een Sancerre, maar toch ook weer helemaal anders. Veel voller, veel rijker, maar toch met dezelfde frisheid.

Heel toevallig was ik de wijnen van Quincy de weken ervoor al op allerlei plaatsen tegengekomen. Zo gaat dat: nog nooit heb je van een herkomstgebied gehoord, en dan loop je er vervolgens continue tegenaan. Er was bijvoorbeeld een tentamenvraag aan gewijd bij de vinologenexamens en de wijnhandel die ik assisteer bij het vullen van de website, blijkt precies die Quincy die ik vorige week dronk, in het assortiment te hebben. Dat kan toch allemaal geen toeval zijn: die Quincy van Domaine du Tremblay moest gewoon op mijn pad komen.

Domaine du Tremblay
Quincy is een herkomstgebied iets westelijk van Bourges; de wijngaarden liggen onder andere op glooiende hellingen in het dal van de Cher, een zijrivier van de Loire. Landbouwingenieurs Chantal Wilk en Jean Tatin startten zo'n vijftien jaar geleden, in een tijd dat de AOC Quincy vernieuwd en geherstructureerd werd, hun werkzaamheden op Le Tremblay, dat Jean Tatin erfde van zijn vader. De wijngaarden worden al genoemd in middeleeuwse documenten. Tegenwoordig omvat Le Tremblay 9 ha op zes verschillende percelen.
Dankzij verschillen in de bodem (zand, klei) van die percelen en de leeftijd van de stokken kunnen de wijnen jaar in jaar geassembleerd worden tot een evenwichtig geheel. Van de zanderige bodems komen levendige basiswijnen, van de klei komen meer vlezige en krachtige wijnen. In de wijngaard besteden Chantal en Jean veel aandacht aan de gezondheid van het plantmateriaal en de druiven. Geleiding, groene snoei en groene oogst moeten er voor zorgen dat de stokken optimaal fruit leveren.

De wijnen van Domaine du Tremblay trekken inmiddels regelmatig de aandacht. De Guide Hachette 2008 heeft de gewone Quincy 2006 bedacht met coup de coeur, een eervolle afbeelding van het etiket in de gids. En in Nederland zijn ze op verschillende plaatsen te vinden.

En wil je kennismaken met Jeroen's kookkunst: Jeroen is traiteur en kan de mooiste dingen voor je regelen. Eet smakelijk!

maandag, maart 17, 2008

Zon in de druipende bossen

Een druilerige middag was het gisteren, dus wat kun je dan beter doen dan wijn gaan proeven? Samen met Anda Schippers begaf ik mij zondag naar het in de bossen gelegen Groot Kievitsdal, om kennis te maken met het mooie assortiment van wijnhandel Vinoblesse uit Baarn. Ruim zestig wijnen op vijf tafels waren er te proeven. Sommigen wijnen hadden hun maker meegenomen, om uitleg te geven, andere spraken voor zichzelf.
Zo'n proeverij moet je te lijf gaan met een doel, anders zie de door de bomen het bos niet meer. Mijn doel was een leuke wijn te vinden die we makkelijk zo doordeweeks konden openen, bij de boerenkool, de pasta of iets anders simpels. Ik had een heel specifiek smaakpalet in gedachten: het pittige en fruitige dat je vaak tegenkomt in Zuid-Franse wijnen van grenache, syrah, mourvèdre, cinsault, carignan etc.

Anda en ik begonnen bij de wijnen uit de Pfalz, waarbij vooral de Spätlese Trocken van Janson Bernhard ons beviel. Een assemblage van gewürztraminer en riesling van hetzelfde huis kon ons minder bekoren, maar, zo legde Tjitske Brouwer ons uit, dat had ook zeker te maken met de leeftijd van de wijn. Aangezien de wijn uit 2007 was en nog maar net in de fles zat, was er nog weinig balans tussen de Rieslingcomponenten en de specifieke Gewürztraminerkenmerken. Over een maand of zes, na enige tijd flesrijping en rust, zou dit een prachtige wijn worden die bij vele gerechten zou passen.

Dit jonge karakter van de wijnen bleek ook bij vele andere flessen op de tafel; gelukkig werd de proever er op het proefformulier ook voor gewaarschuwd. "De wijnen zijn jong, sommige - nèt of nog niet op fles - misschien zelfs niet direct 'lekker'... Gesloten, tikje wrang... door de zuren en de tannines (bij rood), die mits in goede verhouding juist de essentiële componenten van een goede wijn zijn. Let op de concentratie tussen zoet, zuur en bitter. En op duur en finesse van de afdronk." Een goed advies, maar soms wel lastig op je te blijven realiseren. Jonge wijnen proeven blijkt een hele kunst!

Toch hebben we een aantal prachtige wijnen geproefd. Beiden waren we helemaal weg van een Provençaalse rosé, van de hand van Raimond de Villeneuve van Chateau de Roquefort. Deze rosé was vorig jaar de Rosé van het Jaar in de categorie Boutiquewijnen bij Proefschrift. De Corail 2007 is gemaakt van biologisch geteelde en gevinifieerde grenache, cinsault, mourvèdre en syrah. Daarnaast maken ook twee witte druivensoorten deel uit van de assemblage: rolle (vermentino) en clairette. Het was plotseling heel even zomer, daar in die druipende bossen bij De Vuursche.... De wijn gaat in mei geleverd worden: ik zal de tuinstoelen vast gaan schoonmaken!

Een kanjer vond ik ook de Montepulciano d'Abruzzo San Zopito 2006. Prachtig fris rood fruit en kruiden in de neus, soepel, warm, pittig, makkelijk drinkbaar: dat waren de notities die ik maakte. Pas later las ik de omschrijving van de maker: een 85-jarige oude heer, Alberico D'Intino, die pas sinds een paar jaar van zijn wijnstokken een beperkte hoeveelheid (4500 flessen) wijn maakte. Uiteraard heb ik van deze wijn, waar ik echt verliefd op werd, een aantal flessen besteld. Het was niet helemaal de prijs (€ 10,85) die ik voor een 'huiswijn' in mijn hoofd had, maar ik kon gewoon geen weerstand aan deze wijn bieden. Zomaar een lekkere pasta of simpele stoofschotel maken en er dan deze Italiaan bij opentrekken.... Ik kijk al uit naar de levering van de flessen. Overigens waren alle Italiaanse wijnen op de tafel heerlijk fris en fruitig: het was het enige land dat mij over de hele linie uitstekend beviel.

Ook de wijnen uit de Languedoc bevielen me goed: een simpele maar lekkere Coteaux du Languedoc Noblesse Saint Julien, een prachtige, maar jonge La Clape Les Cades 2006 van Pech Redon en een Minervois 2005 van Domaine des Murettes. De laatste twee kwamen ook aardig in de buurt om 'huiswijn' bij ons te worden, maar helaas was ik toen al verliefd op de Montepulciano geworden. De Languedoc/Roussillon zal moeten wachten tot we er deze zomer zelf op bezoek gaan. Er zijn gewoon te veel lekkere wijnen op de wereld... en bij Vinoblesse zijn er een aardig aantal te koop.

zondag, maart 16, 2008

'Den besten dranc die ic kinne'

Den besten dranc die ic kinne,
dats wijn, dien drinct te maten:
therte verhoecht hi ende scarpt die sinne,
ghewonde lede bringt hi te saten;
maer dies te vele wilt nemen inne,
hine can sinen aert ghelaten;
daer vrienscap es maect hi onminne;
die liede bespottenen achter straten.


Deze fraai uitspraak is al zo'n zeven eeuwen oud! Je vindt hem in het Hulthemse handschrift uit het begin van de vijftiende eeuw. De tekst is echter ouder: waarschijnlijk uit de dertiende eeuw. Het zijn de laatste regels van een langere tekst getiteld Alderande Proverbiën vanden wisen Salomone. Vrij vertaald: Allerlei spreuken van de wijze Salomo.

Het is zo prachtig getroffen: met mate gedronken de beste drank die er bestaat, maar bij overdaad breekt wijn vriendschappen en leidt tot spot. Ik ben geen liefhebber van tegeltjeswijsheid, maar voor een wijnspecialist in opleiding is deze eeuwenoude waarheid misschien toch af en toe een wijze waarschuwing!

Op de afbeelding een man die zichzelf zojuist uit eigen vat een beker wijn heeft ingeschonken, om zich te verwarmen. Miniatuur uit de Kalendarium Officium Beatae Virginis bij de maand januari. Forli (It), Biblioteca Civica.

vrijdag, maart 14, 2008

Riesling met en zonder 'gout de pétrol'

Tijdens de les op de Wijnacademie bleek al hoe boeiend het is Rieslings te vergelijken. Bij onze tweewekelijkse proefbijeenkomst ervoeren we bovendien hoe lastig het tevens kan zijn.
Na een intensieve zoektocht naar een twaalftal interessante Duitse wijnen - je koopt ze nu eenmaal niet bij iedere slijter of gewone wijnwinkel - had ik een mooie selectie op tafel gezet afgelopen maandag. Ik had wat 'gemenigheidjes' ingebouwd: dankzij Arjan kon ik bijvoorbeeld een Grauburgunder 2006 van Wagner Stempel naast een Pinot Gris 2006 van Apostelhoeve zetten. Zo kon iedereen ervaren wat de kwaliteit van onze Nederlandse wijn is vergeleken met een Duitse. Grappig genoeg meenden een aantal aanwezigen bij deze twee wijnen met Riesling te maken te hebben.... Bij de volle, exotische versie van Wagner Stempel kon ik dat uitstekend begrijpen; de Apostelhoeve mistte daarvoor toch wat karakter, is mijn mening. Maar hij is best voor een Duitse wijn te houden, dat wel.

Als wijn nummer 3 en 4 waren twee Silvaners aan de beurt. Of liever, een Sylvaner en een Silvaner: ik had een Elzasserwijn (Leon Boesch 2005) naast een Frankenwijn (Spätlese trocken, Weingut Am Stein Ludwig Knoll, 2003) gezet. Jammergenoeg verraadt de vorm van de fles, de Bocksbeutel, al snel dat je met een wijn uit Franken te doen hebt. Aangezien er veel Silvaner uit Franken komt, werd bovendien al snel in de richting van die druif gedacht. Over het aroma van beide Silvaners konden we het niet eens worden. Wat een goede Silvaner nu kenmerkt, blijft lastig.

Twee aan twee waren vervolgens vier Rieslings aan de beurt: een Oostenrijker (Petra Unger, Hinters Kirchl 2006) naast eentje uit de Pfalz (Janson Bernhard, Spätlese trocken 2006) en Moezel (Eva Clüsserath, Vom Schiefer 2004) naast Rheinhessen (Wagner Stempel, Heerkretz Siefersheim 2002). Samen met Nico had ik de ordening van de wijnen vooral op restzoet en zuurgehalte gedaan, om eens goed te ervaren wat die balans nu betekent in een wijn. Het bleek enorm lastig de restzoetwaarden in te schatten: zuur en zoet vullen elkaar zo goed aan dat het uiteindelijk voor de beginnende wijnproever vrij lastig is daar iets over te kunnen zeggen. Het zuur maskeert in wijnen vaak de toch wel aanwezige restsuikers.
Over de aroma's konden we het niet eens worden: een aantal aanwezigen vonden deze vier droge varianten nou niet typisch Riesling - wat dat dan ook moge zijn....

Bij de rode wijnen stond een zelfgeïmporteerde Frühburgunder uit de Ahr (Classic, Kreuzberg 2005) naast een door Arjan geïmporteerde Spätburgunder uit de Pfalz (Heinrich Spindler, 2005) op tafel. De Frühburgunder is een kloon van de Spätburgunder en een specialiteit van de Ahr. Zoals het woord al zegt, rijpt deze variant eerder, wat voor een koel gebiedje als de Ahr uitermate prettig is.

We sloten af met een fraaie Gewürztraminer Auslese 2005 van Weingut Friedrich Becker, vergezeld van wat roodschimmel kaasjes. Zelf vond ik deze wijn een prachtige ontdekking. Het aroma van Gewürztraminer kan vaak zo overheersend zijn: een bokaal rozen en lychees waar je al snel genoeg van krijgt. Deze wijn was echter heel ingetogen gemaakt en had daardoor een spannende complexiteit. Echt een wijn waar veel aan te ontdekken en te genieten valt.

Omdat sommigen bij de droge Rieslings moeite hadden de voor hen typische Riesling kenmerken te ontdekken, besloot ik nog een Riesling Auslese 2005 open te maken. 'Jaaaa', was de reactie op deze wijn van Dr. Randolf Kauer uit de Mittelrhein, 'dit is nu Riesling' ;-) Inderdaad kwam bij deze wijn dan toch de roemruchte geur die we van René van Heusden en anderen niet zo mogen noemen naar voren: de gout de pétrol. We leerden allen voor ons wijnbrevet of wijncertificaat dat Riesling vaak gekenmerkt wordt door de lucht van kerosine, naaimachineolie of hoe je het ook maar wilt noemen. Bij deze opleiding mag dat ineens niet meer. Van de ene docent moeten we het 'mineralig' noemen, de andere houdt vol dat het niets met de bodem van doen heeft. Ook heeft het niets te maken met oudering; dan moeten we het Firne noemen. Wat het dan wel is: niemand heeft het ons nog bevredigend kunnen uitleggen. Dat wijn geen scheikunde is, hadden we ook al gehoord van René van Heusden. Maar een beetje meer wetenschap en een beetje meer scheikunde zouden bij deze opleiding helaas geen kwaad kunnen. Reacties op de gout de pétrol-kwestie zijn hier dan ook zeer welkom!

Met dank aan Van Huystee Wijnen in Laren en WerkhovenHelming in Nieuwegein.

donderdag, maart 13, 2008

Les 12 - Een 'gründlich' rondje Duitsland

Er zijn van die clichébeelden waar we mee opgroeien: Fransen houden van het goede leven, bij Spanjaarden is het altijd mañana, Belgen zijn dom, Duitsers doen alles gründlich.
Het was dan ook wel passend dat wij met een dergelijke degelijke Duitse grondigheid maandag 3 maart les kregen over wijnland Duitsland. Docent was René van Heusden, wijnschrijver en in een voormalig leven leraar Duits.

René's bijdrage ging in op de problemen én de kwaliteiten van de hedendaagse Duitse wijnbouw en haar producten. Jancis Robinson, diegene aan wie ik mijn eigen voorliefde voor Riesling heb te danken, zei het ooit zo: "Germany is the most distinctive major wine producer in Europe with both wines and problems quite unlike those of anywhere else".

Als je die problemen en kwaliteiten wilt concretiseren, kun je zaken als 'cool climate viticulture' en 'wijnwet van 1971' noemen.
Duitsland ligt voor een wijnproducerend land erg noordelijk, het is echt een klimatologisch grensgeval. Het koele klimaat van Duitsland vraagt druivenrassen die langzaam en laat rijpen; dit levert wisselende gradaties van rijpheid in de oogsten op, bescheiden mostgewichten maar ook een sterk aromatisch karakter van het fruit. De zuren zullen over het algemeen hoog zijn, waardoor er, om de wijnen drinkbaar te houden, meestal gespeeld moet worden met een beetje restzoet. Vóór de Tweede Wereldoorlog waren de wijnen bovendien overwegend zoet; dat was de stijl die al sinds de Middeleeuwen bijvoorbeeld in Nederland gretig aftrek vond. Al die tonnen Rijnwijn die de rivieren afzakten naar onze Stichtse en Hollandse markten waren zoet!

Maar in de 21ste eeuw is die tijd definitief voorbij en is dat restzoet een aspect van de problemen van Duitsland: de wijnwet van 1971 stelde dat alle wijnen zoet zijn tenzij het tegendeel op het etiket staat. Alle andere landen gaan van het omgekeerde uit: een wijn is droog tenzij er 'zoet' op staat. Met als gevolg dat in een tijd waarin de consument overwegend om droge wijnen vraagt, hij in Duitsland heel lang niet wist waar hij aan toe was. En ondanks diverse pogingen 'het systeem' te versimpelen, geldt dat eigenlijk nog. Hoewel het merendeel van de producenten definitief het roer heeft omgegooid en droge wijnen maakt, blijven de etiketten een onontwarbare kluwen van aanduidingen als Classic, Spätlese trocken, Qualiteitswein met en zonder Prädikat, Erste Lage, Grosse Gewächs, VDP etc.....

Duitse wijnen zijn bovendien nooit goedkoop: veel van de beste wijngaarden (maar niet alle...) zijn gelegen op steile hellingen, de zogenaamde Steillage. Het bewerken van zo'n Steillage kost aanzienlijk meer manuren dan het bewerken van een vlakke wijngaard. De prijs van een fles uit de Moezel, de Rheingau, de Ahr of welk Duits wijngebied met steile hellingen dan ook, kan nooit laag zijn. En dat blijft in Nederland voor de gemiddelde consument een beperkende factor, helaas.

Uiteraard kregen we ook weer een aantal wijnen te proeven. Veertien stuks, waarvan negen wit, drie rood en twee edelzoet. Het boeiendst was het om de grote verscheidenheid in Rieslings te ontdekken: riesling is een druif die bij uitstek het terroir weerspiegelt, en dat was goed te proeven deze middag.
Zelf was ik het meest onder de indruk van een 'simpele' Classic: 2006 Riesling Classic uit de Rheingau, van Domdechant Werner'sches Weingut. Niet eerder proefde ik een echt goede Classic; bij deze noteerde ik 'sinaasappel, grapefruit, rijk, zonnig, vol, sterk mineraal in de afdronk' en diverse uitroeptekens. Het concept 'Classic' is ontwikkeld door het Deutsche Weininstitut; sinds 2000 mag het op het etiket staan. De wijn moet dan gemaakt zijn van één druivenras; dat druivenras moet op het etiket staan, samen met een jaartal. Het alcoholpercentage moet minimaal 12% bedragen (11,5% in de Moezel) en het restsuikergehalte mag niet meer zijn dan het dubbele van het totale zuurgehalte, met een maximum van 15 g/l. Effectief zijn Classic wijnen altijd droog!

Daarnaast beviel me van de rode wijnen de 2004 Malterdinger Bienenberg Spätburgunder van Weingut Bernhard Huber in Baden het best. Een prachtige, ontwikkelde, volle, ronde pinot noir met veel rood fruit, beter dan mening bourgogne maar uiteindelijk niet te vergelijken daarmee.
En gelukkig was er ook een toetje, zoals het bij een proeverij met mooie Duitse wijnen past. De 2003 Muskateller Beerenauslese van Weingut Ökonomierat Rebholz in de Pfalz was pittig en fris, heel mooi zoet, jong en primair en had een bittertje van de botrytis. Een heerlijke wijn en een waardige afsluiting van een 'gedegen' rondje Duitsland.

zaterdag, maart 08, 2008

Boekrecensie: Gek op wijn

Er zijn van die boeken waar je eigenlijk al een vooroordeel tegen hebt. Maar die dan toch veel leuker uitvallen dan je gedacht had! Zo'n boek is Gek op wijn, van Astrid Joosten & Thérèse Boer. Een gids voor beginners en genieters, aldus de ondertitel.

Mijn vooroordeel was gebaseerd op het feit dat dit een boek van twee celebrity-types over heel veel celebrities is. Twee dames die regelmatig 'in de bladen' verschijnen interviewen 'interessante mannen' over wijn. Tja, wat moet daar nu voor goeds van komen, dacht ik? Lang niet iedere Nederlandse vrouw vindt Paul de Leeuw, Gerrit Zalm of John de Mol een interessante man.
Maar toch is het goed gekomen. Dankzij de interviews met Barry Hay, Mr. Pieter van Vollenhoven, Paul de Leeuw, Jeroen en Martijn Krabbé én Gerrit Zalm is dit een heel erg leuk boek. Zowel de beginnende wijnliefhebber als de wijngenieter heeft er iets te ontdekken.

Ooit geweten dat Martijn Krabbé zo goed kon koken en samen met pa Krabbé een onderlegde wijnliefhebber is? Martijn's wijnbeschrijvingen mogen er zijn, ook voor de liefhebber: zo werd ik erg getroffen door zijn omschrijving van een Sauvignon Blanc van Ben Pon, Bernardus 2004. Ik citeer Martijn: 'Dit is echt nieuw voor me. [...] Bernardus is een vrouw die al achterover ligt, zo eentje met te veel juwelen om.' Een prachtige omschrijving voor de volle, weelderige Californische wijn van Ben Pon.

Getroffen was ik ook door de eerlijkheid van Paul de Leeuw: een roséliefhebber uit volle overtuiging, zonder enige pretenties. Helemaal ondersteboven was Paul van een Hongaarse rosé, Huba Szerelemley 2004 van pinot noir, uit Badacsony, door Jonnie en Thérèse Boer zelf geïmporteerd. Ik zou er accuut voor naar Zwolle reizen...... Leuk te lezen wat Paul (en ook de andere mannen) vroeger thuis bij moeder aten. Wat is er sinds de jaren vijftig, zestig en zeventig toch veel veranderd!

Het meest genoten heb ik van het interview met Barry Hay. Natuurlijk ken ik de Golden Earring, maar om nu te zeggen dat ik een fan ben..... Na dit interview zou je wel bijna fan worden, zeker vanwege de goede wijnsmaak van Barry. Pinot noirs zijn 'zijn ding'. Hij gaat uit zijn dak over een goede Nuits St. Georges (Jean Jacques Confuron 2003, Les Fleurières), maar kan ook een Zuid-Afrikaan of een Nieuw-Zeelander waarderen. Van een Duitse Spätburgunder is hij erg gecharmeerd: een echte badkamerwijn (fantastische vondst, ik zie het voor me.....); Oostenrijkse Saint Laurent is een ontdekking voor hem. Echt een man naar mijn hart, en wat een ruig leven. Leesvoer met rode oortjes.....

Mijn nieuwsgierigheid naar wat royalty drinkt, wordt in dit boek ook een beetje bevredigd. Mr. Pieter, de man van prinses Margriet, is een liefhebber van goede Chardonnay, al is hij geen kenner. Gaande het interview blijkt ook dat Pieter noch Margriet echt goed kunnen koken. Gelukkig staat hun een kok ter beschikking.

Gek op wijn laat je aan de hand van interviews met 11 bekende Nederlands mannen kennis maken met een aantal gangbare wijnen. Astrid en Thérèse nemen een interview af op een culinaire locatie, beschrijven de geproefde wijnen, geven tips en weetjes én plaatsen bij iedere wijnsoort een recept. Soms zijn die recepten tamelijk 'haute cuisine', een andere keer zou ik zo de keuken in duiken. Vooral het recept van de kreeftenpoffertjes bij Paul de Leeuw's rosés lijkt me verrukkelijk én makkelijk te maken. Gek op wijn is inderdaad een boek voor zowel beginner als genieter. Mijn recente treinreis naar Leeuwarden werd er uren korter door!

Astrid Joosten en Thérèse Boer, Gek op wijn. Gids voor beginners en genieters. Prometheus, isbn 9789044609262, 200 p., prijs € 18,95

donderdag, maart 06, 2008

Nieuwe Wijngids van Vinoblesse

Je hebt wijnhandels en wijnhandels. En je hebt importeurs en importeurs. Recent viel De Nieuwe Wijngids van Vinoblesse in de bus, een boekje van een wijnhandel/importeur waarvan het water je onmiddellijk in de mond loopt. Heerlijke verhalen over allerhande producenten, die nooit tot de middelmaat gerekend kunnen worden. Zelden ontving ik een assortimentslijst - dat is eigenlijk veel te zwak uitgedrukt - waar ik met zo veel plezier een uurtje of wat mee zoet was. Maakten meer wijnhandels maar zo'n informatief boekwerkje!

Eigenaren van Vinoblesse zijn Marc Collard en Tjitske Brouwer. Beiden zijn altijd op zoek naar authentieke, natuurlijke wijnen. Hun filosofie: Goede wijn is meer dan limonade met een pietsje alcohol. Het is het gebotteld verhaal van druiven en hun geboortegrond. Dat van de wijnboer die ze van de koude in december tot en met de hitte van augustus heeft verzorgd. En hopend op de welwillendheid van de weergoden in september of oktober is gaan plukken. In het besef dat hij elk jaar maar één kans krijgt om van zijn druiven wijn te maken.

Tot de klantenkring van Vinoblesse behoren, naast particuliere wijnliefhebbers, ook bedrijven en instellingen zoals bijvoorbeeld de ING-bank, ABN/AMRO, andere importeurs, een select groepje wijnspeciaalzaken en sterrenrestaurants. Zelf spreken ze van een ‘gesloten huis’, een soort postorderbedrijf voor wijnen. Tweemaal per jaar versturen ze een 32 pagina’s dikke wijngids met een honderdtal kleinschalige en zo natuurlijk mogelijk geproduceerde wijnen ter intekening.

In het nieuwste nummer van De Nieuwe Wijngids, dat ook op de website te downloaden is, tref je bovendien een samenvatting aan van de scriptie die Tjitske Brouwer schreef voor haar opleiding tot Magister Vini. Ze behaalde het examen afgelopen winter. Dat brengt het aantal Magisters in Nederland nu op drie! Tjitske schreef een scriptie getiteld 'Biologische wijn bestaat'. De volledige scriptie is eveneens via de website van Vinoblesse te downloaden.

En wil je kennismaken met de wijnen van de firma: op 16 maart a.s. wordt een assortimentsproeverij in Baarn georganiseerd. Kijk op de site voor meer informatie.

dinsdag, maart 04, 2008

Flessenjasjes

We zijn er al een poosje naar op zoek: de fraaie jasjes met een rits voor wijnflessen die ze ook op de Wijnacademie gebruiken. Je kunt er zo prima een blindproeverij mee organiseren... Gisteren trof ik in mijn mailbox een persbericht van Screwpull; deze hebbedingetjes komen aardig in de richting. Het is een soort kruising tussen een koelmanchet en de door ons gewenste jasjes, maar kunnen waarschijnlijk heel goed dienen bij blindproeverijen. Hieronder bij uitzondering het integrale persbericht.

Keep it cool met Screwpull!
…in kleurige zakken

De zomer van 2008 belooft veel zon en dat betekent lekker naar buiten met koele drankjes. Screwpull heeft praktische ‘zakken’ ontwikkeld om wijnflessen koel te houden onderweg of thuis. Deze universele wijnflessenkoelers komen nu in vrolijke zomerkleuren. Natuurlijk kan men zo ook uw waterfles, frisdrank of blikje koel houden.

Het eerste dat opvalt aan de universele wijnflessenkoeler is het hoogwaardige materiaal waar ze van zijn vervaardigd. Het ijzersterke polyester textiel is flexibel en heeft een isolerende werking. De elastische zijkanten zorgen voor een perfecte pasvorm voor alle vormen 75 cl flessen, ook mousserende wijnflessen. Van binnen zorgt de gel voor een snelle en optimale koeling. Na 15 minuten in de vriezer is de koeler al bruikbaar om de wijn enkele uren op temperatuur te houden, zelfs in de zon. Het uiterlijk is kwalitatief en stijlvol uitgevoerd in lentegroen, zonnig oranje, wijnrood en zwart.

Winkelverkoopprijs €14,90. Screwpull producten zijn te koop bij de betere wijnhandelaar, kook- en huishoudwinkels, cadeauwinkels en warenhuizen. Voor meer inlichtingen en/of verkoopadressen kunt u terecht op onze website www.screwpull.nl

maandag, maart 03, 2008

Proefsessies Italië

Om Italië als wijnland goed te leren kennen, zit er maar één ding op: veel proeven. Ik heb het geluk dat ik twee Italië-specialisten in mijn proefgroepje heb: Arjan is als liefhebber goed thuis in onder andere Barolo's en Barbaresco's, Larissa richt zich vakmatig samen met haar werkgever op diverse bijzondere wijnen uit heel Italië. Beiden verzorgden een prachtige sessie met Italiaanse wijnen de afgelopen weken, en van beide sessies heb ik veel geleerd. Terwijl in de sessie van Arjan de 'grote' en bekende wijnen van Italië centraal stonden, had Larissa zich uitgeleefd in allerhande onbekende druivenrassen. De proeverijen belichtten daarmee vanuit verschillende leerzame hoeken het wijnland Italië, dat ik langzaam beter begin te leren kennen.

De proefsessie bij Arjan was vooral leerzaam door de prachtige wijnen, maar ook door het bovenhalen van Italiaanse wijnervaringen die ik in het verleden heb gehad, maar die om de een of andere reden was vergeten.
We begonnen met een 2003 Moscato d'Asti, Luigi IV, een wijn die ik wel eens een enkele keer heb gedronken zonder enthousiast te worden. Deze fles was echter zeker de moeite waard en opvallend fris, ondanks zijn leeftijd. Ik zal zeker in de toekomst nog eens een Moscato d'Asti kopen.
Van de tweede wijn geef ik mijn notities; eens kijken of je eruit haalt wat het uiteindelijk bleek te zijn. 'Helderrood, bubbels, zoete geur, rood fruit, cerise, kruidig, lichte tannines, heftige speldenprikjes in de mond, laag alcohol, cassisachtig, mooie zuren, zoet.'
Gaat je al een licht op? Helemaal aan het eind van het proeven schoot me een wijnervaring uit mijn middelbare schooltijd in gedachten: het was slechts een geur, een indruk, maar ik dacht ineens: Lambrusco? Waarschijnlijk heb ik sinds die tijd (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig) nooit meer een Lambrusco gedronken, maar inderdaad, dit was er eentje. En helemaal geen slechte: IGT Lambrusco dell'Emilia van Poggio Reale, van de uitgestrekte wijngaarden op de Povlakte.

De echte pret begon hierna pas: grote en bekende wijnen als Valpolicella, Barbera d'Alba, Chianti, Vino Nobile di Montepulciano en Brunello di Montalcino passeerden de revue. Allen had ik wel eens gedronken, maar nooit zo naast elkaar. Bovendien kende ik alleen de versies van 15-20 jaar geleden: in mijn herinnering donkere en zware wijnen, waarschijnlijk versneden met allerhande wijn die er anno 2008 niet meer in thuis hoort.
De drie laatste wijnen zijn allemaal gemaakt van de sangiovese-druif en het was fantastisch samen de overeenkomsten en verschillen te ontdekken. Bij de Brunello (locale naam voor sangiovese) deden we ook een experiment met de zogenaamde vinoglobe, een glazen opzetstukje op de hals van de fles dat moet zorgen voor extra zuurstof om de wijn prettiger drinkbaar te maken. Het werkte verbluffend goed!

Larissa's proeverij vond plaats op een vrijdagavond: absoluut ongeschikt voor serieus proeven. Het was een heel gezellige avond met fantastische wijnen, begrijp me niet verkeerd. Maar concentratie en proefvermogen ontbreken aan het eind van de werkweek echt volkomen. Het was wel een heel leerzame ervaring, overigens!
De eerste wijn was gelijk al een unicum: 2006 Aceste Bianco van Terra Elima op Sicilië, gemaakt van cataratto en insolia druiven. Fred Nijhuis had ons verteld over de druif die het meest in Italië staat aangeplant maar die niemand kent en die ook in ons lesboek ontbreekt: cataratto. En nu proefden we hem. Eerlijk gezegd vond ik hem niet heel prettig; hij deed me aan een mindere pinot blanc denken. Maar we hebben deze bijzondere wijn toch maar mooi geproefd.

Wel verrukkelijk vond ik twee wijnen van Sardinië: Tyrsos, gemaakt van vermentino, en Karmis, van vernaccia. Beide wijnen komen van de firma Contini, gelegen tussen de zee en het meer van Cabras. Deze ligging zorgt voor wijnen die heel fris en fruitig zijn.

Nadat hij diverse keren genoemd stond bij het proeven tijdens de ochtendsessies, was hij dan eindelijk aanwezig: een rode wijn van de druivensoort cannonau, wat ze in Frankrijk grenache noemen (Tonaghe, ook van Contini op Sardinië). Paul wist me bij te brengen dat de typische geur van deze wijn 'minty' genoemd wordt, en dat je dan moet denken aan after eight... Ik zal het waarschijnlijk niet snel meer vergeten.
Verder proefden we wijnen van verdicchio, greco di tuffo, nero d'avola, primitivo, sangiovese, barbera, nebbiolo, om uiteindelijk af te sluiten met een overheerlijke 2004 Albana di Romagna van Monticino Rosso, een zoete wijn van ingedroogde druiven van de eerste witte DOCG van Italië. Exactly my cup of tea!
Italië hebben we voor deze cursus achter de rug, maar ik vrees dat er nog een leven lang nodig zal zijn om de wijnen ervan beter te leren kennen. Ze zijn het waard (om met een bekende dagcrème-reclame te spreken.....)!

zondag, maart 02, 2008

Morgenwijnen

Een rustige, zonnige zondagochtend in Leeuwarden. Na een korte wandeling door de oude stad aankomen bij de Prinsentuin en in het restaurant een glas morgenwijn bestellen: zo zou een ochtend in de Friese hoofdstad rond 1900 eruit hebben kunnen zien.
Vanmorgen maakten we een dergelijke wandeling; in de Prinsentuin heet het restaurant inmiddels de Koperen Tuin (naar Vestdijks roman) en drink je er 's ochtends koffie, thee of chocolademelk. In een vitrine lagen voorbeelden van oude menukaarten, en op die menukaart kwam een rijtje 'morgenwijnen' voor: Malaga, Madera, Port en 'Bergerac met citri'. Al voor 20 cent had je een glaasje morgenwijn op één van Leeuwardens fraaiste plekjes: in tuinen die door de eeuwen heen nauw verbonden zijn geweest met de Friese Oranjes.

Uiteraard was ik gefascineerd door de term: wie drinkt er tegenwoordig in de morgen nu een glas port, madera of zoete wijn? Maar toen we even nadachten en thuis nog wat dingen opzochten, konden Nico en ik een aardig stukje drankengeschiedenis reconstrueren. Het begon met de realisatie dat 'Bergerac met citri' moest slaan op de zoete wijnen die uit die streek komen. Wij kennen nu vooral Montbazillac en Saussignac, maar J.P. Keuls zegt over de Bergerac in zijn Het boek van den wijn uit de tweede helft van de jaren dertig: '[..] in de Dordogne heeft de welbekende witte Bergerac een zekere reputatie wegens zoetgehalte en aroma. Deze wijn heeft weliswaar niet de finesse van de Sauterneswijnen, maar is toch onder de zoete wijnen zeer gezocht'.
Alleen het idee om in zo'n wijn een schijfje citroen (tenminste, zo vatten we citri op....) te doen, is toch wat apart. Hoewel, witte port met citroen wordt ook geschonken.

In een ander historisch wijnboekje, Wijn van J.D. Rahusen uit 1957, vond ik over 'Bual Madeira' de uitspraak: 'de klassieke morgen-drank van onze voorouders'. En tenslotte leverde Google een verwijzing naar de roman Fernand van Melati van Java uit 1874 met de term 'morgenwijn'. 'Nadat Fernand den eersten keer gekomen was om beide zusters af te halen en de boodschap ontvangen had, dat ze uit waren, ging hij even naar huis om zijn mama te zeggen, dat zij niet onmiddellijk haar gasten behoefde af te wachten. Tot zijn teleurstelling zag hij niemand in het salon en in de huiskamer dan Emilie die de morgenwijnen op tafel arrangeerde'.

Wat ik me nu afvraag, is wanneer de omslag is opgetreden en waarom? Wijnen als madera, port en Montbazillac associëren wij bijna uitsluitend nog met het dessert, na het avondeten. Het Standaard Wijnboek uit 1972 bijvoorbeeld, van Hugh Johnson en Arne Krüger, rept met geen woord over de oudere traditie om dergelijke wijnen 's morgens te drinken. Ik vermoed dat de Tweede Wereldoorlog een grote breuk in deze traditie is geweest. Bovendien hangt het waarschijnlijk ook samen met het verdwijnen van een manier van leven door de gegoede klassen.
En toch tref je de traditie hier en daar nog aan: zo is van grand old man van de Engelse wijnwereld Michael Broadbent bekend dat hij graag 's morgens een sherry drinkt. En ontving onze eigen Prins Bernhard zijn gasten in de ochtend niet ook met champagne, bier en nootjes?

zaterdag, maart 01, 2008

Les 11 – De warmte en de frisheid van Italiaanse wijnen

Samen met Frankrijk heeft Italië de eer de grootste wijnproducent van Europa te zijn. Het ene jaar staat Frankrijk op nummer 1, het andere jaar Italië. Toch blijft het land voor veel Nederlanders, gewone consumenten zowel als wijnliefhebbers, lastig te doorgronden en onbekend.
Ontzettend blij was ik dan ook met de fantastische les Italië die we op 18 februari kregen van Fred Nijhuis, wijnschrijver voor onder andere Proefschrift en The Wine & Food Association. Op verbluffende heldere wijze wist Fred in slechts vier uur en aan de hand van 12 wijnen een fraaie indruk van het land te geven. Centraal in de les stonden de vragen: Wat betekent Italië nu op wijngebied? Wat maakt een wijn typisch Italiaans? Op beide vragen kregen we een gedegen antwoord, vooral vanwege het feit dat Fred de 12 wijnen als leidraad van zijn verhaal nam én geen tijd verknoeide met het luisteren naar onze aarzelende en knullige beoordelingen van de wijn.

Over het algemeen voegt het bespreken van de proefnotities uit de middagsessie weinig toe aan ons begrip van een land; wat mijn buurvrouw in een wijn meent te herkennen, wordt vaak niet herkend door iemand twee rijen verderop. Als er door de docent vervolgens geen eindoordeel over de wijn wordt gegeven, blijf je als cursist met een onbevredigend gevoel achter. Had ik nu wel of geen banaan/kers/citrus moeten ruiken?
De besprekingen van Fred Nijhuis waren anders: hij vertelde ons wat je in die wijn zou kunnen, soms moeten, herkennen, en waarom. Druivenrassen, vinificatietechnieken, aroma’s, jaargangen: hij wist op heldere wijze telkens uit te leggen waarom een wijn rook en smaakte zoals hij rook en smaakte. Als wij daar wat aan toe wilden voegen of vanaf wilden dingen, waren we van harte welkom, maar Fred’s impressies vormden het kader. En dat was een verademing, moet ik zeggen. Velen vonden dit gelukkig met mij!

Italiaanse wijnen kun je prima in een paar woorden samenvatten, aldus Nijhuis. Italiaanse wijnen worden gekenmerkt door warmte en rijkdom, gebalanceerd door verrassende finesse en frisheid. De frisheid heeft vaak te maken met de ligging van de wijngaarden: onder invloed van de zee, wat hoger op de heuvels, of echt in de bergen. Van de 2004 Fiano di Avellino van Pietracupa tot de 2003 Sagrantino di Montefalcone van Tabarrini wist Fred ons die frisheid te tonen. Heerlijk! Voeg daar nog eens aan toe dat Italië ‘een feest is van onbekende(re) druiven en eigenwijze wijnmakers’ en je snapt dat Italië er in mij weer een fan bij heeft.

De een na de andere wijn is deze middag enerzijds een feest, anderzijds een minicollege over het betreffende wijngebied of de betreffende druif. En bij de een na de andere wijn noteerde ik: fris. Zo staat me de 2005 Trebbiano d’Abruzzo Marina Svetic van Masciarelli nog levendig bij, een volle, complexe wijn met uiteraard het karakteristieke Italiaanse bittertje in de afdronk. En dat terwijl de trebbiano als ugni blanc in Frankrijk een minder goede naam heeft. Op onze vraag hoe dit bittertje eigenlijk te verklaren is, antwoordde Nijhuis dat de wijnen in Italië afgestemd zijn op het eten. Het bitter in de wijn heb je nodig om tegen het smaakpalet van de Italiaanse keuken op te kunnen. Denk aan rucola, pesto, kaas, kruiden etc… Volgens Nijhuis is het geen toeval dat nebbiolo in de buurt van truffels groeit…..

Door de les heen werden diverse krachtige uitspraken gedaan door Nijhuis: wij vinologen krijgen veel te veel wijn van slechte kwaliteit te proeven bijvoorbeeld, of 'het jaar 2000 was een Amerikaans jaar: groot en dom'. Daarnaast kregen we nuttige tips waar we veel aan hebben: bijvoorbeeld dat als tannines storend plakken in je mond, je te maken hebt met onrijp fruit óf teveel hout. Tannines moeten ‘schoon’ zijn.
Samen met de twee proefsessies bij Larissa en Arjan heeft deze les voor mij het wijnland Italië een stuk dichterbij gebracht. Over die proefbijeenkomsten binnenkort meer.