woensdag, mei 28, 2008

Proeverijverslag Grandi Vini

Hoeveel wijnen kun je eigenlijk nog écht proeven op een proeverij? Die vraag hebben we ons serieus gesteld dit weekend. Zondag bezochten we in Linschoten een fraaie overzichtsproeverij van Grandi Vini-Casa del Sole, met 80 voornamelijk Italiaanse wijnen en distillaten, plus nog eens een tafel met tien wijnen en zes grappa's van Ingmar, een bevriende wijnhandelaar/intermediair. Grandi Vini is voortgekomen uit de wijnkaart van Restaurant De Burgemeester en eigendom van Bernard Tesink. Samen met Larissa Vendrig besloot Bernard zo'n jaar geleden zijn klanten de mogelijkheid te bieden de wijnen die ze in het restaurant dronken, ook voor thuis aan te schaffen.

We hebben zondag mooie wijnen en heerlijke grappa's geproefd. Maar aan ruim tweederde van de uitgestalde flessen zijn we niet toegekomen. Na een kort rondje mousserende wijnen - onder andere een indrukwekkende La Scolca 1996 - besloten we op zoek te gaan naar wat fris wit. We troffen een mooie Greco di Tufo van Mastroberardino uit Campania, een heerlijke Grechetto Colli Martani van Plani Arche in Umbrië en een werkelijk verrukkelijke Viognier uit Sicilië, Le Chiare van Maurigi. Daarnaast waren er diverse spannende wijnen uit Noord-Italië, onder andere een Pinot Grigio van Visintini uit Friuli en een paar knisperende Sauvignon Blancs van bijvoorbeeld Terlano in Alto Adige en Jermann in Friuli.

Maar toen moesten we nog aan het rood beginnen. En eerlijk gezegd was dat niet meer weggelegd voor onze smaakpapillen. Ik heb nog wat rode wijnen uitgezocht van druivenrassen die ik anders nooit proef, zoals een Teroldego van Foradori in Trentino. Tot slot liet ik me verleiden tot een Bolgheri Riserva van Guada Al Melo, echt een vondst en bovendien een koopje voor € 15,70. Maar toen ben ik gestopt, en heb alle Barolo's, Langhe's, Nebbiolo's, Valpolicella's etc... maar gelaten voor wat ze waren. Het was gewoon te veel!

Een proeverij van zo'n honderd wijnen in een kleine ruimte met laag plafond en met veel gasten is helaas verre van ideaal. Natuurlijk hóef je niet alles te proeven, maar toch.... Daar kwam nog bij dat de wijnen naar onze smaak allemaal een wat 'serieuze' signatuur hadden. Het waren vooral wijnen om bij te dineren, en veel minder vriendelijke en vrolijke terraswijnen, of wijnen voor bij de pasta op dinsdagavond. Logisch voor een wijnhandel gebaseerd op de wijnen van de restaurantkaart, maar lastiger voor de bezoeker van een proeverij. Ondanks dat de organisatie er alles aan had gedaan om de wijnen tot hun recht te laten komen - er gingen heerlijke hapjes in ruime hoeveelheden rond - zou ik een deel van deze wijnen graag nog eens in een rustiger en minder volle omgeving proeven. Met slechts een stuk of twintig tegelijk, dat zou voor mij meer dan genoeg zijn!

In de enquête hiernaast stel ik opnieuw een brandende vraag: hoeveel wijnen vinden jullie eigenlijk genoeg bij een proeverij? Wanneer is het voor jou genoeg? Mocht je er commentaar bij willen leveren, kan dat natuurlijk onder aan dit verslag!

zondag, mei 25, 2008

Lessen 15 en 16 - de Nieuwe Wereld

De opleiding loopt op zijn einde. Dat is duidelijk te merken aan het aantal cursisten dat de lessen bezoekt. Bij de afgelopen twee lessen over de Nieuwe Wereld was de aanwezigheid tamelijk geslonken. Ook speelt mee dat een aantal mensen het proefexamen al hebben gehaald. Zij denken waarschijnlijk dat zij de theorie nu wel uit het boek kunnen leren. Jammer eigenlijk, want zo vaak krijg je niet de kans goede wijn uit de Nieuwe Wereld te proeven. Hoewel, daar verschillen de meningen ook over….. Maar daarover zo meteen meer.

De 'Nieuwe Wereld' werd behandeld in slechts twee middagen: een middag gewijd aan Zuid-Amerika en Afrika, gegeven door Frank Donker van Groupe LFE, onderdeel van Castel, en een middag over Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, door André Sauerbier, oprichter van het Wijninstituut en actief als organisator van wijnevenementen. Om heel diep in te gaan op wat nou precies Oude en Nieuwe Wereld is, ontbrak in die twee lessen de tijd. Om een lang verhaal kort te maken: met de Nieuwe Wereld-wijnlanden worden gewoon alle landen buiten Europa bedoeld, klaar. Voor die landen zijn zeer veel overeenkomsten aan te geven, maar ook verschillen. Hun belangrijkste overeenkomst ligt waarschijnlijk juist in de verschillen met Europa. Denk aan soepeler wijnwetgeving, de probleemloze toepassing van nieuwe technieken, het centraal stellen van de consument, de etikettering met druivenras, het promoten van merkwijnen en de grootschaligheid van de wijnindustrie. Daarnaast heeft ieder wijnland buiten Europa ook eigen karakteristieken: aan Chili is de phylloxera bijvoorbeeld geheel voorbij gegaan. In geen land ter wereld vind je zoveel ongeënte stokken, soms van aanzienlijke leeftijd. En Nieuw-Zeeland heeft van Nieuwe Wereld-landen het meest een 'cool climate', een klimaat vergelijkbaar met het noordwesten van Europa (Frankrijk, Duitsland).

De Nieuwe Wereld kijkt overigens ook weer naar de Oude Wereld: dat blijkt bijvoorbeeld uit de groeiende aandacht voor ‘terroir’, voor het geheel van bodem, microklimaat en vaak ook tradities dat bepaalt of een druivenras het wel of niet goed doet op een speciale plek. In Australië zijn ze al langer bezig voor bepaalde druivenrassen uit te zoeken waar die nu het beste groeien. In de meeste andere Nieuwe Wereld-landen zie je die beweging nu ook: in Californië, Chili, Zuid-Afrika. Dit soort ontwikkelingen zorgt ervoor dat er uit de Nieuwe Wereld steeds meer wijnen komen die complexer zijn en van hoge kwaliteit.

Toch blijven de Nieuwe Wereld-wijnen voor mij één belangrijk kenmerk houden. Dat viel me vooral op bij de Australische en Californische wijnen die André Sauerbier presenteerde: ze hebben zoveel smaak! Het zijn 'in your face'-wijnen, wijnen die je glas uitknallen met aroma's, fruitigheid en concentratie. Vooral de Zinfandels en Chardonnay's kwamen zo op mij over, maar de Australische Rieslings en de diverse 'cool climate' Pinot Noirs hadden deze eigenschap ook. Niet altijd even prettig, moet ik zeggen. Geef mij toch maar een subtiele Duitse Riesling in plaats van eentje uit Clare Valley, of een mooie rode Sancerre in plaats van een Oregon Pinot Noir.
Zelf heb ik het meest genoten van de Chileense wijnen, uit de les van Frank Donker. Zowel de Sauvignon Gris als de Carmenère Gran Reserva van Casa Silva uit de Colchagua Vallei vond ik prachtige, zuivere, spannende wijnen. Beide worden geschonken aan boord van KLM Business Class. Overigens is Casa Silva wel het meest Europees werkende huis van Chili.

Docent Donker liet ons ook de andere kant, de bekende kant, van de Nieuwe Wereld proeven. Glas twee tijdens zijn les bevatte een rode Pampas del Sur, de wijn die een jaar of wat terug van de supermarktschappen gehaald moest worden omdat hij nog nagiste op de fles. Bij het tweede glas uit Zuid-Afrika hadden de meeste cursisten wel door wat we proefden: de ‘beruchte’ Kaapse Pracht van de Aldi. En ook de Hanepoot, een zoete wijn van muscat d'Alexandrie, speciaal voor LFE in Zuid-Afrika gemaakt voor de Nederlandse 'massamarkt', mocht op weinig bijval rekenen. Het feit dat wij deze, en nog een aantal andere supermarktwijnen proefden, viel niet bij iedereen in de smaak. Het argument om ons kennis te laten maken met die wijnen was, dat dit wél is wat de Nederlandse consument drinkt. Er valt wat voor te zeggen, maar toch opvallend is dat vooral de docenten die werken voor de grote multinationale wijnhandels ons deze 'wijntjes' voorzetten. De wijnschrijvers en -docenten (Chris Alblas en Fred Nijhuis bijvoorbeeld) gingen toch meer voor kwaliteit in de lessen....

Foto: Wijnschappen in een supermarkt in Mariposa, Californië, 2007

vrijdag, mei 23, 2008

Oesters en Entre-deux-Mers

‘Bordeaux’ staat bekend om zijn mooie wijnen. Maar je kunt er ook uitstekend eten! De stad en het omringende gebied hebben zelfs een aantal specialiteiten, zoals lamsvlees, asperges en oesters. Toen we tijdens onze Bordeaux-reis op de vrije avond langs een kleine oesterbar - Chez Joel D. - kwamen, wist ik meteen wat ik wilde gaan eten. Met zijn drieën zijn we neergeploft om die lange dag vol rode wijnen en eend eens rustig te overdenken en weg te spoelen met een schaal oesters en een fles wijn. Annelies bleek ook nog eens oesterspecialist – dochter van een kweker uit Yerseke. Zij zocht voor ons de beste oesters uit. We namen niet de oesters van Arcachon, uit de streek zelf, maar oesters uit Bretagne, van Quiberon. Ik ga hier niet in op de complexe wereld van de oesterteelt. Als je daarin geïnteresseerd bent, lees dan vooral Oesters van New York, het prachtige boek van Mark Kurlansky.

Wij genoten die avond gewoon van onze schaal ‘huitres de Quiberon’ en onze fles Entre-deux-Mers. Want een lokale wijn moest wel bij de oesters, vond ik. Chablis staat natuurlijk bekend als hét oesterwater bij uitstek, maar een simpele fles witte Bordeaux uit de streek Entre-deux-Mers mag er ook zijn. We kozen voor een fles Château Sainte-Marie, van Stéphane Dupuch, waarschijnlijk niet toevalligerwijs naamgenoot van oesterkweker en eigenaar van de keten van oesterbars Joel D(upuch). En het combineerde uitstekend!

De volgende dag kwamen we de wijnen van het Château Sainte-Marie alweer tegen. In het Maison des Vins de l’Entre-deux-Mers presenteerden acht wijnmakers hun voornamelijk witte wijnen. Het Maison des Vins is gevestigd in een gerestaureerd bijgebouw van de Abdij van Sauve-Majeure. Net als in veel andere gebieden waren het de monniken die in dit gebied in de 12e eeuw de wijnbouw startten.
Bij ons staat het gebied bekend als de bron van uiterst simpele, wat zoetige witte wijnen, niet te vergelijken met de grote witte wijnen van de overkant van de rivier, in de Graves. Maar zoals dat voor zoveel geldt: das war einmal….. Die zoete wijntjes stammen uit de jaren '40 tot '60. Sinds de jaren '70 hebben veel producenten in het gebied de omslag naar droge wijnen en moderne technieken gemaakt. Grote aanjager van die omslag was in de jaren '80 wijnmaker en oenoloog, tevens professor aan de Universiteit van Bordeaux, Denis Dubourdieu. Hij wordt wel beschouwd als de redder van de witte Bordeaux. Overigens is Dubourdieu adviseur bij het al genoemde Château Sainte-Marie. Dubourdieu experimenteerde met het inweken van de schillen in de most gedurende een half tot een heel etmaal, waardoor er veel meer aroma's aan de wijn worden afgegeven. Tevens voerde hij de vergisting onder temperatuurcontrole in, wat voor frissere zuren en eveneens aromatischere wijnen zorgt. Een derde vernieuwing was de rijping op de droesem, waardoor alweer meer smaak en kracht in de wijn komt en de wijn bovendien beter kan ouderen. Al deze technieken worden anno 2008 toegepast door de vignerons aangesloten bij het Maison des Vins in Sauve-Majeure.

We proefden zeker acht van deze 'nieuwe' wijnen, allemaal zeer fris en fruitig. De assemblage van witte Bordeaux bestaat traditioneel uit semillon, sauvignon blanc en muscadelle. Opvallend détail bij de selectie die we in het Maison des Vins proefden: in de assemblage van een aantal wijnen wordt sauvignon gris gebruikt, een druif die net als de muscadelle een muskaataroma geeft. Buiten Bordeaux en Chili komt de druif eigenlijk niet voor.

Mijn favorieten van die dag:
- Château Lalande de Taleyran: een lichte frisse wijn met in de geur wit steenfruit. Gevinifieerd bij 18°C en gerijpt op de 'lie'. Mooie eetwijn.
- Château Martinon: fris en zuiver, met aroma's van grapefruit. In de assemblage is 15% sauvignon gris gebruikt, naast 20% sauvignon blanc, 55% semillon en 10% muscadelle.
- Domaine de Ricaud: sappige, complexere wijn, met hoge zuren. Fraaie eetwijn.

Meer over de streekspecialiteiten van Bordeaux lees je in het fraaie boek Carnet des Saveurs en Bordeaux, van Alexandre Le Boulc'h en Franck Salein.
Mark Kurlansky's Oesters van New York heet in het Engels The Big Oyster.

maandag, mei 19, 2008

Meiwijn voor prinsesjes?

Toeval of niet? Anno, het digitale promotiebureau voor Nederlandse geschiedenis, besteedt de komende tijd aandacht aan historisch eten en drinken en de rolverdeling in de keuken. Wekelijks zal er een Oud-Hollands recept gepubliceerd worden op de site. En wat is het eerste recept dat vandaag behandeld wordt: meiwijn! Heel toepasselijk, maar jammer dat er niet meer achtergrond wordt gegeven. Gelukkig is er Wijnkronieken, of het Ministerie van Eten en Drinken! Ook de foto is wat minder toepasselijk gekozen. Zie ik daar nu twee van onze prinsesjes, in de jaren veertig? In ieder geval hebben de meisjes achter het fornuis geen fles wijn in de hand, eerder een fles melk.

Anno richt zich met evenementen en media op een breed publiek en het onderwijs. De organisatie heeft de opdracht om het historisch besef in Nederland te vergroten. Geschiedenis kan ons vertellen wie we zijn, en hoe dat zo gekomen is, aldus het colofon. Dit besef draagt bij aan de actieve betrokkenheid van alle deelnemers in de maatschappij....
Uiteraard steun ik dit initiatief van harte, maar de lezer wil misschien toch iets meer horen over die meiwijn, beste Anno-samenstellers!

zondag, mei 18, 2008

Maitrank Rosé

Volgende week is het zover: op 24 en 25 mei wordt in Arlon, in de Belgische Ardennen, weer het jaarlijkse Maitrank Festival gehouden. Maitrank, of meiwijn, is een drank die gemaakt wordt van witte wijn en het plantje lievevrouwebedstro (Asperula odorata). Meiwijn stamt al uit de Middeleeuwen en werd waarschijnlijk vooral gedronken op de avond van 30 april. Men geloofde in vroeger eeuwen dat de meidrank het lichaam nieuwe kracht zou geven. Mei was voor velen het begin van een nieuw jaar: in mei (evenals in november, met Sint Maarten) werden huren van huizen en landerijen betaald. Dienstbodes en knechten werden vaak per 1 mei in dienst genomen.

Nog tot in de vorige eeuw werd meiwijn in ons land commercieel aangeboden. In een advertentie in het Weekblad voor Handel en Gedistilleerd van begin twintigste eeuw trof ik het volgende verzoek: de Rijnlandsche Vruchtensapfabriek te Alphen a/d Rijn vroeg bemonsterde offertes van verschillende gedroogde meiwijnkruiden. En de Zeeuwsche Vruchtenwijnfabriek L.M. van den Ende te Zierikzee adverteerde in 1912 voor Bessen-, Mei-, Kersen- en Frambozenwijn; het werd voor een zeer billijke prijs geleverd per oxhoofd, klein fust en op fles! Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt meiwijn bij ons van het toneel, maar blijft in Duitsland en België voortbestaan. Vooral Arlon staat bekend om zijn meiwijn en ook in Luxemburg kun je in veel cafés in de lente meiwijn krijgen (aldus het Ministerie van Eten en Drinken).

Zelf heb ik wel eens meiwijn gemaakt, maar uiteraard was ik ook heel benieuwd naar de commerciële variant. Dankzij datzelfde Ministerie van Eten en Drinken, experts op het gebied van deze drank, kreeg ik onlangs een bijzondere fles thuisbezorgd: een Maitrank Rosé van Ridremont. Stevig gekoeld heb ik de afgelopen dagen regelmatig een glaasje gedronken, en het moet gezegd: de wijn valt me 100% mee. De geur en smaak komen vrij goed overeen met de zelfgemaakte meiwijn. Je ruikt duidelijk de wat bloesemige geur van het lievevrouwebedstro en proeft een friszoete wijn met een lichte hint van citrus. De kleur neigt naar een vin gris: licht oranjeroze met een grijze tint erin.
Aan de wijn is fructose, lievevrouwebedstro (Asperula odorata) en nog wat conserveringsmiddel toegevoegd. Maar ondanks de fructose is de wijn niet over-zoet.
Over het gebruikte druivenras durf ik nauwelijks een uitspraak te doen. Veel keus in rode druiven is er niet in de Belgische Ardennen. Op de site van Ridremont wordt je ook niet wijzer. Tips van mijn Belgische lezers zijn welkom! De site van Arel, eigenaren van Ridremont, is overigens de moeite waard om nog wat recepten en een stukje geschiedenis na te lezen! Recent is het bedrijf overgenomen en is de fabriek verhuisd naar Libramont, maar gelukkig gaat de productie door. Dus een tip voor vakantiegangers in de Ardennen die graag de lokale gastronomie uitproberen: een glas Maitrank Rosé op een warme lentedag is een uitstekende dorstlesser!

donderdag, mei 15, 2008

Het gaat wel eens mis….

Een feestelijk geluid, die plop van een fles mousserende wijn als de kurk eraf gedraaid wordt. Maar die plop betekent dat er flink wat druk achter die kurk en dus in de fles zat. Met die druk in de flessen mousserende wijn gaat het niet altijd goed, zoals te zien op deze foto in de kelders van Langlois-Chateau in Saint Hilaire Saint Florent, langs de Loire.

Deze fles was bezig aan zijn periode 'sur lattes', op de latjes. Dat betekent dat de niet-mousserende basiswijn, aangevuld met de liqueur de tirage, om een tweede gisting op fles te laten plaats vinden, zo’n 24 maanden horizontaal blijft liggen, sur lie, op zijn droesem. Wettelijk verplicht voor een crémant is in Frankrijk 12 maanden, maar bij Langlois-Chateau gaan ze voor heel fijne mousse en subtiliteit van aroma’s en daarom kwaliteit. Na die 24 maanden worden de flessen gekanteld naar een verticale positie. Vroeger gebeurde dat in de pupitres, houten rekken, tegenwoordig veelal in zogenaamde gyropallettes, die de flessen volautomatisch steeds een stukje rechter op zijn kop zetten. Als uiteindelijk alle lie – gistresten en vaste bestanddelen – verzameld is onder de kurk, volgt het dégorgement, het verwijderen van de prop. De flessen worden door middel van een stikstofbad sterk gekoeld, de prop bevriest en kan vervolgens vrij makkelijk verwijderd worden. De flessen worden – als de stijl van de wijn dat vraagt – bijgevuld met een mengsel van wijn en rietsuiker, de zogenaamde liqueur d'expédition. Daarna wordt de bekende champignonvormige kurk en het metalen korfje, de muselet, aangebracht. Na etikettering is de fles vervolgens helemaal klaar om af te reizen naar de klant.

Deze ene fles moet bovenstaand traject helaas missen. Gelukkig was de ontploffing niet zo groot dat ook de andere flessen ‘aangestoken’ zijn. Waarschijnlijk was er in het glas van de fles een kleine onvolkomenheid, waardoor de druk niet goed opgevangen kon worden.

woensdag, mei 14, 2008

Oude en nieuwe wijnhandel in Dordrecht

Als er één stad is in Nederland met een rijke wijngeschiedenis, is het Dordrecht wel. Gelegen op een samenvloeiing van waterwegen, aan de rand van Holland, was de plek waar later de stad Dordrecht zou ontstaan al in de vroege Middeleeuwen een belangrijke handelsplaats. In de twaalfde en dertiende eeuw groeide de stad daadwerkelijk uit tot een stapelplaats voor producten uit het Duitse Rijngebied, het Maasgebied en de gebieden langs de Oostzee. Het belangrijkste product was daarbij wijn: tot de 17e eeuw was wijn voor de stad de belangrijkste bron van inkomsten. In 1299 bepaalde graaf Jan I van Holland dat alle wijn die van over de Rijn vanuit Duitsland naar het westen kwam, in Dordrecht uitgeladen moest worden. Acht dagen lang moest de wijn daar ter verkoop worden aangeboden. Daarna mocht de wijn pas weer worden ingeladen en eventueel verder vervoerd worden naar andere bestemmingen, zoals de Vlaamse steden of Engeland. Dit zogenaamde stapelrecht heeft de stad bepaald geen windeieren gelegd. Er werden oorlogen om gevoerd, en steden langs de rivieren meer oostelijk hadden regelmatig last van de Dordtse drang om anderen hun wil op te leggen. Kaapvaart door die van Dordt was daarbij geen zeldzaamheid!

Van dat rijke wijnverleden is in Dordrecht helaas niet heel veel meer te zien. Maar als je weet waar je moet zoeken, levert een rondwandeling door het oude centrum gelukkig nog wel het één en ander op. En dus togen wij afgelopen zaterdagmiddag naar Dordt: Nico wilde panoramafoto's vanaf de Zwijndrechtse kant maken, ik wilde wat wijnverleden opsnuiven. Met de waterbus voeren we over, op zich al een leuk tochtje, ook voor de pubers. We kwamen langs diverse havens vol met prachtige pleziervaartuigen en omzoomd met fraai gerestaureerde pakhuizen. We stonden op de Kuipershaven, waar de vatenmakers ongetwijfeld hun ambacht hebben uitgeoefend. We liepen door de Wijnstraat, waar in de Middeleeuwen alle wijnkopers gevestigd waren. Nu waren slechts twee negentiende, misschien zelfs wel twintigste-eeuwse, wijnopschriften te vinden: Bordeaux en Pauillac. We zagen de Wijnhaven en vonden de Nieuwstraat, waar het huis de Berckepoort in de zestiende eeuw de woning was van wijnhandelaren Hubert Tack en Matthijs Berck.

Maar het leukst van allen: we vonden een sfeervolle, eenentwintigste-eeuwse wijnhandel in de Voorstraat, met uitzicht aan de achterkant op de middeleeuwse Wijnhaven. Passender kan een wijnhandel in Dordrecht niet gevestigd zijn, vonden we. Dank zij een Mededeling van Land en Tuinbouw waren we op de wijnwinkel Rood, wit en rosé gewezen. Aangezien een bezoekje prima in de wandelroute paste, besloten we langs te gaan. Rood, wit en rosé is de passie van Annegret Böttner en Fred de Vries. Zij importeren zelf hun wijnen. We troffen het: Fred vertelde ons dat hij net even een dagje de winkel had opengedaan, omdat ze druk bezig waren met nieuwe wijnimport. Over twee weken kan de bezoeker er dan ruim 50 wijnen van het glas proeven, in het gezellige proeflokaal met uitzicht op het water.
Een van de specialiteiten is Duitse wijn; uiteraard gingen er twee flesjes mee. En gezien mijn recente ervaring met Duitse rosé, waren dat een rosé en een Blanc de Noir. Proefnotities zullen volgen! En Rood, wit en rosé zullen we zeker nog eens bezoeken, zonder pubers, om te proeven en van de hapjes te genieten. Maar ook van Dordrecht, want de vele gezellige terrassen langs onder andere het Groothoofd en de diverse havens hebben ons aangenaam verrast.

Foto's: Wijnhaven en 'Berckepoortje'

maandag, mei 12, 2008

Win een Consumentenbond Wijngids 2008

Recent is hij weer verschenen: de Wijngids van de Consumentenbond. Na twee eerdere edities komt de testorganisatie met de Wijngids 2008. Voor de samenstelling van deze wijngids zijn 500 rode, witte en roséwijnen onder de acht euro getest. De 500 geteste wijnen zijn alle te koop bij supermarkten en slijterijketens. Daarbij zijn de wijnen niet alleen op smaak maar ook op chemische kwaliteit getest. De oordelen over de geteste wijnen staan in overzichtelijke schema's, gerangschikt op supermarkt en slijterijketen. Heel handig voor de consument is ook het bijgeleverde kleine boekje: in de tas mee te nemen naar de supermarkt, om daar bij het rek te kijken welke wèl en welke niet mee naar huis mogen....

De smaaktesten zijn dit jaar niet door consumenten, maar door een panel van vinologen en gevorderde amateur-proevers uitgevoerd. Uiteraard vonden de tests blind plaats, waarbij het testpanel vooraf geen informatie kreeg over de geteste wijnen, behalve over de druivenrassen.
De chemische testen vonden in het laboratorium plaats. De Consumentenbond stelt dat het voor de gezondheid van consumenten goed is om te weten welke chemische bestanddelen er in een wijn zitten. Ik zal dit zeker niet tegenspreken, maar eerlijk gezegd moet ik de eerste wijnliefhebber nog tegenkomen die met mij een gesprek aangaat over de chemische samenstelling van een wijn. Getest is onder meer de hoeveelheid suiker, de zuurgraad, de hoeveelheid vluchtige zuren en de conserveermiddelen sulfiet en sorbinezuur.

De Consumentenbond claimt ook dat de chemische informatie belangrijk is voor de houdbaarheid van de wijnen. Vergeet daarbij dan gelijk maar even houdbaarheidstermijnen van langer dan één jaar: bijna alle wijn die in supermarkten wordt verkocht is niet bedoeld om te bewaren! Het kan niet vaak genoeg gezegd worden, vind ik.

Naast de testresultaten bevat het boek ook praktische wetenswaardigheden: Hoe wordt wijn gemaakt? Hoe drink je wijn? En welke druivenrassen en grondsoorten spelen een belangrijke rol? Voor een beginnende wijndrinker is deze gids daarom zeker de moeite waard.

Bij de rode wijnen kwam Les Grandes Caves d’Albret als beste uit de test. Een Franse rode wijn met een mix van cabernet sauvignon en merlot; niet alleen de smaak (‘prettige, volle smaak, vriendelijke wijn met een zoetje’) maar ook de chemische samenstelling (‘chemisch correct’) overtuigde het proefpanel. Les Grandes Caves d’Albret is in Nederland via de slijterijen van de Bottelier verkrijgbaar voor € 4,89.

Onder de geteste witte wijn gaat het hoogste cijfer naar Penfolds Rawson’s Retreat Riesling. Deze Australische wijn scoort chemisch-technisch de hoogste ogen; het testpanel beschreef de wijn als ‘erg veel geur, erg weinig bitter, erg veel smaak, iets complex’. Penfolds Rawson’s Retreat wordt in Nederland door Albert Heijn voor € 6,99 verkocht.

Consumentenbond, Wijngids 2008. 500 rode, witte en roséwijnen getest op smaak én chemische kwaliteit, ISBN 978 905951 0982
Prijzen: €16,00 voor leden en €19,50 voor niet-leden

Wil je in het bezit komen van een Wijngids 2008 van de Consumentenbond? Geef dan antwoord op de volgende vraag:

Welk land in de wereld produceert de meeste wijn?

De eerste vijf goede inzendingen krijgen dan zo'n fraaie Wijngids toegestuurd. Stuur een mailtje met het antwoord, je naam en adresgegevens naar Wijnkronieken (zie rechtsboven, en klik op mijn naam). Je ontvangt het boek zo spoedig mogelijk per post.

Naschrift, 18 mei 2008: het goede antwoord was Frankrijk of Italië. Het wisselt soms, afhankelijk van welke bron je raadpleegt. Vijf goede inzenders hebben inmiddels bericht dat ze een nieuwe Wijngids toegezonden krijgen!

vrijdag, mei 09, 2008

Culinaire reiswoordenboeken

In Bordeaux overkwam het me ook: hoewel ik het grootste deel van de menukaart kon lezen (en voor mijn reisgenoten moest vertalen), bleven er toch gerechten of termen die me helemaal niets zeiden. En vraag dan maar eens aan een ober wat daar precies mee bedoeld wordt….

Voor al die mensen die op vakantie graag in een Frans, Spaans of Italiaans restaurant eten, maar lang niet altijd de menukaart (volledig) begrijpen, zijn er nu drie onmisbare naslagwerkjes. Onno Kleyn stelde drie Culinaire reiswoordenboeken samen. De Franse en de Italiaanse zijn gebaseerd op eerdere publicaties, de Spaanse is helemaal nieuw.
En zoals dat met Onno Kleyn gaat: zelfs als je niet in Frankrijk in een restaurant zit, is het boekje nog heerlijk leesvoer. De boekjes bevatten tips over restaurantbezoek, do’s en don’ts, informatie over streekwijnen en –producten en natuurlijk uitgebreide woordenlijsten. Voornamelijk Frans/Spaans/Italiaans – Nederlands, maar ook een beknopt lijstje Nederlands – Vreemde taal. In de Spaanse versie worden zelfs ook Baskische en Catalaanse termen opgenomen, erg handig voor een bezoekje aan bijvoorbeeld Barcelona.

Eerder publiceerde Onno al diverse Reiskookboeken. Die van Frankrijk gaat ook dit jaar weer met ons mee naar de camping. Natuurlijk vergezeld van de Culinaire reiswoordenboeken Frans én Spaans, aangezien we de kids een dagje Barcelona hebben beloofd.

De boekjes zijn uitgegeven door uitgeverij Het Spectrum en kosten € 9,95 per stuk.

woensdag, mei 07, 2008

Lekkere rosé van dichtbij

Nederlandse wijnconsumenten zijn toch maar rare snuiters. Ze halen hun geliefde rosé liefst van zo ver mogelijk. Australië en Chili zijn er al aardig op ingesprongen, op onze grote rosébehoefte. Gelukkig wordt er ook wel dichter bij huis rosé aangeschaft: Franse rosé is nog altijd alomtegenwoordig. Maar helaas worden de wijngebieden die het dichtst bij huis liggen vergeten: in Duitsland maken ze de fraaiste rosé’s tegenwoordig! Naar de Ahr is het vanaf Utrecht slechts 2,5 uur rijden. De Pfalz ligt niet verder weg dan de Elzas en Nahe, Rheinhessen en Franken zijn in minder dan een dag rijden te bereiken. En toch kennen we de Duitse rosé’s niet. Sterker nog, menig Nederlandse wijndrinker zal verrast opkijken zodra hij of zij hoort dat ze in Duitsland ook rosé maken.
Toegegeven: rosé heet niet altijd rosé in Duitsland. Roséwijnen van één druivensoort noemt men er ook Weissherbst, en wijn van rode en witte druiven samen heet Rotling. Maar de wijnen zijn er niet minder spannend en verrukkelijk om.

Gisteren proefde ik op uitnodiging van het Informatiebureau voor Duitse wijn twintig rosé’s. Locatie was het fraaie Landgoed Wolfslaar in Breda. Met de terrasdeuren open en tafeltjes buiten konden de aanwezigen in de lentezon genieten van al het fraais dat uit Duitsland voor ons was opgesteld. Opnieuw was ik onder de indruk van het gebodene, net als een jaar geleden op Prowein. Vooral wijnen van Spätburgunder (pinot noir) waren gisteren goed vertegenwoordigd: allereerst een drietal Blanc de Noirs (witte wijnen van blauwe druiven), vervolgens een fors aantal rosé’s en rotlings.
De Blanc de Noirs combineren het frisse van witte wijnen met de fruitige aroma's van vooral aardbeien en frambozen, maar ook soms kersen. Mijn favoriet was de Spätburgunder Blanc de Noir feinherb van Jean Buscher uit Rheinhessen: kruidige neus, mooie balans in zuren met een heel licht zoetje, dat de wijn wat voller maakt. De wijn zoekt nog een importeur.

Van de rosé's vond ik vooral de droge varianten erg fraai: frisse zuren, mooie zachte aroma’s van rood fruit en opvallende lange afdronken. Diverse van deze wijnen hebben echt potentieel als eetwijnen. Zo is de Rosé Trocken PN&P van Weingut Johanniger in de Nahe op de eerste editie van Rosé uit Duitsland door Jonnie Boer van De Librije gebruikt bij een speciaal wijn-spijsdiner, vertelde Alain Jacobs, directeur van het Informatiebureau. Deze wijn heeft een fors aantal maanden op eiken vaten gelegen, wat duidelijk in de wijn naar voren komt. Zo op het terras zou ik deze wijn niet drinken, maar bij een door Jonnie bereid stukje lamsvlees lijkt het me een perfecte combinatie.

De zoetere varianten, waaronder ook de aanwezige Rotlings, zijn niet zo mijn stijl, maar daarom niet minder van kwaliteit. Lekker gekoeld op een terras, bij wat rood fruit of zomaar, uitkijkend over het strand of de wijngaarden, zijn het prima alternatieven voor het lekkers-dat-wij-van-zo-ver plegen te halen. Voor de prijs hoef je het ook niet te laten: de meeste rosé’s zijn verkrijgbaar voor prijzen tussen de 4 en de 10 euro.

Mijn favorieten van gisteren:
- Rosé Trocken van Wagner Stempel, uit Rheinhessen. In Nederland te verkrijgen via RieslingPartners.
- Spätburgunder Weissherbst trocken van de Winzergenossenschaft in Mayschoss, in de Ahr. Deze wijn zoekt nog een importeur! Of je kunt zelf even naar Mayschoss rijden...
- Rosé trocken Cuvée Cabernet & Co. van Knipser in de Pfalz, geïmporteerd door Goessens Wijnen in Maastricht.

maandag, mei 05, 2008

Bubbels allerlei

De vraag lag op mijn lippen, maar hem stellen vond ik eigenlijk een beetje raar. Gelukkig raadde Nico mijn gedachten: 'Heeft u misschien champagne per glas?' Hij vroeg het een serveerster van Restaurant Bellevue in Willemstad, maar we verwachtten een negatief antwoord. Mousserende wijnen op glas schenken is lastiger dan stille wijnen; als de fles open is, is de rest nog korter houdbaar dan een stille wijn, en niemand zit te wachten op een glas bubbels waar de prik uit is....
Maar wat schetst onze verbazing: ja hoor, champagne per glas was aanwezig, voor slechts
€ 3,95. We vermoedden al dat het voor die prijs geen echte champagne (dus afkomstig uit het herkomstgebied Champagne in Frankrijk) zou zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. In onze glas kregen we een aangenaam frisse, fruitige mousserende wijn, met een prettige mousse. Het bleek een wijn gemaakt volgens de 'méthode traditionelle' uit Argentinië, Los Haroldos Extra Brut, van de druivenrassen chardonnay, chenin en sauvignon blanc. De wijn wordt op dezelfde wijze gemaakt als champagne, maar mag geen champagne heten omdat hij niet gemaakt is in Champagne. Bovendien worden er andere druiven voor gebruikt - met uitzondering van de chardonnay. Los Haroldos is een bezitting van de familie Falasco in het wijngebied Mendoza.
(Restaurant Bellevue is overigens een aanrader, evenals het even verderop in de Voorstraat van Willemstad gelegen Frascati. We aten er goed, waren niet al te duur uit en de wijnkaart was in beide restaurants interessant genoeg.)

Na rosé lijkt het wel of bubbels de nieuwe trend worden. Of komt dat idee voort uit het feit dat ik steeds meer blootsta aan de invloed van 'champagne'-liefhebbers? Zo had één van mijn reisgenoten naar Bordeaux een uitgesproken voorkeur: wél Veuve Cliquot, geen Moët Chandon. Zelf ben ik totaal nog niet gevoelig voor het verschil, eerlijk gezegd. Misschien wel als ik ze naast elkaar zou proeven, maar niet als aperitief in een gezellige omgeving.
Hoe het ook zij, vroeger kon ik mousserende wijnen nooit waarderen, tegenwoordig bestel ik ze al als aperitief.... De momenten om een mousserende wijn open te trekken, dienen zich gelukkig meer en meer aan.
Zo nam ik bijvoorbeeld naar onze zeilcursus van afgelopen week een fles Crémant de Loire van Langlois-Chateau mee. Wat is er nu mooier in het leven dan nippend aan een goed glas mousserende wijn in het zonnetje in de kuip van je eigen (tijdelijke) kajuitjacht te zitten?

Mousserende wijnen hebben de naam duur en chic te zijn, maar eigenlijk hoeft dat helemaal niet. Ja, echte champagne is duur, onder andere vanwege hoge druivenprijzen in dat gebied. Oké, een echt glas champagne, zoals de Billecart-Salmon Brut die we bij Chateau Phélan-Ségur als aperitief kregen, is natuurlijk fantastisch. Maar met een goed gemaakte cava, crémant (mousserende wijnen uit Frankrijk maar niet uit de Champagne, gemaakt volgens de méthode traditionelle), de hierboven genoemde Argentijnse bubbel of een echt goede Prosecco kun je hetzelfde feestelijke gevoel oproepen. Mousserende wijnen zijn bovendien niet alleen feestelijk, maar werken ook enorm verfrissend. Ze maken je mond schoon, zuiveren de smaak en zijn bovendien vaak laag in alcohol, waardoor ze minder snel naar het hoofd stijgen. Vooral om die laatste reden had mijn proefgroepgenote Larissa op de heenreis naar Bordeaux voor in de bus een magnum Prosecco meegenomen, en toch maar geen steviger Italiaanse 'champagne'. De Althea Prosecco di Valdobbiadene Spumante uit Vittorio in de Veneto was dan ook een uiterst verantwoorde én feestelijke start van een mooie reis.

Kortom: beperkt mousserende wijnen niet meer tot Oud en Nieuw! Feestje, diploma, mooie zonnige dag? Trek gewoon een cava, blanquette de limoux, prosecco of natuurlijk champagne open en geniet!

Foto's: Restaurant Bellevue aan de haven van Willemstad en bubbels aan boord van de Virginia....

zaterdag, mei 03, 2008

Wijntoerisme in Bordeaux

Wijntoerisme is niet iets dat de Fransen van nature afgaat. Zeker de Bordelais niet. Waar je in andere wijngebieden van Frankrijk nog wel borden ziet met 'Vente en directe' of 'Visite nos cave', tref je dat zelden in de diverse wijngebieden van Bordeaux. En verwacht al helemaal geen 'Amerikaanse' toestanden, met picknickmogelijkheden op het domein en T-shirts, paraplu's of kurkentrekkers met het logo van het huis. Dat zul je ook in de rest van Frankrijk weinig tot beperkt aantreffen.

Voor de Bordelais is dit allemaal wel te verklaren door de manier waarop de wijnhandel georganiseerd is: de meeste wijnen werden en worden opgekocht door grote handelshuizen, die ze verder op de markt brengen voor hun leveranciers. Daarnaast is er het en primeur-systeem: de beroemde huizen als Pétrus en Cheval Blanc verkopen over het algemeen de hele oogst al aan handelaren in het voorjaar na de vinificatie. Zodra de wijn een jaar of wat later gebotteld is, gaat hij onmiddellijk het terrein af. Op de grote en beroemde domeinen is dan ook geen verkooplokaal of fles te vinden! Voor een fles Cheval Blanc ben je als consument aangewezen op grote wijnspeciaalzaken, zoals L'Intendant in Bordeaux en La Winery langs de D1 bij Castelnau. Of nog beter: je eigen wijnhandelaar in Nederland!

Toch dringt ook het wijntoerisme in Bordeaux door. Het meest opvallend was dat tijdens mijn reis naar Bordeaux bij Chateau Giscous, waar hard gewerkt werd aan een stijlvolle proefruimte annex verkooplokaal. De paraplu's, poloshirts en stropdassen waren ook al beschikbaar. In de jaren zeventig was Alexis de Lichine, van Prieuré-Lichine, de eerste die in Bordeaux met verkoop aan huis en andere merchandising begon, zo vertelde Frank Jacobs me. Toen werd de van oorsprong Poolse Amerikaan (!) nog zwaar verketterd, nu moeten de meeste château wel dezelfde weg opgaan. De consumenten beginnen het te verwachten en er is een markt voor. De meeste château hebben tegenwoordig dan ook minimaal een mooie glossy informatiebrochure. Die van Phélan-Ségur ga ik zeker ophangen als poster.

Anders is het bij de coöperaties en Maison des Vins. De laatste zijn altijd al informatiecentra voor de wijnen uit het gebied geweest, en daar tref je dan ook mogelijkheden de wijnen van de deelnemende producenten te kopen, naast schorten met de tekst 'Entre-Deux-Mers' en kurkentrekkers met het logo van het Maison des Vins de Entre-Deux-Mers, bijvoorbeeld.
En gelukkig dringen ook andere wijntoeristische zaken langzaam binnen in de Bordeaux. Vorig jaar was ik laaiend enthousiast over de picknickmogelijkheden in Sonoma Valley, nu kan dat in Bordeaux ook. Wil je namelijk in de Medoc wijnen kopen van bekende huizen in de Bordeaux, dan kan ik La Winery aanraden. De wijnwinkel ligt midden in het landelijke gebied, niet in de stad. Het spiksplinternieuwe, hypermoderne gebouw van glas en staal is pas zeer recent geopend en biedt, naast verkoop van wijnen uit heel Frankrijk én de rest van de wereld, ook een wijnbar, proefmogelijkheden, een picknickplaats en tentoonstellingsruimten. Oprichter is Philippe Raoux, van oorsprong wijnbouwer uit een familie van wijnbouwers. Zijn motto: wijn is er om met elkaar te delen; wijn is geen complex product met geheime codes voor ingewijden, maar een bron van plezier, uitwisseling, verkenning en herkenning. Op het terrein van La Winery komen wijn en moderne kunst samen in een unieke culturele ontmoetingsplaats. Dit voor Frankrijk unieke concept verdient zeker navolging, mijns inziens.

Foto's: Hebbedingetjes bij Giscours en interieur La Winery

donderdag, mei 01, 2008

Les 14 - Centraal en Zuidoost-Europa

Wat voor de vorige les - Portugal - geldt, zou misschien ook wel voor de les van 7 (en 21) april kunnen gelden: waarom een dagdeel besteden aan wijnen uit tien landen waarvan je toch zelden of nooit een wijn te drinken krijgt in Nederland? Of je moet er op staan bij een Balkanrestaurant een wijn uit voormalig Joegoslavië te willen drinken, of bij Hongaarse hapjes een Hongaarse wijn. Toch ligt de zaak hier naar mijn idee anders: in Zuidoost-Europa ligt namelijk de bakermat van onze wijncultuur! Wijnbouw zoals wij die kennen, is ontstaan in Georgië. Vanuit Georgië, dat zich als een Europees land beschouwt, deel uitmaakt van de Raad van Europa en geografisch ook deels in Europa ligt, werd over de Zwarte Zee en de Donau al ver voor het begin van onze jaartelling wijn in westelijke richting gevoerd. De vele amforen die op de bodem van de Donau en haar zijrivieren zijn gevonden, getuigen daarvan. Via de Donau drong vervolgens ook de wijnbouw de landen van Centraal en Oost-Europa binnen. De meeste wijngaarden in het gebied zien dan ook het water!

Met deze uitleg, en een aantal voorbeelden van zelf opgedoken amfoorresten, begon Paul Blom, eigenaar van Schermer Wijnkopers, zijn les over de wijnen van Centraal en (Zuid)oost- Europa. Landen die aan bod kwamen: Slowakije, Slovenië, Kroatië, Macedonië, Montenegro, Bulgarije, Hongarije, Roemenië, Georgië en Turkije. Tevens was er een kleine toegift uit Moldavië. Aan de hand van 18 wijnen uit genoemde landen maakten we kennis met een gebied dat enerzijds enorm in opkomst is, anderzijds nog een aanzienlijke weg te gaan heeft. De wijnbouw en de technologische ontwikkelingen hebben tijdens het communistische bewind een enorme achterstand opgelopen. En die achterstand is in de wijnen van vandaag helaas wel te proeven; niet eerder kende de middagles een zo hoog percentage wijnen met (kleine) technische fouten. Zo was de Vinterra Feteasca Negra 2006 uit Roemenië over de top (voorbij het moment om te drinken) en had de Tokaji Aszú 4 putnovy 2002 (een zoete wijn) uit Slowakije azijnsteek. Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat ze in Slowakije ook Tokaji Aszú maakten: deze beroemde zoete wijn associeer ik alleen met Hongarije. Het Hongaarse voorbeeld, een 6 puttonyos 1999 van Gróf Degenfeld, was gelukkig wel een heel geslaagd voorbeeld van wat wijnen uit deze regio kunnen zijn. Maar dan heb ik het ook wel over de koning der wijnen - rex vinorum - die door koningen en keizers gedronken werd.

Andere verrassend goede voorbeelden vond ik een wijn van de druivensoort sipon (Sipon Mirovino 2007) uit Slovenië en een malvasia (Malvazija Dajla 2006) uit westelijk Istrië. De eerste was een frisse, minerale wijn met licht citrus en een indruk van bloemen (rozen). De tweede had in de neus de aroma's van mentholsnoepjes en anijs. Daarnaast waren er hoge zuren, mineraliteit en een bittertje. De enigszins zilte smaak maakt deze wijn erg geschikt om te drinken bij krab en kreeft. De assemblage van deze wijn is van de hand van Paul Blom zelf, die als adviseur bij het Kroatische domein betrokken is.

Van de meeste rode wijnen was ik minder onder de indruk, al zaten er zeker goede en prettige drinkbare wijnen bij. De Dingac hebben we hier al eerder besproken. Daarnaast vond ik ook een assemblage van cabernet sauvignon en de druif ochsenauge (öküzgözü in het Turks) een leuke kennismaking. Deze wijn wordt gemaakt in het Europese deel van Turkije, in de uitlopers van het Balkangebergte. De wijn heeft wat aardse aroma's, een fruitige smaak (bessen) en is makkelijk drinkbaar. Hij lijkt me licht gekoeld een goede dorstlesser bij wat Turkse hapjes.

Al met al was de les van Paul Blom een boeiende kennismaking met een gebied waar we in de toekomst zeker nog van zullen horen. 'Met wijn is het net als met mensen: er is er gelukkig niet één hetzelfde', aldus een van de uitspraken van Blom. Jammer dat sommige cursisten de kennismaking met die verschillende en soms wat moeilijk te begrijpen 'persoonlijkheden' niet op prijs stelden en halverwege de les vertrokken. Zij hebben een interessant stukje opleiding gemist!