Berichten weergeven met het label Vinologenopleiding. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label Vinologenopleiding. Alle berichten weergeven

vrijdag, juli 11, 2008

Cursisten aan het woord: de wijnkelderbezitter

Wat is er nu leuker op een regenachtige dag als deze je wijnkelder te ordenen? Ik duik straks lekker onze wijnkast in, die moet nodig eens doorgenomen en heringedeeld worden. Maar er zijn ook mensen in het gelukkige bezit van échte wijnkelders, en die speciaal voor het beheer van zo'n kelder een vinologenopleiding gaan doen. Zo'n liefhebber is Annelies, medecursist en deelneemster aan de Bordeauxreis, met wie ik een heerlijk rustige en genoeglijke avond in een oesterbar (zie foto) doorbracht. Annelies reist de wereld rond in dienst van onze 'nationale' luchtvaartmaatschappij, maar vindt gelukkig ook regelmatig tijd voor haar wijnkelder én natuurlijk een goed glas wijn! Binnenkort vertelt zijn meer over haar wijnkelder in een gerenommeerd wijntijdschrift, vandaag op Wijnkronieken in de serie 'Cursisten aan het woord' haar verhaal over de vinologenopleiding.

Annelies
"Mariella vroeg mij, met zoveel anderen, waarom ik vinoloog wil worden. Dat is gemakkelijk te beantwoorden, mijn grootste hobby is wijn kopen, erover lezen, proeven, drinken en koken bij de wijnen. Op de Hotelschool in Maastricht heb ik mijn passie voor wijn gekregen; pas toen mijn dochter geboren werd, in 1993, ben ik huiselijk geworden en wijn gaan verzamelen.

Het begon met twee kistjes Chateau Cantemerle 1988. Prachtig, van die echte bordeauxschatten, die ik nog steeds koester (de kistjes dan, de wijn is zo goed als op). In 1995 kochten wij een huis met een kelder, en toen werd het echt serieus. Kopen en verzamelen, ook uit het geboortejaar van mijn zoon, 1995. Inmiddels groeide mijn voorraad tot meer dan 500 flessen en ik raakte het overzicht kwijt. Twee vinologenvrienden raadden mij aan de vinologenopleiding te gaan doen, omdat het mij op het lijf geschreven zou zijn. Dan zou ik pas mijn verzameling gaan begrijpen en waarderen. Had ik dan al die jaren maar wat aan gerommeld?

Maar wat zij zeiden, klopte. De eerste lesdag werd ingevuld door een wijnbouwer uit Wageningen, een man met passie voor de druiven, de aarde en wijnmaken. Daarna werd het steeds heftiger. Iedere maandag óf naar de academie, óf met de proefgroep met wijn bezig zijn, wat een feest! En dan die geweldige Bordeauxreis! Daar alleen al zou je de opleiding voor doen. En al die proeverijen, waar wij zomaar heen mogen. En al die geweldige andere wijnliefhebbers, met veel kennis en passie, sommigen nog aarzelend en zoekend.

Het is inmiddels alweer voorbij, de opleiding. Nu nog de examens doen. We blijven proeven met de groep, bijna wekelijks. We zetten tien tot twaalf wijnen op tafel, met meerkeuzevragen, net als tijdens de lessen, en komen er steeds beter uit. Ik heb goede hoop voor eind augustus.

En wat ik er mee wil doen? Iedereen enthousiast maken goede wijn te drinken of eens een keer een andere wijn te kiezen, om te gaan ontdekken wat wijn nu echt is. Hoe, dat weet ik nog niet, maar het vuur is aangestoken..."

dinsdag, juli 08, 2008

Les 18: een les van uitersten

Alweer een maand geleden is het: de laatste les van de opleiding tot vinoloog van de Wijnacademie viel op 9 juni jl. Hoogste tijd dus om die les maar eens uit te werken. Het was een dag van uitersten: gortdroge theorie en verfrissende 'hands-on'. De cursusleiding had al gewaarschuwd: alleen mensen die 's ochtends aanwezig waren, mochten ook 's middags deelnemen. Een soort packagedeal dus....

In de ochtendles kwamen twee medewerkers van het Productschap Wijn aan het woord. Allereerst legde Hans Burghoorn, secretaris van het Productschap, ons helder en duidelijk uit wat deze organisatie voor de wijnwereld in Nederland doet. Ik citeer de tekst op de website van het Productschap: ' Het Productschap Wijn is op verzoek van de Nederlandse wijnsector ingesteld en heeft als wettelijke taak het gezamenlijk belang te behartigen van de gehele wijnbranche en het belang van de Nederlandse samenleving. Het Productschap Wijn fungeert als platform voor de ondernemers in de sector en maakt het zich sterk voor het collectief aanpakken van zaken. Het Wijninformatiecentrum (WIC) is onderdeel van het Productschap Wijn. Zowel professionals als consumenten zijn bij ons welkom met hun vragen over het product wijn en alle aanverwante zaken.'

Het Productschap is bijvoorbeeld belast met de uitvoering van de regels zoals die in Brussel worden vastgesteld; daarmee heeft het Productschap te maken met zowel importeurs, detailhandelaren, groothandel, horeca, agenten én ook, sinds kort, de wijngaardeniers.
Zo heeft het Productschap op zich genomen geïmporteerde wijn te controleren op onwenselijke stoffen als pesticiden e.d. Wettelijk is de wijnhandel verplicht zijn klanten deugdelijke waar te bieden, maar het is het Productschap die dit voor de handel controleert. Dit gebeurt steekproefsgewijs en in samenwerking met het Ministerie van VWS, al zijn er vaak wel aanwijzingen aan welke partijen meer of minder aandacht besteed moet worden.
Specifiek over de Europese wetgeving kwam beleidsmedewerker Paul Kooijman aan het woord. Zijn verhaal varieerde van een toelichting over de Europese regels rondom etikettering tot de vereisten die er aan Nederlandse wijnproductie zijn gesteld.

Voor de middagles gingen we allemaal eens lekker zitten: Peter Klosse kwam ons namelijk inwijden in zijn theorieën over smaak. Klosse is eigenaar van De Echoput, directeur van de Academie voor Gastronomie, auteur van vele boeken én gepromoveerd op het onderwerp smaak. Dat beloofde een memorabele les te worden. En dat werd het ook!
De strekking van Klosse's verhaal is simpel: smaak is niet persoonlijk! Je oordeel over smaak kan persoonlijk zijn, maar smaak is in objectieve termen uit te drukken. Daarbij let je dan op het smaakprofiel, bestaande uit mondgevoel, smaakgehalte en smaaktype. Zowel een wijn als een gerecht heeft een smaakprofiel, en om de juiste match te krijgen, moeten die smaakprofielen met elkaar in overeenstemming zijn.
Het speciale van de les zat 'm natuurlijk in het 'learning by doing': iedere 45 minuten werd het verhaal van Klosse afgewisseld met een klein gerechtje waarbij wijn werden geserveerd. Soms waren er variaties op het gerecht met een en dezelfde wijn - eendenleverpaté mét of zonder Cumberlandsaus bijvoorbeeld, gecombineerd met Portugese wijn uit de Alentejo - en soms waren er twee verschillende wijnen bij één en het zelfde gerecht.

Ik zal niet te veel van de inhoud verklappen, om de cursisten van volgend jaar lekker nieuwsgierig te houden. Maar deze les was een prachtige afsluiting van een mooi jaar, waarbij velen het gevoel hadden dat we eindelijk eens toekwamen aan waar het werkelijk om gaat voor een vinoloog: een goed glas wijn combineren met het juiste gerecht.

zaterdag, juni 28, 2008

Cursisten aan het woord: twee vakvrouwen

Deze zomer komen op Wijnkronieken een aantal medecursisten van de opleiding tot vinoloog van de Wijnacademie aan het woord. Wat zijn dat nu voor mensen, die wijnspecialist willen worden? Eerder was ‘liefhebber’ Nico van Lent al aan het woord, maar in eerste instantie is de opleiding bedoeld voor vakmensen, mensen die in het wijnvak werkzaam zijn en hun kennis over wijn willen verdiepen. Dat vak kan verdeeld worden in twee richtingen: de horeca en de wijnhandel. Van beide richtingen ontmoette ik dit jaar ontzettend leuke en aardige mensen, allemaal gedreven door de liefde voor hun vak en de producten waarmee ze werken. Door heel Nederland ken ik nu diverse heerlijke eetadressen en een aantal zeer boeiende nieuwe wijnhandelaren. Alleen daarom al is de opleiding de moeite waard ;-)

Vandaag laat ik twee hardwerkende vrouwen uit het wijnvak aan het woord: Manon, die samen met haar man Het Wapen van Wijchen omtoverde van een bruin dorpscafé naar een trendy Grand Café–Restaurant, en Karine, die samen met een vriendin La Cave des Gens Heureux oprichttte en mooie wijnen uit haar vaderland Frankrijk importeert.

Manon
“Bijna 20 jaar geleden heb ik samen met mijn man Phivos Grand Café-Restaurant Het Wapen van Wijchen overgenomen, zonder dat ik enige horeca of wijnkennis had. Wel haalde ik in een ver verleden mijn wijnbrevet. Phivos had ook nog wat andere wijncursussen gedaan (waaronder de cursus bij Peter Klosse) en was dus de expert en stelde ook de wijnkaart samen. Totdat....de naast het Wapen gelegen wijnwinkel ons te koop werd aangeboden. Meer uit het oogpunt van ‘dat pand kan voor uitbreiding van ons restaurant en een kookschool nog wel eens van pas komen’, hebben we die wijnhandel overgenomen. Toen ontdekte ik hoe ontoereikend mijn wijnkennis was. Phivos was inmiddels al met de vinologenopleiding begonnen en erg enthousiast. Maar ja, kinderen, twee drukke zaken en van alles en nog wat weerhield mij ervan om ook de opleiding te gaan volgen. Voor de opleiding 2007-2008 heb ik me uiteindelijk ingeschreven en ik moet zeggen dat ik genoten heb van die maandagen in Maarn, hoewel ik ook nogal eens heb moeten verzuimen helaas.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik door mijn drukke bestaan de cursusboeken nog nauwelijks heb open gehad. Op de maandagen zat ik met kromme tenen in de les, als Frank Jacobs allerlei theorievragen op me af vuurde. Maar ik heb door die lessen al heel veel geleerd en ik ben serieus van plan om ooit het felbegeerde vinologendiploma te halen.

Inmiddels is de wijnwinkel kookschool De Keuken van Wijchen geworden, maar de wijnhandel bestaat nog en wij leveren vooral aan horeca, maar ook aan particulieren. Bij de kookschool wordt veel aandacht besteed aan de combinatie wijn/spijs en veelal wordt de wijn die we schenken bij de gerechten weer besteld door de cursisten. Gasten die bij Het Wapen van Wijchen dineren, kunnen de wijnen van de wijnkaart ook bij ons bestellen. En zo blijven we lekker met wijn bezig. In de toekomst willen we (erg fijn als je partner ook ‘into’ wijn is) de wijnhandel verder uitbreiden.”
Foto: Manon bij Château Petrus, tweede van links

Karine
“Ik ben Française, woon al 22 jaar in Nederland, ben 12 jaar getrouwd en moeder van drie kinderen. Het is mijn echtgenoot die me met het wijnvirus besmet heeft en we hadden al lang de wens om iets met wijn te gaan doen. Hij is een grote wijnliefhebber.
Zo gezegd, zo gedaan! Ik ben met mijn goede vriendin Lia in de wijnhandel gestapt. We hebben alles officieel geregeld. De naam moest natuurlijk iets met Frankrijk te maken hebben en herkenbaar zijn voor Nederlands publiek. We kwamen uit bij het liedje van Gérard Lenorman "La ballade des Gens Heureux", en zo is het La Cave des Gens Heureux geworden, de ‘cave’ van de contente mens. Mijn man proeft, helpt bij het uitzoeken van nieuwe wijnen en denkt mee over de ontwikkelingen van La Cave des Gens Heureux. En hij zorgt voor de financiële kant van de zaak. Ik voer de administratie, maar hij verzorgt de aangiftes en maakt de jaarrekening. Zeker niet onbelangrijk!

We reisden naar beurzen in Nederland, België en Frankrijk om contact te leggen en verschillende wijnen te proeven. Onze doel was en is nog steeds: goede kwaliteitswijnen voor een betaalbare prijs en alleen uit de Languedoc-Roussillon. We zijn van mening dat ze in de Languedoc-Roussillon hard werken om van het bulkimago af te komen, dat ze zeer goede wijnen maken en zijn zeker bereid om zaken te doen om hun wijnen te kunnen exporteren. Daarnaast is ook zo dat ik Française ben en dat we alleen wijn uit Frankrijk wilden halen. Het is makkelijk met de taal en we hebben een binding met Frankrijk.

In eerste instantie verkochten we alleen aan particulieren via proeverijen.
De proeverijen lopen goed, worden steeds drukker bezocht en het olievlekeffect werkt en tegenwoordig leveren we ook wijn aan cateraars en bedrijven. Een jaar geleden heb ik mijn Wijnbrevet gehaald en was zo enthousiast dat ik besloot om de vinologenopleiding te gaan volgen. En ik word steeds enthousiaster, wil meer weten en meer bereiken met de zaak.

Na de opleiding wil ik ook cursussen gaan geven. Ik heb tijdens de proeverijen die we organiseren gemerkt dat de wijnliefhebbers het fijn vinden om meer te weten over de wijn die ze kopen. En er is zoveel te vertellen. Wij geven inmiddels proeverijen voor bedrijven, verjaardagspartijen of zomaar een clubje die iets anders wilt dan bowlen!
Dus wij gaan gewoon verder met de wijnhandel en blijven genieten, proeven en zoeken naar mooie wijnen."
Foto: Karine in de kelder van Domaine Joguet, Loire

donderdag, juni 26, 2008

Driemaal Iberisch rose

Het moet nog steeds allemaal rose zijn. Hoewel de hype volgens sommigen al over zijn hoogtepunt heen is, verschijnen er nog aan de lopende band ‘nieuwe’ rose wijnen.
In Noord-Portugal, waar traditioneel frisse droge witte wijn gemaakt wordt, de bekende Vinho Verde, zijn de wijnmakers ook ‘into rosé’. Vier jaar geleden bestond rosé nog niet in de regio, inmiddels is 5% van de productie als rose, tegen 80% wit en ruim 15% rood.
Een van de grootste en beste coöperatie in de Vinho Verde, Adega Cooperative Regional de Monção, lanceerde bijvoorbeeld dit voorjaar zijn eerste rosé. De wijn, Muralhas de Monção, is gemaakt van de locale druiven alvarelhao, pedral en vinhao en heeft een percentage alcohol van 10.9%. Als de rosétrend door blijft gaan, hoop ik dat deze wijn aanslaat: het lage alcoholpercentage maakt hem veel geschikter voor een belangrijke doelgroep waarop al dat rose is gericht, de jonge vrouwelijke twintigers en dertigers.

Enige tientallen kilometers zuidelijker, langs de Douro, hebben ze het pink ook ontdekt. Croft, een van de oudste portshippers, claimt er als eerste in geslaagd te zijn een nieuwe, rose gekleurde, port op de markt te hebben gebracht. Traditionele rode portdruiven worden kortstondig koel ingeweekt, het licht gekleurde sap wordt vervolgens bij zeer lage temperatuur vergist en de wijn krijgt geen houtlagering. Het alcoholpercentage is daarbij wel 19,5%: de wijn is uiteraard versterkt! Het Instituto dos Vinhos do Douro e Porto heeft de rose port haar goedkeuring verleend en Croft Pink draagt dan ook het zegel en de kwaliteitsgarantie van deze organisatie.
In de geur van de wijn is veel rood fruit te ontdekken, met overheersend frambozen. Ik verwachtte een overmatig zoet drankje, maar dat viel toch wel mee. Vanwege het ontbreken van de houtlagering is de wijn vrij fris en levendig. Het zal de beoogde nieuwe doelgroep – weer die jonge, vrouwelijke levensgenieters – zeker aanspreken. Gevaarlijk is het wel: de wijn drinkt lekker weg, maar heeft toch die 19,5% alcohol!
Kwast Wijnkopers, de Nederlandse importeur van Croft Pink, suggereert de wijn te drinken als aperitief of bij olijven, toastjes en gebrande amandelen. Mij is deze port eerlijk gezegd wat te zoet hierbij… Maar zelf leek me de combinatie bij de traditionele meloen met ham wel lekker. Ellen Dekkers, wijnschrijfster voor Delicious en cursusleidster van de Wijnacademie, had ook een prachtige toepassing: ze vroor de port in en maakte er heerlijk sorbetijs van!

Nog zuidelijker, over de grens met Spanje in Jerez, hebben ze eveneens een nieuw rose drankje ontwikkeld. Het idee ontstond aan de bar, aldus Peter van Veggel, directeur van Osborne Benelux. Medewerkers van Osborne en van de Nederlandse distributeur Groupe LFE vonden dat er ook maar eens een rose sherry moest komen. Zo gezegd, zo gedaan: het in scherts geuite voorstel werd serieus uitgewerkt, de doelgroep werd omschreven, experimenten in Spanje werden opgezet. Sherry is het niet geworden, wel een wijn waarbij procedés worden gebruikt die ook voor sherry worden toegepast. Het resultaat is Rosafino, gericht op trendvolgers tussen de 35 en 45 jaar en de energieke babyboomers tussen de 50-60 jaar. Als er in de slipstream ook jongeren gewonnen worden voor Rosafino, is dat meegenomen, maar een eerste doelgroep is het niet. Gelukkig maar, denk ik dan, want ook Rosafino is weer een stevige wijn, met een alcoholpercentage van 13,5%.

Sherry wordt in Nederland alleen nog door ouderen gedronken, een slinkende groep van zo’n 400.000 mensen. Slechts 5% van de omzet van Osborne komt nog uit port en sherry; het bedrijf was daarom op zoek naar een nieuw cross-over product, gericht op doelgroepen buiten de sherrydrinkers. Als Rosafino-drinkers ook nieuwsgierig worden naar sherry, is dat bovendien mooi meegenomen.

De druiven voor Rosafino – cabernet sauvignon, syrah, tempranillo en tintilla de rota – zijn afkomstig uit de San Agustin-wijngaard in de provincie Cadiz in Andalusië. De bodem bestaat uit van de sherrywijngaarden bekende oogverblindend witte kalk, albariza genaamd. Tijdens de vinificatie, die volledig op roestvrijstalen tanks plaatsvindt, wordt gewerkt met een deken van flor over de wijn. Flor is een schimmel die ook bij diverse sherrysoorten een rol speelt. De flor sluit de wijn af van de zuurstof, waardoor frisse en fruitige aroma’s ontwikkeld kunnen worden. De flor geeft ook de onmiskenbare bite aan de Rosafino. Niet dat de typische sherry-aroma’s in de Rosafino te herkennen zijn, maar vooral in de smaak is er iets dat je bij geen enkel andere rosé aantreft. De wijn heeft 8 gram restsuiker, terwijl de frisse zuren toch voor een droge finish zorgen.

Zelf vond ik het een fraaie rosé, die ik ook thuis nog eens heb doorgeproefd en bediscussieerd met Nico. Ook hij vond de wijn erg geslaagd. Maar wel voor bij een maaltijd, bijvoorbeeld de kikkererwtensalade met lamshaas die Onno Kleyn ooit voor een van de eerste Nederlandse Wine Blogging Wednesdays publiceerde. Rosafino krijgt van ons de waardering 1: Yes, daar wil ik best meer van.

Rosafino is op dit moment alleen verkrijgbaar in Nederland, onder andere bij de Mitra. Let echter in 2009 goed op de flessen: tref je in de winkel een Rosafinofles zonder jaartal, dan is dat er een uit 2008! Ze zijn namelijk in de haast om de wijn op het juiste moment op de markt te brengen – uiterlijk 30 april - vergeten een jaartal op het etiket te plaatsen….

Bovenste foto: overgenomen van het fraaie lifestyle blog All the Best van Ronda Carman.

donderdag, juni 19, 2008

1+1=3 bij Château Brown

Uit de nieuwe wereld komen veel wijnen van één druivensoort. Gelukkig weten ze daar ook dat blends, wijnen samengesteld uit meerdere druivensoorten, zo hun eigen voordelen hebben. Met blends kun je bepaalde karakteristieken van een druivensoort ophalen of juist verzachten, accentueren of verdoezelen. In Europa blenden ze al veel langer. Misschien wel de bekendste blend van witte druivenrassen is die van sauvignon blanc en semillon. Het is de traditionele assemblage voor witte wijnen uit Bordeaux. Soms worden ook muscadelle of sauvignon gris bijgemengd, maar de hoofdmoot van witte Bordeaux wordt gevormd door die twee druiven, zowel in de simpele wijnen van Entre-deux-Mers als in de grote witte wijnen van de andere kant van de rivier, de Graves. Overigens zeg ik het eigenlijk niet helemaal correct: niet de druiven worden gemengd, maar de wijnen die van deze druivenrassen gemaakt worden.

Welk effect het assembleren van sauvignon blanc en semillon heeft, mocht ik in april aan den lijve ondervinden bij Château Brown in Leognan, net even ten zuiden van Bordeaux. Het wijnhuis is sinds 2005 voor de helft in Nederlandse (Dirkzwager) en voor de andere helft in Franse handen (familie Mau). Oorspronkelijk dateert het domein uit de Middeleeuwen, uit de tijd dat de Engelsen Gascogne en Aquitanië bezaten. Eind 18e eeuw kwam het in handen van een Schotse wijnhandelaar, John Lewis Brown, die het zijn naam gaf.
Vierdevijfde van de productie is rood (80.000 flessen), éénvijfde is wit (20.000 flessen). De rode wijnen worden gemaakt onder leiding van Stéphane Derenoncourt, de witte onder leiding van Philippe Dulong. Voor de witte wijnen worden deels vaten gebruikt van drie à vier jaar oud, deels nieuwe. Zowel de alcoholische vergisting als de rijping gebeurt op vat; malolactische gisting blijft achterwege en geklaard wordt er met eiwit.

Op 16 april jl. was de witte wijn van 2007 nog niet helemaal klaar met de rijping. Wel waren Jean Christophe Mau en oenoloog Dulong al bezig de beste assemblage te bepalen. Ons werd daardoor de unieke gelegenheid geboden zowel de wijnen vóór als na assemblage te proeven: een glas semillon, een glas sauvignon blanc en daarna een glas van de voorlopige blend. In het glas sauvignon blanc kwam het hout in aroma en smaak ons tegemoet: een bak hout, zoals we het omschreven. De wijn had de kenmerkende hoge zuren van een sauvignon blanc, maar verder vrij weinig body. In het glas semillon was dat hout veel minder aanwezig, terwijl deze wijn toch dezelfde behandeling had ondergaan. Hier rook ik nog een lichte geur van gist en wat ananasaroma’s. Deze wijn had meer ‘om het lijf’, maar miste nog van alles. Beide wijnen kregen van de aanwezige vinologen in opleiding niet echt een hoge waardering.

Maar toen kwam het laatste glas: de assemblage van 65% sauvignon blanc en 35% semillon. Dat was plotseling een glas wijn met een mooie structuur, een lichte, subtiele houttoon en een goede balans, kortom: een piepjonge mooie Pessac Leognan in wording. De sauvignon blanc en de semillon vulden elkaar perfect aan: de een zorgt voor de frisse zuren, de andere voor de rondheid en volheid, bijvoorbeeld. Het meest opvallende was nog het totaal verdwijnen van het ‘houtige’ karakter van de ongeassembleerde sauvignon blanc. Onvoorstelbaar dat die mondvol 'hout' zo mooi geïntegreerd was met de semillon. Dit was nu echt een geval van 1 + 1 = 3.

Wij zijn Château Brown en zijn eigenaren dan ook zeer dankbaar voor dit prachtige moment. Van alle proeverijen die we doormaakten, was dit waarschijnlijk wel de waardevolste. Zeker ook omdat we hetzelfde deden met de rode wijnen: zowel cabernet sauvignon als merlot en petit verdot proeven vóór de assemblage en daarna de geassembleerde rode Château Brown. Witte en rode Bordeaux heeft er voor velen die dag weer een dimensie bij gekregen!

vrijdag, juni 13, 2008

Cursisten aan het woord: de liefhebber

De lessen van de opleiding tot Vinoloog van de Wijnacademie 2007-2008 zijn afgelopen. Afgelopen maandag was de laatste les - waarover uiteraard nog een verslag volgt.
Tijdens deze cursus heb ik niet alleen heel veel geleerd, maar ook ontzettend leuke, lieve, aardige en interessante mensen leren kennen. Allereerst natuurlijk de leden van mijn proefgroep, waar ik nog veel en lang mee hoop door te proeven. Dan de mensen van groep A, 'mijn' groep, de groep van Robert Handjes, waarvan ik er zo door het jaar ook een aantal heb leren kennen. Bijvoorbeeld de mensen die meestal in dezelfde trein zaten. En last but not least de mensen die mee zijn geweest naar Bordeaux. Tijdens deze fantastische wijnreis leerde ik diverse medecursisten pas echt een beetje beter kennen, ditmaal ook diverse mensen van de B-groep, de groep van Frank Jacobs. Eigenlijk is het vreselijk jammer dat zo'n event als de wijnreis niet veel eerder in de cursus plaatsvindt: dat zou de groep een stuk hechter en misschien zelfs ook 'nuttiger voor elkaar' maken.
Tijdens mijn verslagen heb ik lang niet altijd aandacht aan al die medecursisten besteed. Dat ga ik deze zomer een beetje goedmaken. Tot het komende examen, op 26 augustus a.s., zal ik diverse aankomend vinologen aan het woord laten. Vorige week vertelde sommelier van de Hoefslag Guillaume Coret al hoe hij een huiswijn uitzoekt.
Deze week is liefhebber Nico van Lent aan de beurt. Nico is bibliothecaris, maar danig met het wijnvirus besmet. Dit najaar gaat hij zelfs een wijncursus geven in zijn woonplaats! Met Nico deelde ik een gedenkwaardig glas Yquem 1999 tijdens de Bordeauxreis. Ik laat Nico verder zelf aan het woord.

'Jij gaat zeker wel de vinologenopleiding doen?' werd me gevraagd toen ik een paar jaar geleden met zeer goed resultaat door het wijnbrevetexamen was gerold. Enerzijds trok dat me inderdaad, maar anderzijds leek het me wel een heftige opleiding voor iemand die zich alleen uit hobbyisme met wijn bezig houdt. Maar het bleef jeuken en uiteindelijk kwam ik toch in de schoolbanken in Maarn terecht. En wat een feest was dat! Omringd door liefhebbers en fanaten werd ik onderwezen door nog grotere fanaten, waarvan de meesten over een onuitputtelijke kennis bleken te beschikken. Veel docenten wisten duidelijk te maken dat de wijnwereld een dynamische wereld is waar de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Helaas bleek niet iedere docent in staat zijn kennis op boeiende wijze voor het voetlicht te krijgen, maar de meesten gelukkig wel. Ook het lesmateriaal was niet altijd up-to-date en vertoonde hier en daar zelf onjuistheden en onduidelijkheden.

En natuurlijk proefden we. We proefden top en we proefden bagger. We leerden veel en stonken er vaak toch vaak weer in. 'Ik zou toch gezworen hebben dat dit een Sauvignon Blanc was.' 'Is dit echt een Beaujolais?' Mijn doel was om mijn kennis te vergroten en om beter te leren proeven. En dat is gelukt. Mijn theoretische en proeftechnische kennis werden behoorlijk opgerekt.
Motivatie om met de vinologenopleiding te beginnen was enerzijds lekker met een hobby bezig zijn, maar anderzijds toch ook het idee dat ik met de opleiding de basis kon leggen voor een carrièreswitch. Net als zoveel andere wijnhobbyisten lijkt het me interessant 'iets met wijn te doen'. Dat 'iets' krijgt in het najaar een concrete invulling. Dan ga ik een basiscursus wijnkennis geven in het dorp waar ik woon. Dat is nog geen professionele invulling, maar het stelt me wel in staat het enthousiasme voor wijn te delen. Daarnaast heb ik nog wat andere plannetjes, maar daar wil ik nog niets over kwijt.

De vinologenopleiding heeft me dus niet alleen kennis gebracht, maar ook ideeën om verder te gaan met wijn. Bovendien heb ik een aantal leuke en enthousiaste mensen leren kennen met wie ik hopelijk nog vele jaren wijnen zal proeven. Al met al heb ik de vinologenopleiding als zeer verrijkend ervaren.

Nico van Lent, juni 2008

maandag, juni 09, 2008

Les 17: Gezondheid en trends

Het was even wennen: bij binnenkomst stonden er geen twaalf gevulde glazen op tafel. Bovendien hadden de beide groepen gezamenlijk les en zat de zaal dus goed vol. De zeventiende les van de vinologenopleiding 2008, op maandag 2 juni 2008, stond in het teken van de theorie: 's morgens over alcohol en gezondheid, 's middags over trends en marketing in de wijnwereld.

Henk Hendriks van TNO mocht ons alles vertellen over de gezondheidsaspecten van alcohol. Naast de schrikbarende gevolgen van overmatig drinken voor je lever en je sociale leven, waren er gelukkig ook de verheugende berichten over het effect van matig alcoholgebruik op cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten en zelfs de ziekte van Altzheimer. We leerden de formule voor de Bloed Alcohol Concentratie (komt vast in het examen terug, let maar op!), zagen talloze diagrammen over alcoholgebruik en - misbruik en bleven, wonder boven wonder, helemaal bij de les. Henk Hendrikse bleek een boeiend verteller, die zelfs de droogste statistieken nog met een kwinkslag kon presenteren. Hij sloot af met een prettige conclusie: Wijndrinkers zijn waarschijnlijk gezondere mensen dan bierdrinkers! Uiteraard is hier nog geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs voor, maar de tekenen zijn aanwezig. Yontie, mijn proefgroepgenoot, vatte de les aldus samen: Drink matig, maar regelmatig.

's Middags was het de beurt aan André Sauerbier. Hij mocht ons de eerste beginselen van marketing in het algemeen bijbrengen en nam een aantal aspecten van wijnmarketing en trends door: merken, speciale opleidingen, promotionele evenementen etc... Gelukkig mochten we ook proeven, maar of we dat allemaal zo geslaagd vonden, betwijfel ik zeer. De spuugemmers zaten tamelijk vol na afloop ;-)
De laagalcoholische wijnen, trend van de laatste jaren en ingezet met Pugibet's Plume en Ilja Gort's Qool, vonden weinig bijval. Ik schreef er al een verslag van. De mousserende rosés konden op meer interesse rekenen. Zelf vond ik de Codorniu Pinot Noir, een cava brut van 12%, de smakelijkste. Ook de 'methode traditionelle' van Bernard Massard uit Luxemburg wil ik best nog eens drinken op een feestje (categorie 2 in Wijnkronieken-termen). Maar eerlijk gezegd geef ik toch de voorkeur aan echte Champagne rosé, een wijntype dat er niet tussen zat deze middag. (De wijnen waren bij hoge uitzondering gratis ter beschikking gesteld door diverse bedrijven.) Het ontging mij ook enigszins waarom deze wijnen op tafel stonden. Ja, er is vraag naar roze gekleurde mousserende wijnen, maar aan de andere kant bestaan die al veel langer. Het is niet een nieuw smaaktype dat geïntroduceerd moet worden. Jammer dat er niet meer verteld werd over waarom producenten op deze trend menen te moeten inspelen en wat de verschillen zijn met gewone mousserende wijnen (afgezien van de kleur).

Gelukkig kwam Peter van Veghel van Osborne/Groupe LFE ons halverwege de middag het concept Rosafino uitleggen. Zo begrepen we toch iets meer van de redenen achter de creatie van al die rosédranken. Oorspronkelijk was het idee van Groupe LFE en Osborne een rosé sherry te maken, maar het resultaat is toch iets anders uitgepakt. Aan deze wijn en aan de afsluitende rosé port van Croft besteed ik binnenkort een apart verslag.

De leukste wijn deze middag vond ik misschien nog wel de Chardonnay van Yellow Jersey, een Vin de Pays d'Oc. Niet vanwege de wijn zelf, die gewoon prettig drinkbaar was, maar vanwege de verpakking: een superslanke petfles van 0,75 cl met gele truitjes in het plastic gestanst en uiteraard met schroefdop. Het plastic van de verpakking had absoluut geen effect op de smaak van wijn; ik zie mezelf deze fles nog wel eens meenemen op de picknick. Van Arend kreeg ik een lege fles mee naar huis en heb hem al hergebruikt, precies zoals de makers bedoelden. De Yellow Jerseyfles is mee geweest op een boswandeling en zal mij binnenkort op de spinfiets vergezellen!

zondag, juni 08, 2008

Franc de Pied

Phylloxera, het is een term die op Wijnkronieken nog wel eens valt. Maar was is het nu precies? Met phylloxera bedoelen we een beestje, voluit de phylloxera vastatrix, of druifluis. Tussen circa 1860 en 1920 verwoestte dit hongerige luisje het grootste deel van de wijngaarden van Europa. De druifluis was op een geïmporteerde Amerikaanse druivenstok naar Europa gereisd, waar het een reservoir aan voedsel aantrof waar je u tegen zei. Vanuit de worstels tastte het beestje de druivenstokken aan, die na enige tijd gewoon dood gingen. Er werden eind 19e eeuw de wildste remedies uitgeprobeerd, maar niets hielp. Slechts één ding bleek uiteindelijk te helpen: de Europese druivenrassen enten op resistente Amerikaanse onderstammen. Christie Campbell schreef er een prachtig boek over: How Wine Was Saved for the World.
En dat is wat er sindsdien gebeurt: zogoed als alle Europese druivenstokken zijn geënt op Amerikaanse onderstammen.

Phylloxera is nog altijd niet uitgeroeid. In Australië duikt het de kop op, en in Californië heeft het in de jaren negentig van de 20ste eeuw fors huisgehouden. Zelfs in Frankrijk anno 2008 tref je het nog aan. We kwamen tot die ontdekking tijdens onze wijnreis in april 2008. Bij Domaine Charles Joguet, in Sazilly aan de Vienne (Loire) proefden we een cabernet franc franc de pied: van ongeënte stokken dus. Iedereen was enorm verrast: ongeënte stokken, dat kwam toch niet voor in Europa, en zeker niet in Frankrijk? Maar bij Joguet hadden ze er de laatste decennia mee geëxperimenteerd, onder andere omdat de smaak van wijnen van ongeënte stokken zo veel anders zou zijn dan wijn van geënte stokken. Joquet bezit 1 ha. ongeënte cabernet franc, die een betere zuurgraad en een lager alcohol percentage zouden hebben dan cabernet francs van geënte stokken. Bovendien zou je de wijnen langer kunnen bewaren (vanwege de hogere zuurgraad onder andere).

We proefden Les Varennes de Grand Clos 2006, Franc de Pied: dieppaars van kleur, zeer fruitig, inderdaad hoge zuurgraad, mooie tanninestructuur. Proeven was verder erg lastig: het was fris en we stonden in de buitenlucht, op het erf. De malolactische gisting had plaatsgevonden op vaten van vijf jaar oud en de wijn was in februari 2008 gebotteld. Zoals de naam al aangeeft staan de geënte en de ongeënte stokken op percelen met dezelfde ondergrond.
Vervolgens was Les Varennes de Grand Clos 2006 van geënte stokken aan de beurt, een vatmonster en dus nog niet gebotteld. De malolactische gisting was net afgerond. Deze wijn was beduidend minder fruitig, maar wel krachtiger en kruidiger. Al met al vond ik de wijn van ongeënte stokken de interessantste en het prettigst drinkbaar. Maar helemaal eerlijk is de vergelijking niet: de geënte stokken waren 40 jaar oud, de ongeënte stokken 15 jaar oud....

Helaas is 2006 het laatste jaar dat wijn van de ongeënte stokken op de markt zal verschijnen: dit jaar wordt het perceel gerooid. De phylloxera heeft toegeslagen!

woensdag, juni 04, 2008

Hoe zoek je een huiswijn uit?

Huiswijnen in grote restaurants krijgen van het publiek waarschijnlijk veel minder aandacht dan de wijnen van de wijnkaart. Toch is een huiswijn van groot belang, kijk alleen al naar de diverse competities die er op dit gebied zijn. Met een huiswijn kan een restaurant zich onderscheiden; de wijn moet zeker het 'image' van het betreffende restaurant weerspiegelen. Een Kaapse Pracht in een sterrenrestaurant is geen aanbeveling... Onlangs raakte ik hierover in gesprek met Guillaume Coret, sommelier van Restaurant de Hoefslag te Bosch en Duin en medecursist op de vinologenopleiding dit jaar. Guillaume vertelde dat hij onlangs bezig is geweest met het uitzoeken van de huiswijnen voor deze zomer; het had heel wat proefsessies gekost. Waarom vindt hij de keuze van een huiswijn nu zo belangrijk, en wat komt er allemaal bij kijken?

"Er zijn heel wat elementen waar ik rekening mee heb gehouden met het uitkiezen van de nieuwe huiswijnen. Ik wil een wijn uit een gebied dat niet voor de hand ligt. Zomaar een Bourgogne schenken bijvoorbeeld, vind ik te gemakkelijk. Zodra de gasten gaan zitten en als aperitief een glas huiswijn bestellen, hebben we een moment waarop we de gasten kunnen laten zien dat we moeite hebben gedaan een mooie wijn voor ze te vinden. Op dat moment kun je als sommelier ook gelijk het vertrouwen winnen, door over de wijn een leuk verhaal te vertellen. Om dezelfde reden vallen wijnen van overbekende druivenrassen als chardonnay of sauvignon blanc voor mij af.

Natuurlijk kijken we ook naar wat de meeste gasten van de kaart bestellen. Tachtig procent bestelt bij ons Franse wijn, dus heb ik deze zomer weer gekozen voor wijnen uit Frankrijk. Persoonlijk vind ik dat de wijnen uit Zuid-Frankrijk de laatste jaren enorm in kwaliteit zijn gestegen en vind ik het leuk om met deze wijnen te werken. Ik kijk ook naar het etiket, vanwege de totale uitstraling (al zegt dat natuurlijk niets over de wijn zelf) en naar de wijnmaker: kan deze een constante kwaliteit leveren, ook volgend jaar? Verder houd ik rekening met het jaargetijde: nu met het zomerse weer kies ik voor een frissere wijn en in de koudere maanden wordt de huiswijn weer voller.

Uiteraard is de inkoopsprijs een andere factor waar je rekening mee moet houden. Uiteindelijk moet er na al die romantiek ook geld verdiend worden; een huiswijn voor € 8 à € 9 is voor mij geen optie. En natuurlijk is de verkrijgbaarheid van de wijn een punt, want bij ons gaan er aardig wat flessen per maand door! Maar wat misschien wel het allerbelangrijkste is: de wijn moet een allemansvriendje zijn én ik moet voor 100% achter de wijn kunnen staan!"

De Hoefslag schenkt deze zomer:
- als witte huiswijn 2007 Domaine de Gournier 'Domaine de Taverna', Vin de Pays des Cévennes; druivenrassen ugni blanc, sauvignon blanc, chardonnay en rolle
- als rode huiswijn 2005 Domaine Camp Galhan 'Les Pérassières', Vin de Pays Duché d’Uzès; druivenrassen 50% grenache en 50% syrah.

Dit is het eerste deel in een serie over de cursisten van de Wijnacademie 2008. Volgende delen zullen verspreid over de komende maanden - tot het volgende examen in augustus - verschijnen.
Foto: Guillaume aan het werk in het Maison du Vin de Saint-Emilion, april 2008

maandag, juni 02, 2008

Geproefd: Light Live

Vandaag geproefd: de Light Live waar de Plus rustig van zegt dat het alcoholvrije wijn is. Sinds 26 mei is het te koop; het wordt gemaakt door een Sektkellerei in Trier (Schloss Wachenheim), het heeft 0,5% alcohol en het is werkelijk niet te drinken.
Allereerst: dit product mag helemaal geen wijn heten, daarvoor moet het minimaal 8 of 9% alcohol voor hebben (de meningen verschilden nogal vandaag bij de Wijnacademie).
Ten tweede: wie echt denkt dat met deze penicillinedrankjes mensen gewonnen worden voor het product wijn, is maf. En wie denkt dat 0,5% alcohol betekent dat zij dan lekker weinig calorieën binnenkrijgt, moet wel heel veel over hebben voor de lijn. Nogmaals: het spul is niet te drinken. De witte heeft de geur van vieze gist en karton, de rosé van penicilline. Ook kun je denken aan ranja met prik... De rode is weer kartonnig en bitter, verder niets.

Net als op de proeverij die we in mei 2007 organiseerden, bleken ook vandaag de 'wijnen' waar zo goed als alle alcohol uitgehaald was, het vreselijkst om te drinken. Naast de Light Live proefden we ook Fleur du Cap, een 'natuurlijke' laagalcoholische witte wijn uit Zuid-Afrika, en twee versies van McGuigan uit Australië: een Chardonnay en een Shiraz. Deze dranken waren veel drinkbaarder dan de Light Live, maar je hoeft me er nog steeds niet wakker voor te maken. En als ik op een feestje mag kiezen tussen één glas echte wijn of drie glazen 'light', kies ik toch maar voor dat ene glas. Alledrie de light-wijnen hadden 9.5% alcohol en opvallend veel smaak. Maar lekker is weer wat anders! Alledrie misten ze ook body en structuur en vooral in de twee witte wijnen overheerste het zuur. Zo zuur, dat het eerder op het Franse bronwater met citroensap (Volvic onder andere) lijkt dan op wijn: daarmee is Fleur du Cap een aardige dorstlesser, maar daar is alles mee gezegd.

Mijn mening van vorig jaar blijft overeind: voor mij voorlopig geen laagalcoholische wijnen! Als ik minder calorieën wil, drink ik wel water of sap, als ik minder alcohol wil, stop ik gewoon na twee glazen.

zondag, mei 25, 2008

Lessen 15 en 16 - de Nieuwe Wereld

De opleiding loopt op zijn einde. Dat is duidelijk te merken aan het aantal cursisten dat de lessen bezoekt. Bij de afgelopen twee lessen over de Nieuwe Wereld was de aanwezigheid tamelijk geslonken. Ook speelt mee dat een aantal mensen het proefexamen al hebben gehaald. Zij denken waarschijnlijk dat zij de theorie nu wel uit het boek kunnen leren. Jammer eigenlijk, want zo vaak krijg je niet de kans goede wijn uit de Nieuwe Wereld te proeven. Hoewel, daar verschillen de meningen ook over….. Maar daarover zo meteen meer.

De 'Nieuwe Wereld' werd behandeld in slechts twee middagen: een middag gewijd aan Zuid-Amerika en Afrika, gegeven door Frank Donker van Groupe LFE, onderdeel van Castel, en een middag over Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, door André Sauerbier, oprichter van het Wijninstituut en actief als organisator van wijnevenementen. Om heel diep in te gaan op wat nou precies Oude en Nieuwe Wereld is, ontbrak in die twee lessen de tijd. Om een lang verhaal kort te maken: met de Nieuwe Wereld-wijnlanden worden gewoon alle landen buiten Europa bedoeld, klaar. Voor die landen zijn zeer veel overeenkomsten aan te geven, maar ook verschillen. Hun belangrijkste overeenkomst ligt waarschijnlijk juist in de verschillen met Europa. Denk aan soepeler wijnwetgeving, de probleemloze toepassing van nieuwe technieken, het centraal stellen van de consument, de etikettering met druivenras, het promoten van merkwijnen en de grootschaligheid van de wijnindustrie. Daarnaast heeft ieder wijnland buiten Europa ook eigen karakteristieken: aan Chili is de phylloxera bijvoorbeeld geheel voorbij gegaan. In geen land ter wereld vind je zoveel ongeënte stokken, soms van aanzienlijke leeftijd. En Nieuw-Zeeland heeft van Nieuwe Wereld-landen het meest een 'cool climate', een klimaat vergelijkbaar met het noordwesten van Europa (Frankrijk, Duitsland).

De Nieuwe Wereld kijkt overigens ook weer naar de Oude Wereld: dat blijkt bijvoorbeeld uit de groeiende aandacht voor ‘terroir’, voor het geheel van bodem, microklimaat en vaak ook tradities dat bepaalt of een druivenras het wel of niet goed doet op een speciale plek. In Australië zijn ze al langer bezig voor bepaalde druivenrassen uit te zoeken waar die nu het beste groeien. In de meeste andere Nieuwe Wereld-landen zie je die beweging nu ook: in Californië, Chili, Zuid-Afrika. Dit soort ontwikkelingen zorgt ervoor dat er uit de Nieuwe Wereld steeds meer wijnen komen die complexer zijn en van hoge kwaliteit.

Toch blijven de Nieuwe Wereld-wijnen voor mij één belangrijk kenmerk houden. Dat viel me vooral op bij de Australische en Californische wijnen die André Sauerbier presenteerde: ze hebben zoveel smaak! Het zijn 'in your face'-wijnen, wijnen die je glas uitknallen met aroma's, fruitigheid en concentratie. Vooral de Zinfandels en Chardonnay's kwamen zo op mij over, maar de Australische Rieslings en de diverse 'cool climate' Pinot Noirs hadden deze eigenschap ook. Niet altijd even prettig, moet ik zeggen. Geef mij toch maar een subtiele Duitse Riesling in plaats van eentje uit Clare Valley, of een mooie rode Sancerre in plaats van een Oregon Pinot Noir.
Zelf heb ik het meest genoten van de Chileense wijnen, uit de les van Frank Donker. Zowel de Sauvignon Gris als de Carmenère Gran Reserva van Casa Silva uit de Colchagua Vallei vond ik prachtige, zuivere, spannende wijnen. Beide worden geschonken aan boord van KLM Business Class. Overigens is Casa Silva wel het meest Europees werkende huis van Chili.

Docent Donker liet ons ook de andere kant, de bekende kant, van de Nieuwe Wereld proeven. Glas twee tijdens zijn les bevatte een rode Pampas del Sur, de wijn die een jaar of wat terug van de supermarktschappen gehaald moest worden omdat hij nog nagiste op de fles. Bij het tweede glas uit Zuid-Afrika hadden de meeste cursisten wel door wat we proefden: de ‘beruchte’ Kaapse Pracht van de Aldi. En ook de Hanepoot, een zoete wijn van muscat d'Alexandrie, speciaal voor LFE in Zuid-Afrika gemaakt voor de Nederlandse 'massamarkt', mocht op weinig bijval rekenen. Het feit dat wij deze, en nog een aantal andere supermarktwijnen proefden, viel niet bij iedereen in de smaak. Het argument om ons kennis te laten maken met die wijnen was, dat dit wél is wat de Nederlandse consument drinkt. Er valt wat voor te zeggen, maar toch opvallend is dat vooral de docenten die werken voor de grote multinationale wijnhandels ons deze 'wijntjes' voorzetten. De wijnschrijvers en -docenten (Chris Alblas en Fred Nijhuis bijvoorbeeld) gingen toch meer voor kwaliteit in de lessen....

Foto: Wijnschappen in een supermarkt in Mariposa, Californië, 2007

vrijdag, mei 23, 2008

Oesters en Entre-deux-Mers

‘Bordeaux’ staat bekend om zijn mooie wijnen. Maar je kunt er ook uitstekend eten! De stad en het omringende gebied hebben zelfs een aantal specialiteiten, zoals lamsvlees, asperges en oesters. Toen we tijdens onze Bordeaux-reis op de vrije avond langs een kleine oesterbar - Chez Joel D. - kwamen, wist ik meteen wat ik wilde gaan eten. Met zijn drieën zijn we neergeploft om die lange dag vol rode wijnen en eend eens rustig te overdenken en weg te spoelen met een schaal oesters en een fles wijn. Annelies bleek ook nog eens oesterspecialist – dochter van een kweker uit Yerseke. Zij zocht voor ons de beste oesters uit. We namen niet de oesters van Arcachon, uit de streek zelf, maar oesters uit Bretagne, van Quiberon. Ik ga hier niet in op de complexe wereld van de oesterteelt. Als je daarin geïnteresseerd bent, lees dan vooral Oesters van New York, het prachtige boek van Mark Kurlansky.

Wij genoten die avond gewoon van onze schaal ‘huitres de Quiberon’ en onze fles Entre-deux-Mers. Want een lokale wijn moest wel bij de oesters, vond ik. Chablis staat natuurlijk bekend als hét oesterwater bij uitstek, maar een simpele fles witte Bordeaux uit de streek Entre-deux-Mers mag er ook zijn. We kozen voor een fles Château Sainte-Marie, van Stéphane Dupuch, waarschijnlijk niet toevalligerwijs naamgenoot van oesterkweker en eigenaar van de keten van oesterbars Joel D(upuch). En het combineerde uitstekend!

De volgende dag kwamen we de wijnen van het Château Sainte-Marie alweer tegen. In het Maison des Vins de l’Entre-deux-Mers presenteerden acht wijnmakers hun voornamelijk witte wijnen. Het Maison des Vins is gevestigd in een gerestaureerd bijgebouw van de Abdij van Sauve-Majeure. Net als in veel andere gebieden waren het de monniken die in dit gebied in de 12e eeuw de wijnbouw startten.
Bij ons staat het gebied bekend als de bron van uiterst simpele, wat zoetige witte wijnen, niet te vergelijken met de grote witte wijnen van de overkant van de rivier, in de Graves. Maar zoals dat voor zoveel geldt: das war einmal….. Die zoete wijntjes stammen uit de jaren '40 tot '60. Sinds de jaren '70 hebben veel producenten in het gebied de omslag naar droge wijnen en moderne technieken gemaakt. Grote aanjager van die omslag was in de jaren '80 wijnmaker en oenoloog, tevens professor aan de Universiteit van Bordeaux, Denis Dubourdieu. Hij wordt wel beschouwd als de redder van de witte Bordeaux. Overigens is Dubourdieu adviseur bij het al genoemde Château Sainte-Marie. Dubourdieu experimenteerde met het inweken van de schillen in de most gedurende een half tot een heel etmaal, waardoor er veel meer aroma's aan de wijn worden afgegeven. Tevens voerde hij de vergisting onder temperatuurcontrole in, wat voor frissere zuren en eveneens aromatischere wijnen zorgt. Een derde vernieuwing was de rijping op de droesem, waardoor alweer meer smaak en kracht in de wijn komt en de wijn bovendien beter kan ouderen. Al deze technieken worden anno 2008 toegepast door de vignerons aangesloten bij het Maison des Vins in Sauve-Majeure.

We proefden zeker acht van deze 'nieuwe' wijnen, allemaal zeer fris en fruitig. De assemblage van witte Bordeaux bestaat traditioneel uit semillon, sauvignon blanc en muscadelle. Opvallend détail bij de selectie die we in het Maison des Vins proefden: in de assemblage van een aantal wijnen wordt sauvignon gris gebruikt, een druif die net als de muscadelle een muskaataroma geeft. Buiten Bordeaux en Chili komt de druif eigenlijk niet voor.

Mijn favorieten van die dag:
- Château Lalande de Taleyran: een lichte frisse wijn met in de geur wit steenfruit. Gevinifieerd bij 18°C en gerijpt op de 'lie'. Mooie eetwijn.
- Château Martinon: fris en zuiver, met aroma's van grapefruit. In de assemblage is 15% sauvignon gris gebruikt, naast 20% sauvignon blanc, 55% semillon en 10% muscadelle.
- Domaine de Ricaud: sappige, complexere wijn, met hoge zuren. Fraaie eetwijn.

Meer over de streekspecialiteiten van Bordeaux lees je in het fraaie boek Carnet des Saveurs en Bordeaux, van Alexandre Le Boulc'h en Franck Salein.
Mark Kurlansky's Oesters van New York heet in het Engels The Big Oyster.

donderdag, mei 15, 2008

Het gaat wel eens mis….

Een feestelijk geluid, die plop van een fles mousserende wijn als de kurk eraf gedraaid wordt. Maar die plop betekent dat er flink wat druk achter die kurk en dus in de fles zat. Met die druk in de flessen mousserende wijn gaat het niet altijd goed, zoals te zien op deze foto in de kelders van Langlois-Chateau in Saint Hilaire Saint Florent, langs de Loire.

Deze fles was bezig aan zijn periode 'sur lattes', op de latjes. Dat betekent dat de niet-mousserende basiswijn, aangevuld met de liqueur de tirage, om een tweede gisting op fles te laten plaats vinden, zo’n 24 maanden horizontaal blijft liggen, sur lie, op zijn droesem. Wettelijk verplicht voor een crémant is in Frankrijk 12 maanden, maar bij Langlois-Chateau gaan ze voor heel fijne mousse en subtiliteit van aroma’s en daarom kwaliteit. Na die 24 maanden worden de flessen gekanteld naar een verticale positie. Vroeger gebeurde dat in de pupitres, houten rekken, tegenwoordig veelal in zogenaamde gyropallettes, die de flessen volautomatisch steeds een stukje rechter op zijn kop zetten. Als uiteindelijk alle lie – gistresten en vaste bestanddelen – verzameld is onder de kurk, volgt het dégorgement, het verwijderen van de prop. De flessen worden door middel van een stikstofbad sterk gekoeld, de prop bevriest en kan vervolgens vrij makkelijk verwijderd worden. De flessen worden – als de stijl van de wijn dat vraagt – bijgevuld met een mengsel van wijn en rietsuiker, de zogenaamde liqueur d'expédition. Daarna wordt de bekende champignonvormige kurk en het metalen korfje, de muselet, aangebracht. Na etikettering is de fles vervolgens helemaal klaar om af te reizen naar de klant.

Deze ene fles moet bovenstaand traject helaas missen. Gelukkig was de ontploffing niet zo groot dat ook de andere flessen ‘aangestoken’ zijn. Waarschijnlijk was er in het glas van de fles een kleine onvolkomenheid, waardoor de druk niet goed opgevangen kon worden.

zaterdag, mei 03, 2008

Wijntoerisme in Bordeaux

Wijntoerisme is niet iets dat de Fransen van nature afgaat. Zeker de Bordelais niet. Waar je in andere wijngebieden van Frankrijk nog wel borden ziet met 'Vente en directe' of 'Visite nos cave', tref je dat zelden in de diverse wijngebieden van Bordeaux. En verwacht al helemaal geen 'Amerikaanse' toestanden, met picknickmogelijkheden op het domein en T-shirts, paraplu's of kurkentrekkers met het logo van het huis. Dat zul je ook in de rest van Frankrijk weinig tot beperkt aantreffen.

Voor de Bordelais is dit allemaal wel te verklaren door de manier waarop de wijnhandel georganiseerd is: de meeste wijnen werden en worden opgekocht door grote handelshuizen, die ze verder op de markt brengen voor hun leveranciers. Daarnaast is er het en primeur-systeem: de beroemde huizen als Pétrus en Cheval Blanc verkopen over het algemeen de hele oogst al aan handelaren in het voorjaar na de vinificatie. Zodra de wijn een jaar of wat later gebotteld is, gaat hij onmiddellijk het terrein af. Op de grote en beroemde domeinen is dan ook geen verkooplokaal of fles te vinden! Voor een fles Cheval Blanc ben je als consument aangewezen op grote wijnspeciaalzaken, zoals L'Intendant in Bordeaux en La Winery langs de D1 bij Castelnau. Of nog beter: je eigen wijnhandelaar in Nederland!

Toch dringt ook het wijntoerisme in Bordeaux door. Het meest opvallend was dat tijdens mijn reis naar Bordeaux bij Chateau Giscous, waar hard gewerkt werd aan een stijlvolle proefruimte annex verkooplokaal. De paraplu's, poloshirts en stropdassen waren ook al beschikbaar. In de jaren zeventig was Alexis de Lichine, van Prieuré-Lichine, de eerste die in Bordeaux met verkoop aan huis en andere merchandising begon, zo vertelde Frank Jacobs me. Toen werd de van oorsprong Poolse Amerikaan (!) nog zwaar verketterd, nu moeten de meeste château wel dezelfde weg opgaan. De consumenten beginnen het te verwachten en er is een markt voor. De meeste château hebben tegenwoordig dan ook minimaal een mooie glossy informatiebrochure. Die van Phélan-Ségur ga ik zeker ophangen als poster.

Anders is het bij de coöperaties en Maison des Vins. De laatste zijn altijd al informatiecentra voor de wijnen uit het gebied geweest, en daar tref je dan ook mogelijkheden de wijnen van de deelnemende producenten te kopen, naast schorten met de tekst 'Entre-Deux-Mers' en kurkentrekkers met het logo van het Maison des Vins de Entre-Deux-Mers, bijvoorbeeld.
En gelukkig dringen ook andere wijntoeristische zaken langzaam binnen in de Bordeaux. Vorig jaar was ik laaiend enthousiast over de picknickmogelijkheden in Sonoma Valley, nu kan dat in Bordeaux ook. Wil je namelijk in de Medoc wijnen kopen van bekende huizen in de Bordeaux, dan kan ik La Winery aanraden. De wijnwinkel ligt midden in het landelijke gebied, niet in de stad. Het spiksplinternieuwe, hypermoderne gebouw van glas en staal is pas zeer recent geopend en biedt, naast verkoop van wijnen uit heel Frankrijk én de rest van de wereld, ook een wijnbar, proefmogelijkheden, een picknickplaats en tentoonstellingsruimten. Oprichter is Philippe Raoux, van oorsprong wijnbouwer uit een familie van wijnbouwers. Zijn motto: wijn is er om met elkaar te delen; wijn is geen complex product met geheime codes voor ingewijden, maar een bron van plezier, uitwisseling, verkenning en herkenning. Op het terrein van La Winery komen wijn en moderne kunst samen in een unieke culturele ontmoetingsplaats. Dit voor Frankrijk unieke concept verdient zeker navolging, mijns inziens.

Foto's: Hebbedingetjes bij Giscours en interieur La Winery

donderdag, mei 01, 2008

Les 14 - Centraal en Zuidoost-Europa

Wat voor de vorige les - Portugal - geldt, zou misschien ook wel voor de les van 7 (en 21) april kunnen gelden: waarom een dagdeel besteden aan wijnen uit tien landen waarvan je toch zelden of nooit een wijn te drinken krijgt in Nederland? Of je moet er op staan bij een Balkanrestaurant een wijn uit voormalig Joegoslavië te willen drinken, of bij Hongaarse hapjes een Hongaarse wijn. Toch ligt de zaak hier naar mijn idee anders: in Zuidoost-Europa ligt namelijk de bakermat van onze wijncultuur! Wijnbouw zoals wij die kennen, is ontstaan in Georgië. Vanuit Georgië, dat zich als een Europees land beschouwt, deel uitmaakt van de Raad van Europa en geografisch ook deels in Europa ligt, werd over de Zwarte Zee en de Donau al ver voor het begin van onze jaartelling wijn in westelijke richting gevoerd. De vele amforen die op de bodem van de Donau en haar zijrivieren zijn gevonden, getuigen daarvan. Via de Donau drong vervolgens ook de wijnbouw de landen van Centraal en Oost-Europa binnen. De meeste wijngaarden in het gebied zien dan ook het water!

Met deze uitleg, en een aantal voorbeelden van zelf opgedoken amfoorresten, begon Paul Blom, eigenaar van Schermer Wijnkopers, zijn les over de wijnen van Centraal en (Zuid)oost- Europa. Landen die aan bod kwamen: Slowakije, Slovenië, Kroatië, Macedonië, Montenegro, Bulgarije, Hongarije, Roemenië, Georgië en Turkije. Tevens was er een kleine toegift uit Moldavië. Aan de hand van 18 wijnen uit genoemde landen maakten we kennis met een gebied dat enerzijds enorm in opkomst is, anderzijds nog een aanzienlijke weg te gaan heeft. De wijnbouw en de technologische ontwikkelingen hebben tijdens het communistische bewind een enorme achterstand opgelopen. En die achterstand is in de wijnen van vandaag helaas wel te proeven; niet eerder kende de middagles een zo hoog percentage wijnen met (kleine) technische fouten. Zo was de Vinterra Feteasca Negra 2006 uit Roemenië over de top (voorbij het moment om te drinken) en had de Tokaji Aszú 4 putnovy 2002 (een zoete wijn) uit Slowakije azijnsteek. Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat ze in Slowakije ook Tokaji Aszú maakten: deze beroemde zoete wijn associeer ik alleen met Hongarije. Het Hongaarse voorbeeld, een 6 puttonyos 1999 van Gróf Degenfeld, was gelukkig wel een heel geslaagd voorbeeld van wat wijnen uit deze regio kunnen zijn. Maar dan heb ik het ook wel over de koning der wijnen - rex vinorum - die door koningen en keizers gedronken werd.

Andere verrassend goede voorbeelden vond ik een wijn van de druivensoort sipon (Sipon Mirovino 2007) uit Slovenië en een malvasia (Malvazija Dajla 2006) uit westelijk Istrië. De eerste was een frisse, minerale wijn met licht citrus en een indruk van bloemen (rozen). De tweede had in de neus de aroma's van mentholsnoepjes en anijs. Daarnaast waren er hoge zuren, mineraliteit en een bittertje. De enigszins zilte smaak maakt deze wijn erg geschikt om te drinken bij krab en kreeft. De assemblage van deze wijn is van de hand van Paul Blom zelf, die als adviseur bij het Kroatische domein betrokken is.

Van de meeste rode wijnen was ik minder onder de indruk, al zaten er zeker goede en prettige drinkbare wijnen bij. De Dingac hebben we hier al eerder besproken. Daarnaast vond ik ook een assemblage van cabernet sauvignon en de druif ochsenauge (öküzgözü in het Turks) een leuke kennismaking. Deze wijn wordt gemaakt in het Europese deel van Turkije, in de uitlopers van het Balkangebergte. De wijn heeft wat aardse aroma's, een fruitige smaak (bessen) en is makkelijk drinkbaar. Hij lijkt me licht gekoeld een goede dorstlesser bij wat Turkse hapjes.

Al met al was de les van Paul Blom een boeiende kennismaking met een gebied waar we in de toekomst zeker nog van zullen horen. 'Met wijn is het net als met mensen: er is er gelukkig niet één hetzelfde', aldus een van de uitspraken van Blom. Jammer dat sommige cursisten de kennismaking met die verschillende en soms wat moeilijk te begrijpen 'persoonlijkheden' niet op prijs stelden en halverwege de les vertrokken. Zij hebben een interessant stukje opleiding gemist!

vrijdag, april 25, 2008

Bordeaux 2007 - rood

'Hoe was de Bordeaux 2007'?, vroeg een wijnhandelaar me deze week. De wijnwereld leeft in spanning, en vooral de betere producenten in Bordeaux. Wat zal Robert Parker te melden hebben? 'Komt mijn wijn er goed of slecht vanaf'?, piekert menig producent. Verwacht wordt dat de Amerikaanse wijncriticus op 30 april zijn oordeel over de oogst van 2007 bekend zal maken. Eerder liet hij al los dat hij het jaar 2007 'overall' teleurstellend vindt, maar dat er wel châteaux zijn die goed hebben gepresteerd.
Vooral de huizen die hebben kunnen wachten met oogsten tot in september en geprofiteerd hebben van de weersverbetering toen, zullen er naar verwachting beter uitspringen dan diegenen die vroeger geoogst hebben. Verwacht wordt dat de cabernet sauvignon-wijnen het beter zullen doen dan de merlot, aangezien cabernet sauvignon later rijpt. De cabernet sauvignon heeft daarmee kunnen profiteren van het goede weer in september.
Verder hebben de Britse critici, bijvoorbeeld Steven Spurrier, al gezegd dat 2007 waarschijnlijk een jaar zal worden voor witte wijnen en minder voor rode.

Over de witte later meer, vandaag de rode. Want wat hebben wij vorige week nu van die rode 2007 geproefd? Zou ik er een oordeel over durven geven? Ik realiseerde me vorige week al dat wij als Wijnacademiecursisten dit jaar enorm geluk hadden: midden in de primeurtijd Bordeaux bezoeken en dan de wijnen mogen proeven van een fors aantal goede huizen is niet voor iedereen weggelegd. Wij hebben waarschijnlijk eerder dan menig Nederlandse handelaar de oogst van 2007 geproefd.

Een opsomming van de 2007s die we proefden:

Petit Cheval, tweede wijn van Château Cheval Blanc: Grand Cru Saint-Emilion
Dominant cabernet franc; nu al hele prettige frisse wijn, in de neus wat kruiden en drop.

Cheval Blanc: 1e Grand Cru Classé Saint-Emilion
45% merlot, 55% cabernet franc; prachtige wijn, helemaal mijn wijn! Vergeten notities te maken, alleen genoten, niet gespuugd. Fris rood fruit en enige kruidigheid, precies zoals je van een Cabernet Franc verwacht.

Château Brown: Pessac-Leognan
Soepele, prettige jonge wijn. Alle petit verdot gaat dit jaar in de blend (5%). Daarnaast 55% cabernet sauvignon en 40% merlot. Heel fruitig, tanninestructuur mooi, goed verwerkt.

Château Du Tertre: 4e Grand Cru Classé, Margaux
23% merlot, 18% cabernet franc, 59% cabernet sauvignon. Wat stoffig in de neus, iets groene tonen, fris, sterk drogende tannines. Moeilijk jaar voor Du Tertre, aldus general manager Alexander van Beek.

Château Giscours: 3e Grand Cru Classe, Margaux
65% cabernet, 35% merlot; nog gesloten, maar mooie balans, veel tannines, mooie zuren; in de blend veel cabernet, aangezien Giscours heeft kunnen wachten met oogsten. De cabernet moet deze wijn dragen.

Château Phélan-Ségur: Cru Bourgeois Exceptionnel, St. Estephe
60% cabernet sauvignon, 40% merlot. Zwoele wijn, stevige tannines, mooie zuren. Ook hier is gelukkig gewacht met plukken.

Mijn algemene indruk: de wijnen met een hoog percentage cabernet sauvignon zullen het waarschijnlijk beter doen dan die met een dominant percentage merlot. De wijnen zijn nu al toegankelijk en erg drinkbaar en moeten waarschijnlijk gewoon jong gedronken worden.

Maar mijn toppers zijn de eerste en tweede wijn van Cheval Blanc. Ook voor cabernet franc was het een heel goed jaar, aldus Kees van Leeuwen. Bij de oogst waren de druiven zeer evenwichtig rijp en gezond.
Aan verdere uitspraken waag ik me niet. De 2007s zullen voor mij echter altijd een speciaal plekje houden, zeker die van de huizen die ik vorige week proefde. Ooit wil ik een Cheval Blanc of een Petit Cheval 2007 te pakken krijgen!

donderdag, april 24, 2008

Vatmonsters

In april een wijngebied bezoeken betekent bijna automatisch dat er grote kans is jonge wijnen te proeven. Sommige van die jonge wijnen waren speciaal voor de gelegenheid voor ons in flessen gegoten: dat was het geval bij Pétrus, waar we een 2006 proefden die verder nog niet gebotteld was, en bij Cheval Blanc, waar we van twee 'échantillons' 2007 mochten genieten.
Bij Château La Couronne in Montagne Saint-Emilion proefden we bovendien échte vatmonsters! Eigenaar Thomas Thiou tapte met een slangetje rechtstreeks uit het vat de glazen vol. We mochten proeven wat twee verschillende vaten, van twee verschillende kuiperijen, voor effect hebben op één en dezelfde wijn (2006). Beide wijnen van dezelfde samenstelling (hoofdzakelijk merlot), lagen 15 maanden op het nieuwe hout, hadden hun tweede gisting op dat vat doorgemaakt en waren nooit overgestoken. Pas na de tweede gisting was de minimale dosis sulfiet toegevoegd om de wijn te stabiliseren.

Een producent gebruikt meestal vaten van verschillende tonnellerie's. Dit gebeurt onder andere om niet van één leverancier afhankelijk te zijn en ook om te kunnen variëren met smaak en aroma's bij de assemblage. De wijn uit het eerste vat beviel mij het beste: klassieker, verfijnder, maar ook iets minder expressief. De wijn uit het tweede vat was ronder, vetter, met meer uitgesproken aroma's. Dit tweede vat had een stevigere toasting gehad: was langer gebrand, waardoor de geroosterde lucht en het vanille van het eikenhout sterker naar boven komen.

En wat gebeurde er met de restjes vatmonster in onze glazen? Tot onze stomme verbazing konden we de glazen legen in een gietertje. Kees van Leeuwen kwam langs en goot de verzamelde wijn vervolgens terug in het betreffende vat. De zuurgraad van de jonge wijn is namelijk zo hoog dat menselijke bacteriën geen effect op het resultaat zullen hebben, zo werd ons verzekerd. Toch stonden we wel even te kijken......

Foto's: Thomas Thiou tapt de wijn uit en Kees van Leeuwen haalt de restjes weer op.

woensdag, april 23, 2008

Merlot in Frankrijk


Op Foodlog plaatste Dick dit weekend een raadseltje. Uiteindelijk bleken het de blaadjes van de merlotdruif te zijn. Die Nederlandse merlot was al tamelijk ver: zoals hierboven zag de merlot er vorige week woensdag op Château La Couronne in Montagne Saint-Emilion uit.
En hieronder de broertjes en zusjes, die van een zeer fraai uitzicht genieten!

dinsdag, april 22, 2008

Een reis(je) naar de wijn

Een wijnstudiereis naar Bordeaux is hard werken! Iedereen aan wie je dit vertelt, lacht je onmiddellijk uit, maar het vijftigtal mensen waar ik dit eerste verslag voor schrijf, zullen het beamen. Iedere dag vroeg op, haastig ontbijten en om 8.00 uur de bus in. Iedere dag laat weer in het hotel, met afgepeigerde voeten. Iedere dag eend bij de lunch of het diner. Iedere dag tientallen wijnen proeven, uitspugen en beoordelen. Een gekurkte fles Yquem 1999. Harry Jekkers in de bus. Paëlla. Echt, je wordt er heel, heel moe van ;-)
De komende tijd zal de wijnreis die 48 cursisten van de Wijnacademie samen met hun drie begeleiders en één chauffeur van 13 tot en met 18 april naar de Loire en Bordeaux maakten, regelmatig op Wijnkronieken terugkomen. Om te beginnen een korte schets van de reis.

De reis begon op zondagavond in Vouvray, aan de Loire, waar veertien chenin-producenten ons zeer hartelijk ontvingen in de tufstenen grotten. Vooral het dinerbuffet in de cave van Bourillon Dorléans zal ons bijblijven. De volgende dag maakten we kennis met het Domaine Charles Joquet in Sazilly, bij Chinon, waar Francois-Xavier Barc en niet te vergeten Kevin ons uitleg gaven over de wijngaarden en ons, in de frisse buitenlucht, diverse cabernet francs van 2006 lieten proeven. Buiten werd met een mobiele installatie de Moelleux 2007 gebotteld.
Vervolgens ging de reis naar Saint Hilaire Saint Florent, bij Saumur, waar Michel ons bij Langlois-Chateau inwijdde in de fijne kneepjes van het maken van mousserende wijnen. Geluncht werd er in de bus, onderweg naar Bordeaux, met stokbroodjes en een mooie witte Saumur van oude stokken, van Langlois-Chateau. De laadruimte was inmiddels gevuld met 50 flessen Crémant de Loire.

's Avonds in Bordeaux stonden de wijnen van Laurent de Bosredon, uit de Bergerac, op tafel. In het verleden startte de Bordeauxreis van de Wijnacademie in de Bergerac, maar vanwege de lange reistijden was dit jaar voor de Loire gekozen (een gouden greep!). Om ons toch met zijn fraaie wijnen kennis te laten maken, was de heer De Bosredon naar Bordeaux gekomen. De wijnen werden geschonken bij een diner in de beroemde bistro Le Sommelier. Het voorgerecht bestond uit eend....

De dinsdag stond in het teken van de Rechteroever. In het Maison du Vin van Saint-Emilion onderwees prof.dr. Kees van Leeuwen ons over de bodem van het gebied. Ter illustratie liet hij ons wijnen van de diverse terroirs van Saint-Emilion proeven. Daarna werden wij ontvangen bij Château La Couronne, in Montagne, waar Thomas Thiou sinds 1994 mooie klassieke rode wijnen maakt van hoofdzakelijk merlot. Het weer was inmiddels prachtig geworden. Bij de lunch: eend..... De dag werd echter nog mooier, want 's middags stonden bezoeken aan Pétrus en Cheval Blanc op het programma. En we mochten nog proeven ook! Voor iedereen vormden deze twee bezoeken waarschijnlijk de hoogtepunten van de week.

Woensdag begon met een zeer leerzame rondleiding door Tonnelerie Demptos. De fototoestellen klikten, vele filmpjes zijn gemaakt en het toasten van de vaten is minimaal 48 keer vastgelegd. Ik realiseerde me hoe weinig dit beroep sinds de middeleeuwen veranderd is; een Utrechtse kuiper uit de 15e eeuw zal misschien opgekeken hebben van het lawaai en de vele machines, maar in de basis gebeurt het belangrijkste werk nog altijd met de hand, precies zoals eeuwen geleden.
De lunch werd gebruikt in een prachtig gerestaureerd bijgebouw van de middeleeuwse abdij van Sauve-Majeure. Een achttal producenten was naar het Maison de Vins van Entre-Deux-Mers gekomen om ons kennis te laten maken met hun wijnen. En we waren aangenaam verrast (niet alleen door het Engels van die ene knappe wijnmaker......).
Na een half uurtje in de bus bereikten we vervolgens de buren van Château Yquem, Château Rieussec, eigendom van de Rothschilds van Lafite. De rondleiding door de jonge vrouwelijke wijnmaakster bracht ons in de cuverie en de vatenkelder, waarna uiteraard een Sauternes (2004) geproefd werd.
Het laatste 'kasteel' van de dag was Château Brown, in de appellation Pessac-Leognan. Eigenaren zijn deels Nederlands (Dirkzwager) en deels Frans (familie Mau). Uniek was de proeverij van de diverse wijnen vóór assemblage: onder andere de cabernet sauvignon 2007, de merlot 2007 en de petit verdot 2007. Uiteraard mochten we daarna ook met de uiteindelijke blend kennismaken.
In Restaurant Chiopot, net buiten Bordeaux aan de rivier, wachtte ons nog een diner met de wijnen van Château Preuillac. Hoofdgerecht: .... eend..... Met een fles Yquem 1999 heeft onze tafel de avond waardig afgesloten. Een andere tafel was helaas minder gelukkig: de derde en laatste fles Yquem 1999 uit de voorraad van het restaurant had kurk!

Eén gebied hadden we nu nog niet bezocht: de donderdag stond uiteraard in het teken van de Linkeroever, en speciaal de Haute Medoc. We bezochten de Château's Giscours en Du Tertre in de appellation Margaux en werden er ontvangen door general manager Alexander van Beek.
De lunch vond plaats op Château Phélan-Ségur, een cru bourgeois in de noordelijkste gemeenteappellation van de Medoc, St. Estephe. De rit over de D2, langs alle bekende huizen, was uiteraard een belevenis. Bovendien werd in de bus onze kennis van het gebied alvast getest, als voorbereiding op het finale 'examen' tijdens de lunch. Bij de lunch - verrassing: eend - werden uiteraard wijnen van Phélan-Ségur geschonken, met als topper een 1989 bij het kaasplateau. Tijdens de test die we vervolgens allen moesten afleggen, bleek hoe goed we deze reis hadden opgelet. Bijna iedereen wist namelijk exact welk merk schoenen Kees van Leeuwen op dinsdag had gedragen......

Ons laatste bezoek van de reis betrof een hypermoderne wijnwinkel langs de D1, net buiten Castelnau-de-Medoc. Een Cheval Blanc kon ik er niet kopen, maar gelukkig lag er voldoende ander fraais. Over La Winery en het voor Franse begrippen unieke concept zal ik apart nog berichten.
En zoals veel van dit soort verslagen in reisdagboeken eindigen: moe maar zéér voldaan keerden wij op vrijdagavond in Nederland terug. Wijnstokken, proefglazen, cuves, vaten, nog meer vaten, bottelinstallaties, kelders, flessen, kurken, oesters, bodega's, eend, chauffeur Derk, reisleiders Ellen, Frank en Robert, de hartelijke ontvangsten: het heeft allemaal bijgedragen aan een geweldige reis, die ons begrip van de streek, maar ook het wijnmaken in het bijzonder enorm heeft verdiept. Er daar ging het uiteindelijk om.

Foto's: Ontvangstruimte bij Château Pétrus en vatenkelder van Château Rieussec.

zondag, april 20, 2008

Bordeauxreis april 2008

Reisgenoten, een verslag van onze geweldige reis naar Bordeaux volgt snel! Voor de enkeling die geen foto's heeft gemaakt: ik heb een selectie van mijn foto's online staan. Voor diegenen die wel foto's maakten: de vele wijnstokken, flessen en chateau's heb ik maar weggelaten. Die hebben jullie zelf wel.

Iedereen is van harte uitgenodigd eigen foto's op de fotopagina te plaatsen. Mail me even (zie onder mijn naam rechtsbovenaan deze pagina) en ik stuur je het e-mailadres en het wachtwoord waarmee je kunt inloggen bij Picasa.

Op de foto: uitzicht vanaf Cheval Blanc richting L'Évangile en Pétrus, 15 april 2008.