Bier, kroegleven en carnaval

De komende maanden zal ik veel in Den Bosch zijn, in het Noordbrabants Museum. De afgelopen dagen heb ik, afgezien van een bommelding, al kunnen genieten van de start van carnaval. Voor een buitenstaander is het best grappig de straten steeds kleuriger te zien worden, met rood-wit-gele vlaggen en schilderingen van Oeteldonkse kikkers. Het kroegleven begon afgelopen donderdag al, en zal doorgaan tot dinsdag 16 februari, zo heb ik begrepen.
Apart is het ook me te realiseren dat wijn in dit feest nauwelijks een rol speelt. In de kroeg drink je bier of borrels, zo heb ik me laten vertellen. En die traditie gaat al eeuwen terug. In het Rijksmuseum is nog tot 1 maart een kleine tentoonstelling te zien van prenten over het kroegleven in vooral de zeventiende eeuw. Met die prenten is iets opvallends aan de hand: er zijn helemaal niet zo veel zuipende zatlappen op te zien als je wel zou denken! De mensen op de prenten vieren overduidelijk feest, dansen, dobbelen en zitten in elkaars blouse, maar bekers en kannen zijn op de vingers van een hand te tellen. En als er dan iets gedronken wordt, is het bier, geen wijn. Tenminste, dat lijkt het drinkgerei, bestaande uit aardewerken kannen en bekers, te suggereren.
Een topstuk van het Noordbrabants Museum bevestigt dit beeld. Op een Brussels wandtapijt uit de 18e eeuw dat gemaakt is naar een schilderij van David Teniers II (1610-1690) is een herberg te zien met feestende mensen ervoor. Maar een enkeling heeft een beker of een kan in de hand; glazen of flessen zijn niet te zien.
Is het dan echt waar, dat carnaval om het feestvieren gaat, en niet om het zuipen? Je zou het bijna gaan geloven...