maandag 30 juni 2008

Geproefd: Crémant d'Alsace

Hoewel champagne de bekendste mousserende wijn is, kent Nederland inmiddels ook cava, prosecco, sekt, sparkling en noem maar op. Als een Franse mousserende wijn uit een gebied anders dan de Champagne komt, wordt dat meestal een crémant genoemd. Zo is er bijvoorbeeld Crémant de Bourgogne, Crémant de Loire en Crémant d'Alsace. De eisen waaraan een crémant moet voldoen, lijken sterk op die van een champagne. Het procédé is grotendeels hetzelfde: een eerste vergisting van de basiswijn wordt gevolgd door een tweede gisting op fles. Maar in de détails zijn er verschillen: voor 100 liter champagne mag bijvoorbeeld maximaal 160 kg druiven gebruikt worden, voor 100 liter crémant 150. Een ander verschil: crémant moet verder minimaal 9 maanden 'sur lie' rijpen, champagne minimaal 15 maanden. En uiteraard is er verschil in de druivenrassen: voor champagne moeten chardonnay, pinot noir en/of pinot meunier de hoofdmoot vormen, eventueel aangevuld met twee onbekendere rassen. Voor crémants is dat per streek anders. In de Loire wordt vooral chenin blanc gebruikt, in Bourgogne chardonnay en in de Alsace zijn pinot blanc, pinot gris, pinot noir, chardonnay en riesling gebruikelijk.

Dit weekend proefde ik twee crémants uit de Elzas. We aten een salade van rucola, eikenbladsla, uitgebakken bacon, in olijfolie gebakken ciabatta en zachtgekookt ei. We combineerden deze salade met een Crémant Brut van Domaine Henri Ehrhart en Le Crémant de Clément van Clément Klur.

Ehrhart
Ter hoogte van de stad Colmar bezit Henri Ehrhart rond het 16e-eeuwse dorp Ammerschwihr ruim 10 hectare wijngaarden. Hier in de zuidelijke heuvels van de Haut-Rhin zijn leisteen, kiezels en leem in ruime mate aanwezig in de bodem. Voor de Brut van Ehrhart is 70% pinot noir, 20% pinot gris en 10% riesling gebruikt. Het alcoholpercentage is 12%.
Wij vonden dit een zeer aangename, lieve wijn. Fruitig, fris, met een stevige mousse. Een echte wijn om mee te toasten, waarschijnlijk een allemansvriend. Of hij het bij het eten zou redden, betwijfelden we ten zeerste. Maar gek genoeg leefde de wijn bij de salade juist helemaal op. De zuren die we eerder misten, kwamen nu duidelijk naar voren, de wijn deed krachtiger aan en de afdronk werd langer. Deze krijgt van ons de hoogste waardering in ons systeem: een 1: Yes, hier drinken we graag meer van. Voor € 13,95 is de crémant van Ehrhart te koop van Wijnkoperij Cees van Noord.

Klur
Wijnproducent Klur kent een lange familietraditie in het maken van wijn. Sinds 1999 maakt het bedrijf enkel biologische wijnen. De wijngaarden omvatten 7 hectare en liggen in het Katzenthal, deels op graniet, deels op een klei-kalksteenbodem.
Klur ‘Le Crémant de Clément’ is uiteraard ook een biologische wijn. Biologisch betekent dat geen gebruik gemaakt is van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Maar biologisch is voor Klur meer dan dat. Centraal staat een evenwichtige, verantwoorde manier van groeien, oogsten en verwerken, in een tempo dat recht doet aan de plant. Gebruikte druivenrassen voor deze wijn zijn pinot blanc en pinot auxerrois, alcoholpercentage is 12%.
In eerste instantie beviel deze wijn ons meer: complexer in de geur, met enige mineraliteit zowel in de aroma's als in de mond. De mousse was ook sterk, gist en toast overheersten in de smaak. De afdronk bleek echter iets minder aangenaam. Ik omschreef het als groen en bitter, Nico als oxidatief. De wijn kwam over als stevig in zijn zuren.
Bij het eten bleek deze wijn alleen veel minder te passen dan we dachten. De harde kantjes van de wijn werden geaccentueerd, we omschreven hem als 'bruusk'. Deze krijgt van mij een categorie 2: blij als ik dit op een feestje krijg.
De Crémant van Klur kost € 17,95 en is verkrijgbaar via Tamis wijnen – Vino Via wijnimport.

zondag 29 juni 2008

Lindemans sponsort World Hockey Champions Trophy

Terwijl de finale EK voetbal gespeeld wordt, is de Word Hockey Champions Trophy Men net afgelopen. Australië heeft Spanje verslagen met 4-1. Bijzonder aan die Champions Trophy was één van de sponsors: het Australische wijnmerk Lindemans! Tijdens de hele week van wedstrijden had Lindemans het alleenrecht op het schenken van wijn.
Eerlijk gezegd ben ik niet eerder een wijnmerk tegengekomen dat een groot sportevenement steunt. Maar de merken uit de Nieuwe Wereld hebben er ongetwijfeld het geld voor.

Mijn zoon - die zelf volgend jaar Kampong A3 mag versterken - mocht dankzij mijn schrijfsels hier op Wijnkronieken vandaag naar de finales bij de Hockey Club Rotterdam. Hij genoot van de wedstrijd Nederland - Argentinië (helaas verloor Nederland) en van de finale tussen Australië en Spanje. En nam voor mij de bijgeleverde foto's, van de bar van Lindemans in het clubhuis. De wijn mocht niet gedronken worden rond het veld, alleen erbuiten, vertelde hij me. Hoe de wijn smaakte, heeft hij niet uitgeprobeerd, ondanks zijn voucher voor onbeperkt genieten. Netjes hè ;-)

Is dit de de toekomst bij classy sportevenementen? Misschien iets voor champagnemerken? Of gebeurt het al meer?

zaterdag 28 juni 2008

Cursisten aan het woord: twee vakvrouwen

Deze zomer komen op Wijnkronieken een aantal medecursisten van de opleiding tot vinoloog van de Wijnacademie aan het woord. Wat zijn dat nu voor mensen, die wijnspecialist willen worden? Eerder was ‘liefhebber’ Nico van Lent al aan het woord, maar in eerste instantie is de opleiding bedoeld voor vakmensen, mensen die in het wijnvak werkzaam zijn en hun kennis over wijn willen verdiepen. Dat vak kan verdeeld worden in twee richtingen: de horeca en de wijnhandel. Van beide richtingen ontmoette ik dit jaar ontzettend leuke en aardige mensen, allemaal gedreven door de liefde voor hun vak en de producten waarmee ze werken. Door heel Nederland ken ik nu diverse heerlijke eetadressen en een aantal zeer boeiende nieuwe wijnhandelaren. Alleen daarom al is de opleiding de moeite waard ;-)

Vandaag laat ik twee hardwerkende vrouwen uit het wijnvak aan het woord: Manon, die samen met haar man Het Wapen van Wijchen omtoverde van een bruin dorpscafé naar een trendy Grand Café–Restaurant, en Karine, die samen met een vriendin La Cave des Gens Heureux oprichttte en mooie wijnen uit haar vaderland Frankrijk importeert.

Manon
“Bijna 20 jaar geleden heb ik samen met mijn man Phivos Grand Café-Restaurant Het Wapen van Wijchen overgenomen, zonder dat ik enige horeca of wijnkennis had. Wel haalde ik in een ver verleden mijn wijnbrevet. Phivos had ook nog wat andere wijncursussen gedaan (waaronder de cursus bij Peter Klosse) en was dus de expert en stelde ook de wijnkaart samen. Totdat....de naast het Wapen gelegen wijnwinkel ons te koop werd aangeboden. Meer uit het oogpunt van ‘dat pand kan voor uitbreiding van ons restaurant en een kookschool nog wel eens van pas komen’, hebben we die wijnhandel overgenomen. Toen ontdekte ik hoe ontoereikend mijn wijnkennis was. Phivos was inmiddels al met de vinologenopleiding begonnen en erg enthousiast. Maar ja, kinderen, twee drukke zaken en van alles en nog wat weerhield mij ervan om ook de opleiding te gaan volgen. Voor de opleiding 2007-2008 heb ik me uiteindelijk ingeschreven en ik moet zeggen dat ik genoten heb van die maandagen in Maarn, hoewel ik ook nogal eens heb moeten verzuimen helaas.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik door mijn drukke bestaan de cursusboeken nog nauwelijks heb open gehad. Op de maandagen zat ik met kromme tenen in de les, als Frank Jacobs allerlei theorievragen op me af vuurde. Maar ik heb door die lessen al heel veel geleerd en ik ben serieus van plan om ooit het felbegeerde vinologendiploma te halen.

Inmiddels is de wijnwinkel kookschool De Keuken van Wijchen geworden, maar de wijnhandel bestaat nog en wij leveren vooral aan horeca, maar ook aan particulieren. Bij de kookschool wordt veel aandacht besteed aan de combinatie wijn/spijs en veelal wordt de wijn die we schenken bij de gerechten weer besteld door de cursisten. Gasten die bij Het Wapen van Wijchen dineren, kunnen de wijnen van de wijnkaart ook bij ons bestellen. En zo blijven we lekker met wijn bezig. In de toekomst willen we (erg fijn als je partner ook ‘into’ wijn is) de wijnhandel verder uitbreiden.”
Foto: Manon bij Château Petrus, tweede van links

Karine
“Ik ben Française, woon al 22 jaar in Nederland, ben 12 jaar getrouwd en moeder van drie kinderen. Het is mijn echtgenoot die me met het wijnvirus besmet heeft en we hadden al lang de wens om iets met wijn te gaan doen. Hij is een grote wijnliefhebber.
Zo gezegd, zo gedaan! Ik ben met mijn goede vriendin Lia in de wijnhandel gestapt. We hebben alles officieel geregeld. De naam moest natuurlijk iets met Frankrijk te maken hebben en herkenbaar zijn voor Nederlands publiek. We kwamen uit bij het liedje van Gérard Lenorman "La ballade des Gens Heureux", en zo is het La Cave des Gens Heureux geworden, de ‘cave’ van de contente mens. Mijn man proeft, helpt bij het uitzoeken van nieuwe wijnen en denkt mee over de ontwikkelingen van La Cave des Gens Heureux. En hij zorgt voor de financiële kant van de zaak. Ik voer de administratie, maar hij verzorgt de aangiftes en maakt de jaarrekening. Zeker niet onbelangrijk!

We reisden naar beurzen in Nederland, België en Frankrijk om contact te leggen en verschillende wijnen te proeven. Onze doel was en is nog steeds: goede kwaliteitswijnen voor een betaalbare prijs en alleen uit de Languedoc-Roussillon. We zijn van mening dat ze in de Languedoc-Roussillon hard werken om van het bulkimago af te komen, dat ze zeer goede wijnen maken en zijn zeker bereid om zaken te doen om hun wijnen te kunnen exporteren. Daarnaast is ook zo dat ik Française ben en dat we alleen wijn uit Frankrijk wilden halen. Het is makkelijk met de taal en we hebben een binding met Frankrijk.

In eerste instantie verkochten we alleen aan particulieren via proeverijen.
De proeverijen lopen goed, worden steeds drukker bezocht en het olievlekeffect werkt en tegenwoordig leveren we ook wijn aan cateraars en bedrijven. Een jaar geleden heb ik mijn Wijnbrevet gehaald en was zo enthousiast dat ik besloot om de vinologenopleiding te gaan volgen. En ik word steeds enthousiaster, wil meer weten en meer bereiken met de zaak.

Na de opleiding wil ik ook cursussen gaan geven. Ik heb tijdens de proeverijen die we organiseren gemerkt dat de wijnliefhebbers het fijn vinden om meer te weten over de wijn die ze kopen. En er is zoveel te vertellen. Wij geven inmiddels proeverijen voor bedrijven, verjaardagspartijen of zomaar een clubje die iets anders wilt dan bowlen!
Dus wij gaan gewoon verder met de wijnhandel en blijven genieten, proeven en zoeken naar mooie wijnen."
Foto: Karine in de kelder van Domaine Joguet, Loire

donderdag 26 juni 2008

Driemaal Iberisch rose

Het moet nog steeds allemaal rose zijn. Hoewel de hype volgens sommigen al over zijn hoogtepunt heen is, verschijnen er nog aan de lopende band ‘nieuwe’ rose wijnen.
In Noord-Portugal, waar traditioneel frisse droge witte wijn gemaakt wordt, de bekende Vinho Verde, zijn de wijnmakers ook ‘into rosé’. Vier jaar geleden bestond rosé nog niet in de regio, inmiddels is 5% van de productie als rose, tegen 80% wit en ruim 15% rood.
Een van de grootste en beste coöperatie in de Vinho Verde, Adega Cooperative Regional de Monção, lanceerde bijvoorbeeld dit voorjaar zijn eerste rosé. De wijn, Muralhas de Monção, is gemaakt van de locale druiven alvarelhao, pedral en vinhao en heeft een percentage alcohol van 10.9%. Als de rosétrend door blijft gaan, hoop ik dat deze wijn aanslaat: het lage alcoholpercentage maakt hem veel geschikter voor een belangrijke doelgroep waarop al dat rose is gericht, de jonge vrouwelijke twintigers en dertigers.

Enige tientallen kilometers zuidelijker, langs de Douro, hebben ze het pink ook ontdekt. Croft, een van de oudste portshippers, claimt er als eerste in geslaagd te zijn een nieuwe, rose gekleurde, port op de markt te hebben gebracht. Traditionele rode portdruiven worden kortstondig koel ingeweekt, het licht gekleurde sap wordt vervolgens bij zeer lage temperatuur vergist en de wijn krijgt geen houtlagering. Het alcoholpercentage is daarbij wel 19,5%: de wijn is uiteraard versterkt! Het Instituto dos Vinhos do Douro e Porto heeft de rose port haar goedkeuring verleend en Croft Pink draagt dan ook het zegel en de kwaliteitsgarantie van deze organisatie.
In de geur van de wijn is veel rood fruit te ontdekken, met overheersend frambozen. Ik verwachtte een overmatig zoet drankje, maar dat viel toch wel mee. Vanwege het ontbreken van de houtlagering is de wijn vrij fris en levendig. Het zal de beoogde nieuwe doelgroep – weer die jonge, vrouwelijke levensgenieters – zeker aanspreken. Gevaarlijk is het wel: de wijn drinkt lekker weg, maar heeft toch die 19,5% alcohol!
Kwast Wijnkopers, de Nederlandse importeur van Croft Pink, suggereert de wijn te drinken als aperitief of bij olijven, toastjes en gebrande amandelen. Mij is deze port eerlijk gezegd wat te zoet hierbij… Maar zelf leek me de combinatie bij de traditionele meloen met ham wel lekker. Ellen Dekkers, wijnschrijfster voor Delicious en cursusleidster van de Wijnacademie, had ook een prachtige toepassing: ze vroor de port in en maakte er heerlijk sorbetijs van!

Nog zuidelijker, over de grens met Spanje in Jerez, hebben ze eveneens een nieuw rose drankje ontwikkeld. Het idee ontstond aan de bar, aldus Peter van Veggel, directeur van Osborne Benelux. Medewerkers van Osborne en van de Nederlandse distributeur Groupe LFE vonden dat er ook maar eens een rose sherry moest komen. Zo gezegd, zo gedaan: het in scherts geuite voorstel werd serieus uitgewerkt, de doelgroep werd omschreven, experimenten in Spanje werden opgezet. Sherry is het niet geworden, wel een wijn waarbij procedés worden gebruikt die ook voor sherry worden toegepast. Het resultaat is Rosafino, gericht op trendvolgers tussen de 35 en 45 jaar en de energieke babyboomers tussen de 50-60 jaar. Als er in de slipstream ook jongeren gewonnen worden voor Rosafino, is dat meegenomen, maar een eerste doelgroep is het niet. Gelukkig maar, denk ik dan, want ook Rosafino is weer een stevige wijn, met een alcoholpercentage van 13,5%.

Sherry wordt in Nederland alleen nog door ouderen gedronken, een slinkende groep van zo’n 400.000 mensen. Slechts 5% van de omzet van Osborne komt nog uit port en sherry; het bedrijf was daarom op zoek naar een nieuw cross-over product, gericht op doelgroepen buiten de sherrydrinkers. Als Rosafino-drinkers ook nieuwsgierig worden naar sherry, is dat bovendien mooi meegenomen.

De druiven voor Rosafino – cabernet sauvignon, syrah, tempranillo en tintilla de rota – zijn afkomstig uit de San Agustin-wijngaard in de provincie Cadiz in Andalusië. De bodem bestaat uit van de sherrywijngaarden bekende oogverblindend witte kalk, albariza genaamd. Tijdens de vinificatie, die volledig op roestvrijstalen tanks plaatsvindt, wordt gewerkt met een deken van flor over de wijn. Flor is een schimmel die ook bij diverse sherrysoorten een rol speelt. De flor sluit de wijn af van de zuurstof, waardoor frisse en fruitige aroma’s ontwikkeld kunnen worden. De flor geeft ook de onmiskenbare bite aan de Rosafino. Niet dat de typische sherry-aroma’s in de Rosafino te herkennen zijn, maar vooral in de smaak is er iets dat je bij geen enkel andere rosé aantreft. De wijn heeft 8 gram restsuiker, terwijl de frisse zuren toch voor een droge finish zorgen.

Zelf vond ik het een fraaie rosé, die ik ook thuis nog eens heb doorgeproefd en bediscussieerd met Nico. Ook hij vond de wijn erg geslaagd. Maar wel voor bij een maaltijd, bijvoorbeeld de kikkererwtensalade met lamshaas die Onno Kleyn ooit voor een van de eerste Nederlandse Wine Blogging Wednesdays publiceerde. Rosafino krijgt van ons de waardering 1: Yes, daar wil ik best meer van.

Rosafino is op dit moment alleen verkrijgbaar in Nederland, onder andere bij de Mitra. Let echter in 2009 goed op de flessen: tref je in de winkel een Rosafinofles zonder jaartal, dan is dat er een uit 2008! Ze zijn namelijk in de haast om de wijn op het juiste moment op de markt te brengen – uiterlijk 30 april - vergeten een jaartal op het etiket te plaatsen….

Bovenste foto: overgenomen van het fraaie lifestyle blog All the Best van Ronda Carman.

maandag 23 juni 2008

Geproefd: Domtorenwijn

Op 6 april 2007 kreeg toenmalig burgemeester Annie Brouwer van Utrecht de eerste fles Domtorenwijn uitgereikt. Domtorenwijn blijkt een Macedonische wijn van het goed bekend staande huis Tikves, Macedonian Royal Reserve Kratosija 2005. De wijn is op initiatief van een Utrechtse slijter in met domtorens versierde flessen gestoken en gaat daar grif over de toonbank, heb ik me laten vertellen. Eerlijk gezegd heb ik het niet zo op dit soort acties: een wijn verkopen als passend bij een stad of een bedrijf, of vereniging etc... Onlangs kreeg ik van mijn eigen werkgever ook al twee flessen met company label. Tussen ons gezegd en gezwegen: ondrinkbaar spul! Maar in de cadeausferen doen ze het helaas meestal wel goed, wijnen met een 'eigen' label. De wijn zelf zal meestal het goedkoopste van het goedkoopste zijn, het gaat alleen maar om de 'unieke' fles met bijvoorbeeld de Domtoren.

Ik vraag me sinds vandaag echter af wat onze voormalige burgemeester ervan gevonden heeft, als ze hem überhaupt open heeft gemaakt. Vandaag proefde ik hem namelijk, deze Domtorenwijn. En ik hoop maar dat alleen onze fles die vieze kurksmaak had. We waren verdeeld: de ene helft van de aanwezigen proefde kurk, de andere helft hield het op hout. Maar dan wel heel muf hout. We waren het er in ieder geval over eens: dit was geen aangename wijn, zelfs niet als je de muffe geur - kurk of geen kurk - weg dacht. Een vlakke wijn, met weinig pit en zeer enkelvoudig. In niets konden wij ons vinden in de promotaal van de slijterij: 'Deze dieprode kwaliteitswijn dankt zijn vineus bouquet en smaak van rijpe kersen aan de welhaast ideale combinatie van druiven, bodemgesteldheid, klimaat en vinificatie. De bakermat van de autochtone Kratosija-druiven zijn de hooggelegen wijngaarden op de kiezelrijke oevers van de Vardarrivier niet ver van de Griekse grens. Deze wijn is een aantal jaren geleden uit 500 wijnen door een jury van 24 internationale experts, blind gekozen als de beste.'

Niets van dit alles konden wij herkennen in deze wijn, helaas. Die juryleden moeten collectief hebben zitten slapen, vrees ik. Jammer dat een dergelijke wijn zich mag tooien met de naam Domtorenwijn. Utrecht verdient beter!

Naschrift, 25 mei 2009: op verzoek van wijnhandel en importeur is op 24 mei 2009 de jaargang 2006 geproefd. De aanwezigen waren unaniem: dit is geen goede wijn. Met uitzondering van mijzelf proefde iedereen blind: zij wisten absoluut niet wat voor wijn zij in het glas zouden krijgen. De oordelen: geen fouten, maar muf, verkookt, dun, geen structuur.

vrijdag 20 juni 2008

Het Chatus-dilemma

Dat was een goed begin van de werkdag: op mijn bureau stonden dinsdag zomaar twee flessen wijn! Ik had ze besteld, bij Mireille onze stoelmasseuse, die familie in Frankrijk heeft en ook zelf wijn maakt, maar toch, ik had ze nog niet verwacht.
En dan lag er ook nog een briefje bij: ‘nog 5 tot 10 jaar wegleggen en 24 uur van tevoren opmaken’. Als dat niet nieuwsgierig maakt, weet ik het ook niet meer. Stonden daar eindelijk twee flessen Chatus uit de goede zomer 2005, moet ik nog vijf jaar wachten!

Inmiddels heb ik de flessen voorlopig wat rust gegeven in de wijnkast en onderzoek op internet en in de boeken gedaan. Want hoewel ik eerder van Chatus had gehoord (uit Perswijn onder andere), ken ik de wijn totaal niet. Dat was ook de reden dat ik ze besteld had bij Mireille, toen ik hoorde dat zij regelmatig naar de Ardèche ging en er wijn hielp maken. Het moet een krachtige, tanninerijke rode wijn zijn die echt jaren rijping nodig heeft om tot zijn recht te komen. Zelf wist ik dat het een druivenras is dat vóór de grote phylloxeraramp veel aangeplant stond in de Ardèche en de Cevennen en nu door een handjevol producenten weer nieuw leven wordt ingeblazen. Een heel enkele keer kom je het tegen bij een specialistische importeur, zoals Wijnkoperij L’Ardèche of Heimelijk Genoegen. Overigens importeren deze wijn van een andere producent. Hans Melissen besprak een fles Chatus op Wijnsuggestie. Maar echte informatie krijg je op al deze sites niet over de druif. Alle teksten zijn overgeschreven van Franse bronnen, die elkaar ook allemaal lijken over te schrijven.
Nog wat verder surfen bracht me bij de blog van Luc, die erg te spreken was over de wijn. Maar uiteindelijk bood het internet geen uitgebreide informatie. Dan maar de boeken in, dacht ik. In de Wijnencyclopedie van Tom Stevenson: niets. Bij Nicolaas Klei: niets. In de Wijnatlas van Hugh Johnson: niets. Zelfs de onvolprezen Jancis Robinson, recent nog door Wijnerij geroemd voor haar boek over druivenrassen, noemt de chatus in dat boek niet. Helaas beschik ik niet over de Oxford Companion to Wine, die overigens op dit moment in het Nederlands vertaald wordt. Zou daar wel iets in staan over deze bijzondere druif uit de Cevennen?

Wat de Franse bronnen en Luc te melden hadden is het volgende: chatus komt in de Ardèche en de Drôme voor onder diverse lokale benamingen als houron, charos, corbel, cor-besse, vert chenu en gros chanu. Het is een kwetsbare druif, die gevoelig is voor vorst, valse en echte meeldauw en diverse andere plantenziekten. Bemesting met kalium en magnesium is wenselijk. Grijze rot weerstaat hij wel vrij goed.

De druif geeft een wijn die rijk van kleur en tannines is, maar met weinig zuren. De structuur is stevig en hard, en wint bij enige jaren oudering. Na twee jaar begint hij op dronk te komen, maar volledige ontwikkeling komt pas na vijf tot tien jaar. In de neus zijn aroma's van kaneel, eau de vie van pruimen, moerbei, kweeperen, witte peper en vanille te ontdekken. Hij smaakt uitstekend bij vlees in saus en geitenkaas, maar ook bij de Provencaalse keuken, met aubergine, olijven, konijn etc... Samen met donkere chocolade is het bovendien een verrassende ontdekking.

Daar is dus mijn dilemma: mijn flessen Chatus zijn drie jaar oud, uit 2005. In theorie kan ik er dus een van proberen. Zal ik toch, om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, dat ene flesje binnenkort openmaken?

Chatus 2005, Vin de Pays de Coteaux de l'Ardèche, vinifié et élévé par les Vignerons de la Cave de Payzac, verkocht door Vignerons Ardèchois.

Naschrift 21 juni: volgens welingelichte kringen die mij vandaag mailden, is chatus dezelfde druif als nebbiolo, DE druif in het gebied aan andere kant van de Alpen, Piemonte. Een intrigerende mogelijkheid. Dat wordt Chatus naast Barolo of Barbaresco proeven...

donderdag 19 juni 2008

1+1=3 bij Château Brown

Uit de nieuwe wereld komen veel wijnen van één druivensoort. Gelukkig weten ze daar ook dat blends, wijnen samengesteld uit meerdere druivensoorten, zo hun eigen voordelen hebben. Met blends kun je bepaalde karakteristieken van een druivensoort ophalen of juist verzachten, accentueren of verdoezelen. In Europa blenden ze al veel langer. Misschien wel de bekendste blend van witte druivenrassen is die van sauvignon blanc en semillon. Het is de traditionele assemblage voor witte wijnen uit Bordeaux. Soms worden ook muscadelle of sauvignon gris bijgemengd, maar de hoofdmoot van witte Bordeaux wordt gevormd door die twee druiven, zowel in de simpele wijnen van Entre-deux-Mers als in de grote witte wijnen van de andere kant van de rivier, de Graves. Overigens zeg ik het eigenlijk niet helemaal correct: niet de druiven worden gemengd, maar de wijnen die van deze druivenrassen gemaakt worden.

Welk effect het assembleren van sauvignon blanc en semillon heeft, mocht ik in april aan den lijve ondervinden bij Château Brown in Leognan, net even ten zuiden van Bordeaux. Het wijnhuis is sinds 2005 voor de helft in Nederlandse (Dirkzwager) en voor de andere helft in Franse handen (familie Mau). Oorspronkelijk dateert het domein uit de Middeleeuwen, uit de tijd dat de Engelsen Gascogne en Aquitanië bezaten. Eind 18e eeuw kwam het in handen van een Schotse wijnhandelaar, John Lewis Brown, die het zijn naam gaf.
Vierdevijfde van de productie is rood (80.000 flessen), éénvijfde is wit (20.000 flessen). De rode wijnen worden gemaakt onder leiding van Stéphane Derenoncourt, de witte onder leiding van Philippe Dulong. Voor de witte wijnen worden deels vaten gebruikt van drie à vier jaar oud, deels nieuwe. Zowel de alcoholische vergisting als de rijping gebeurt op vat; malolactische gisting blijft achterwege en geklaard wordt er met eiwit.

Op 16 april jl. was de witte wijn van 2007 nog niet helemaal klaar met de rijping. Wel waren Jean Christophe Mau en oenoloog Dulong al bezig de beste assemblage te bepalen. Ons werd daardoor de unieke gelegenheid geboden zowel de wijnen vóór als na assemblage te proeven: een glas semillon, een glas sauvignon blanc en daarna een glas van de voorlopige blend. In het glas sauvignon blanc kwam het hout in aroma en smaak ons tegemoet: een bak hout, zoals we het omschreven. De wijn had de kenmerkende hoge zuren van een sauvignon blanc, maar verder vrij weinig body. In het glas semillon was dat hout veel minder aanwezig, terwijl deze wijn toch dezelfde behandeling had ondergaan. Hier rook ik nog een lichte geur van gist en wat ananasaroma’s. Deze wijn had meer ‘om het lijf’, maar miste nog van alles. Beide wijnen kregen van de aanwezige vinologen in opleiding niet echt een hoge waardering.

Maar toen kwam het laatste glas: de assemblage van 65% sauvignon blanc en 35% semillon. Dat was plotseling een glas wijn met een mooie structuur, een lichte, subtiele houttoon en een goede balans, kortom: een piepjonge mooie Pessac Leognan in wording. De sauvignon blanc en de semillon vulden elkaar perfect aan: de een zorgt voor de frisse zuren, de andere voor de rondheid en volheid, bijvoorbeeld. Het meest opvallende was nog het totaal verdwijnen van het ‘houtige’ karakter van de ongeassembleerde sauvignon blanc. Onvoorstelbaar dat die mondvol 'hout' zo mooi geïntegreerd was met de semillon. Dit was nu echt een geval van 1 + 1 = 3.

Wij zijn Château Brown en zijn eigenaren dan ook zeer dankbaar voor dit prachtige moment. Van alle proeverijen die we doormaakten, was dit waarschijnlijk wel de waardevolste. Zeker ook omdat we hetzelfde deden met de rode wijnen: zowel cabernet sauvignon als merlot en petit verdot proeven vóór de assemblage en daarna de geassembleerde rode Château Brown. Witte en rode Bordeaux heeft er voor velen die dag weer een dimensie bij gekregen!

vrijdag 13 juni 2008

Cursisten aan het woord: de liefhebber

De lessen van de opleiding tot Vinoloog van de Wijnacademie 2007-2008 zijn afgelopen. Afgelopen maandag was de laatste les - waarover uiteraard nog een verslag volgt.
Tijdens deze cursus heb ik niet alleen heel veel geleerd, maar ook ontzettend leuke, lieve, aardige en interessante mensen leren kennen. Allereerst natuurlijk de leden van mijn proefgroep, waar ik nog veel en lang mee hoop door te proeven. Dan de mensen van groep A, 'mijn' groep, de groep van Robert Handjes, waarvan ik er zo door het jaar ook een aantal heb leren kennen. Bijvoorbeeld de mensen die meestal in dezelfde trein zaten. En last but not least de mensen die mee zijn geweest naar Bordeaux. Tijdens deze fantastische wijnreis leerde ik diverse medecursisten pas echt een beetje beter kennen, ditmaal ook diverse mensen van de B-groep, de groep van Frank Jacobs. Eigenlijk is het vreselijk jammer dat zo'n event als de wijnreis niet veel eerder in de cursus plaatsvindt: dat zou de groep een stuk hechter en misschien zelfs ook 'nuttiger voor elkaar' maken.
Tijdens mijn verslagen heb ik lang niet altijd aandacht aan al die medecursisten besteed. Dat ga ik deze zomer een beetje goedmaken. Tot het komende examen, op 26 augustus a.s., zal ik diverse aankomend vinologen aan het woord laten. Vorige week vertelde sommelier van de Hoefslag Guillaume Coret al hoe hij een huiswijn uitzoekt.
Deze week is liefhebber Nico van Lent aan de beurt. Nico is bibliothecaris, maar danig met het wijnvirus besmet. Dit najaar gaat hij zelfs een wijncursus geven in zijn woonplaats! Met Nico deelde ik een gedenkwaardig glas Yquem 1999 tijdens de Bordeauxreis. Ik laat Nico verder zelf aan het woord.

'Jij gaat zeker wel de vinologenopleiding doen?' werd me gevraagd toen ik een paar jaar geleden met zeer goed resultaat door het wijnbrevetexamen was gerold. Enerzijds trok dat me inderdaad, maar anderzijds leek het me wel een heftige opleiding voor iemand die zich alleen uit hobbyisme met wijn bezig houdt. Maar het bleef jeuken en uiteindelijk kwam ik toch in de schoolbanken in Maarn terecht. En wat een feest was dat! Omringd door liefhebbers en fanaten werd ik onderwezen door nog grotere fanaten, waarvan de meesten over een onuitputtelijke kennis bleken te beschikken. Veel docenten wisten duidelijk te maken dat de wijnwereld een dynamische wereld is waar de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Helaas bleek niet iedere docent in staat zijn kennis op boeiende wijze voor het voetlicht te krijgen, maar de meesten gelukkig wel. Ook het lesmateriaal was niet altijd up-to-date en vertoonde hier en daar zelf onjuistheden en onduidelijkheden.

En natuurlijk proefden we. We proefden top en we proefden bagger. We leerden veel en stonken er vaak toch vaak weer in. 'Ik zou toch gezworen hebben dat dit een Sauvignon Blanc was.' 'Is dit echt een Beaujolais?' Mijn doel was om mijn kennis te vergroten en om beter te leren proeven. En dat is gelukt. Mijn theoretische en proeftechnische kennis werden behoorlijk opgerekt.
Motivatie om met de vinologenopleiding te beginnen was enerzijds lekker met een hobby bezig zijn, maar anderzijds toch ook het idee dat ik met de opleiding de basis kon leggen voor een carrièreswitch. Net als zoveel andere wijnhobbyisten lijkt het me interessant 'iets met wijn te doen'. Dat 'iets' krijgt in het najaar een concrete invulling. Dan ga ik een basiscursus wijnkennis geven in het dorp waar ik woon. Dat is nog geen professionele invulling, maar het stelt me wel in staat het enthousiasme voor wijn te delen. Daarnaast heb ik nog wat andere plannetjes, maar daar wil ik nog niets over kwijt.

De vinologenopleiding heeft me dus niet alleen kennis gebracht, maar ook ideeën om verder te gaan met wijn. Bovendien heb ik een aantal leuke en enthousiaste mensen leren kennen met wie ik hopelijk nog vele jaren wijnen zal proeven. Al met al heb ik de vinologenopleiding als zeer verrijkend ervaren.

Nico van Lent, juni 2008

maandag 9 juni 2008

Les 17: Gezondheid en trends

Het was even wennen: bij binnenkomst stonden er geen twaalf gevulde glazen op tafel. Bovendien hadden de beide groepen gezamenlijk les en zat de zaal dus goed vol. De zeventiende les van de vinologenopleiding 2008, op maandag 2 juni 2008, stond in het teken van de theorie: 's morgens over alcohol en gezondheid, 's middags over trends en marketing in de wijnwereld.

Henk Hendriks van TNO mocht ons alles vertellen over de gezondheidsaspecten van alcohol. Naast de schrikbarende gevolgen van overmatig drinken voor je lever en je sociale leven, waren er gelukkig ook de verheugende berichten over het effect van matig alcoholgebruik op cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten en zelfs de ziekte van Altzheimer. We leerden de formule voor de Bloed Alcohol Concentratie (komt vast in het examen terug, let maar op!), zagen talloze diagrammen over alcoholgebruik en - misbruik en bleven, wonder boven wonder, helemaal bij de les. Henk Hendrikse bleek een boeiend verteller, die zelfs de droogste statistieken nog met een kwinkslag kon presenteren. Hij sloot af met een prettige conclusie: Wijndrinkers zijn waarschijnlijk gezondere mensen dan bierdrinkers! Uiteraard is hier nog geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs voor, maar de tekenen zijn aanwezig. Yontie, mijn proefgroepgenoot, vatte de les aldus samen: Drink matig, maar regelmatig.

's Middags was het de beurt aan André Sauerbier. Hij mocht ons de eerste beginselen van marketing in het algemeen bijbrengen en nam een aantal aspecten van wijnmarketing en trends door: merken, speciale opleidingen, promotionele evenementen etc... Gelukkig mochten we ook proeven, maar of we dat allemaal zo geslaagd vonden, betwijfel ik zeer. De spuugemmers zaten tamelijk vol na afloop ;-)
De laagalcoholische wijnen, trend van de laatste jaren en ingezet met Pugibet's Plume en Ilja Gort's Qool, vonden weinig bijval. Ik schreef er al een verslag van. De mousserende rosés konden op meer interesse rekenen. Zelf vond ik de Codorniu Pinot Noir, een cava brut van 12%, de smakelijkste. Ook de 'methode traditionelle' van Bernard Massard uit Luxemburg wil ik best nog eens drinken op een feestje (categorie 2 in Wijnkronieken-termen). Maar eerlijk gezegd geef ik toch de voorkeur aan echte Champagne rosé, een wijntype dat er niet tussen zat deze middag. (De wijnen waren bij hoge uitzondering gratis ter beschikking gesteld door diverse bedrijven.) Het ontging mij ook enigszins waarom deze wijnen op tafel stonden. Ja, er is vraag naar roze gekleurde mousserende wijnen, maar aan de andere kant bestaan die al veel langer. Het is niet een nieuw smaaktype dat geïntroduceerd moet worden. Jammer dat er niet meer verteld werd over waarom producenten op deze trend menen te moeten inspelen en wat de verschillen zijn met gewone mousserende wijnen (afgezien van de kleur).

Gelukkig kwam Peter van Veghel van Osborne/Groupe LFE ons halverwege de middag het concept Rosafino uitleggen. Zo begrepen we toch iets meer van de redenen achter de creatie van al die rosédranken. Oorspronkelijk was het idee van Groupe LFE en Osborne een rosé sherry te maken, maar het resultaat is toch iets anders uitgepakt. Aan deze wijn en aan de afsluitende rosé port van Croft besteed ik binnenkort een apart verslag.

De leukste wijn deze middag vond ik misschien nog wel de Chardonnay van Yellow Jersey, een Vin de Pays d'Oc. Niet vanwege de wijn zelf, die gewoon prettig drinkbaar was, maar vanwege de verpakking: een superslanke petfles van 0,75 cl met gele truitjes in het plastic gestanst en uiteraard met schroefdop. Het plastic van de verpakking had absoluut geen effect op de smaak van wijn; ik zie mezelf deze fles nog wel eens meenemen op de picknick. Van Arend kreeg ik een lege fles mee naar huis en heb hem al hergebruikt, precies zoals de makers bedoelden. De Yellow Jerseyfles is mee geweest op een boswandeling en zal mij binnenkort op de spinfiets vergezellen!

zondag 8 juni 2008

Franc de Pied

Phylloxera, het is een term die op Wijnkronieken nog wel eens valt. Maar was is het nu precies? Met phylloxera bedoelen we een beestje, voluit de phylloxera vastatrix, of druifluis. Tussen circa 1860 en 1920 verwoestte dit hongerige luisje het grootste deel van de wijngaarden van Europa. De druifluis was op een geïmporteerde Amerikaanse druivenstok naar Europa gereisd, waar het een reservoir aan voedsel aantrof waar je u tegen zei. Vanuit de worstels tastte het beestje de druivenstokken aan, die na enige tijd gewoon dood gingen. Er werden eind 19e eeuw de wildste remedies uitgeprobeerd, maar niets hielp. Slechts één ding bleek uiteindelijk te helpen: de Europese druivenrassen enten op resistente Amerikaanse onderstammen. Christie Campbell schreef er een prachtig boek over: How Wine Was Saved for the World.
En dat is wat er sindsdien gebeurt: zogoed als alle Europese druivenstokken zijn geënt op Amerikaanse onderstammen.

Phylloxera is nog altijd niet uitgeroeid. In Australië duikt het de kop op, en in Californië heeft het in de jaren negentig van de 20ste eeuw fors huisgehouden. Zelfs in Frankrijk anno 2008 tref je het nog aan. We kwamen tot die ontdekking tijdens onze wijnreis in april 2008. Bij Domaine Charles Joguet, in Sazilly aan de Vienne (Loire) proefden we een cabernet franc franc de pied: van ongeënte stokken dus. Iedereen was enorm verrast: ongeënte stokken, dat kwam toch niet voor in Europa, en zeker niet in Frankrijk? Maar bij Joguet hadden ze er de laatste decennia mee geëxperimenteerd, onder andere omdat de smaak van wijnen van ongeënte stokken zo veel anders zou zijn dan wijn van geënte stokken. Joquet bezit 1 ha. ongeënte cabernet franc, die een betere zuurgraad en een lager alcohol percentage zouden hebben dan cabernet francs van geënte stokken. Bovendien zou je de wijnen langer kunnen bewaren (vanwege de hogere zuurgraad onder andere).

We proefden Les Varennes de Grand Clos 2006, Franc de Pied: dieppaars van kleur, zeer fruitig, inderdaad hoge zuurgraad, mooie tanninestructuur. Proeven was verder erg lastig: het was fris en we stonden in de buitenlucht, op het erf. De malolactische gisting had plaatsgevonden op vaten van vijf jaar oud en de wijn was in februari 2008 gebotteld. Zoals de naam al aangeeft staan de geënte en de ongeënte stokken op percelen met dezelfde ondergrond.
Vervolgens was Les Varennes de Grand Clos 2006 van geënte stokken aan de beurt, een vatmonster en dus nog niet gebotteld. De malolactische gisting was net afgerond. Deze wijn was beduidend minder fruitig, maar wel krachtiger en kruidiger. Al met al vond ik de wijn van ongeënte stokken de interessantste en het prettigst drinkbaar. Maar helemaal eerlijk is de vergelijking niet: de geënte stokken waren 40 jaar oud, de ongeënte stokken 15 jaar oud....

Helaas is 2006 het laatste jaar dat wijn van de ongeënte stokken op de markt zal verschijnen: dit jaar wordt het perceel gerooid. De phylloxera heeft toegeslagen!

vrijdag 6 juni 2008

Ik verkoop wijn in de horeca

Het overkomt de meeste restaurantbezoekers ongetwijfeld wel eens: je wilt advies over een wijn, maar het ultrajonge personeel weet van toeten noch blazen. Mij overkwam het deze winter nog, bij Las Palmas in Rotterdam. Ik vroeg om een wijnsuggestie bij het dessert, maar kreeg een lege blik....

Voor al die jonge mensen in de bediening die niet in een sterrenrestaurant werken, maar wel iets over wijn zouden moeten kunnen vertellen, is onlangs een boekje verschenen: Ik verkoop wijn in de horeca. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan Thérèse Boer, maître sommelier van Restaurant de Librije en tevens president van het Gastvrijheidsgilde.
Het boekje wil jonge mensen in de bediening inzicht geven in wat de gast op wijngebied wil en hoe hij of zij aan die wensen tegemoet kan komen. Bovendien biedt het boekje wat basisinformatie over wijn, druivenrassen, etiquette, omgangsvormen etc... Initiatiefnemers zijn Het Wijninstituut van André Sauerbier en wijnhandel Oud Reuchlin & Boelen, die het schrijversduo Ruit & Rijst (Noële Ruitenberg en Magda van der Rijst) opdracht gaven de teksten te schrijven.

Toen ik maandag het boekje in handen kreeg, was mijn eerste reactie: jonge mensen in de bediening tussen de 16 en 25, willen die eigenlijk wel een boekje? Of zou de doelgroep nog iets ouder zijn? Exact wordt het niet aangegeven, ik houd het daarom maar op 'rond de 20'. Ik dacht aan mijn zoon, die wel eens geholpen heeft bij wijnproeverijen, en vermoedde dat hij zo'n boekje onmiddellijk ongelezen in een hoek zou gooien... 's Avonds heb ik de proef op de som genomen: 'David, wat zou jij doen als je in een restaurant werkte, iets over wijn moest leren en je kreeg dit boekje in handen?' Ik kreeg gelijk: het boekje zou linea recta onder zijn bed belanden.

Een tweede proef op de som nam ik met een collega, onderwijskundige en ontwikkelaar van diverse leermiddelen voor onder andere kappers. MBO-leerlingen dus, precies in de doelgroeprange van dit boekje. Zij vond het boekje modern vormgegeven en vol aardige ideeën. Misschien vooral vormgegeven voor meiden, maar wel grappig. Er ontbrak echter iets aan het geheel: een goed didactisch concept. De diverse onderdelen in het boekje zijn niet goed op elkaar afgestemd, aldus mijn collega. Sommige zaken hadden verder doorgetrokken moeten worden, niet alleen maar even aangestipt...

En mijn eigen mening? Ik vind het idee achter de publicatie erg goed. Het is inderdaad hard nodig om jonge mensen in de bediening meer kennis over wijn en inzicht in de benodigde verkooptechnieken bij te brengen. Als moeder van 'middelbare' leeftijd spreekt de vormgeving me best aan, en het taalgebruik lijkt me afgestemd op de doelgroep. De wijnweetjes zijn ter zake doende en nuttig, de afstreeplijstjes in mijn ogen handig en verstandig. Maar ergens knaagt het toch. Er had misschien helemaal geen boekje moeten zijn; de inhoud had gepresenteerd kunnen worden via digitale technologiën, op de mobieltjes van de doelgroep bijvoorbeeld. Of misschien moet er wel een begeleidende website bij, met games. Want leest de bedoelde generatie nog een BOEK, als ze iets willen leren?
Mijn mening daarom: hulde voor het initiatief, maar jammer dat het niet iets verder is doorgevoerd en doordachter is uitgevoerd. Ik ben heel erg benieuwd of er over een paar jaar een effectmeting van het boekje plaats zal vinden! Pas dan kunnen we bepalen of mijn kritiek gezeur van een oudere jongere was, of misschien toch een beetje terecht.

Ruit & Rijst, Ik verkoop wijn in de horeca, Het Wijninstituut, Den Haag. Het boekje is te bestellen via www.weetvanwijn.nl/boek en kost € 8,95 exclusief verzend- en administratiekosten

woensdag 4 juni 2008

Hoe zoek je een huiswijn uit?

Huiswijnen in grote restaurants krijgen van het publiek waarschijnlijk veel minder aandacht dan de wijnen van de wijnkaart. Toch is een huiswijn van groot belang, kijk alleen al naar de diverse competities die er op dit gebied zijn. Met een huiswijn kan een restaurant zich onderscheiden; de wijn moet zeker het 'image' van het betreffende restaurant weerspiegelen. Een Kaapse Pracht in een sterrenrestaurant is geen aanbeveling... Onlangs raakte ik hierover in gesprek met Guillaume Coret, sommelier van Restaurant de Hoefslag te Bosch en Duin en medecursist op de vinologenopleiding dit jaar. Guillaume vertelde dat hij onlangs bezig is geweest met het uitzoeken van de huiswijnen voor deze zomer; het had heel wat proefsessies gekost. Waarom vindt hij de keuze van een huiswijn nu zo belangrijk, en wat komt er allemaal bij kijken?

"Er zijn heel wat elementen waar ik rekening mee heb gehouden met het uitkiezen van de nieuwe huiswijnen. Ik wil een wijn uit een gebied dat niet voor de hand ligt. Zomaar een Bourgogne schenken bijvoorbeeld, vind ik te gemakkelijk. Zodra de gasten gaan zitten en als aperitief een glas huiswijn bestellen, hebben we een moment waarop we de gasten kunnen laten zien dat we moeite hebben gedaan een mooie wijn voor ze te vinden. Op dat moment kun je als sommelier ook gelijk het vertrouwen winnen, door over de wijn een leuk verhaal te vertellen. Om dezelfde reden vallen wijnen van overbekende druivenrassen als chardonnay of sauvignon blanc voor mij af.

Natuurlijk kijken we ook naar wat de meeste gasten van de kaart bestellen. Tachtig procent bestelt bij ons Franse wijn, dus heb ik deze zomer weer gekozen voor wijnen uit Frankrijk. Persoonlijk vind ik dat de wijnen uit Zuid-Frankrijk de laatste jaren enorm in kwaliteit zijn gestegen en vind ik het leuk om met deze wijnen te werken. Ik kijk ook naar het etiket, vanwege de totale uitstraling (al zegt dat natuurlijk niets over de wijn zelf) en naar de wijnmaker: kan deze een constante kwaliteit leveren, ook volgend jaar? Verder houd ik rekening met het jaargetijde: nu met het zomerse weer kies ik voor een frissere wijn en in de koudere maanden wordt de huiswijn weer voller.

Uiteraard is de inkoopsprijs een andere factor waar je rekening mee moet houden. Uiteindelijk moet er na al die romantiek ook geld verdiend worden; een huiswijn voor € 8 à € 9 is voor mij geen optie. En natuurlijk is de verkrijgbaarheid van de wijn een punt, want bij ons gaan er aardig wat flessen per maand door! Maar wat misschien wel het allerbelangrijkste is: de wijn moet een allemansvriendje zijn én ik moet voor 100% achter de wijn kunnen staan!"

De Hoefslag schenkt deze zomer:
- als witte huiswijn 2007 Domaine de Gournier 'Domaine de Taverna', Vin de Pays des Cévennes; druivenrassen ugni blanc, sauvignon blanc, chardonnay en rolle
- als rode huiswijn 2005 Domaine Camp Galhan 'Les Pérassières', Vin de Pays Duché d’Uzès; druivenrassen 50% grenache en 50% syrah.

Dit is het eerste deel in een serie over de cursisten van de Wijnacademie 2008. Volgende delen zullen verspreid over de komende maanden - tot het volgende examen in augustus - verschijnen.
Foto: Guillaume aan het werk in het Maison du Vin de Saint-Emilion, april 2008

maandag 2 juni 2008

Geproefd: Light Live

Vandaag geproefd: de Light Live waar de Plus rustig van zegt dat het alcoholvrije wijn is. Sinds 26 mei is het te koop; het wordt gemaakt door een Sektkellerei in Trier (Schloss Wachenheim), het heeft 0,5% alcohol en het is werkelijk niet te drinken.
Allereerst: dit product mag helemaal geen wijn heten, daarvoor moet het minimaal 8 of 9% alcohol voor hebben (de meningen verschilden nogal vandaag bij de Wijnacademie).
Ten tweede: wie echt denkt dat met deze penicillinedrankjes mensen gewonnen worden voor het product wijn, is maf. En wie denkt dat 0,5% alcohol betekent dat zij dan lekker weinig calorieën binnenkrijgt, moet wel heel veel over hebben voor de lijn. Nogmaals: het spul is niet te drinken. De witte heeft de geur van vieze gist en karton, de rosé van penicilline. Ook kun je denken aan ranja met prik... De rode is weer kartonnig en bitter, verder niets.

Net als op de proeverij die we in mei 2007 organiseerden, bleken ook vandaag de 'wijnen' waar zo goed als alle alcohol uitgehaald was, het vreselijkst om te drinken. Naast de Light Live proefden we ook Fleur du Cap, een 'natuurlijke' laagalcoholische witte wijn uit Zuid-Afrika, en twee versies van McGuigan uit Australië: een Chardonnay en een Shiraz. Deze dranken waren veel drinkbaarder dan de Light Live, maar je hoeft me er nog steeds niet wakker voor te maken. En als ik op een feestje mag kiezen tussen één glas echte wijn of drie glazen 'light', kies ik toch maar voor dat ene glas. Alledrie de light-wijnen hadden 9.5% alcohol en opvallend veel smaak. Maar lekker is weer wat anders! Alledrie misten ze ook body en structuur en vooral in de twee witte wijnen overheerste het zuur. Zo zuur, dat het eerder op het Franse bronwater met citroensap (Volvic onder andere) lijkt dan op wijn: daarmee is Fleur du Cap een aardige dorstlesser, maar daar is alles mee gezegd.

Mijn mening van vorig jaar blijft overeind: voor mij voorlopig geen laagalcoholische wijnen! Als ik minder calorieën wil, drink ik wel water of sap, als ik minder alcohol wil, stop ik gewoon na twee glazen.