Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Lotharingen. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Lotharingen. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

zondag 20 december 2009

De wijnkelder van de hertogin


Hoe meer ik lees, hoor en onderzoek, hoe meer ik ervan overtuigd raak: welke wijn je dronk in de middeleeuwen, was sterk afhankelijk van waar je woonde, je status in het leven én je relaties.
Burgers van Utrecht dronken in de vijftiende eeuw, als ze het zich konden veroorloven, vooral wijn van de Rijn. Dit kon vrij direct aangevoerd worden, over de rivier vanuit Keulen. Amsterdamse tijdgenoten daarentegen konden veel makkelijker aan Franse wijn komen, uitgevoerd via La Rochelle en zelfs Bordeaux. Via het Almere en het IJ en de kraan bij de Schreierstoren kwam de vaten Franse wijnen over de Noordzee naar de kelders van de groeiende handelsstad.

Heette je Katharina van Kleef en was je hertogin van Gelre, dronk je ook voornamelijk Rijnwijn. Het oosten van het land was nog sterker op Duitse wijnen gericht dan een stad als Utrecht. Wijnen die van over de Noordzee moesten komen, zoals wijnen uit westelijk Frankrijk en zoete wijnen als malvesye en romanye, uit het Middellandse Zeegebied, trof je in het midden van de vijftiende eeuw aan het hof van Gelre niet of nauwelijks aan. Het was gewoon te ver of te duur om ze naar Nijmegen, Kleef of Lobith te laten komen. In Lobith stond het sterke Tolhuis, waar Katharina graag verbleef. Van de huishouding in onder andere dat Tolhuis zijn diverse rekeningen overgeleverd, de zogenaamde Keukenboeken, waaruit we veel kunnen halen over het eten en het drinken aan het Gelderse hof.

Vrijdagavond 18 december woonde ik in het Museum Het Valkhof in Nijmegen de lezing bij van drs. Els Peters, die vooral vertelde over het eten aan het hof van Katharina. Over wijn was er niet veel nieuws te melden, maar wel een paar leuke wetenswaardigheden. Zo lijkt Katharina wel hypocras te hebben gedronken, de gekruide wijn die in de hogere kringen zeer op prijs werd gesteld. Die hypocras werd echter alleen geschonken in haar privévertrekken, niet aan tafel in de grote zaal. Daar werd Rijnwijn geschonken. Van haar schoonzoon Frederik I van Palts-Simmeren krijg ze eens een partij zoete wijn cadeau. Bovendien komen Lotherse (spelling niet zeker, ik heb het alleen horen uitspreken) wijnen voor in de Keukenboeken. Dit zijn wijnen uit Lotharingen, een gebied waar het Gelderse hof relaties mee had.

De lezing werd gehouden naar aanleiding van de tentoonstellingen in Het Valkhof: de hoofdtentoonstelling over het Getijdeboek van Katharina van Kleef en een bijtentoonstelling over de keuken van Katharina. Het Getijdeboek berust normaal gesproken in The Morgan Liberary & Museum in New York, maar is nu in afzonderlijke perkamenten pagina’s te zien in Nijmegen. Wat het getijdenboek uniek maakt, zijn de illustraties die scênes uit het dagelijks leven van de vijftiende eeuw uitbeelden. Zo is daar de bakker met zijn broden, de keukenknecht bij het spit met kippen, de jager met zijn honden én de wijnkelderbewaarder die een kannetje tapt. Eerlijk gezegd ben ik helemaal verliefd op die afbeelding.

De catalogus Op reis en aan tafel met Katharina van Kleef 1417-1476 meldt nog dat rode wijn bij uitzondering werd gekocht; bovendien werd dat apart vermeld in de boeken. Het zou heel goed kunnen zijn dat rode wijn vooral gebruikt werd om in te koken, zoals ook uit een artikel van Bram van den Hoven van Genderen over de wijnconsumptie een Utrechtse broederschap in de Dom is te concluderen (Jaarboek Oud-Utrecht 2003). Voel je dus vooral in goed gezelschap, als je binnenkort met Kerst weer wat rode wijn bij de rode kool of het stoofvlees mikt!

woensdag 20 augustus 2003

Tijdens onze vakanties proberen wij altijd een wijngebied te bezoeken. Ter plekke kunnen we dan op zoek naar goede wijnen. De vakantie dit jaar ging naar de Vogezen, zodat we de Elzas konden bezoeken. Maar wat zouden we drinken de eerste avond voor de tent? Wijntjes uit de campingwinkel hadden we afgezworen, dus moesten we onderweg iets zien te vinden. We kwamen echter niet langs de Elzasser wijngaarden, die lagen aan de andere kant van de bergen.
Gelukkig vonden we in de wijnatlas van Frankrijk een tamelijk onbekend gebied, de Cotes de Toul, niet al te ver van onze route af. Tot het eind van de 19e eeuw waren de wijngaarden in Lotharingen nog zeer omvangrijk, zo'n 30.000 hectare. De phylloxera-ramp, de nabijheid van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, de voortgaande industrialisatie en de algemene economische malaise waren het gebied fataal. Op dit moment zijn er maar 100 hectare wijngaard beplant. In 1998 kregen de Cotes de Toul AOC-status.

In plaats van bij Nancy naar het oosten af te slaan, richting Epinal, reden we op zondag 6 juli even enkele kilometers naar het westen. Rond een uur of twee 's middags verlieten we bij afslag 14 tussen Nancy en Toul de Route du Soleil, vlak voor het eerste tolstation. We reden een uitgestorven boerenland in met aan de horizon enige heuvels. Ons doel was het plaatsje Bruley. Daar zou volgens een van onze naslagwerken, de Guide Hachette des Vins editie 2000, een aantal goede producenten wonen. Slechts een enkeling was open op zondag, dus het was een beetje op hoop van zegen. Gelukkig kwamen we in het uitgestorven dorpje al snel borden tegen die ons de weg wezen naar Domaine de la Linotte, met de toevoeging 'ouvert tous les jours'.

De jonge eigenaar ontving ons in zijn heerlijk koele kelder, waar wij drie van zijn wijnen proefden: een pinot noir, een auxerrois en een vin gris gemaakt van gamay. Een vin gris lijkt op rose, maar is wat grijzer van kleur, zoals het woord al zegt. De witte en de rosé waren allebei erg droog, beide echte 'eetwijnen'. De pinot was tamelijk tanninerijk, in eiken vatten gerijpt. Ze beviel ons goed. De eigenaar vertelde ons dat het domein pas enkele jaren oud - uit 1996 - is en 2 ha groot met een opbrengst van circa 15.000 flessen per jaar.

Van alle drie de wijnen namen we een aantal flessen mee, zodat we de eerste dagen in de Vogezen goed voorzien waren. De pinot noir beviel later uitstekend bij de barbecue met worstjes, de vin gris is mee naar Nederland gekomen. We dronken 'm gisteren bij een quiche lorraine. De eigenaar van Domaine de la Linotte had de vin gris ook aangeraden bij dit streekgerecht. De zuren sneden prima door het spek en de kaas van de hartige taart. Gelukkig hebben we nog een fles, zodat we deze combinatie nog eens kunnen herhalen!

Onderweg naar het zuiden van Frankrijk en ook behoefte aan goede wijn? Bezoek de Cotes de Toul, en speciaal Domaine de la Linotte. Eigenaar is Marc Laroppe, 90 rue Victor Hugo, 54200 Bruley. Het is een prima lunchstop!