Berichten weergeven met het label Rare druiven. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label Rare druiven. Alle berichten weergeven

vrijdag, juni 20, 2008

Het Chatus-dilemma

Dat was een goed begin van de werkdag: op mijn bureau stonden dinsdag zomaar twee flessen wijn! Ik had ze besteld, bij Mireille onze stoelmasseuse, die familie in Frankrijk heeft en ook zelf wijn maakt, maar toch, ik had ze nog niet verwacht.
En dan lag er ook nog een briefje bij: ‘nog 5 tot 10 jaar wegleggen en 24 uur van tevoren opmaken’. Als dat niet nieuwsgierig maakt, weet ik het ook niet meer. Stonden daar eindelijk twee flessen Chatus uit de goede zomer 2005, moet ik nog vijf jaar wachten!

Inmiddels heb ik de flessen voorlopig wat rust gegeven in de wijnkast en onderzoek op internet en in de boeken gedaan. Want hoewel ik eerder van Chatus had gehoord (uit Perswijn onder andere), ken ik de wijn totaal niet. Dat was ook de reden dat ik ze besteld had bij Mireille, toen ik hoorde dat zij regelmatig naar de Ardèche ging en er wijn hielp maken. Het moet een krachtige, tanninerijke rode wijn zijn die echt jaren rijping nodig heeft om tot zijn recht te komen. Zelf wist ik dat het een druivenras is dat vóór de grote phylloxeraramp veel aangeplant stond in de Ardèche en de Cevennen en nu door een handjevol producenten weer nieuw leven wordt ingeblazen. Een heel enkele keer kom je het tegen bij een specialistische importeur, zoals Wijnkoperij L’Ardèche of Heimelijk Genoegen. Overigens importeren deze wijn van een andere producent. Hans Melissen besprak een fles Chatus op Wijnsuggestie. Maar echte informatie krijg je op al deze sites niet over de druif. Alle teksten zijn overgeschreven van Franse bronnen, die elkaar ook allemaal lijken over te schrijven.
Nog wat verder surfen bracht me bij de blog van Luc, die erg te spreken was over de wijn. Maar uiteindelijk bood het internet geen uitgebreide informatie. Dan maar de boeken in, dacht ik. In de Wijnencyclopedie van Tom Stevenson: niets. Bij Nicolaas Klei: niets. In de Wijnatlas van Hugh Johnson: niets. Zelfs de onvolprezen Jancis Robinson, recent nog door Wijnerij geroemd voor haar boek over druivenrassen, noemt de chatus in dat boek niet. Helaas beschik ik niet over de Oxford Companion to Wine, die overigens op dit moment in het Nederlands vertaald wordt. Zou daar wel iets in staan over deze bijzondere druif uit de Cevennen?

Wat de Franse bronnen en Luc te melden hadden is het volgende: chatus komt in de Ardèche en de Drôme voor onder diverse lokale benamingen als houron, charos, corbel, cor-besse, vert chenu en gros chanu. Het is een kwetsbare druif, die gevoelig is voor vorst, valse en echte meeldauw en diverse andere plantenziekten. Bemesting met kalium en magnesium is wenselijk. Grijze rot weerstaat hij wel vrij goed.

De druif geeft een wijn die rijk van kleur en tannines is, maar met weinig zuren. De structuur is stevig en hard, en wint bij enige jaren oudering. Na twee jaar begint hij op dronk te komen, maar volledige ontwikkeling komt pas na vijf tot tien jaar. In de neus zijn aroma's van kaneel, eau de vie van pruimen, moerbei, kweeperen, witte peper en vanille te ontdekken. Hij smaakt uitstekend bij vlees in saus en geitenkaas, maar ook bij de Provencaalse keuken, met aubergine, olijven, konijn etc... Samen met donkere chocolade is het bovendien een verrassende ontdekking.

Daar is dus mijn dilemma: mijn flessen Chatus zijn drie jaar oud, uit 2005. In theorie kan ik er dus een van proberen. Zal ik toch, om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, dat ene flesje binnenkort openmaken?

Chatus 2005, Vin de Pays de Coteaux de l'Ardèche, vinifié et élévé par les Vignerons de la Cave de Payzac, verkocht door Vignerons Ardèchois.

Naschrift 21 juni: volgens welingelichte kringen die mij vandaag mailden, is chatus dezelfde druif als nebbiolo, DE druif in het gebied aan andere kant van de Alpen, Piemonte. Een intrigerende mogelijkheid. Dat wordt Chatus naast Barolo of Barbaresco proeven...

zondag, maart 23, 2008

Graševina uit Kroatië

Het wordt een traditie zo langzamerhand: de lente beginnen we hier thuis met Welschriesling. In 2006 ontdekte ik deze druif, die in Oostenrijk en Oost-Europa veel staat aangeplant. Over het algemeen wordt Welschriesling door de wijnpers als een simpel terraswijntje beoordeelt, meestal het vermelden niet waard. Maar ik heb er de afgelopen twee jaar een aantal prima exemplaren van op, uit Oostenrijk, Hongarije en zaterdag uit Kroatië. Daar is de druif bekend onder de naam graševina.

In continentaal Kroatië - het deel boven Bosnië-Herzegovina - is de aanplant aanzienlijk: ruim 90% van de wijnen is er wit, de helft daarvan bestaat uit graševina. Een van de wijncentra in het oostelijk deel van het land, vlak onder de Hongaarse grens, is Kutjevo. De wijngaarden liggen er op de hellingen van de bergketen Krndija en hebben concurrentie van de loofbossen, waar uitstekend eikenhout voor wijnvaten vandaan komt. Net als in veel andere gebieden is de wijnbouw er door Cisterciënzer monniken rond 1200 geïntroduceerd. Het klimaat is er uitstekend voor de wijnbouw: warmte van de Pannonische vlakte, veel zonne-uren, verkoelende winden uit de Oekraïne, in voorjaar en zomer voldoende neerslag én grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur in het groeiseizoen. De bodem bestaat uit leem en soms verweerd gneis, dat een mineralig karakter aan de wijnen kan geven.

Onze Graševina had een aangename neus van wat exotisch fruit, onder andere ananas en een prettige volle, droge smaak. In de afdronk wat grapefruitbitter, lekker frisse zuren en een alcoholpercentage van 12%. Het zou me niet verbazen als de wijn wat op zijn droesem heeft mogen liggen rijpen: in de geur en smaak was ook een hint van gist te ontdekken. Al met al een uitstekend glas voor een redelijke prijs: bij Wijnkoerier Milenko, van wie ik deze fles had ontvangen, kost hij € 6,00. Bovendien smaakte de wijn uitstekend bij een salade van rucola, winterpostelein, gebakken ciabatta, zacht gekookt ei, uitgebakken pancetta en geraspte grano pardano. Twee jaren geleden maakten we dezelfde combinatie met Welschriesling, en opnieuw kon de wijn uitstekend op tegen het zout van de kaas en de pancetta en het vet van het ei en de kaas.

In Kutjevo zijn een aantal particuliere producenten actief, maar deze fles was afkomstig van een grotere coöperatie, vermoed ik. Het achteretiket meldt: Abfuller Weinkellerei Kutjevo. Hoewel er meer in het Duits vertaalde termen op de Kroatische etiketten staan, is het toch wel handig een lijstje met vertalingen bij de hand te hebben. Zo dacht ik dat het 'vrhunsko vino' droge of witte wijn zou betekenen, maar het betekent 'kwaliteitswijn'. De andere categoriën zijn 'stolno' vino - tafelwijn, en 'stolno vino geogr. poteklo' - tafelwijn met geografische herkomst. De wijnwetgeving in Kroatië is, evenals die in de meeste landen in Oost-Europa, geënt op die van de Europese Unie. Nog wat meer termen: 'suho' betekent droog, 'bijelo' wit en 'crno' - donkerrood. Tom Stevenson voorspelt in zijn wijnencyclopedie dat we in de toekomst meer over wijnen uit Kroatië zullen horen, vooral nu sommige wetenschappers ervan overtuigd zijn dat de oorsprong van zinfandel hier ligt, in de rode druif plavaç mali (of crljenak kastelanski). Maar daarover binnenkort meer.

donderdag, februari 07, 2008

Frisse verdejo's

Frisse witte wijnen uit de Spaanse binnenlanden: het lijkt een tegenstrijdigheid, maar het kan echt. Dankzij technieken als temperatuurgecontroleerde fermentatie worden sinds enige jaren ook in het hete Spanje goede witte wijnen gemaakt. Vorige week woensdag proefde ik diverse voorbeelden uit de herkomstgebieden Bierzo, Rueda, Cigales en Toro. Overheersende druif was de verdejo, vaak als 'monocepage' gebotteld, soms ook in een assemblage met viura, de witte druif die voor veel witte Rioja wordt gebruikt.

Maar we begonnen de middag met een eenling: Marques de Cornatel Blanco, gemaakt van 100% godello, een authentiek Spaanse druif. De coöperatie Viñas del Bierzo bottelt jaarlijks maar zo'n 6.000 - 8.000 flessen van deze heerlijk frisse wijn. Dit glas zette voor mij de toon van de middag: ik ben vooral bij de frisse witte wijnen gebleven, zo aangenaam vond ik ze. Een importeur kan de godello aanschaffen voor € 2,70 per fles. Hopelijk hebben ze iemand gevonden....

Na deze godello proefden we verdejo's en verdejo-viura's. Mij bevielen de pure verdejo's het beste: zij bewaren het meest de frisse, stuivende karakteristieken van de druif, die soms sterk aan sauvignon blanc doet denken. Met een beetje viura erbij wordt de wijn over het algemeen iets voller, maar naar mijn idee soms ook wat vlakker, wat minder spannend.

Favorieten van die middag
- Vicaral 2006 van Bodegas Vincente Sanz (Rueda). Een trek opwekkende mooie wijn met de frisse indrukken van grapefruit en tropisch fruit. 90% verdejo, 10% sauvignon blanc
- Verdejo 2007 van Trascampanas (Rueda). Heerlijk stuivend aroma van zowel citrusfruit als tropische vruchten, heel fris en clean mondgevoel, niet al te lange afdronk. 100% verdejo.
- Verdejo 2007 van Monte la Reina (Toro); simpel maar verfrissend. Monte la Reina biedt flessen met schroefdop, kurk of bag-in-box.
- Bosque Real, Verdejo 2006 van Bodegas Santa Rufina (Cigales); strak, mineralig, fris.

Verdejo's zijn geschikte wijnen bij het eten; maar ook bij de borrel en op het terras zullen de lichtere varianten het prima doen. Plakjes jambon en chorizo smaakten er uitstekend bij!

zaterdag, februari 02, 2008

Kennismaking met Griekse wijnen

Uit het land waaraan Europa zijn wijnbouw aan te danken heeft, importeert Nederland jaarlijks slechts 0,4%. En toch komen er uit Griekenland sinds twee decennia mooie en ook betaalbare wijnen. Waar dat aan ligt? Volgens Theo Aridjis, wiens importfirma al sinds 1926 actief is op de Nederlandse markt, zijn er diverse factoren voor aan te wijzen. De grote gemene deler van veel van die factoren is ‘slecht imago’. Dat imago is echter gebaseerd op lang achterhaalde feiten.

Neem bijvoorbeeld het geknoei met most uit de jaren zestig: Griekse gistende most werd in Nederland in bulk geïmporteerd. Deze most was vooral bedoeld voor goedkope zoete ‘kruidenierswijntjes’. Bij de douane werd slechts accijns betaald over 12% alcohol. De most kon echter rustig doorgisten bij Nederlandse wijnbedrijven, waardoor er wijnen met 13-14% alcohol ontstonden. De accijns over de resterende procenten alcohol werd mooi ontdoken! Het zou enige jaren duren voor de douaneautoriteiten achter deze praktijken kwamen….
Of neem retsina: nog altijd zijn er wijnschrijvers die in iedere Griekse wijn een ‘hint van hars’ menen te ontdekken, want ja, ‘Griekse wijn, dat is toch alleen retsina….’.
En dan zijn er de Griekse restaurants in Nederland: die verkopen liever bulkwijn uit een karafje, waarop ze meer winst kunnen maken, dan een goede fles wijn uit eigen land. Komt nog bij dat de Grieken zelf geen echte wijn-spijscultuur hebben: bij het eten wordt gewoon de wijn geschonken die toevallig voorradig is. (Of dat elders, bijvoorbeeld in Nederland, heel veel anders is bij veel wijndrinkers, vraag ik me af.)

Griekse wijnbouw heeft een geschiedenis van duizenden jaren. Philippus, de vader van Alexander de Grote, heeft het bijvoorbeeld al over de Xynómavro, en de Romeinen danken hún wijnbouw volledig aan de handelscontacten met de Griekse stadsstaten. De eerste wijnranken op Franse bodem zijn geplant door Griekse kolonisten, geen Romeinse!
Griekenland heeft echter de pech gehad vanaf 1456 tot 1830 onderdeel te hebben uitgemaakt van het Ottomaanse rijk. Turken maakten de dienst uit, met alle gevolgen voor de alcoholconsumptie en wijnproductie van dien. Het was wederom de phylloxeracrisis die ervoor zorgde dat er in Griekenland weer enige wijnbouw van betekenis ontstond: West-Europa had behoefte aan wijn, veel wijn, en richtte zijn blik steeds verder naar het oosten.
De echte kwaliteitsomslag vond plaats in de jaren tachtig en negentig van de 20ste eeuw, daarbij een stevig handje geholpen door EU-subsidies (waar heb ik dat eerder gehoord….).

Omdat Griekenland in de lessen van de Wijnacademie steeds meer moest wijken voor landen als Italië en Spanje, is dit jaar voor het eerst in overleg tussen de firma Aridjis en de opleiding besloten een ‘externe’ les te organiseren. De excursie was facultatief en bij de importeur aan huis. In twee groepen van circa 25 personen maakten we vervolgens in het geacclimatiseerde pakhuis in Overvecht-Noord kennis met negen interessante wijnen. En eerlijk is eerlijk, de meesten waren danig onder de indruk van de geboden kwaliteit. Theo Aridjis had ons vooral wijnen van authentieke druivenrassen voorgezet, waarmee we anders zelden of nooit kennisgemaakt zouden hebben.
Zelf was ik het meest verrast door de frisse en boeiende witte wijnen. Van de rode heb ik in afgelopen jaren een enkele keer wel al goede representanten geproefd, onder andere bij een Grieks restaurant in Dordrecht dat wél een goede wijnkaart had. Grote favoriet was een wijn van Santorini, het vulkanische eilandje in de Egeïsche Zee. De Assyrtiko Barrel 2006 van Sigales geurde heerlijk naar citrusfruit, onder andere mandarijn. Bovendien was vooral de uitstekende balans tussen het hout van de opvoeding en het fruit erg opvallend. Een heerlijke, complexe wijn met een ellenlange afdronk, die vooral bij het eten tot zijn recht zal komen.
Maar ook de Ilios Athiri 2006 van de firma CAIR op Rhodos, speciaal gemaakt voor toeristen, mocht er zijn, evenals de Moschofilero van Skouras op Argos. Bijna al deze witte wijnen hadden een verbluffend lange afdronk. De witte wijn-selectie werd afgesloten met een wijn die nostalgische herinneringen bij me opriep: in de eerste jaren van ons huwelijk dronken we op Samos vele malen de voorloper van de droge Samena Golden, gemaakt van muscat à petits grains. Sinds 15 jaar maakt de plaatselijke coöperatie de beste Samena, een sappige en zomerse wijn. De zon ging een beetje schijnen op die druilerige maandagmiddag.

Bij de rode wijnen wordt behalve met authentieke rassen ook gewerkt met de in de 19e eeuw overal aangeplante cabernet sauvignon. We proefden bij Aridjis een pittige en aangename rosé van cabernet sauvignon, gemaakt door de firma Lazaridis in Drama, in Noord-Macedonië. Van de firma Tsantali tenslotte stonden een Naoussa Reserve van xynomavro, een Rapsani Reserve van xynomavro, krassato en stavrato en een Metochi Chromitsa op tafel. De firma Tsantali wist de monniken op berg Athos te bewegen land voor wijnbouw te verkopen en maakt daar nu de mooie Metochi Chromitsa, gemaakt van limnio en cabernet sauvignon. Aangezien de limnio op de cabernet sauvignon lijkt, had de wijn een hoog ‘Bordeaux’-gehalte.

Ik prijs me gelukkig dat ik ook in de toekomst de Griekse wijnen onder handbereik heb: Aridjis kan ik op de fiets makkelijk bereiken. De meeste anderen hebben dat geluk niet, en dat was ook te zien aan de verkopen na afloop. De Griekse wijnen hebben er weer een aantal liefhebbers bij!

zondag, januari 20, 2008

Viswijnen bij Las Palmas

Gisterenavond aten we uitstekend bij Las Palmas, het bekende visrestaurant van Herman den Blijker aan de Rotterdamse Wilhelminakade. Bij binnenkomst was gelijk duidelijk waar het in dit restaurant om gaat: bakken schaal- en schelpdieren op ijs en een enorme doorzichtige wijnkast tot aan het plafond. Jammer dat ik mijn camera niet bij me had.
De fruits de mer waren vers en smakelijk (vooral de scheermessen en de Girardotoesters bevielen me goed, maar ook de Noordzeekrab en de diverse soorten garnalen waren uitstekend); de Grevelingenpaling bleek dik en prima gerookt en de heilbot was klasse.

We hadden die avond geen zin in standaardwijnen. Gelukkig bood de wijnkaart naast een sectie bubbels, Chardonnay en Sauvigon Blanc ook nog een categorie 'Overige'. Aangezien ons gezelschap zoals gewoonlijk de keuze aan mij liet, koos ik er daar twee van uit gedurende de avond.
De Grüner Veltliner 2006 van Hillinger, waar we mee begonnen, was een kwalitatief goede wijn, maar niet heel bijzonder of complementair met de vis. Bovendien vonden zowel Nico als ik het geen typische Grüner Veltliner: te vol, te weinig strak, te bloemig. We schatten hem op een consumentenprijs van zo'n € 7 en vonden hem de € 26,50 die we ervoor moesten betalen dan ook zeker niet waard.
Na wat Googlen vanmorgen blijkt de wijn in Nederland zo'n € 9,50 te kosten, op domein in Burgenland
€ 8,00; de inkoopsprijs voor Las Palmas zal dus de € 7 niet ver ontlopen. Hillinger is overigens zeker geen 'klein' of onbekend domein. Ed van Wijnerij roemde al eens de rode wijnen. Gezien de flitsende architectuur van het domein past de producent uitstekend bij (de inrichting van) Las Palmas. Ook een manier om wijnen voor je wijnkaart te kiezen!

Een gelukkiger hand van kiezen had ik met de Vermentino 2006 van Tenuta Guado al Tasso, een bezitting van Piero Antinori in Bolgheri, aan de Toscaanse kust. Voor deze fles betaalden we € 42,50 (als ik me goed herinner). Ik schat in dat deze voor de consument in de winkel zo'n € 15 moet kosten, een net iets gunstiger opslag dus dan de Grüner Veltliner. (Maar toch nog steeds bijna driemaal over de kop; ik weet weer waarom ik niet zo vaak in restaurants dineer!).
De Vermentino 2006 bleek een gouden greep: een karaktervolle wijn met veel body, maar toch heel licht, fris en fruitig. Hij combineerde uitstekend met zowel de fruits de mer als met de heilbot. Ik meende wat aroma's van gist te bespeuren, Nico omschreef hem 'als een stille champagne'. Helaas duidt er in de fiche technique niets op rijping op zijn gist (sur lie). Hout komt er in ieder geval niet aan te pas, en alle mogelijke nieuwe technieken zijn gebruikt om de wijn zo fris en fruitig mogelijk te krijgen: vroeg in de ochtend oogsten, schillen (deels) laten inweken bij 5 °C en fermentatie bij temperaturen onder de 18 °C.
In tegenstelling tot de Grüner Veltliner - die in Rieslingglazen werd geschonken - dronken we de Vermentino uit grote kelken, sterk lijkend op Bourgogneglazen. We vonden het wel passen bij de wijn, maar wilden natuurlijk wel even meer weten. Bij navraag aan het personeel bleek dit door 'Herman' zo voorgeschreven te zijn...

Ik citeer tot slot nog even Tom Stevenson, die in de Nederlandse editie van 2006 van zijn Wijnencyclopedie onder het kopje Bolgheri DOC schreef: Let op de nieuwe Vermentino van Piero Antinori. Dat belooft de eerste grote Toscaanse witte wijn te worden van een inheemse druif. Ik kan Stevenson alleen maar gelijk geven.

zaterdag, januari 12, 2008

Een wijn voor koningen: Commandaria

Zonder dat ik het me gisterenavond realiseerde, heb ik een glas pure geschiedenis gedronken! Ik dronk de wijn die Richard Leeuwenhart geschonken kreeg bij zijn huwelijk met Berengaria van Navarre, in de aanloop tot de derde kruistocht. Het huwelijk vond plaats op 12 mei 1191 in Limassol, op Cyprus. De wijn beviel Richard, koning van Engeland, zo goed, dat hij hem 'een wijn voor koningen en de koning onder de wijnen'noemde. In de middeleeuwse rangorde van wijnen stond deze wijn van Cyprus eeuwenlang bovenaan, al konden slechts weinigen hem veroorloven. Maar gelukkig kende deze wijn vele broertjes en zusjes, eveneens afkomstig uit het oostelijke Middellandse Zeegebied. De in Nederlanden in de middeleeuwen hoog gewaardeerde malvoisie / malvasia was er één van.
De wijn die ik dronk was Commandaria, meegebracht door een bevriende wijnhandelaar van een vakantie naar Cyprus. Na afloop van een nieuwjaarsborrel genoot ik samen met de wijnhandelaar en zijn vrouw in een zeer verantwoorde ambiance - middeleeuwse kelders onder de Oudegracht, waar al eeuwen wijn opgeslagen heeft gelegen - van dit heel bijzondere glas. In het kort werd de onderstaande geschiedenis al geschetst door de wijnhandelaar, maar pas thuis achter de computer begreep ik ten volle wat een 'historisch' glas dat gisteren is geweest.

Cyprus kent al 4000 jaar wijnbouw: veel eerder dan Italië, om nog maar te zwijgen van Frankrijk en de rest van West-Europa. De moderne wijngeschiedenis van het land begint vooral na de grote phylloxera-ramp van de 19e eeuw. Cyprus bleef gespaard voor de grote druifluisaanval en kon zijn exporten aan het begin van de twintigste eeuw stevig opvoeren. Vanaf 1937 werd op het eiland ook een goedkope soort sherry gemaakt, die vooral populair was in Noord-Europa en bij de Engelsen (Cyprus stond van 1878 tot 1960 onder Brits gezag). In recente jaren is de Cypriotische wijnbouw grondig aangepakt en wordt er inmiddels vroeg geoogst, gevinifieerd in roestvrijstaal en onder temperatuurcontrole en worden de nieuwste wijnmaaktechnieken toegepast.

In al die eeuwen is men gelukkig ook de zware zoete dessertwijn blijven produceren waar Richard Leeuwenhart zo dol op was. Mogelijk spreekt zelfs Hesiodus, in de 7e eeuw vóór Chr., al van deze wijn als hij het heeft over Cypriotische Manna, een wijn van ingedroogde druiven. De wijn dankt zijn huidige naam aan het gebied op Cyprus waar de wijn vandaan komt: het oude commanderijgebied van de Tempeliers en later de Ridders van Sint Jan, die eeuwenlang bezittingen op het eiland hadden. Uit de 19e eeuw zijn vele beschrijvingen van 'Commanderi' of 'Commanderia' bekend, vooral van Britse auteurs. Sommige bronnen menen dat de kwaliteit sinds het begin van de 20ste eeuw achteruit is gegaan en dat je eigenlijk een fles uit die tijd zou moeten proeven.... De Commandaria Saint Barnabas van coöperatie SODAP die ik gisteren proefde, mocht er wat mij betreft echter zijn. Amberkleurig, stroperig, in de neus voor krenten en rozijnen, maar ook iets rokerigs. De neus suggereert vooral veel zoet, maar de smaak is vervolgens heel vol maar subtiel en gebalanceerd, dankzij de mooi zuren. Het alcoholpercentage is 15%, lager dus dan port en vergelijkbaar met de zoete versterkte wijn van Zuid-Frankrijk. Deze wijn is echter niet versterkt!

De wijn wordt gemaakt van de xynisteri (wit) en mavro (rood)-druiven, die overrijp geoogst worden en dan 10 tot 15 dagen uitgelegd worden in de zon om in te drogen. Het suikergehalte moet een bepaald minimumniveau hebben voordat de druiven geoogst mogen worden en een nog hoger suikergehalte hebben bereikt voordat ze gevinifieerd mogen worden. Die gisting duurt tamelijk lang, aangezien men net zo lang wacht totdat het alcoholniveau op natuurlijke wijze 15% bereikt. Er wordt dus niet versterkt! Rijping gebeurt minimaal 4 jaar op eiken vaten.
Wijn uit Cyprus, de xynisteridruif noch Commandaria komen voor in de database van in Nederland geïmporteerde wijnen. Het was gisteren dus werkelijk een uniek glas dat ik heb gedronken, waar ik, ook zonder deze uitgebreide geschiedenis al helemaal te weten, gigantisch van heb genoten. Op naar Cyprus!

donderdag, december 20, 2007

Koshu: wijn uit Japan

Wijnnieuws kan soms meer vragen oproepen dan beantwoorden - net als gewoon nieuws overigens. Onlangs konden we op diverse sites het nieuwtje lezen dat Bernard Magrez, wijnpersoonlijkheid uit Bordeaux, een Japanse wijn naar Europa haalt, gemaakt van koshu-druiven. Koshu? Waarom Magrez? Waarom Japanse wijn naar Europa halen?
Het heeft me gelukkig slechts wat googlen en handboeken raadplegen gekost om een aantal van die vragen op te lossen. Maar eerst dook ik mijn boekenkast in, op zoek naar onze plakboeken van Japan. Misschien had ik de wijn ooit wel gedronken, tijdens één van onze vakanties in Japan. We bezochten het land in 1990, 1994 en 1999 en uiteraard hadden we in Japan wijn gezocht en gevonden. In 1994 kochten we een fles wijn in Matsue, aan de kust; in 1999 in Haguro, een berg met diverse tempels in het noordwesten van het eiland Honshu. Ik herinner me dat we toen een fles Asahi Gassan Wine in een toeristenwinkeltje kochten en hem in theekopjes van ons tempelverblijf nuttigden, genietend van het prachtige uitzicht. De kwaliteit van de rode wijn maakte geen indruk op ons. Ik vermoed dat het wijnen waren van klassieke druivenrassen, vooral cabernet sauvignon. Samen met merlot en chardonnay wordt deze in de 170 commerciële wijnbedrijven van Japan veel gebruikt. Koshu kunnen we niet gedronken hebben, zo blijkt: koshudruiven leveren witte wijn.

Maar nu de vragen. First things first: allereerst de druif. Koshu is zowel de naam van de druif als van het gebied waar 50% van de Japanse wijnproductie plaatsvindt. Het gebied ligt ten westen van Tokyo en ten noorden van de berg Fuji, in de Yamanashi-prefectuur. De druiven zijn er vanuit de Kaukasus via de zijderoute en China terechtgekomen, meegebracht door boeddhistische monniken. Het is een vinifera-variant, en niet één van de inheems in het Verre Oosten voorkomende Vitis-soorten. Volgens Jancis Robinson in haar Vines, Grapes and Wines dateren de eerste berichten over de druiven in Koshu uit 1186. De website van de Katsunuma Winery in Koshu doet er nog een schepje bovenop: volgens hen zouden er al rond 720 druiven voor medicinale doeleinden gebruikt worden in de Daizenji Tempel. De legende verhaalt dat de monnik Gyoki in 718 een visioen had van Yakushi Boeddha die een tros druiven vasthield. Yakushi Boeddha is de boeddha van de geneeskunst, en Gyoki besloot Daizenji Tempel te stichten en de druiven voor medicinale toepassingen te gaan verbouwen.....

Serieuze wijn werd in Japan voor het eerst gemaakt rond 1880 door Seisho Takano en Ryuken Tsuchiya, die in Frankrijk vinificatietechnieken hadden bestudeerd. Maar zij hadden veel problemen met het maken van acceptabele wijn van de koshudruiven en het duurde tot in de twintigste eeuw voordat er op grotere schaal drinkbare wijn gemaakt kon worden. Vooral in de jaren '80, toen de Japanse wijnconsumptie explosief groeide, ondergingen de Japanse wijnproducenten grote veranderingen: technische vernieuwingen deden hun intrede in zowel de wijngaard als de kelder.
De Katsunuma Winery is in bedrijf sinds 1937 en is Japans bekendste producent van Koshu, met een jaarlijkse productie van ongeveer 300.000 flessen. Men gebruikt zowel druiven uit eigen wijngaarden als druiven van boeren die onder contract staan. Koshu wordt zowel droog als zoet op de markt gebracht. Ik zag op de website zelfs een 'madera'!

De samenwerking met Magrez kwam er niet zomaar: de wijnen van de Katsunuma Winery wonnen in 2003 en 2004 zilveren medailles op een internationale wedstrijd onder auspiciën van Union de Oenologues de France. De wijn die nu op de Europese markt zal verschijnen is gemaakt met behulp van een door Magrez uitgeleende deskundige en zal een label dragen waarop de samenwerking duidelijk te zien is: Magrez Aruga Koshu. Yuji Aruga is de president en naamgever van de andere wijnen van het Japanse bedrijf: alle wijnen worden verkocht onder het Aruga Branca label.
Magrez's redenen lijken mij vooral van 'promotionele aard' te zijn: door in zee te gaan met een van Japans bekendste wijnbedrijven (de wijnen worden in de business class van Japan Airlines geserveerd) kweekt hij goodwill, waarmee hij natuurlijk de omzet van de eigen wijnen in Japan hoopt te vergroten. Magrez zegt erover op Decanter.com: 'I was enormously impressed with the quality of Aruga's wines when I first tasted them, and wanted to do something jointly with him. Japan is a very important market for us, and if this helps us to raise our profile in the country, so much the better.'

Het wachten is nu op de eerste fles en de eerste proefnotities. Het heeft helaas geen zin onze Japanse kennissen erom te vragen. Zij wonen weliswaar niet heel ver van de Katsunuma Winery, maar de wijn is alleen beschikbaar voor de Europese markt. Volgens de Japan Times zijn Frankrijk, Zwitserland, België en de VS de landen waar de wijn te koop zal zijn. Belgische lezers, hou me op de hoogte!

Verder lezen over de Japanse wijnindustrie: kijk even op deze site, maar probeer wel door het Engels heen te lezen ;-) Er wordt onder andere gesproken van vitis venifela!
Ook de officiële site van de stad Katsunuma biedt goede informatie. De stad heeft zelfs een wijncentrum, dat met de trein vanuit Tokyo te bereiken is.

zondag, oktober 14, 2007

Week van de Wijngeschiedenis - 3 Alicante Bouschet, restant uit het verleden

Wijngeschiedenis is uiteraard veel breder dan Nederlandse huiskamers (zie de bijdragen van gisteren en eergisteren). Ook oogstjaren, klimaatveranderingen, plantenziekten, scheepvaartontwikkelingen, kolonisatie en noem maar op, dat alles is onderdeel van de geschiedenis van wijn. En je kunt wijngeschiedenis op de meest onverwachte moment 'nodig' hebben. Tenminste, als je de wijnen die op je pad komen wilt begrijpen en wilt kunnen plaatsen.

Deze zomer kwamen wij op het Sonoma Salute to the Arts Festival diverse boeiende wijnproducenten tegen, maar één van de spannendste was toch wel Kaz Winery. In Sonoma zelf is Kaz een absolute cult-favoriet, buiten de VS echter is hij nauwelijks bekend. Aan het hoofd staat de eigenzinnige wijnmaker Richard Kasmier, Kaz, die sinds 1985 wijn maakt. Dat doet hij van wat hij in zijn wijngaarden aantreft, en dat kunnen, voor Europeanen althans, de meest 'vreemde' druivenrassen zijn. Bovendien maakt hij blends door de druiven al bij het persen te vermengen, niet pas na de vinificatie. In de Lonely Planet Californië had ik al gelezen dat Kaz ook wijn maakt van de druivensoort alicante bouschet. Ik kende die druivensoort wel, maar in Frankrijk is het noemen van alicante bouschet toch een beetje als vloeken in de kerk. Geen zinnig wijnboer zal toegeven dat hij alicante bouschet heeft staan én dat hij het gebruikt in zijn assemblages.

Kijk, en dan wordt wijngeschiedenis toch wel handig. Want wat is er aan de hand met deze druif? Daarvoor moeten we teruggaan tot het midden van de 19e eeuw, toen meeldauw en phylloxera (druifluis) huisgehouden hadden in de Franse wijngaarden. Bijna het totale wijnareaal van Frankrijk werd vernietigd. Ook de boeren in de Languedoc waren zwaar getroffen en koortsachtig werd gezocht naar manieren om de productie zo snel mogelijk weer op gang te helpen. Die werd onder andere gevonden in het planten van druivenrassen die veel, heel veel opbrengst leverden, wel 80 hectoliter per ha. bijvoorbeeld. Een van die druiven was de aramon (vooral nooit noemen in Zuid-Frankrijk!), maar de aramon had ook een groot nadeel. Hij leverde wat bleke, fletse wijnen, die qua kleur opgepept moesten worden met andere druivensoorten. Daarvoor werd de alicante bouschet ontwikkeld, een druivenras dat ze in Frankrijk tot de zogenaamde 'teinturiers' rekenen: de ververs. Want wijn van deze druiven is diep, diep rood, bijna zwart, en dat is dan ook de enige onderscheidende eigenschap. Er staan in Frankrijk nog vele hectares aramon en alicante bouschet, maar je zult ze nooit op etiketten vinden, zelfs niet nu dat heel langzaam ook de Franse wijnwetgeving binnen lijkt te gaan sluipen. Het zijn namelijk ook de druivenrassen die de Franse wijnplas een slechte naam hebben bezorgd over de jaren heen.

Na de phylloxeraplaag werd de alicante bouschet over heel de wereld verspreid en geplant, ook in Californië. De wijnboeren die na de Drooglegging in de jaren dertig van de 19e eeuw weer aan de slag wilden gaan, hadden net als de Franse wijnboeren rond 1860 behoefte aan snelle groeiers met veel opbrengst per hectare. Ook toen bood de alicante bouschet weer uitkomst. Met als gevolg dat er ook in Californië nog heel wat hectares te vinden zijn.

Helaas heb ik de Alicante Bouschet van Kaz niet kunnen proeven, aangezien deze niet meegenomen was naar het festival in Sonoma. Volgens de beschrijvingen is het een krachtige, alcoholrijke wijn. Zo'n relict had ik wel eens willen proeven...
Maar gelukkig bleken de wijnen die wel op de tafel stonden ook erg bijzonder: een witte port van chardonnay bijvoorbeeld (die natuurlijk eigenlijk geen witte port mag heten) of de stevige Sarah Nader Zinfandel 2004. In totaal produceert Kaz Winery slechts 1500 'cases' (18.000 flessen), verdeeld over twaalf verschillende wijnen. Geen wonder dat niet alles te proeven was op zo'n openbare proeverij. Maar de Alicante Bouschet had ik toch graag geproefd; de wijn vertegenwoordigt een stukje Europese wijngeschiedenis in Californië.

maandag, september 17, 2007

WBW en Dag 2

Eigenlijk zou ik nu heel enthousiast moeten vertellen over dag 2 van de vinologenopleiding. Ik zal echter de pret voor de cursisten van groep B niet bederven; een verslag volgt dan ook volgende week maandag.

Maar ik kan vanavond wel enigszins trots melden dat Wijnkronieken gesignaleerd is in Amerika. Dr. Vino publiceerde vandaag de 'round up' van Wine Blogging Wednesday 37, waarin inheemse druiven centraal stonden. Wijnkronieken wordt als volgt genoemd: Mariëlla Beukers from Holland blogs (in English!) about visiting Thierry Navarre in the Languedoc who makes a wine from ribeyrenc–wow, off-the-beaten-path! (and called a 'Cépage oublié du Languedoc'). En ik kreeg nog bonuspunten ook, omdat ik de wijn geproefd had op de plek waar hij gemaakt werd.
Er zijn deze keer 52 deelnemers geweest, waaronder een aantal zeer lezenswaardige. Zelf heb ik heel erg genoten van het verslag van Bob Gregg, over de inheemse druiven van Quebec. Maar er zijn ook verhalen over tannat, barbera, langrein, touriga nacional etc...

Het is mijn bedoeling maandelijks mee te gaan doen aan de originele Wine Blogging Wednesday. Ik zal hier ook het thema van de volgende WBW doorgeven zodra dat bekend is, samen met een korte toelichting op de bedoelingen van de originele Wine Blogging Wednesday.

woensdag, september 12, 2007

Going native - Wine Blogging Wednesday #37

For the 37th edition of the original Wine Blogging Wednesday, Dr. Vino picked the theme 'Going native'. Winelovers and bloggers all over the world are asked to taste wine of a grape variety that is native to the region it is grown in. Of course the big six - Riesling, Chardonnay, Sauvignon Blanc, Cabernet Sauvignon, Merlot, and Pinot Noir - are excluded, even if you want to taste and discuss a wine from France.

Picking a native grape in Europe is a piece of cake, I am sorry to say. My first idea was to choose an Austrian Grüner Veltliner or an Italian Tocai Friulano. Or maybe a Spanish Monastrell, Portuguese Albariño or German Silvaner. In the end, we (my husband and I) came back to France. In the summer of 2006, we had a very nice wine experience. Dick Veerman, well known Dutch food blogger, took us to visit winemaker Thierry Navarre, who makes wine in the little town of Roquebrun, in the Languedoc (south of France). There we tasted an amazing array of wines; one of those wines was called Ribeyrenc.

The grape variety ribeyrenc is also known under the name aspiran. It is a grape that all but disappeared after the great phylloxera disaster in the late 19th century. Small pockets of the variety survived until 1956, when a big frost destroyed the remaining hectares. Thierry Navarre's father was able to hold on to his rows of ribeyrenc, though, and Thierry himself is now trying to save this delicate grape variety from oblivion. With the help of local growers Navarre is planning to expand the area of ribeyrenc planted.

When this grape receives the attention it deserves, you will find in the glass something that has a strong resemblance to good Pinot Noir. At the moment, Navarre has still so little ribeyrenc planted that the wine isn’t advertised anywhere, not even in his own tasting room! Only friends, acquaintances and lovers of good wine are allowed to buy a few bottles of wine. We were fortunate enough to buy three bottles of this delicious wine. Navarre hopes that in a few years he will have enough vines to be able to produce more bottles of ribeyrenc.

Last Sunday we opened our remaining bottle of Ribeyrenc 2005, 'Cépage oublié du Languedoc' (forgotten Languedoc varietal). We drank it with 'coq au vin' (chicken in wine), a dish that goes well with Pinot Noir from Burgundy. What a treat that was, again! The wine smelled of delicate wild strawberries, and tasted fresh and fruity, with balanced acids, little tannins and a medium finish. The alcohol percentage was only 11%, fitting in with a new European trend towards wines with lower alcohol percentages! What a pity we had only one bottle left ...

Wijnkronieken (Wine Chronicles) has decided to participate in the original Wine Blogging Wednesday. Although we are the initiators of `Wine Blogging Wednesday goes Dutch', we always liked the original American idea better. The Dutch version of WBW used a different concept: we tasted two wines easily available in The Netherlands and compared tasting notes. Several months ago we decided to pull the plug from the Dutch version of WBW, because the response was disappointing.

At the time we did not give enough credit to Lenn Thompson's original Wine Blogging Wednesday idea, although we rectified that later. By taking part in the original WBW, we hope to give real credit to Lenn's highly original idea, still going strong after 37 editions.

donderdag, juli 12, 2007

Olaszrizling

De eerste fles wijn uit vakantiebestemmingen is al weer binnen ... en opgedronken. Geen eigen import, dat nog niet. Deze fles was door mijn ouders meegebracht van een reis door Hongarije en omringende landen. Tijdens hun tocht van Sopron naar Budapest werd haltgehouden bij Domaine Edegger in Badacsony, aan de noordelijke oever van het Balatonmeer. Zo'n vijfentwintig jaar geleden was ik zelf al eens in het gebied, maar als 18-jarige had ik nog weinig kijk op wijn en wijnbouw. Ik weet dat het er toen ook was (we dronken wijn op de hotelkamers) maar in een heel andere opzet dan nu. Toen was het land nog communistisch, al was er meer eigen initiatief toegestaan dan in de andere Oost-Europese landen. De Hongaarse wijnbouw is dan ook in een relatief betere toestand achter het IJzeren Gordijn vandaan gekomen dan de wijnbouw van bijvoorbeeld Bulgarije of Roemenië. Inmiddels lijkt het me, op basis van de informatie die mijn ouders meebrachten, dat Hongarije zijn wijnboeren en wijngebieden stevig ondersteunt. Er zijn wijnroutes in Badacsony, websites, modern vormgegeven foldermateriaal etc... Een vakantie in het gebied kan een echte wijnvakantie worden, zo te zien. Zeker als je het combineert met een verblijf aan de zeer dichtbij gelegen Neusiedlersee, in Oostenrijk. Net als de Neusiedlersee oefent het wateroppervlakte van het Balatonmeer grote invloed uit op het klimaat in het gebied. Daarnaast spelen in Badacsony de vulkanische bodem en de vele zonne-uren een rol.

Domaine Edegger is pas sinds het jaar 2000 in bedrijf en wordt gerund door het jonge en enthousiaste echtpaar Caroline en Martin Georg Edegger. Zij bezitten 12 ha wijngaard en leggen zich toe op wijnen van goede kwaliteit voor zowel de thuismarkt als de export. De opbrengsten per hectare worden sterk beperkt, wat zeker te proeven is aan een van de specialiteiten van het bedrijf, Olaszrizling (Welschriesling, ter plekke ook wel Italian Riesling genoemd) die zowel droog als zoet gevinifieerd wordt. Welschriesling kan in Hongarije nogal eens een laf wijntje opleveren, maar juist in Badacsony en twee andere gebieden aan het Balatonmeer worden de betere versies gemaakt. Dit heeft onder andere te maken met de vulkanische bodem, die zorgt voor een mineralige indruk.

Wij kregen van mijn ouders een al wat oudere fles van deze Olaszrizling, uit 2004, met een droge - szàraz - variant van de wijn. Ter plekke betaalden ze er slechts 4 euro voor. De Olaszrizling had een zeer opvallende maar aangename geur van custard of vanille, die echter niet afkomstig is van rijping in houten vaten. Voor deze wijn wordt alleen roestvrij staal gebruikt, om de frisheid en fruitigheid van de druif tot zijn recht te laten komen. De romige geur werd gebalanceerd door een mineralige, kruidige smaak, met een nasmaak van amandelen. Verder heeft de wijn een aangename hoeveelheid frisse zuren, die uitstekend combineerden bij de preitaart met ei en pastrami die wij gisteren aten, en een prima alcoholpercentage van 11,5%.
Eerlijk gezegd denk ik dat deze Olaszrizling het uitstekend doet op de thuismarkt, bij pittige schotels en op het terras. Ook als vakantiewijn kan je er prima een doos of wat van meenemen. Maar om de wijn te exporteren, daar is hij misschien nog iets te 'gewoontjes' voor. Hoewel: ik heb deze fles vele malen liever dan een slappe Steen uit Zuid-Afrika of iets dergelijks uit de supermarkt. Misschien toch maar exporteren dan? Heren en dames importeurs van Hongaarse wijnen: ga eens kijken in Badacsony, en sla Domaine Edegger dan zeker niet over.

dinsdag, juni 26, 2007

Geduld: een wijndrinkend mens kén niet zonder.....

Voor wijn moet je soms geduld hebben. Geduld om de geur en de smaak tot zijn recht te laten komen. Dat geduld wordt soms slechts enige tientallen minuten op de proef gesteld, soms ook jaren. En soms wordt het geduld uiteindelijk toch niet echt beloond. Gisterenavond proefden we twee wijnen die allebei enige vorm van geduld nodig hebben, al is niet zeker dat dat geduld ook in beide gevallen beloond zal worden.

Ik begon met een glas van de op Rosé aan Zee bekroonde rosé Sueterie 2006 van de Nederlande wijngaard Hof van Twente. Het zou de beste rosé van 2007 zijn, uitverkoren boven 150 andere inzendingen. Vorig jaar mocht ik de - eveneens bekroonde - rosé 2005 op domein proeven en die beviel toen uitstekend. Mijn verwachtingen voor de versie van 2006 waren dan ook hoog gespannen. Helaas, ik moet eerlijk bekennen dat ik tamelijk teleurgesteld gestopt ben na het tweede glas. De geur van de wijn werd zo gekenmerkt door de lucht van vieze vaatdoekjes dat het niet anders kan of er is te veel sulfiet gebruikt om de wijn te stabiliseren. Ik heb de wijn in het glas nog even ruim een kwartier laten staan, om te kijken of de geur wegtrok, maar dat was niet het geval. Heel af en toe kreeg ik wel de indruk dat er sappig fruit te proeven was onder al die zwavel, maar dat was te weinig om van de wijn te kunnen genieten. We zullen de andere twee aangeschafte flessen voorlopig niet drinken; misschien dat de sulfietindruk met de tijd zal afnemen. De Sueterie 2006 is gemaakt van 100% cabernet sauvignon, heeft een zonnig-oranje tint en slechts 11,5% alcohol. De prijs is
€ 11,00.

Als begeleiding van onze moussaka kozen we vervolgens een fles die we onlangs hadden binnengekregen om te beoordelen: Solar de Sael Roble 2003 van Viñedos y Bodega Arturo Garcia uit de Spaanse wijnstreek Bierzo (tussen Galicië en Ribera del Duero), gemaakt van 100% mencia-druiven. Voor deze fles rode wijn van een totaal onbekende druif moet de consument € 8,95 betalen. Voor dat bedrag verwachtten wij dan ook wel enige kwaliteit in het glas, want anders importeer je een dergelijke wijn niet, vinden we.
Ook deze wijn viel ons in eerste instantie tegen: weinig zuren, weinig smaak en afgezien van het stevige alcoholpercentage (14%) een slappe indruk. Gelukkig had hier de factor 'geduld' wat sneller invloed. Na enige tijd in het glas en in combinatie met het eten kwam de wijn wat meer tot zijn recht. In de geur bleven het vanille van de nieuwe eikenhouten vaten en de alcohol overheersen, maar het fruit – hoewel overrijp – kwam wat meer aan het licht en de wijn werd wat aangenamer naarmate hij meer contact met zuurstof had gehad. Ondanks dat bleef de wijn 'lijden' aan een te hoog alcoholgehalte en te weinig zuren. We vermoeden dat de druiven veel te rijp geoogst zijn, waardoor er te veel suikers en te weinig zuren aanwezig waren in de druiven.
De menciadruif staat volgens Jancis Robinson (Vines, Grapes and Wines) bekend om zijn delicate en aromatische wijnen van goede kwaliteit, maar deze fles is daar helaas geen goed voorbeeld van. Met enige geduld wordt dit na een kwartiertje in het glas een drinkbare barbecuewijn, maar meer ook niet. In ons puntensysteem krijgt de Solar de Sael een 1,5 (correctie: dit moet zijn een 2,5): tussen 'niet meer aanschaffen' en 'blij als ik dit op een feestje krijg' in.

Geduld hebben is bij het drinken van wijn een schone zaak. Maar wees er ook op bedacht dat dat geduld niet altijd beloond wordt!

Op de foto: een perceel van Wijngaard Hof van Twente.

dinsdag, juni 12, 2007

De druif van Pieter Siemens

Een van de dingen die wijn voor mij zo aantrekkelijk maken, is dat er zoveel verhalen aan vastzitten. Neem nou een druif als de pedro ximenez. Deze zou zijn naam hebben gekregen van een Duitse soldaat in dienst van Karel V, Pieter Siemens. Deze soldaat zou tijdens een korte 'vakantie' de druif van het Rijnland naar Jerez in Spanje hebben meegenomen (in de zestiende eeuw dus, voor diegenen die Karel V even zo snel niet kunnen plaatsen...). In het Rijnland was de druif terecht gekomen vanuit de Canarische eilanden, aldus de legende. 'All over the internet' vind je dit verhaaltje, en zelfs bij Jancis Robinson in haar Vines, Grapes and Wines tref je het aan. Hoe de legende nu echt luidt? En wat ervan waar is? Ik heb het nog niet kunnen achterhalen, maar het blijft een aardig verhaal.

Ik heb me verdiept in deze druif omdat ik onlangs een proeffles Chileense droge Pedro Ximenez 2006 kreeg, van Falernia in de Elqui Vallei, een kleine 500 kilometer ten noorden van Santiago. Het bedrijf Falernia is in 1995 opgericht door Aldo Olivier Gramola en Giorgio Flessanti. Hoewel de Elqui Vallei vooral druiven voor de pisco - druivenbrandewijn - leverde, hadden zij het idee dat er van bepaalde hoog gelegen en koelere wijngaarden goede wijn zou kunnen komen.

De pedro ximenez kende ik alleen maar als onderdeel van de sherrymix, en als hele zoete, stroperige Spaanse dessertwijn. Onlangs kocht ik daar nog een fles van, van het huis Lustau. Maar de druif blijkt dus ook, vooral in Spanje en inmiddels in Chili, gebruikt te worden voor neutrale, droge witte tafelwijn.
En die tafelwijn, dit keer uit Chili, beviel ons goed. De geur en smaak deden ons in eerste instantie denken aan een Chenin Blanc, bekend uit de Loire en uit Zuid-Afrika (als Steen). Bij nader proeven had de wijn echter veel minder zuur als een Chenin en in de afdronk een bittertje. Beide karakteristieken maken het moeilijk deze wijn met pittig of vet eten te combineren. Maar drink je de wijn als aperitief of bij zachte kazen en gekookte schaaldieren zonder andere scherpe ingrediënten (precies zoals het achteretiket suggereert, overigens), dan is het een heerlijk verfrissende dorstlesser. (Pas wel op: een ijsklontje kan geen kwaad, de wijn heeft 13% alcohol!)

Ik zou hem graag drinken in Chili, terugkomend van een stevige wandeling in de 'foothills' van de Andes. Trouwe lezers weten al wel hoe ik over wijnen uit veraf gelegen werelddelen denk: ze kunnen nog zo lekker en goed zijn, als er in Europa vergelijkbare wijn voor vergelijkbare prijs te krijgen is, zal ik daar de voorkeur aangeven. Maar mocht ik hem ergens in Nederland geschonken krijgen als feest- of terraswijn, dan zal ik er zeker van genieten. Dit is alweer de tweede goede Chileense wijn die ik in korte tijd heb geproefd: het blijft, ondanks mijn bedenkingen, een land met veel goede wijn. En tenslotte moet een wijnblogger wel bijblijven, nietwaar?

Pedro Ximenez 2006 van Falernia is verkrijgbaar bij de winkels aangesloten bij Les Genereux en kost
€ 5,25.

zondag, juni 10, 2007

Voorpret: een Californische Zinfandel

Nog een paar weken, dan is het zover: ons reisje naar Californië. Zo langzamerhand beginnen we in de stemming te komen. Van Alder Yarrow ontving ik al wat tips voor het bezoeken van wineries rond Healdsburg en Cloverdale. Internet is een onuitputtelijke bron van informatie op dit gebied, dus een goede voorbereiding is gelukkig niet moeilijk.
Heel toevallig ruimde onze Albert Heijn laatst ook wat wijnrestanten op, en daarbij zat, met zo'n grote 35% korting sticker erop, een fles Zinfandel 2005 van Beringer Vineyards. Die kon ik natuurlijk niet laten staan en het risico dat de fles niet goed meer was, nam ik maar op de koop toe. Voor een rode wijn was hij zeker nog niet te oud en er kon alleen iets zijn met de condities waaronder de fles bewaard is geweest. Maar voor rond de 4 euro nam ik dat risico maar.

Beringer is een hele grote naam in de Napa Valley. Het bedrijf is gevestigd in St. Helena, bezit eigen wijngaarden, maar koopt ook druiven op in heel Californië. Het aantal productlijnen is dan ook groot: de simpele Zinfandel uit onze Nederlandse supermarkt komt op hun website niet eens voor.
De Duitse broers Jacob en Frederick Beringer stichtten hun wijngaard in 1876, bouwden er later hun mooie, nog bestaande villa's en vestigden in de loop der jaren een naam die sinds die tijd niet meer uit Californië weggeweest is. Zelfs de Drooglegging wist het bedrijf te overleven. Tussen 1920 en 1933 werd voornamelijk wijn voor religieuze doelen gemaakt: voor mis en avondmaal. Inmiddels zijn de gebouwen historisch erfgoed en worden er 'Historic Tours' over het ruim honderd jaar oude bedrijfsterrein gehouden (waarbij onze kinderen helaas niet mee zullen kunnen: je moet minimaal 21 jaar zijn om deel te nemen aan een uitgebreide Historic Tour...)

Tom Stevenson rekent alle producten van Beringer tot de beste van Californië. Genoemd worden zelfs botrytiswijnen (Nightingale), maar ook Cabernet Sauvignon, Chardonnay, Merlot en allerlei assemblages. Voor 40 dollar lijkt me die Nightingale wel iets om te proberen. Lekker op de camping met een glaasje zoete Semillon/Sauvignon Blanc (klassieke Sauternesmix!), bij een paar zoete perziken bijvoorbeeld. Ik zet de wijngaard in ieder geval op mijn To Do-lijstje.

Overigens was de Zinfandel van de supermarkt uitstekend. Pittig, fruitig, wat onrijpe, groene paprika-indruk en ook wat tabak, leek me, maar heel aardig om zo op een dinsdagavond bij spaghetti met kaassaus te drinken. Ik heb weinig Zinfandel gedronken tot nu toe, maar ga daar in Californië zeker wat aan doen. Deze supermarkt Zinfandel van Beringer was alvast een veelbelovend begin.

zaterdag, maart 31, 2007

Mayschosser Winzergenossenschaft

Je hebt wijn en wijn: elk wijngebied heeft zijn chique wijnen, zijn boegbeelden, de wijnen die in alle wijntijdschriften genoemd worden. Voor het Duitse wijngebied de Ahr zijn dat de wijnen van bijvoorbeeld H.J. Kreuzberg, van Werner Mayer-Näkel, van Weingut Nelles en Peter Kriechel. De ene wijn is wat strenger dan de andere, maar ze zijn allemaal kwalitatief hoogstaand, en ik zou ze allemaal schenken bij een goed diner. Aan een kennis of familielid zou ik ze echter niet cadeau doen (tenzij dat een echte wijnkenner is). Sommige van deze wijnen zijn namelijk erg 'elitair'; je moet ze leren waarderen. Het zijn zeker geen 'instapwijnen'.

Maar gelukkig zijn er in de Ahr ook wijnen voor een groter publiek, veel makkelijker te begrijpen en sneller te drinken. Zulke wijnen proefde ik vorig weekend bij de Mayschosser Winzergenossenschaft. Dit is de oudste coöperatie van het land, ontstaan in 1868. Ruim 300 boeren zijn lid, allemaal krijgen ze uitbetaald naar de kwaliteit van de druiven die ze leveren, niet de kwantiteit.

En de wijnen zijn hier zeker niet minder goed: in de Gault Millau Deutschland van 2006 komt de Winzergenossenschaft er uitstekend vanaf met drie druiventrosjes, hetzelfde aantal als Kreuzberg en maar eentje minder dan Meyer-Näkel. Maar toch: de sfeer is er anders, toegankelijker, en het scala aan wijnen is groter en ook prettiger geprijsd.

We arriveerden bij de coöperatie na een prachtige wandeling door de wijngaarden en de bossen. Onze gids bleek een erg aardige gepensioneerde wijnbouwer van bijna 70 jaar, die ons in een mengeling van Duits en steenkolen Nederlands de kelders en het wijnmuseum liet zien. Vooral de variatie aan vatformaten viel op: kleine barriques van 225 liter, grote vaten van 4000 liter en van alles daar tussen in. Erg Duits waren ook de diverse vaten met een voorkant van houtsnijwerk, speciaal vervaardigd voor diverse jubilea.

Na de rondleiding mochten we plaats nemen in de speciale proefruimte, waar de glazen al gelijk bij de eerste proeffles goed vol werden geschonken. Onze begeleider ging ervan uit dat we kwamen om te drinken, niet om te proeven. We waren tenslotte Nederlanders.... Gelukkig wisten we deze sympathieke heer al snel te overtuigen van onze serieuze bedoelingen: we wilden wijn proeven en moesten bovendien nog naar Nederland rijden. Toen we vervolgens ook nog eens geïnteresseerde én geïnformeerde vragen begonnen te stellen, konden we helemaal niet meer stuk. Na de derde proeffles werd een 3a ingelast, op het huis. Omdat we helemaal naar de Ahr waren gekomen om Frühburgunders te proeven (dat hadden we inmiddels uitgelegd), moesten we uiteraard ook een Frühburgunder van de Winzergenossenschaft proeven. Het was een sappige, kruidige wijn, met de geur van mokka en rood fruit. Voor € 15,00 was het een uitstekende fles, betaalbaarder dan de meeste andere Frühburgunders die we proefden dat weekend.

Maar ook de andere wijnen waren uitstekend. We proefden een Riesling, een heerlijke Weissherbst van spätburgunder, een cuvée van regent en spätburgunder en diverse prettige Spätburgunders, dé wijnsoort waar het dal bekend om is. Ik leerde eindelijk waarin Weissherbst van rosé verschilt: volgens de Duitse wijnwetten moet Weissherbst gemaakt worden van één druivensoort en moet de most minstens 65° Oechsle hebben. Wijnen met meerdere druivensoorten en een lager Oechsle-gehalte moeten rosé heten. Ieder Weissherbst is eigenlijk een rosé, maar niet iedere rosé is een Weissherbst.

We sloten de proeverij af met een 2003 Altenahrer Klosterberg Spätburgunder Auslese, die naar jam en banaan rook. De gisting van deze Auslese was gestopt onder hoge druk, om niet een te zoete wijn te krijgen. (Auslese houdt in dat de most een bepaalde hoeveelheid suiker moet bezitten: in dit geval tussen de 83-88° Oechsle). Ik vond het best een aangenaam glas wijn, dat zo als aperitief of bij een klein hapje prima zal smaken.

De wijnen vielen bij ook mijn medereizigers zeer in de smaak: ik geloof dat de koplampen van een van de auto's nog net niet opnieuw afgesteld hoefden te worden..... Ben je in het Ahrdal en hou je van wijn: ga dan zeker even langs bij Mayschosser Winzergenossenschaft.

donderdag, maart 29, 2007

Wildmuskat: een rariteit met kwaliteiten

Over rare en onbekende druiven gesproken (zie blog van gisteren): ook op Prowein was er één en ander aan curiositeiten te ontdekken. Al ronddwalend door de enorme hallen stond ik plotseling bij de ministand, nog geen twee meter bij twee meter, van Weingut Amalienhof in Heilbronn. Mijn aandacht werd getrokken door een grote foto van een wijngaard en de term Wildmuskat. Ooit las ik - ik meen in het Slow Food-magazine - over een Amerikaanse wijnbouwer die wijn maakte van in het wild groeiende druiven. Ik meende in deze Wildmuskat iets vergelijkbaars gevonden te hebben.

De standhouder wist mij echter te vertellen dat zijn wijn uniek was: hem was niets bekend van een Amerikaanse wijn van wilde druivensoorten. Hij maakte de enige echte Wilde Muskaat. Ooit werd in de natuur rondom het wijngoed Amalienhof een 'wilde' wijnrank aangetroffen. De wijnrank werd bestudeerd, gedetermineerd, er werd geëxperimenteerd en er werd wijn van gemaakt. Het bleek om een variant van de rode druivensoort Lemberger te gaan, ontstaan zonder menselijke tussenkomst en door natuurlijke bevruchting. De soort kreeg een naam: Wildmuskat, naar het sterke muskaatkarakter van de wijnen.

Die wijnen waren nu op Prowein te proeven, en wat voor wijnen: alle typen, of ze nu van de Wildmuskat alleen of in assemblage met andere druivensoorten gemaakt waren, hadden een zeer sterk rozenaroma. Het was letterlijk of je een glas rozenwater dronk, maar dan anders, beter, lekkerder. Als ik ooit had gedacht dat er aan wijn andere smaakstoffen dan die uit de druiven werden toegevoegd, dan zou dat voor deze 'rozenwijn' gelden. En toch waren het puur de smaak- en geurstoffen van de druivensoort die in deze wijn tot uiting kwamen, zoals het een echte wijn betaamt.

Ik proefde zowel droge als zoetere varianten van de Wildmuskat, naast een aantal geslaagde assemblages, onder ander met Spätburgunder. Allen waren van goede kwaliteit. Naar mijn smaak waren het geen wijnen waar je flessen van blijft doordrinken, maar ze waren wel degelijk de moeite van het opentrekken waard. Of een wijn als deze voor een grotere markt geschikt is, dat waag ik te betwijfelen. Maar als curiositeit is er zeker een toekomst voor de Wildmuskat. Ik wens de wijnmakers op de Amalienhof dan ook van harte toe dat de dagjesmensen en wijntoeristen in groten getale langskomen en dat ze veel en graag van de wijn zullen proeven en kopen! Want inmiddels is de Wildmuskat geen wilde druif meer; in 1983 waren er zoveel stokken in cultuur gebracht dat er vijf liter wijn gemaakt kon worden. In 1991 volgende de eerste officiële oogst; in 2003 werd de soort benoemd als Wildmuskat en de volgende stap is de opname van de druivensoort in de officiële boeken. De Wildmuskat is getemd, en eigenlijk vind ik dat jammer. Maar als dat niet zo was geweest had ik er ook geen wijn van kunnen proeven. Ieder voordeel heb z'n nadeel!