Berichten weergeven met het label Geproefd.... Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label Geproefd.... Alle berichten weergeven

zaterdag, juli 19, 2008

Vindicube rosé, voor een eenzame maaltijd

Alleen thuis. Het gevaar van een mindere maaltijd weet ik te vermijden dankzij diepvries, kruidentuin én 'proefwijn'. Ik rijg het allerlaatste restje zwijnenpoulet van de Veluwevoorraad samen met wat blaadjes salie uit de tuin aan spiesen en schuif ze onder de grill. Een Italiaanse broodbol van Mario - bekend in Utrecht en daarbuiten - snijd ik in plakken, besmeer die met knoflook en olijfolie en schuif die ook onder de grill. Een zakje sla van de grootgrutter wordt opgevrolijkt met kruiden uit de tuin - shiso en mosterdblad - en walnoten uit de tuin van de ouders van de buren. Een dressing van zelfgeïmporteerde Californische ambachtelijke olijfolie - Persian lime - en witte balsamicoazijn completeert het geheel.

Over de wijn twijfel ik: in mijn eentje wil ik uit zelfbehoud geen nieuwe fles openmaken. Wat dan? Ah, van de Nederlandse internetwijnhandel Vindict ontving ik recent een zogenaamde Vindicube met rosé, gemaakt van grenache uit de Languedoc. Rosé smaakt bij zoveel, dat zal vast bij dit geïmproviseerde maal smaken! Bovendien zit de rosé in een zak in een doos. Je tapt 'm in je glas door middel van een kraantje dat je uit de doos bevrijdt. Als er eenmaal wijn getapt is, schijn je de wijn nog minstens vier weken goed te kunnen houden. Dat is de oplossing voor deze eenzame maaltijd!
En verdraaid: de rosé smaakt nog goed ook bij het zwijn. Heerlijke fruitig in de neus, lekker fris en met voldoende body om het zwijn niet te laten overheersen. Niet een rosé om voor om te fietsen, maar op feesten en partijen en bij zo'n eenzame maaltijd is íe niet te versmaden.

Maar wat is nu die Vindicube precies? De Vindicube bevat anderhalve liter wijn, of het equivalent van twee flessen. De wijn komt uit de Languedoc, altijd goed voor een vernieuwend en drinkbaar product. Naast de Vindicube rosé is er ook een Chardonnay en een Syrah. Vindict komt met deze variant van ‘bag-in-box’ om het imago van wijnen uit een pak of doos in Nederland op te vijzelen. "Uit onderzoek blijkt dat deze verpakkingsvorm in Nederland een slecht imago heeft. Consumenten associëren het met inferieure wijn. Bovendien is het uiterlijk van de boxen vaak achterhaald en wordt hij onderin de schappen geplaatst", aldus Huib Edixhoven, oprichter van Vindict. "Dat is zonde, want er zijn zoveel voordelen. Daarom komt Vindict met de Vindicube: echte kwaliteitswijn, die in de winkel per fles voor 7 à 8 euro word verkocht, en een uiterlijk passend bij de 21e eeuw." De Vindicube moet op de website van Vindict en in de winkel € 12,45 gaan kosten, maar voorlopig geldt een introductieprijs van € 9,95.

Volgens Vindict zijn er naast de kwaliteit en de uitstraling nog meer voordelen aan de Vindicube: "Het volume, het gewicht, de houdbaarheid van de wijn (na openen zeker 4 weken), nooit-meer-naar-de-glasbak en de gunstige ‘carbon footprint’. Bovendien is de wijn eindeloos koel te houden, helemaal met de bijpassende ‘coolbag’ van neopreen. Ideaal voor allerlei momenten: in het park, op het strand, op de boot, bij de BBQ of op een feestje. Maar ook voor mensen die eens een glaasje willen drinken en niet meteen een hele fles."

Met dat laatste kan ik het eens zijn. Over de rest moet ik nog eens nadenken. Want zo'n kartonnen doos in de ijskast vergt wel wat passen en meten. In plaats van de glasbak moet ik nu naar de papierbak lopen ... En zo'n vierkant ding in de fietstas naar de barbecue in het bos is net zo handig of onhandig als twee flessen met schroefdop. Maar goed: de kwaliteit van de wijn is inderdaad redelijk, ik geef 'm een categorie 2 of 'Blij als ik dit op de picknick krijg'. En de verpakking ziet er inderdaad spannend uit. Vergeleken met een fles gaat de wijn een dag of twee langer mee, maar daarna treed toch echt vervlakking in. Vier weken laten staan lijkt me zeker niet aan te raden!

maandag, juni 30, 2008

Geproefd: Crémant d'Alsace

Hoewel champagne de bekendste mousserende wijn is, kent Nederland inmiddels ook cava, prosecco, sekt, sparkling en noem maar op. Als een Franse mousserende wijn uit een gebied anders dan de Champagne komt, wordt dat meestal een crémant genoemd. Zo is er bijvoorbeeld Crémant de Bourgogne, Crémant de Loire en Crémant d'Alsace. De eisen waaraan een crémant moet voldoen, lijken sterk op die van een champagne. Het procédé is grotendeels hetzelfde: een eerste vergisting van de basiswijn wordt gevolgd door een tweede gisting op fles. Maar in de détails zijn er verschillen: voor 100 liter champagne mag bijvoorbeeld maximaal 160 kg druiven gebruikt worden, voor 100 liter crémant 150. Een ander verschil: crémant moet verder minimaal 9 maanden 'sur lie' rijpen, champagne minimaal 15 maanden. En uiteraard is er verschil in de druivenrassen: voor champagne moeten chardonnay, pinot noir en/of pinot meunier de hoofdmoot vormen, eventueel aangevuld met twee onbekendere rassen. Voor crémants is dat per streek anders. In de Loire wordt vooral chenin blanc gebruikt, in Bourgogne chardonnay en in de Alsace zijn pinot blanc, pinot gris, pinot noir, chardonnay en riesling gebruikelijk.

Dit weekend proefde ik twee crémants uit de Elzas. We aten een salade van rucola, eikenbladsla, uitgebakken bacon, in olijfolie gebakken ciabatta en zachtgekookt ei. We combineerden deze salade met een Crémant Brut van Domaine Henri Ehrhart en Le Crémant de Clément van Clément Klur.

Ehrhart
Ter hoogte van de stad Colmar bezit Henri Ehrhart rond het 16e-eeuwse dorp Ammerschwihr ruim 10 hectare wijngaarden. Hier in de zuidelijke heuvels van de Haut-Rhin zijn leisteen, kiezels en leem in ruime mate aanwezig in de bodem. Voor de Brut van Ehrhart is 70% pinot noir, 20% pinot gris en 10% riesling gebruikt. Het alcoholpercentage is 12%.
Wij vonden dit een zeer aangename, lieve wijn. Fruitig, fris, met een stevige mousse. Een echte wijn om mee te toasten, waarschijnlijk een allemansvriend. Of hij het bij het eten zou redden, betwijfelden we ten zeerste. Maar gek genoeg leefde de wijn bij de salade juist helemaal op. De zuren die we eerder misten, kwamen nu duidelijk naar voren, de wijn deed krachtiger aan en de afdronk werd langer. Deze krijgt van ons de hoogste waardering in ons systeem: een 1: Yes, hier drinken we graag meer van. Voor € 13,95 is de crémant van Ehrhart te koop van Wijnkoperij Cees van Noord.

Klur
Wijnproducent Klur kent een lange familietraditie in het maken van wijn. Sinds 1999 maakt het bedrijf enkel biologische wijnen. De wijngaarden omvatten 7 hectare en liggen in het Katzenthal, deels op graniet, deels op een klei-kalksteenbodem.
Klur ‘Le Crémant de Clément’ is uiteraard ook een biologische wijn. Biologisch betekent dat geen gebruik gemaakt is van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Maar biologisch is voor Klur meer dan dat. Centraal staat een evenwichtige, verantwoorde manier van groeien, oogsten en verwerken, in een tempo dat recht doet aan de plant. Gebruikte druivenrassen voor deze wijn zijn pinot blanc en pinot auxerrois, alcoholpercentage is 12%.
In eerste instantie beviel deze wijn ons meer: complexer in de geur, met enige mineraliteit zowel in de aroma's als in de mond. De mousse was ook sterk, gist en toast overheersten in de smaak. De afdronk bleek echter iets minder aangenaam. Ik omschreef het als groen en bitter, Nico als oxidatief. De wijn kwam over als stevig in zijn zuren.
Bij het eten bleek deze wijn alleen veel minder te passen dan we dachten. De harde kantjes van de wijn werden geaccentueerd, we omschreven hem als 'bruusk'. Deze krijgt van mij een categorie 2: blij als ik dit op een feestje krijg.
De Crémant van Klur kost € 17,95 en is verkrijgbaar via Tamis wijnen – Vino Via wijnimport.

maandag, juni 23, 2008

Geproefd: Domtorenwijn

Op 6 april 2007 kreeg toenmalig burgemeester Annie Brouwer van Utrecht de eerste fles Domtorenwijn uitgereikt. Domtorenwijn blijkt een Macedonische wijn van het goed bekend staande huis Tikves, Macedonian Royal Reserve Kratosija 2005. De wijn is op initiatief van Slijterij Besseling in de Kanaalstraat in met domtorens versierde flessen gestoken en gaat daar grif over de toonbank, heb ik me laten vertellen. Eerlijk gezegd heb ik het niet zo op dit soort acties: een wijn verkopen als passend bij een stad of een bedrijf, of vereniging etc... Onlangs kreeg ik van mijn eigen werkgever ook al twee flessen met company label. Tussen ons gezegd en gezwegen: ondrinkbaar spul! Maar in de cadeausferen doen ze het helaas meestal wel goed, wijnen met een 'eigen' label. De wijn zelf zal meestal het goedkoopste van het goedkoopste zijn, het gaat alleen maar om de 'unieke' fles met bijvoorbeeld de Domtoren.

Ik vraag me sinds vandaag echter af wat onze voormalige burgemeester ervan gevonden heeft, als ze hem überhaupt open heeft gemaakt. Vandaag proefde ik hem namelijk, deze Domtorenwijn. En ik hoop maar dat alleen onze fles die vieze kurksmaak had. We waren verdeeld: de ene helft van de aanwezigen proefde kurk, de andere helft hield het op hout. Maar dan wel heel muf hout. We waren het er in ieder geval over eens: dit was geen aangename wijn, zelfs niet als je de muffe geur - kurk of geen kurk - weg dacht. Een vlakke wijn, met weinig pit en zeer enkelvoudig. In niets konden wij ons vinden in de promotaal van de slijterij: 'Deze dieprode kwaliteitswijn dankt zijn vineus bouquet en smaak van rijpe kersen aan de welhaast ideale combinatie van druiven, bodemgesteldheid, klimaat en vinificatie. De bakermat van de autochtone Kratosija-druiven zijn de hooggelegen wijngaarden op de kiezelrijke oevers van de Vardarrivier niet ver van de Griekse grens. Deze wijn is een aantal jaren geleden uit 500 wijnen door een jury van 24 internationale experts, blind gekozen als de beste.'

Niets van dit alles konden wij herkennen in deze wijn, helaas. Die juryleden moeten collectief hebben zitten slapen, vrees ik. Jammer dat een dergelijke wijn zich mag tooien met de naam Domtorenwijn. Utrecht verdient beter!

maandag, juni 02, 2008

Geproefd: Light Live

Vandaag geproefd: de Light Live waar de Plus rustig van zegt dat het alcoholvrije wijn is. Sinds 26 mei is het te koop; het wordt gemaakt door een Sektkellerei in Trier (Schloss Wachenheim), het heeft 0,5% alcohol en het is werkelijk niet te drinken.
Allereerst: dit product mag helemaal geen wijn heten, daarvoor moet het minimaal 8 of 9% alcohol voor hebben (de meningen verschilden nogal vandaag bij de Wijnacademie).
Ten tweede: wie echt denkt dat met deze penicillinedrankjes mensen gewonnen worden voor het product wijn, is maf. En wie denkt dat 0,5% alcohol betekent dat zij dan lekker weinig calorieën binnenkrijgt, moet wel heel veel over hebben voor de lijn. Nogmaals: het spul is niet te drinken. De witte heeft de geur van vieze gist en karton, de rosé van penicilline. Ook kun je denken aan ranja met prik... De rode is weer kartonnig en bitter, verder niets.

Net als op de proeverij die we in mei 2007 organiseerden, bleken ook vandaag de 'wijnen' waar zo goed als alle alcohol uitgehaald was, het vreselijkst om te drinken. Naast de Light Live proefden we ook Fleur du Cap, een 'natuurlijke' laagalcoholische witte wijn uit Zuid-Afrika, en twee versies van McGuigan uit Australië: een Chardonnay en een Shiraz. Deze dranken waren veel drinkbaarder dan de Light Live, maar je hoeft me er nog steeds niet wakker voor te maken. En als ik op een feestje mag kiezen tussen één glas echte wijn of drie glazen 'light', kies ik toch maar voor dat ene glas. Alledrie de light-wijnen hadden 9.5% alcohol en opvallend veel smaak. Maar lekker is weer wat anders! Alledrie misten ze ook body en structuur en vooral in de twee witte wijnen overheerste het zuur. Zo zuur, dat het eerder op het Franse bronwater met citroensap (Volvic onder andere) lijkt dan op wijn: daarmee is Fleur du Cap een aardige dorstlesser, maar daar is alles mee gezegd.

Mijn mening van vorig jaar blijft overeind: voor mij voorlopig geen laagalcoholische wijnen! Als ik minder calorieën wil, drink ik wel water of sap, als ik minder alcohol wil, stop ik gewoon na twee glazen.

woensdag, mei 28, 2008

Proeverijverslag Grandi Vini

Hoeveel wijnen kun je eigenlijk nog écht proeven op een proeverij? Die vraag hebben we ons serieus gesteld dit weekend. Zondag bezochten we in Linschoten een fraaie overzichtsproeverij van Grandi Vini-Casa del Sole, met 80 voornamelijk Italiaanse wijnen en distillaten, plus nog eens een tafel met tien wijnen en zes grappa's van Ingmar, een bevriende wijnhandelaar/intermediair. Grandi Vini is voortgekomen uit de wijnkaart van Restaurant De Burgemeester en eigendom van Bernard Tesink. Samen met Larissa Vendrig besloot Bernard zo'n jaar geleden zijn klanten de mogelijkheid te bieden de wijnen die ze in het restaurant dronken, ook voor thuis aan te schaffen.

We hebben zondag mooie wijnen en heerlijke grappa's geproefd. Maar aan ruim tweederde van de uitgestalde flessen zijn we niet toegekomen. Na een kort rondje mousserende wijnen - onder andere een indrukwekkende La Scolca 1996 - besloten we op zoek te gaan naar wat fris wit. We troffen een mooie Greco di Tufo van Mastroberardino uit Campania, een heerlijke Grechetto Colli Martani van Plani Arche in Umbrië en een werkelijk verrukkelijke Viognier uit Sicilië, Le Chiare van Maurigi. Daarnaast waren er diverse spannende wijnen uit Noord-Italië, onder andere een Pinot Grigio van Visintini uit Friuli en een paar knisperende Sauvignon Blancs van bijvoorbeeld Terlano in Alto Adige en Jermann in Friuli.

Maar toen moesten we nog aan het rood beginnen. En eerlijk gezegd was dat niet meer weggelegd voor onze smaakpapillen. Ik heb nog wat rode wijnen uitgezocht van druivenrassen die ik anders nooit proef, zoals een Teroldego van Foradori in Trentino. Tot slot liet ik me verleiden tot een Bolgheri Riserva van Guada Al Melo, echt een vondst en bovendien een koopje voor € 15,70. Maar toen ben ik gestopt, en heb alle Barolo's, Langhe's, Nebbiolo's, Valpolicella's etc... maar gelaten voor wat ze waren. Het was gewoon te veel!

Een proeverij van zo'n honderd wijnen in een kleine ruimte met laag plafond en met veel gasten is helaas verre van ideaal. Natuurlijk hóef je niet alles te proeven, maar toch.... Daar kwam nog bij dat de wijnen naar onze smaak allemaal een wat 'serieuze' signatuur hadden. Het waren vooral wijnen om bij te dineren, en veel minder vriendelijke en vrolijke terraswijnen, of wijnen voor bij de pasta op dinsdagavond. Logisch voor een wijnhandel gebaseerd op de wijnen van de restaurantkaart, maar lastiger voor de bezoeker van een proeverij. Ondanks dat de organisatie er alles aan had gedaan om de wijnen tot hun recht te laten komen - er gingen heerlijke hapjes in ruime hoeveelheden rond - zou ik een deel van deze wijnen graag nog eens in een rustiger en minder volle omgeving proeven. Met slechts een stuk of twintig tegelijk, dat zou voor mij meer dan genoeg zijn!

In de enquête hiernaast stel ik opnieuw een brandende vraag: hoeveel wijnen vinden jullie eigenlijk genoeg bij een proeverij? Wanneer is het voor jou genoeg? Mocht je er commentaar bij willen leveren, kan dat natuurlijk onder aan dit verslag!

vrijdag, mei 23, 2008

Oesters en Entre-deux-Mers

‘Bordeaux’ staat bekend om zijn mooie wijnen. Maar je kunt er ook uitstekend eten! De stad en het omringende gebied hebben zelfs een aantal specialiteiten, zoals lamsvlees, asperges en oesters. Toen we tijdens onze Bordeaux-reis op de vrije avond langs een kleine oesterbar - Chez Joel D. - kwamen, wist ik meteen wat ik wilde gaan eten. Met zijn drieën zijn we neergeploft om die lange dag vol rode wijnen en eend eens rustig te overdenken en weg te spoelen met een schaal oesters en een fles wijn. Annelies bleek ook nog eens oesterspecialist – dochter van een kweker uit Yerseke. Zij zocht voor ons de beste oesters uit. We namen niet de oesters van Arcachon, uit de streek zelf, maar oesters uit Bretagne, van Quiberon. Ik ga hier niet in op de complexe wereld van de oesterteelt. Als je daarin geïnteresseerd bent, lees dan vooral Oesters van New York, het prachtige boek van Mark Kurlansky.

Wij genoten die avond gewoon van onze schaal ‘huitres de Quiberon’ en onze fles Entre-deux-Mers. Want een lokale wijn moest wel bij de oesters, vond ik. Chablis staat natuurlijk bekend als hét oesterwater bij uitstek, maar een simpele fles witte Bordeaux uit de streek Entre-deux-Mers mag er ook zijn. We kozen voor een fles Château Sainte-Marie, van Stéphane Dupuch, waarschijnlijk niet toevalligerwijs naamgenoot van oesterkweker en eigenaar van de keten van oesterbars Joel D(upuch). En het combineerde uitstekend!

De volgende dag kwamen we de wijnen van het Château Sainte-Marie alweer tegen. In het Maison des Vins de l’Entre-deux-Mers presenteerden acht wijnmakers hun voornamelijk witte wijnen. Het Maison des Vins is gevestigd in een gerestaureerd bijgebouw van de Abdij van Sauve-Majeure. Net als in veel andere gebieden waren het de monniken die in dit gebied in de 12e eeuw de wijnbouw startten.
Bij ons staat het gebied bekend als de bron van uiterst simpele, wat zoetige witte wijnen, niet te vergelijken met de grote witte wijnen van de overkant van de rivier, in de Graves. Maar zoals dat voor zoveel geldt: das war einmal….. Die zoete wijntjes stammen uit de jaren '40 tot '60. Sinds de jaren '70 hebben veel producenten in het gebied de omslag naar droge wijnen en moderne technieken gemaakt. Grote aanjager van die omslag was in de jaren '80 wijnmaker en oenoloog, tevens professor aan de Universiteit van Bordeaux, Denis Dubourdieu. Hij wordt wel beschouwd als de redder van de witte Bordeaux. Overigens is Dubourdieu adviseur bij het al genoemde Château Sainte-Marie. Dubourdieu experimenteerde met het inweken van de schillen in de most gedurende een half tot een heel etmaal, waardoor er veel meer aroma's aan de wijn worden afgegeven. Tevens voerde hij de vergisting onder temperatuurcontrole in, wat voor frissere zuren en eveneens aromatischere wijnen zorgt. Een derde vernieuwing was de rijping op de droesem, waardoor alweer meer smaak en kracht in de wijn komt en de wijn bovendien beter kan ouderen. Al deze technieken worden anno 2008 toegepast door de vignerons aangesloten bij het Maison des Vins in Sauve-Majeure.

We proefden zeker acht van deze 'nieuwe' wijnen, allemaal zeer fris en fruitig. De assemblage van witte Bordeaux bestaat traditioneel uit semillon, sauvignon blanc en muscadelle. Opvallend détail bij de selectie die we in het Maison des Vins proefden: in de assemblage van een aantal wijnen wordt sauvignon gris gebruikt, een druif die net als de muscadelle een muskaataroma geeft. Buiten Bordeaux en Chili komt de druif eigenlijk niet voor.

Mijn favorieten van die dag:
- Château Lalande de Taleyran: een lichte frisse wijn met in de geur wit steenfruit. Gevinifieerd bij 18°C en gerijpt op de 'lie'. Mooie eetwijn.
- Château Martinon: fris en zuiver, met aroma's van grapefruit. In de assemblage is 15% sauvignon gris gebruikt, naast 20% sauvignon blanc, 55% semillon en 10% muscadelle.
- Domaine de Ricaud: sappige, complexere wijn, met hoge zuren. Fraaie eetwijn.

Meer over de streekspecialiteiten van Bordeaux lees je in het fraaie boek Carnet des Saveurs en Bordeaux, van Alexandre Le Boulc'h en Franck Salein.
Mark Kurlansky's Oesters van New York heet in het Engels The Big Oyster.

donderdag, mei 15, 2008

Het gaat wel eens mis….

Een feestelijk geluid, die plop van een fles mousserende wijn als de kurk eraf gedraaid wordt. Maar die plop betekent dat er flink wat druk achter die kurk en dus in de fles zat. Met die druk in de flessen mousserende wijn gaat het niet altijd goed, zoals te zien op deze foto in de kelders van Langlois-Chateau in Saint Hilaire Saint Florent, langs de Loire.

Deze fles was bezig aan zijn periode 'sur lattes', op de latjes. Dat betekent dat de niet-mousserende basiswijn, aangevuld met de liqueur de tirage, om een tweede gisting op fles te laten plaats vinden, zo’n 24 maanden horizontaal blijft liggen, sur lie, op zijn droesem. Wettelijk verplicht voor een crémant is in Frankrijk 12 maanden, maar bij Langlois-Chateau gaan ze voor heel fijne mousse en subtiliteit van aroma’s en daarom kwaliteit. Na die 24 maanden worden de flessen gekanteld naar een verticale positie. Vroeger gebeurde dat in de pupitres, houten rekken, tegenwoordig veelal in zogenaamde gyropallettes, die de flessen volautomatisch steeds een stukje rechter op zijn kop zetten. Als uiteindelijk alle lie – gistresten en vaste bestanddelen – verzameld is onder de kurk, volgt het dégorgement, het verwijderen van de prop. De flessen worden door middel van een stikstofbad sterk gekoeld, de prop bevriest en kan vervolgens vrij makkelijk verwijderd worden. De flessen worden – als de stijl van de wijn dat vraagt – bijgevuld met een mengsel van wijn en rietsuiker, de zogenaamde liqueur d'expédition. Daarna wordt de bekende champignonvormige kurk en het metalen korfje, de muselet, aangebracht. Na etikettering is de fles vervolgens helemaal klaar om af te reizen naar de klant.

Deze ene fles moet bovenstaand traject helaas missen. Gelukkig was de ontploffing niet zo groot dat ook de andere flessen ‘aangestoken’ zijn. Waarschijnlijk was er in het glas van de fles een kleine onvolkomenheid, waardoor de druk niet goed opgevangen kon worden.

vrijdag, april 25, 2008

Bordeaux 2007 - rood

'Hoe was de Bordeaux 2007'?, vroeg een wijnhandelaar me deze week. De wijnwereld leeft in spanning, en vooral de betere producenten in Bordeaux. Wat zal Robert Parker te melden hebben? 'Komt mijn wijn er goed of slecht vanaf'?, piekert menig producent. Verwacht wordt dat de Amerikaanse wijncriticus op 30 april zijn oordeel over de oogst van 2007 bekend zal maken. Eerder liet hij al los dat hij het jaar 2007 'overall' teleurstellend vindt, maar dat er wel châteaux zijn die goed hebben gepresteerd.
Vooral de huizen die hebben kunnen wachten met oogsten tot in september en geprofiteerd hebben van de weersverbetering toen, zullen er naar verwachting beter uitspringen dan diegenen die vroeger geoogst hebben. Verwacht wordt dat de cabernet sauvignon-wijnen het beter zullen doen dan de merlot, aangezien cabernet sauvignon later rijpt. De cabernet sauvignon heeft daarmee kunnen profiteren van het goede weer in september.
Verder hebben de Britse critici, bijvoorbeeld Steven Spurrier, al gezegd dat 2007 waarschijnlijk een jaar zal worden voor witte wijnen en minder voor rode.

Over de witte later meer, vandaag de rode. Want wat hebben wij vorige week nu van die rode 2007 geproefd? Zou ik er een oordeel over durven geven? Ik realiseerde me vorige week al dat wij als Wijnacademiecursisten dit jaar enorm geluk hadden: midden in de primeurtijd Bordeaux bezoeken en dan de wijnen mogen proeven van een fors aantal goede huizen is niet voor iedereen weggelegd. Wij hebben waarschijnlijk eerder dan menig Nederlandse handelaar de oogst van 2007 geproefd.

Een opsomming van de 2007s die we proefden:

Petit Cheval, tweede wijn van Château Cheval Blanc: Grand Cru Saint-Emilion
Dominant cabernet franc; nu al hele prettige frisse wijn, in de neus wat kruiden en drop.

Cheval Blanc: 1e Grand Cru Classé Saint-Emilion
45% merlot, 55% cabernet franc; prachtige wijn, helemaal mijn wijn! Vergeten notities te maken, alleen genoten, niet gespuugd. Fris rood fruit en enige kruidigheid, precies zoals je van een Cabernet Franc verwacht.

Château Brown: Pessac-Leognan
Soepele, prettige jonge wijn. Alle petit verdot gaat dit jaar in de blend (5%). Daarnaast 55% cabernet sauvignon en 40% merlot. Heel fruitig, tanninestructuur mooi, goed verwerkt.

Château Du Tertre: 4e Grand Cru Classé, Margaux
23% merlot, 18% cabernet franc, 59% cabernet sauvignon. Wat stoffig in de neus, iets groene tonen, fris, sterk drogende tannines. Moeilijk jaar voor Du Tertre, aldus general manager Alexander van Beek.

Château Giscours: 3e Grand Cru Classe, Margaux
65% cabernet, 35% merlot; nog gesloten, maar mooie balans, veel tannines, mooie zuren; in de blend veel cabernet, aangezien Giscours heeft kunnen wachten met oogsten. De cabernet moet deze wijn dragen.

Château Phélan-Ségur: Cru Bourgeois Exceptionnel, St. Estephe
60% cabernet sauvignon, 40% merlot. Zwoele wijn, stevige tannines, mooie zuren. Ook hier is gelukkig gewacht met plukken.

Mijn algemene indruk: de wijnen met een hoog percentage cabernet sauvignon zullen het waarschijnlijk beter doen dan die met een dominant percentage merlot. De wijnen zijn nu al toegankelijk en erg drinkbaar en moeten waarschijnlijk gewoon jong gedronken worden.

Maar mijn toppers zijn de eerste en tweede wijn van Cheval Blanc. Ook voor cabernet franc was het een heel goed jaar, aldus Kees van Leeuwen. Bij de oogst waren de druiven zeer evenwichtig rijp en gezond.
Aan verdere uitspraken waag ik me niet. De 2007s zullen voor mij echter altijd een speciaal plekje houden, zeker die van de huizen die ik vorige week proefde. Ooit wil ik een Cheval Blanc of een Petit Cheval 2007 te pakken krijgen!

donderdag, april 24, 2008

Vatmonsters

In april een wijngebied bezoeken betekent bijna automatisch dat er grote kans is jonge wijnen te proeven. Sommige van die jonge wijnen waren speciaal voor de gelegenheid voor ons in flessen gegoten: dat was het geval bij Pétrus, waar we een 2006 proefden die verder nog niet gebotteld was, en bij Cheval Blanc, waar we van twee 'échantillons' 2007 mochten genieten.
Bij Château La Couronne in Montagne Saint-Emilion proefden we bovendien échte vatmonsters! Eigenaar Thomas Thiou tapte met een slangetje rechtstreeks uit het vat de glazen vol. We mochten proeven wat twee verschillende vaten, van twee verschillende kuiperijen, voor effect hebben op één en dezelfde wijn (2006). Beide wijnen van dezelfde samenstelling (hoofdzakelijk merlot), lagen 15 maanden op het nieuwe hout, hadden hun tweede gisting op dat vat doorgemaakt en waren nooit overgestoken. Pas na de tweede gisting was de minimale dosis sulfiet toegevoegd om de wijn te stabiliseren.

Een producent gebruikt meestal vaten van verschillende tonnellerie's. Dit gebeurt onder andere om niet van één leverancier afhankelijk te zijn en ook om te kunnen variëren met smaak en aroma's bij de assemblage. De wijn uit het eerste vat beviel mij het beste: klassieker, verfijnder, maar ook iets minder expressief. De wijn uit het tweede vat was ronder, vetter, met meer uitgesproken aroma's. Dit tweede vat had een stevigere toasting gehad: was langer gebrand, waardoor de geroosterde lucht en het vanille van het eikenhout sterker naar boven komen.

En wat gebeurde er met de restjes vatmonster in onze glazen? Tot onze stomme verbazing konden we de glazen legen in een gietertje. Kees van Leeuwen kwam langs en goot de verzamelde wijn vervolgens terug in het betreffende vat. De zuurgraad van de jonge wijn is namelijk zo hoog dat menselijke bacteriën geen effect op het resultaat zullen hebben, zo werd ons verzekerd. Toch stonden we wel even te kijken......

Foto's: Thomas Thiou tapt de wijn uit en Kees van Leeuwen haalt de restjes weer op.

woensdag, april 23, 2008

Merlot in Frankrijk


Op Foodlog plaatste Dick dit weekend een raadseltje. Uiteindelijk bleken het de blaadjes van de merlotdruif te zijn. Die Nederlandse merlot was al tamelijk ver: zoals hierboven zag de merlot er vorige week woensdag op Château La Couronne in Montagne Saint-Emilion uit.
En hieronder de broertjes en zusjes, die van een zeer fraai uitzicht genieten!

woensdag, april 02, 2008

De wijn en de ezel

Het proeven van wijn komt voor een deel neer op beeldvorming: wat is je indruk van de wijn in het glas, bij welke gerechten zou de wijn goed combineren, wie van je vrienden en kennissen zou hem lekker vinden en dergelijke? En vaak probeer je die indrukken ook in woorden uit te drukken. Zonder woorden immers geen stukje op Wijnkronieken!

Die beeldvorming begint echter al bij wat je leest op de etiketten op de voorkant en de achterkant van de fles. En omdat de wijn waar ik dit keer over schrijf, uit een land komt waaruit ik twee maanden terug nooit wijn had gedronken, heb ik me meer dan gebruikelijk laten beïnvloeden door de etiketten en vooral de informatie die de importeur van deze wijn (en de eerder beschreven witte wijn) met de flessen had meegestuurd. Dat merkte ik ook bij het eerste glas, want wat ik proefde was heel anders dan ik had verwacht.

De importeur (Wijnkoerier Milenko) had over deze wijn geschreven dat het een zware, krachtige rode wijn uit 2005 was, gemaakt van de blauwe plavac-druif, afkomstig van het schiereiland Pelješac aan de kust van Kroatië. Verder gaf het etiket aan dat het alcoholpercentage 14% was. Voordat ik nog maar één slok had gedronken, had ik een beeld gevormd van een donker gekleurde, intens smakende wijn met een hoog alcoholgehalte en stevige tannines. De Dingač 2005 (want daar schrijf ik over) was echter verrassend helder en licht van kleur, fruitig en elegant van smaak, soepel, met zachte tannines en een licht zoet accent. Een prettige kennismaking met wijnland Kroatië, en ook een les in wijn proeven: laat je vooral leiden door wat je in het glas ziet, wat je ruikt en wat je proeft!

Dingač, op het schiereiland Pelješac, is een van de bekendste wijngebieden van Kroatië. Pelješac is vooral bekend vanwege zijn steil in zee aflopende hellingen, die zo steil zijn dat tot het graven van een 400 meter lange tunnel tussen wijngaard en wijnmakerij alles werd vervoerd met ezels. De ezel staat dan ook prominent afgebeeld op het etiket van deze wijn.

De wijnen van deze cru worden gemaakt van de druif plavac mali, die familie is van de zinfandel, waarmee in Californië zulke fantastische wijnen worden gemaakt. Dingač bevindt zich op de zuidelijke hellingen van het schiereiland, waardoor de druivenstokken profiteren van direct invallend zonlicht, maar ook van door de zee weerkaatst zonlicht. Typerend voor dit type wijn is dat een deel van de druiven tijdens het rijpingsproces iets indroogt, waardoor de wijnen die ervan worden gemaakt een hoog alcoholpercentage en een licht zoet accent hebben.

Achteraf was ik meer onder de indruk van de eerder hier beschreven Graševina, maar deze eerste kennismaking met Kroatische wijnen was er zeker één om een vervolg te geven.

maandag, maart 31, 2008

Sauvignon blanc vs. Sauvignon blanc

Het zou dé oplossing zijn voor al die mensen die niet zo veel van wijn (willen) weten: label een fles met het druivenras dat voor de wijn gebruikt is, en iedereen weet altijd precies welke wijn hij moet kopen. Hou je van Cabernet sauvignon: zorg dat je een fles koopt waar Cabernet sauvignon op staat. Hou je van Sauvignon blanc: koop een fles met die naam op het etiket. Als er op een fles uit Sancerre mocht staan dat hij van sauvignon blanc was gemaakt (wat dus NIET mag volgens de Franse wijnwetgeving), zou het voor de consument een stuk makkelijker zijn, aldus de redenering van velen.

Maar is dat wel zo? Is een Sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland hetzelfde als een Sauvignon blanc uit de Loire? Smaakt een Sauvignon blanc uit Zuid-Afrika net zoals eentje uit Oostenrijk? Nee, dus!
Hoe sterk wijnen van één en dezelfde druivensoort van elkaar kunnen verschillen, heb ik gisteren weer eens ervaren. Allemaal Sauvignon blanc's stonden op tafel: naast een frisse, heerlijke Quincy stond een fraaie Zuid-Afrikaan. Maar wat een verschil in smaak. En naast een slappe Chileen proefden we een niet zo frisse Nieuw-Zeelander: allemaal Sauvignon blanc, allemaal anders. Voor de één mag je me wakker maken, de ander wil ik nog niet eens cadeau krijgen. Dus wat heb je er dan aan dat er Sauvignon blanc op het etiket staat? Helemaal niets, in mijn ogen. Je moet nog steeds weten uit welk gebied de wijn komt en wie de maker is. En dan nog: het herkomstgebiedje Quincy ligt hemelsbreed 60 kilometer van Sancerre, maar wat een verschil tussen die twee wijnen. De Quincy: vol, exotisch, fris. Een Sancerre: fris, mineraal, met fris'groene' elementen. Het feit dat je een Quincy en een Sancerre allebei kunt aanduiden als een Loire-wijn, zegt nog steeds niet alles.

En dan heb je nog gebieden die zo experimenteel bezig zijn, dat je er werkelijk geen moment aan zou denken dat daar een heerlijk frisse, knisperende Sauvignon blanc vandaan kan komen. Maar laten ze nu tussen Pezenas en Sète, vlakbij het Basin de Thau, op een steenworp afstand van de Middellandse Zee, een prachtige, koele, frisse Sauvignon blanc maken, die ik werkelijk voor een Loire-wijn hield? De kalkhoudende bodem met kiezels en fossielen van de wijngaarden van Les Domaines Paul Mas brengen ondanks het warme klimaat een fraaie wijn met frisse zuren voort. De zee zorgt voor de koelte, de zon voor het mooie warme fruit. In dat laatste verschilt deze wijn misschien toch iets van een Loire-wijn: je proeft iets meer 'warmte' in het glas.

De Sauvignon blanc van Les Domaines Paul Mas was een Vin de Pays d'Oc van 2007 en gelabeld 'Sud de France', een van de eerste wijnen die ik met dit nieuwe 'logo' voor alle wijnen van de Languedoc en de Roussillon proefde. De wijn werd aangeschaft in Wijk bij Duurstede, 'chez' Paul voor zo'n 6 euro. Een aanrader!

Meer over Sauvignon blanc in dit stukje van de Languedoc lees je hier.

zondag, maart 23, 2008

Graševina uit Kroatië

Het wordt een traditie zo langzamerhand: de lente beginnen we hier thuis met Welschriesling. In 2006 ontdekte ik deze druif, die in Oostenrijk en Oost-Europa veel staat aangeplant. Over het algemeen wordt Welschriesling door de wijnpers als een simpel terraswijntje beoordeelt, meestal het vermelden niet waard. Maar ik heb er de afgelopen twee jaar een aantal prima exemplaren van op, uit Oostenrijk, Hongarije en zaterdag uit Kroatië. Daar is de druif bekend onder de naam graševina.

In continentaal Kroatië - het deel boven Bosnië-Herzegovina - is de aanplant aanzienlijk: ruim 90% van de wijnen is er wit, de helft daarvan bestaat uit graševina. Een van de wijncentra in het oostelijk deel van het land, vlak onder de Hongaarse grens, is Kutjevo. De wijngaarden liggen er op de hellingen van de bergketen Krndija en hebben concurrentie van de loofbossen, waar uitstekend eikenhout voor wijnvaten vandaan komt. Net als in veel andere gebieden is de wijnbouw er door Cisterciënzer monniken rond 1200 geïntroduceerd. Het klimaat is er uitstekend voor de wijnbouw: warmte van de Pannonische vlakte, veel zonne-uren, verkoelende winden uit de Oekraïne, in voorjaar en zomer voldoende neerslag én grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur in het groeiseizoen. De bodem bestaat uit leem en soms verweerd gneis, dat een mineralig karakter aan de wijnen kan geven.

Onze Graševina had een aangename neus van wat exotisch fruit, onder andere ananas en een prettige volle, droge smaak. In de afdronk wat grapefruitbitter, lekker frisse zuren en een alcoholpercentage van 12%. Het zou me niet verbazen als de wijn wat op zijn droesem heeft mogen liggen rijpen: in de geur en smaak was ook een hint van gist te ontdekken. Al met al een uitstekend glas voor een redelijke prijs: bij Wijnkoerier Milenko, van wie ik deze fles had ontvangen, kost hij € 6,00. Bovendien smaakte de wijn uitstekend bij een salade van rucola, winterpostelein, gebakken ciabatta, zacht gekookt ei, uitgebakken pancetta en geraspte grano pardano. Twee jaren geleden maakten we dezelfde combinatie met Welschriesling, en opnieuw kon de wijn uitstekend op tegen het zout van de kaas en de pancetta en het vet van het ei en de kaas.

In Kutjevo zijn een aantal particuliere producenten actief, maar deze fles was afkomstig van een grotere coöperatie, vermoed ik. Het achteretiket meldt: Abfuller Weinkellerei Kutjevo. Hoewel er meer in het Duits vertaalde termen op de Kroatische etiketten staan, is het toch wel handig een lijstje met vertalingen bij de hand te hebben. Zo dacht ik dat het 'vrhunsko vino' droge of witte wijn zou betekenen, maar het betekent 'kwaliteitswijn'. De andere categoriën zijn 'stolno' vino - tafelwijn, en 'stolno vino geogr. poteklo' - tafelwijn met geografische herkomst. De wijnwetgeving in Kroatië is, evenals die in de meeste landen in Oost-Europa, geënt op die van de Europese Unie. Nog wat meer termen: 'suho' betekent droog, 'bijelo' wit en 'crno' - donkerrood. Tom Stevenson voorspelt in zijn wijnencyclopedie dat we in de toekomst meer over wijnen uit Kroatië zullen horen, vooral nu sommige wetenschappers ervan overtuigd zijn dat de oorsprong van zinfandel hier ligt, in de rode druif plavaç mali (of crljenak kastelanski). Maar daarover binnenkort meer.

Quincy met de groenten van Jeroen

Onlangs organiseerde het convivium Utrecht van Slow Food zijn tweemaandelijkse gastentafel bij traiteur Jeroen van Nijnatten. Jeroen had heerlijk voor ons gekookt, maar de topper voor mij was de schotel met heel bijzonder klaar gemaakte groenten. Om je een indruk te geven van de creativiteit op ons bord:
- chips van rauwe biet, wortel, pastinaak en schorseneren;
- lasagna van dunne plakken van te voren gebakken portobello met blue Shropshire kaas en truffel;
- cavolo nero (palmkool) even geblancheerd en dan fijngesneden opgebakken met een beetje pecorino;
- artisjokviolet met arganolie.
- mousse van gorgonzola dolci met sud 'n sol tomaten, gerookte pijnboompitten en mascarpone;
- dun gesneden geblancheerde kervelknolletjes met sesamolie.

Bij die groenten schonk Jeroen een mooie, friszachte Italiaanse wijn, Monte del Frá, Bianco di Custoza Supériore Cà del Magro 2006. We dronken deze eerder, hadden er zelfs een paar flessen van in huis. De wijn was weer even heerlijk. Voorafgaand aan de groenten stonden echter wat schaaltjes Italiaanse 'crudités' - courgette, aubergine en paprika, samen met wat Italiaanse ham - op tafel, vergezeld van een glas Quincy. Voor mij was dat glas, dat ik nog wat doordronk bij de groenten van hierboven, de wijnontdekking van de avond. Wat een fantastische sauvignon blanc was dat: vergelijkbaar met een Sancerre, maar toch ook weer helemaal anders. Veel voller, veel rijker, maar toch met dezelfde frisheid.

Heel toevallig was ik de wijnen van Quincy de weken ervoor al op allerlei plaatsen tegengekomen. Zo gaat dat: nog nooit heb je van een herkomstgebied gehoord, en dan loop je er vervolgens continue tegenaan. Er was bijvoorbeeld een tentamenvraag aan gewijd bij de vinologenexamens en de wijnhandel die ik assisteer bij het vullen van de website, blijkt precies die Quincy die ik vorige week dronk, in het assortiment te hebben. Dat kan toch allemaal geen toeval zijn: die Quincy van Domaine du Tremblay moest gewoon op mijn pad komen.

Domaine du Tremblay
Quincy is een herkomstgebied iets westelijk van Bourges; de wijngaarden liggen onder andere op glooiende hellingen in het dal van de Cher, een zijrivier van de Loire. Landbouwingenieurs Chantal Wilk en Jean Tatin startten zo'n vijftien jaar geleden, in een tijd dat de AOC Quincy vernieuwd en geherstructureerd werd, hun werkzaamheden op Le Tremblay, dat Jean Tatin erfde van zijn vader. De wijngaarden worden al genoemd in middeleeuwse documenten. Tegenwoordig omvat Le Tremblay 9 ha op zes verschillende percelen.
Dankzij verschillen in de bodem (zand, klei) van die percelen en de leeftijd van de stokken kunnen de wijnen jaar in jaar geassembleerd worden tot een evenwichtig geheel. Van de zanderige bodems komen levendige basiswijnen, van de klei komen meer vlezige en krachtige wijnen. In de wijngaard besteden Chantal en Jean veel aandacht aan de gezondheid van het plantmateriaal en de druiven. Geleiding, groene snoei en groene oogst moeten er voor zorgen dat de stokken optimaal fruit leveren.

De wijnen van Domaine du Tremblay trekken inmiddels regelmatig de aandacht. De Guide Hachette 2008 heeft de gewone Quincy 2006 bedacht met coup de coeur, een eervolle afbeelding van het etiket in de gids. En in Nederland zijn ze op verschillende plaatsen te vinden.

En wil je kennismaken met Jeroen's kookkunst: Jeroen is traiteur en kan de mooiste dingen voor je regelen. Eet smakelijk!

maandag, maart 17, 2008

Zon in de druipende bossen

Een druilerige middag was het gisteren, dus wat kun je dan beter doen dan wijn gaan proeven? Samen met Anda Schippers begaf ik mij zondag naar het in de bossen gelegen Groot Kievitsdal, om kennis te maken met het mooie assortiment van wijnhandel Vinoblesse uit Baarn. Ruim zestig wijnen op vijf tafels waren er te proeven. Sommigen wijnen hadden hun maker meegenomen, om uitleg te geven, andere spraken voor zichzelf.
Zo'n proeverij moet je te lijf gaan met een doel, anders zie de door de bomen het bos niet meer. Mijn doel was een leuke wijn te vinden die we makkelijk zo doordeweeks konden openen, bij de boerenkool, de pasta of iets anders simpels. Ik had een heel specifiek smaakpalet in gedachten: het pittige en fruitige dat je vaak tegenkomt in Zuid-Franse wijnen van grenache, syrah, mourvèdre, cinsault, carignan etc.

Anda en ik begonnen bij de wijnen uit de Pfalz, waarbij vooral de Spätlese Trocken van Janson Bernhard ons beviel. Een assemblage van gewürztraminer en riesling van hetzelfde huis kon ons minder bekoren, maar, zo legde Tjitske Brouwer ons uit, dat had ook zeker te maken met de leeftijd van de wijn. Aangezien de wijn uit 2007 was en nog maar net in de fles zat, was er nog weinig balans tussen de Rieslingcomponenten en de specifieke Gewürztraminerkenmerken. Over een maand of zes, na enige tijd flesrijping en rust, zou dit een prachtige wijn worden die bij vele gerechten zou passen.

Dit jonge karakter van de wijnen bleek ook bij vele andere flessen op de tafel; gelukkig werd de proever er op het proefformulier ook voor gewaarschuwd. "De wijnen zijn jong, sommige - nèt of nog niet op fles - misschien zelfs niet direct 'lekker'... Gesloten, tikje wrang... door de zuren en de tannines (bij rood), die mits in goede verhouding juist de essentiële componenten van een goede wijn zijn. Let op de concentratie tussen zoet, zuur en bitter. En op duur en finesse van de afdronk." Een goed advies, maar soms wel lastig op je te blijven realiseren. Jonge wijnen proeven blijkt een hele kunst!

Toch hebben we een aantal prachtige wijnen geproefd. Beiden waren we helemaal weg van een Provençaalse rosé, van de hand van Raimond de Villeneuve van Chateau de Roquefort. Deze rosé was vorig jaar de Rosé van het Jaar in de categorie Boutiquewijnen bij Proefschrift. De Corail 2007 is gemaakt van biologisch geteelde en gevinifieerde grenache, cinsault, mourvèdre en syrah. Daarnaast maken ook twee witte druivensoorten deel uit van de assemblage: rolle (vermentino) en clairette. Het was plotseling heel even zomer, daar in die druipende bossen bij De Vuursche.... De wijn gaat in mei geleverd worden: ik zal de tuinstoelen vast gaan schoonmaken!

Een kanjer vond ik ook de Montepulciano d'Abruzzo San Zopito 2006. Prachtig fris rood fruit en kruiden in de neus, soepel, warm, pittig, makkelijk drinkbaar: dat waren de notities die ik maakte. Pas later las ik de omschrijving van de maker: een 85-jarige oude heer, Alberico D'Intino, die pas sinds een paar jaar van zijn wijnstokken een beperkte hoeveelheid (4500 flessen) wijn maakte. Uiteraard heb ik van deze wijn, waar ik echt verliefd op werd, een aantal flessen besteld. Het was niet helemaal de prijs (€ 10,85) die ik voor een 'huiswijn' in mijn hoofd had, maar ik kon gewoon geen weerstand aan deze wijn bieden. Zomaar een lekkere pasta of simpele stoofschotel maken en er dan deze Italiaan bij opentrekken.... Ik kijk al uit naar de levering van de flessen. Overigens waren alle Italiaanse wijnen op de tafel heerlijk fris en fruitig: het was het enige land dat mij over de hele linie uitstekend beviel.

Ook de wijnen uit de Languedoc bevielen me goed: een simpele maar lekkere Coteaux du Languedoc Noblesse Saint Julien, een prachtige, maar jonge La Clape Les Cades 2006 van Pech Redon en een Minervois 2005 van Domaine des Murettes. De laatste twee kwamen ook aardig in de buurt om 'huiswijn' bij ons te worden, maar helaas was ik toen al verliefd op de Montepulciano geworden. De Languedoc/Roussillon zal moeten wachten tot we er deze zomer zelf op bezoek gaan. Er zijn gewoon te veel lekkere wijnen op de wereld... en bij Vinoblesse zijn er een aardig aantal te koop.

vrijdag, januari 25, 2008

Geproefd: Castel Chardonnay

Aan mijn goede vriendin, de kok van Herberg De Ketel en de Kurk, en haar man gaf ik een paar maanden geleden een proeffles Castel Chardonnay 2006 mee, om eens te kijken wat andere wijndrinkers nu van zo'n fles vinden. Zij zijn beiden 'gewone' liefhebbers, hebben geen wijncursussen gedaan en zijn niet zo totaal met het wijnvirus besmet als Nico en ik. Hun beschrijving mag er echter zijn, daar heb ik niets meer aan toe te voegen.

Eerste indruk was die van een Chardonnay zoals die tegenwoordig vaak gemaakt worden. Heel fruitig, beetje tropisch, meloen, komkommer, mango. Wat vlak van geur. (Over de geur waren we het niet helemaal eens.) In tweede instantie roken we iets harsigs, misschien houtig.
Smaak: heel gemiddeld, ook dat tropische fruit, wel lekker, maar niet heel bijzonder.
Afdronk: het harsige in de geur zit sterk in de afdronk, misschien vernisachtig, ik vond het een beetje naar. Verder is de afdronk wat zuur, maar dat mag wel voor een fruitige wijn.
Algeheel oordeel: geen onaardige wijn, best prima als je hem bij iemand te drinken krijgt, maar niet eentje om eens te kopen. Vooral dat rare chemische luchtje/smaakje was niet fijn.


Kortom: een categorie 2-wijn dus, de blij-als-ik-dit-op-een-feestje-krijg wijn. Deze witte Castel valt daarmee in dezelfde categorie als het rode broertje, een Merlot, die ik eerder beschreef, maar komt er naar mijn mening toch minder goed vanaf.

Ik geef alleen nog wat technische informatie over deze supermarkt Chardonnay, afkomstig van de fiche technique. Eerlijk gezegd zie je niet vaak dergelijke keurige beschrijvingen voor zulke goedkope merkwijnen, maar deze tekst geeft uitstekende informatie. Daarom zal ik hem de liefhebbers niet onthouden.

"De druiven voor de wijn zijn afkomstig uit twee gebieden. De Hérault, met kalkhoudende kleigrond en een mediterraan klimaat, levert druiven, die wanneer ze volrijp zijn voor een hoog alcoholgehalte kunnen zorgen. De Aude is een halfcontinentaal gebied. Hier rijpen de druiven langzamer, waarna ze liefhebbers van Chardonnay volop frisse, levendige smaken bieden. Door het blenden van de wijnen uit deze twee streken ontstaat een harmonieus evenwicht tussen frisheid, fruit en alcohol.

Voor het persen worden de druiven gekoeld. Door ze daarna te laten gisten op lage temperatuur krijgt de wijn een prachtig smaakpalet. De wijn rust 2 maanden op de most, zodat de smaak van het druivenras nog intenser wordt. Een deel van de wijn krijgt fustrijping, die de vanille tonen in het bouquet verklaren. Door de wijn ook regelmatig met de most om te roeren, wordt hij vol van structuur. Aan de uiteindelijke blend wordt nog 9% Viognier toegevoegd voor body en de smaak van steenvruchten."

woensdag, januari 23, 2008

Geproefd: een eenzame zwerver

In een heel groot bedrijf zwierf een eenzame fles rode wijn rond. Ergens rond Kerst was hij afgegeven, in een houten kistje, maar niemand wilde hem hebben. Diegene voor wie hij bestemd was, werkte er niet meer, was onbekend, onvindbaar.... Gelukkig ontfermde een barmhartige samaritaan zich over de eenzame zwerver en mocht hij gisteren mee naar ons huis. En vandaag werd de eenzame fles eindelijk een gewaardeerde fles .....

Vanavond geproefd, bij de rode kool met pruimen: een opgepikte fles Rosso Piceno Superiore 2001 van Tenuta De Angelis. Ondanks het feit dat deze eenzame fles een heel lichte tik van kurk bleek te hebben, vonden we hem zeer de moeite waard. Uitgeschonken fonkelde de Rosso Piceno Superiore donkerrobijnrood in het glas en had ze een verrassend fruitige geur voor haar leeftijd. Bovendien bleek ze een uitstekende begeleidster van de simpele woensdagavond-maaltijd.
Het zoete, rijpe rode fruit kwam ook terug in de smaak; verder was de wijn fris, had zij mooie afgeronde tannines en een alcoholpercentage van 13%. We vonden haar een heel prettig glas wijn, dat we eigenlijk ook wel eens zonder die kurk willen ervaren. Zeker omdat de fles toch al ruim 6 jaar oud was. Zo willen we nog wel eens vaker zwervers oppikken!

Rosso Piceno is een herkomstgebied in de Midden-Italiaanse streek de Marche, aan de Adriatische kust. De wijnen worden er gemaakt van sangiovese en montepulciano, terwijl er ook wat trebbiano en passerina bij gemengd mag worden. De Marche maakt niet alleen goede rode wijnen, maar ook de bekende Verdicchio dei Castelli di Jesi komt er vandaan. Onze Superiore bestond uit 70% montepulciano en 30% sangiovese en rijpte na een lange inwekingstijd tussen de 12 en de 18 maanden op oudere eiken vaten. Daarna rijpte de wijn nog 6 maanden op de fles voordat hij verkocht werd.
Na wat Googlen vond ik de waarschijnlijke leverancier van onze zwerver: Brand Wijnimport in Leiden. We zullen bij ons volgende bezoek aan de sleutelstad zeker eens langsgaan!

Op de foto: Tenuta De Angelis in Castel di Lama.

vrijdag, januari 18, 2008

Snoeien en groeien

Hoewel het nog geen Sint Vincentius is, 22 januari, zou dit weekend wel eens goed kunnen zijn om je druivenranken te snoeien. Het weer is zacht, dus je kunt lekker de (moes)tuin in! In Frankrijk zijn ze al een heel eind: deze foto’s, gemaakt rond de jaarwisseling in de Drôme, kreeg ik van een kennis.

Snoeien van druiven kan op verschillende manieren en hangt nauw samen met de geleidesystemen voor de ranken. Vaak zijn de snoeiwijzen en geleidesystemen per streek / appellation voorgeschreven in de wet. Altijd zijn de gekozen methoden erop gericht de druivenstok optimaal te laten produceren, waarbij rekening gehouden wordt met vochtigheid (rot moet zo veel mogelijk tegengehouden worden), zonuren, wind, gewenste opbrengst aan druiventrossen per stok etc… Met een mooi woord heet dat ‘canopy management’, gebladerte- of bladerdekmanagement. Zo zul je in Nederland en Noord-Frankrijk vooral systemen zien waarbij de ranken hoog boven de grond worden geleid, om invloed van (nacht)vorst en optrekkend vocht te beperken.

Druivenstokken kunnen geleid of ongeleid zijn. De eerste foto toont een van de oudste manieren om een druivenstok te laten groeien: als een struik, of gobelet, in het Engels bush vine. De jonge ranken worden niet geleid langs draden (soms is er wel een paaltje) en groeien rechtstreeks uit de jaar na jaar ouder wordende stronk.
Deze zeer verweerde oude stokken staan kort bij de grond en worden gesnoeid via de sporensnoeimethode, in tegenstelling tot de zogenaamde stamsnoeimethode. Heel kort gezegd komt het erop neer dat bij stamsnoei de draagtak - de tak die de ranken met het fruit moet dragen - jaarlijks wordt vervangen, bij sporensnoei wordt deze jaar na jaar ouder.
Een andere groeiwijze die ook gecombineerd wordt met de sporensnoeimethode is de ‘cordon’. De cordon is een blijvende, steeds ouder wordende tak (soms ook twee takken) waarop ieder jaar nieuw ranken ontstaan. Op de tweede foto is duidelijk zo’n cordon te zien: de oude verweerde armen van de druivenstok dragen een aantal sporen. Uit de ogen op die sporen ontspringen over een maand of twee de nieuwe loten. De cordon-methode is erg geschikt om machinaal te snoeien. Dat is goed zichtbaar op de laatste foto.

Meer weten over groei- en snoeiwijzen? Kijk bij The Winedoctor, een fantastische site voor informatie over wijn!

Foto’s: Guy Lier

zondag, januari 13, 2008

Chinese champagne

Alweer enige jaren geleden lokte mijn beschrijving van een Chinese gamay één van de eerste commentaren (via e-mail) op Wijnkronieken uit. Deze wijn van Dragon Seal beviel me toen niet slecht, en mede daarom was ik afgelopen vrijdag erg in mijn nopjes toen ik een fles Chinese 'champagne' van hetzelfde merk cadeau kreeg. Ik wist er gelijk de perfecte bestemming voor: laten proeven op de wijn-spijsproefavond die ik samen met Arjan, Larissa, Marianne, Martijn, Paul en Yontie ging houden. Wat is nu een betere opening van zo'n avond dan een glas vrolijke en feestelijke bubbels? Bovendien kunnen waarschijnlijk weinig anderen in de opleiding zeggen dat ze een Chinese champagne op hebben!

Over de wijn- en spijsavond zal binnenkort uitgebreid verslag volgen: hij was geweldig! De Chinese champagne verdient echter een apart blogje. We vonden de Dragon Seal Sparkling Wine allemaal prima drinkbaar, maar sommigen ontdekten iets interessants: de wijn heeft een gat in de smaak!
De wijn ruikt naar appeltjes en citrus en heel in de verte is wat gist te ontdekken. De belletjes voelen wat heftig in de mond, maar niet onaangenaam. Vlak voordat je doorslikt is er echter even niets: alle smaak en geur is weg, er ontstaat een leegte. Bij het doorslikken komt dan echter de smaak weer terug en de wijn blijft alsnog vrij lang in je mond hangen. Dat gat, aldus een van ons, zou een teken kunnen zijn dat de wijn is aangezuurd. Aanzuren gebeurt als de druiven te weinig zuren hebben ontwikkeld om een gebalanceerde wijn te creëren. Te weinig zuren kunnen ontstaan door bijvoorbeeld te grote warmte.

Ondanks het 'gat' oordeelden we dat deze wijn voor € 15,95 zeker geen slechte deal was, bovendien te verkiezen boven de champagne van de Lidl voor € 12,99. Anderen wierpen tegen dat er voor € 15,95 ook goede alternatieven voor 'champagne' te koop zijn, en nog betere ook. Ook daar ben ik het mee eens. Maar hoeveel Crémant d'Alsace, Loire of Bourgogne, of Blanquette de Limoux, zou er geïmporteerd worden in China? Niet veel, vermoed ik. De Chinezen hoeven met dit eigen product een betaalbare bubbelwijn niet te ontberen. Of de wijn export buiten Azië rechtvaardigt, waag ik te betwijfelen, al is het natuurlijk erg leuk in een Chinees restaurant een dergelijke fles te bestellen.
Volgens eigen zeggen wordt de productie van Dragon Seal nauwkeurig bewaakt door een Franse wijnexpert, bijgestaan door twee in Frankrijk opgeleide Chinezen. Dragon Seal claimt koploper te zijn in China met onder andere deze 'Dragon Seal Sparkling Wine', gemaakt volgens de traditionele 'méthode Française' (aldus het etiket). De geschiedenis van de firma plukte ik van de website, en volgt hieronder:
In 1910 (het tweede jaar van keizer Xuantong der Qing dynastie) verbouwde een Franse monnik het kerkhof van de Heishansu kerk in Fuwai, Beijing, tot een wijnkelder. Hij stelde een Franse wijnkenner aan om zowel rode als witte wijn te maken, deels als miswijn, deels voor dagelijks gebruik. De jaarlijkse oogst beperkte zich tot 50 tot 60 hectoliters. In 1946 registreerde de kerk de wijnkelder officieel onder de naam 'La Shangi Cave de Pekin' en begon de verkoop van zijn producten op de lokale markt. Deze wijnfirma werd door de staat overgenomen in 1949. Er werkten 13 medewerkers en de totale hoeveelheid geproduceerde wijn beperkte zich tot 100 hectoliters.

In februari 1956 veranderde het regime de naam in 'Beijing Winery' en verhuisde men naar Yuquan Road 2. Tegelijkertijd lanceerde Beijing Winery het Zhongua-merk en begon de productie van kwaliteitswijnen en spirituele dranken zoals 'Kuei Hua Chen Chiew', 'Lien Hua Pai Chiew' en 'Chinese Sweet Red Wine'. Al deze wijnen zijn pioniers op de lokale en internationale markten en beantwoordden aan de bestaande vraag.

Al vrij snel werd Beijing Winery marktleider en een befaamd wijnhuis. Op 17 maart 1987 werd de 'Beijing Dragon Seal Winery' gesticht als filiaal van Beijing Winery met het oog op de introductie van Franse oenologie. De eerste fles Dragon Seal kwam op de markt in het jaar 1988. Dit was volgens de Chinese kalender het jaar van de draak.
Om de kwaliteit te garanderen, maakten Franse wijnexperts een grondige studie van bodem en klimaat om de ideale keus te maken voor Dragon Seal. De uiteindelijke keuze viel op Huailai in de provincie Hebei, een graafschap met meer dan 800 jaar ervaring in de wijnbouw en gelegen op 150 km ten noordwesten van Beijing. Er werden meer dan 10 variëteiten verbouwd, allen met uit Frankrijk ingevoerde wijnstokken. De productie van Dragon Seal wordt altijd nauwkeurig bewaakt door een Franse wijnexpert, bijgestaan door twee in Frankrijk opgeleide Chinezen.

Dragon Seal is af en toe hier verkrijgbaar.

donderdag, januari 10, 2008

Kurk

Het is vast meer mensen overkomen de afgelopen feestdagen: flessen wijn die muf naar slootwater, natte dweilen of andere vieze dingen roken. Tien tegen één dat die fles leed aan wat wijnkenners 'kurk' noemen. Zelf had ik er twee rond Oud en Nieuw: één zelf geïmporteerde rode Loire-wijn uit Chinon en één van een gerenommeerde wijnhandel afkomstige rode Bordeaux. Waarmee ik wil aangeven dat het echt niets te maken heeft met waar je de wijn vandaan haalt: kurk kan altijd en overal voorkomen bij flessen wijn. En het blijft altijd een trieste ervaring. Gelukkig hadden wij telkens een back-up fles, maar ik zou de mensen niet de kost willen geven die hun gezellige etentje op die manier toch wat in het water (of liever, in de wijn) zagen vallen.

Wat is het ook al weer, 'kurk'? Om te beginnen wat het niet is: het heeft niets te maken met eventuele stukjes kurk of andere ongerechtigheden die in je wijnglas aanwezig zijn. Bij stukjes echte kurk heeft degene die de fles opende de kurkentrekker niet goed gehanteerd. Andere 'ongerechtigheden' als bezinksel of wijnsteenzuur zijn totaal onschuldig en hebben invloed op smaak noch geur.
De aandoening kurk is niet zichtbaar, alleen te ruiken: de kurk is aangetast door de stof 2,4,6 trichoranisole, kortweg TCA. Het is een stof die vrij kan komen bij het bleken en desinfecteren van kurken. Ruim 3% van de flessen afgesloten met een echte kurk schijnt 'besmet' te zijn, helaas. Dat is een van de redenen dat je steeds meer flessen met schroefdop, glazen stopje (vinolok) of plastic kurk ziet: de kansen op besmetting met TCA zijn dan zo goed als nul.

Maar helaas, ook een fles die afgesloten is met een schroefdop kan nog steeds muf, kartonnig of naar natte dweilen ruiken. Er is ook een aan TCA verwante stof, PCP - pentachlorofenol - die hetzelfde effect op wijn heeft. PCP is een stof die wordt gebruikt om pallets, containerkisten, lattenwerk e.d. te beschermen tegen schimmels en zwammen. Via de lucht kan de stof de wijn aantasten, met hetzelfde vreselijke effect als 'kurk'.
Als je het idee hebt dat je fles wijn aangetast is door TCA of PCP, aarzel dan niet de fles ofwel door te gootsteen te gooien, ofwel terug te sturen naar de wijnkelder. In een restaurant horen ze je een nieuwe fles aan te bieden, thuis trek je gewoon een andere open. Doe niet zoals ik jaren geleden! We openden een Coonawarra Cabernet Sauvignon, met hoge verwachtingen, maar vonden hem vies en naar natte dweilen ruiken. Toch dronken we hem op: het was tenslotte een bekende Australische wijn. Inmiddels weet ik beter: het leven is te kort om dergelijke slechte wijn te drinken!