maandag 28 januari 2008

Les 9 - Revolutionair Spanje

Het meest revolutionaire wijnland van de oude wereld: zo omschreef Rudolf Nipius Spanje, het land dat in de negende les van de vinologenopleiding 2007-2008 centraal stond. In vliegende vaart maakten we kennis met geschiedenis, wijnstreken, wijnstijlen én wijnen van dit sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw 'nieuwe' wijnland. Van de Romeinen, die wijnterrassen aanlegden in wat nu Priorato en Terra Alta is, via de middeleeuwse zoete wijnen van het diepe zuiden, langs de Engelse liefde voor 'sack' (sherry) en de 19e-eeuwse aristocraten die hun kansen zagen na de phylloxeracrisis, naar de val van Franco en de toetreding tot de EU: Spaanse (wijn)geschiedenis in a nutshell. Het verhaal eindigt, of begint misschien wel, uiteindelijk bij aanzienlijke EU-subsidies waarmee de Spaanse wijnbouw in de 21ste eeuw heeft kunnen worden wat ze nu is: het spannendste wijnland van Europa. Anno 2008 heeft Spanje nog steeds het grootste wijngaardareaal van de wereld, 1.2 miljoen ha. In productievolume staat het land echter derde op de wereldranglijst, omdat grote delen van het binnenland beplant zijn met wijngaarden met een zeer laag rendement, onder andere vanwege de droogte en de traditionele bushvines, die alleen maar handmatig gesnoeid en geoogst kunnen worden.

Spanje is anno 2008 onder andere de bodega van Marques de Riscal, ontworpen door architect Calatrava, of de Albariño's van Martin Codax. De Amerikaanse wijngigant Gallo wilde van Martin Codax wel Albariño importeren, onder voorwaarde dat het bedrijf ook Rioja leverde. Nu had Martin Codax helemaal geen wijngaarden in Rioja, maar stuurde er een aantal wijnmakers heen om er de gevraagde Rioja te gaan maken. Amerikanen maken nu kennis met top-Albariño's dankzij 'ingehuurde' Rioja.
De diversiteit en het revolutionaire karakter van Spanje als wijnland konden we natuurlijk het beste leren kennen door te proeven. En we hebben weer 'genoten' (ondanks dat we dat officieel niet mogen zeggen, hebben de meeste docenten daar gelukkig een andere mening over). We begonnen met twee prachtige rosado's uit respectievelijk Penedes en Somontano. Vooral die uit het laatste gebied vond ik spannend: een heerlijke rosé, strak, fris, kruidig, echt een wijn uit een koeler klimaat dan we van Spanje gewend zijn.
Uit de Rias Baixas proefden we natuurlijk Albariño, van Martin Codax; de Pe Redondo is voortgekomen uit een experiment waarbij de jonge wijn twee maanden sur lie - op zijn gist - heeft gelegen en daardoor een veel grotere smaakconcentratie heeft gekregen. Geen typische Albariño, wel een mooie!

Uit Bierzo kwam een mooie wijn van de mencia-druif, ook gemaakt door Martin Codax (Quatro Pasos 2005). Een eerdere ervaring van de mencia was mij minder bevallen; dit exemplaar met zijn hoge zuren, pittige frisheid en geur van donkerrood fruit en schuimblok was een stuk beter.
Van de hoogvlakten van Castillië en Léon, waar het bloedheet is en waar miljoenen liter supermarktwijn vandaag komen, proefden we twee goedgemaakte exemplaren van dat soort. Zowel de huiswijn van de Mitra (Mon Domaine, 100% tempranillo) als de Finca la Carrasca (100% syrah, 3 maanden Frans eiken) kosten in de winkel slechts 4 euro. De meningen erover waren verdeeld. Er waren geluiden als: 'Nu weet ik waarom we aan Spanje maar één les besteden', maar ook 'Nou, hier lust ik in een café best een glas van. Veel beter dan de gemiddelde caféplonk.'

Om de mond te verfrissen miste uiteraard een glas Fino sherry niet, om daarna door te gaan naar grote wijnen uit Terra Alta, Rioja, Rueda en Ribero del Duero. Vooral illustratief was de witte Rioja Gran Reserva Capellania van Marques de Murrietta: eentje van de absoluut oude stempel, gemaakt van 100% viura, met de geur van hout, flor, lichte oxidatie ..... (Er volgden vele verschillende beschrijvingen, maar eigenlijk is deze geur niet in woorden te vangen. Eenmaal geroken, vergeet je hem niet meer.)
Voordat we met een tanninebom uit Ribero del Duero eindigden (NIUS, 2004) mochten we nog even genieten van een prachtige Verdejo (2006 DO Rueda Veracruz). Bij Verdejo denk je heel snel aan een Sauvignon Blanc, maar de wijn is meestal voller, heeft meer citrus (grapefruit) in de neus en de smaak, naast bananensnoepjes en andere tropische indrukken. Deze wijn is uitverkozen door de KLM om in de World Business Class geschonken te worden. De wijn zit zo hoog in zijn zuren dat hij op 10.000 meter hoogte toch nog vol en fris overkomt: op een dergelijke hoogte zwakken de zuren af en worden tannines sterker.

Na deze middag vroeg ik me af: waarom gaat de studiereis eigenlijk naar Bordeaux, en niet naar Spanje? In dat land is werkelijk voor elk wat wils te beleven, tegenwoordig!

Foto: Bodega van Marques de Riscal ontworpen door Calatrava. Foto afkomstig van Urbanity.es.

zondag 27 januari 2008

Zondagtip: kaas met zoete wijn

De combinatie kaas en wijn staat regelmatig in de belangstelling. Dan laait de discussie weer op: wit of rood bij kaas? Vaak wordt dan uitgegaan van droge wijnen. Maar onlangs heb ik ervaren dat sommige kazen heel goed samengaan met zoete wijn! De combinatie Roquefort en Sauternes is wel bekend, evenals port met Stilton. Maar wat dacht je van een stukje echte Petit Doruvael met een zoete (passito) Verdicchio dei Castelli di Jesi? Of Romero met een zoete Primitivo?

Tijdens onze wijnspijs-avond verzorgde Larissa, gastvrouw van het jaar 2006 en werkzaam bij De Burgemeester in Linschoten, de kaas met bijbehorende wijn. Zij had voor ons een paar prachtige lokale kazen meegenomen: Le Petit Doruvael is een roodschimmelkaasje uit Montfoort. Romero is een harde rauwmelkse boerenkaas uit IJsselstein en heeft 6 maanden gerijpt in rozemarijn. Oorspronkelijk komt de kaas uit Spanje, maar de eigenaren van de Elisabeth Hoeve hebben daarop geïnspireerd een eigen Nederlandse variant gemaakt. De derde lokale kaas was de Blauw Klaver uit Harmelen, een camembertachtige kaas met blauwschimmel.

Zelf was ik het meest te spreken over de Petit Doruvael. De romige roodschimmelkaas combineert uitstekend met de jonge zoete Verdicchio (Sartarelli, 2006). Ook de 'vino dolce naturale' uit de hak van Italië, Puglia, gemaakt van primitivo-druiven, mocht er zijn (Chicca, Primitivo di Manduria DOC). Ik proefde hem zonder kaas, maar kan me er heel goed een stukje Romero of Roquefort bij voorstellen.

Waarom combineert kaas zo goed met zoete wijn? Dat heeft te maken met het gevoel in de mond dat kaas vaak oplevert: vol, vet en romig, soms ook zout en korrelig. Drink je daar bijvoorbeeld een tanninerijke rode wijn bij, botst het zout en het vet met de strakheid van de tannines. Zoete wijnen hebben die tannines niet, en geven zelf ook een heel vol, romig, vet mondgevoel. Je moet het gewoon eens proberen om het te ervaren!

vrijdag 25 januari 2008

Geproefd: Castel Chardonnay

Aan mijn goede vriendin, de kok van Herberg De Ketel en de Kurk, en haar man gaf ik een paar maanden geleden een proeffles Castel Chardonnay 2006 mee, om eens te kijken wat andere wijndrinkers nu van zo'n fles vinden. Zij zijn beiden 'gewone' liefhebbers, hebben geen wijncursussen gedaan en zijn niet zo totaal met het wijnvirus besmet als Nico en ik. Hun beschrijving mag er echter zijn, daar heb ik niets meer aan toe te voegen.

Eerste indruk was die van een Chardonnay zoals die tegenwoordig vaak gemaakt worden. Heel fruitig, beetje tropisch, meloen, komkommer, mango. Wat vlak van geur. (Over de geur waren we het niet helemaal eens.) In tweede instantie roken we iets harsigs, misschien houtig.
Smaak: heel gemiddeld, ook dat tropische fruit, wel lekker, maar niet heel bijzonder.
Afdronk: het harsige in de geur zit sterk in de afdronk, misschien vernisachtig, ik vond het een beetje naar. Verder is de afdronk wat zuur, maar dat mag wel voor een fruitige wijn.
Algeheel oordeel: geen onaardige wijn, best prima als je hem bij iemand te drinken krijgt, maar niet eentje om eens te kopen. Vooral dat rare chemische luchtje/smaakje was niet fijn.


Kortom: een categorie 2-wijn dus, de blij-als-ik-dit-op-een-feestje-krijg wijn. Deze witte Castel valt daarmee in dezelfde categorie als het rode broertje, een Merlot, die ik eerder beschreef, maar komt er naar mijn mening toch minder goed vanaf.

Ik geef alleen nog wat technische informatie over deze supermarkt Chardonnay, afkomstig van de fiche technique. Eerlijk gezegd zie je niet vaak dergelijke keurige beschrijvingen voor zulke goedkope merkwijnen, maar deze tekst geeft uitstekende informatie. Daarom zal ik hem de liefhebbers niet onthouden.

"De druiven voor de wijn zijn afkomstig uit twee gebieden. De Hérault, met kalkhoudende kleigrond en een mediterraan klimaat, levert druiven, die wanneer ze volrijp zijn voor een hoog alcoholgehalte kunnen zorgen. De Aude is een halfcontinentaal gebied. Hier rijpen de druiven langzamer, waarna ze liefhebbers van Chardonnay volop frisse, levendige smaken bieden. Door het blenden van de wijnen uit deze twee streken ontstaat een harmonieus evenwicht tussen frisheid, fruit en alcohol.

Voor het persen worden de druiven gekoeld. Door ze daarna te laten gisten op lage temperatuur krijgt de wijn een prachtig smaakpalet. De wijn rust 2 maanden op de most, zodat de smaak van het druivenras nog intenser wordt. Een deel van de wijn krijgt fustrijping, die de vanille tonen in het bouquet verklaren. Door de wijn ook regelmatig met de most om te roeren, wordt hij vol van structuur. Aan de uiteindelijke blend wordt nog 9% Viognier toegevoegd voor body en de smaak van steenvruchten."

woensdag 23 januari 2008

Geproefd: een eenzame zwerver

In een heel groot bedrijf zwierf een eenzame fles rode wijn rond. Ergens rond Kerst was hij afgegeven, in een houten kistje, maar niemand wilde hem hebben. Diegene voor wie hij bestemd was, werkte er niet meer, was onbekend, onvindbaar.... Gelukkig ontfermde een barmhartige samaritaan zich over de eenzame zwerver en mocht hij gisteren mee naar ons huis. En vandaag werd de eenzame fles eindelijk een gewaardeerde fles .....

Vanavond geproefd, bij de rode kool met pruimen: een opgepikte fles Rosso Piceno Superiore 2001 van Tenuta De Angelis. Ondanks het feit dat deze eenzame fles een heel lichte tik van kurk bleek te hebben, vonden we hem zeer de moeite waard. Uitgeschonken fonkelde de Rosso Piceno Superiore donkerrobijnrood in het glas en had ze een verrassend fruitige geur voor haar leeftijd. Bovendien bleek ze een uitstekende begeleidster van de simpele woensdagavond-maaltijd.
Het zoete, rijpe rode fruit kwam ook terug in de smaak; verder was de wijn fris, had zij mooie afgeronde tannines en een alcoholpercentage van 13%. We vonden haar een heel prettig glas wijn, dat we eigenlijk ook wel eens zonder die kurk willen ervaren. Zeker omdat de fles toch al ruim 6 jaar oud was. Zo willen we nog wel eens vaker zwervers oppikken!

Rosso Piceno is een herkomstgebied in de Midden-Italiaanse streek de Marche, aan de Adriatische kust. De wijnen worden er gemaakt van sangiovese en montepulciano, terwijl er ook wat trebbiano en passerina bij gemengd mag worden. De Marche maakt niet alleen goede rode wijnen, maar ook de bekende Verdicchio dei Castelli di Jesi komt er vandaan. Onze Superiore bestond uit 70% montepulciano en 30% sangiovese en rijpte na een lange inwekingstijd tussen de 12 en de 18 maanden op oudere eiken vaten. Daarna rijpte de wijn nog 6 maanden op de fles voordat hij verkocht werd.
Na wat Googlen vond ik de waarschijnlijke leverancier van onze zwerver: Brand Wijnimport in Leiden. We zullen bij ons volgende bezoek aan de sleutelstad zeker eens langsgaan!

Op de foto: Tenuta De Angelis in Castel di Lama.

maandag 21 januari 2008

Fruitcocktails: pinot noir of gamay?

Vorige week maandag proefden we in de proefclub wijnen uit de Bourgogne en Beaujolais, maar we hadden er allemaal de grootste moeite mee. We raakten vooral verstrikt in het herkennen van de druivenrassen: wat was nou een pinot noir (Bourgogne), wat een gamay (Beaujolais)? En omdat we de druivenrassen niet herkenden, lukte ook het identificeren van de wijnen erg slecht dit keer.

De meeste druivenrassen kunnen omschreven worden met een aantal karakteristieken, en je zou willen aannemen dat wijnboeken allemaal dezelfde karakteristieken voor een druif gebruiken. Helaas. Ik heb voor pinot noir en gamay eens wat steekproeven genomen en zie hier het resultaat.

Pinot noir
Tom Stevenson (Wijnencyclopedie) - afhankelijk van klimaat en rijpheid kan de smaak variëren van kersen tot aardbeien.
Christian Callec (Geïllustreerde Wijnencyclopedie) - aardse ondertoon, iets tussen stallucht en mest; veel fruitigheid, voornamelijk rode bessen, (bos)aardbeien en soms kersen.
Consumentenbond Wijngids 2005 - viooltjes, aardbei, framboos en kers (jong), braam; rook, tabak, koffie, teer en dierlijke toetsen bij houtgerijpte wijnen.
Wereld van Wijn (AH) - in de smaak aardbeien, kersen, truffels, kool. Aardbeien, rozen, truffels, wildachtig in de geur.
Stencils Wijnacademie - lichtzoetige en spontane wat gronderige rozenbottel/bessen/kersen neus en bij zeer hoge Bourgognes een duidelijke boerse intense stalmestgeur.

Nou, maak daar maar eens chocolade (misschien liever: jam) van.

Gamay

Tom Stevenson - peerdroparoma in Beaujolais Nouveau.
Christian Callec - vooral fruitig: frambozen, (bos)aardbeien, aalbessen en kersen, bloemenaroma's in de betere Beaujolais.
Consumentenbond - niet genoemd.
Wereld van Wijn (AH) - framboos, rood zomerfruit.
Stencils Wijnacademie - in de geur licht melkzuur, uitgesproken fruitig en frambozenzuurtjesachtig; qua smaak licht en makkelijk.

Zie je ons probleem? Wie proeft er door deze fruitcocktails nog wat wat is? Bovendien wordt er in de beschrijvingen niet altijd onderscheid gemaakt tussen het echte karakter van de druif en de gebruikte vinificatietechniek: de geur van licht melkzuur komt eerder van de maceration semi-carbonique (door de druk van een stikstofdeken begint de gisting ín de druiven, die daardoor van binnenuit uit elkaar gedrukt worden) die in de Beaujolais wordt gebruikt, dan van de gamay....

De rode wijnen die we proefden volgen hieronder
1: Domaine Charles et Fils, La Combotte, 2005, AOC Haute-Côtes de Beaune : pinot noir
2: Domaine Marius Delarche, Les Verglesses, Pernand-Verglesses Premier Cru, 2005 : pinot noir
3: Domaine Charles et Fils, Les Fremiets, Volnay Premier Cru, 2005: pinot noir
4: Domaine Pierre Savoye, Sur cotes de Py, Morgon, 2005 : gamay
5: Jean-Jacques Béréziat, Domaine de la Roche Saint Martin, Côtes de Brouilly, 2005 : gamay
Allen afkomstig van Henri Bloem Wijnkopers.

6: Passe- tout-grains 2006 : pinot noir en gamay.
Eigen import uit een Franse supermarkt, prijs 2 euro.

Van deze wijnen viel vooral de Volnay in de smaak, maar dat was ook te verwachten. Gelukkig had ik die wel als pinot noir herkend. Maar bij alle andere wijnen was het gokken: zijn dit nu kersen, aardbeien of frambozen die ik ruik?
Er waren bovendien ook een paar wijnen die niet voor herhaling vatbaar zijn. Gert Crum's waarschuwing dat je echt de producent moet kennen, wil je goede wijnen uit het gebied kunnen kopen, geldt blijkbaar zelfs voor het kopen van dergelijke wijn bij een Nederlandse wijnhandel. Waarschijnlijk is dit de les we die maandag hebben geleerd, want een gamay van een pinot noir onderscheiden moeten we nog maar eens oefenen....

zondag 20 januari 2008

Viswijnen bij Las Palmas

Gisterenavond aten we uitstekend bij Las Palmas, het bekende visrestaurant van Herman den Blijker aan de Rotterdamse Wilhelminakade. Bij binnenkomst was gelijk duidelijk waar het in dit restaurant om gaat: bakken schaal- en schelpdieren op ijs en een enorme doorzichtige wijnkast tot aan het plafond. Jammer dat ik mijn camera niet bij me had.
De fruits de mer waren vers en smakelijk (vooral de scheermessen en de Girardotoesters bevielen me goed, maar ook de Noordzeekrab en de diverse soorten garnalen waren uitstekend); de Grevelingenpaling bleek dik en prima gerookt en de heilbot was klasse.

We hadden die avond geen zin in standaardwijnen. Gelukkig bood de wijnkaart naast een sectie bubbels, Chardonnay en Sauvigon Blanc ook nog een categorie 'Overige'. Aangezien ons gezelschap zoals gewoonlijk de keuze aan mij liet, koos ik er daar twee van uit gedurende de avond.
De Grüner Veltliner 2006 van Hillinger, waar we mee begonnen, was een kwalitatief goede wijn, maar niet heel bijzonder of complementair met de vis. Bovendien vonden zowel Nico als ik het geen typische Grüner Veltliner: te vol, te weinig strak, te bloemig. We schatten hem op een consumentenprijs van zo'n € 7 en vonden hem de € 26,50 die we ervoor moesten betalen dan ook zeker niet waard.
Na wat Googlen vanmorgen blijkt de wijn in Nederland zo'n € 9,50 te kosten, op domein in Burgenland
€ 8,00; de inkoopsprijs voor Las Palmas zal dus de € 7 niet ver ontlopen. Hillinger is overigens zeker geen 'klein' of onbekend domein. Ed van Wijnerij roemde al eens de rode wijnen. Gezien de flitsende architectuur van het domein past de producent uitstekend bij (de inrichting van) Las Palmas. Ook een manier om wijnen voor je wijnkaart te kiezen!

Een gelukkiger hand van kiezen had ik met de Vermentino 2006 van Tenuta Guado al Tasso, een bezitting van Piero Antinori in Bolgheri, aan de Toscaanse kust. Voor deze fles betaalden we € 42,50 (als ik me goed herinner). Ik schat in dat deze voor de consument in de winkel zo'n € 15 moet kosten, een net iets gunstiger opslag dus dan de Grüner Veltliner. (Maar toch nog steeds bijna driemaal over de kop; ik weet weer waarom ik niet zo vaak in restaurants dineer!).
De Vermentino 2006 bleek een gouden greep: een karaktervolle wijn met veel body, maar toch heel licht, fris en fruitig. Hij combineerde uitstekend met zowel de fruits de mer als met de heilbot. Ik meende wat aroma's van gist te bespeuren, Nico omschreef hem 'als een stille champagne'. Helaas duidt er in de fiche technique niets op rijping op zijn gist (sur lie). Hout komt er in ieder geval niet aan te pas, en alle mogelijke nieuwe technieken zijn gebruikt om de wijn zo fris en fruitig mogelijk te krijgen: vroeg in de ochtend oogsten, schillen (deels) laten inweken bij 5 °C en fermentatie bij temperaturen onder de 18 °C.
In tegenstelling tot de Grüner Veltliner - die in Rieslingglazen werd geschonken - dronken we de Vermentino uit grote kelken, sterk lijkend op Bourgogneglazen. We vonden het wel passen bij de wijn, maar wilden natuurlijk wel even meer weten. Bij navraag aan het personeel bleek dit door 'Herman' zo voorgeschreven te zijn...

Ik citeer tot slot nog even Tom Stevenson, die in de Nederlandse editie van 2006 van zijn Wijnencyclopedie onder het kopje Bolgheri DOC schreef: Let op de nieuwe Vermentino van Piero Antinori. Dat belooft de eerste grote Toscaanse witte wijn te worden van een inheemse druif. Ik kan Stevenson alleen maar gelijk geven.

vrijdag 18 januari 2008

Snoeien en groeien

Hoewel het nog geen Sint Vincentius is, 22 januari, zou dit weekend wel eens goed kunnen zijn om je druivenranken te snoeien. Het weer is zacht, dus je kunt lekker de (moes)tuin in! In Frankrijk zijn ze al een heel eind: deze foto’s, gemaakt rond de jaarwisseling in de Drôme, kreeg ik van een kennis.

Snoeien van druiven kan op verschillende manieren en hangt nauw samen met de geleidesystemen voor de ranken. Vaak zijn de snoeiwijzen en geleidesystemen per streek / appellation voorgeschreven in de wet. Altijd zijn de gekozen methoden erop gericht de druivenstok optimaal te laten produceren, waarbij rekening gehouden wordt met vochtigheid (rot moet zo veel mogelijk tegengehouden worden), zonuren, wind, gewenste opbrengst aan druiventrossen per stok etc… Met een mooi woord heet dat ‘canopy management’, gebladerte- of bladerdekmanagement. Zo zul je in Nederland en Noord-Frankrijk vooral systemen zien waarbij de ranken hoog boven de grond worden geleid, om invloed van (nacht)vorst en optrekkend vocht te beperken.

Druivenstokken kunnen geleid of ongeleid zijn. De eerste foto toont een van de oudste manieren om een druivenstok te laten groeien: als een struik, of gobelet, in het Engels bush vine. De jonge ranken worden niet geleid langs draden (soms is er wel een paaltje) en groeien rechtstreeks uit de jaar na jaar ouder wordende stronk.
Deze zeer verweerde oude stokken staan kort bij de grond en worden gesnoeid via de sporensnoeimethode, in tegenstelling tot de zogenaamde stamsnoeimethode. Heel kort gezegd komt het erop neer dat bij stamsnoei de draagtak - de tak die de ranken met het fruit moet dragen - jaarlijks wordt vervangen, bij sporensnoei wordt deze jaar na jaar ouder.
Een andere groeiwijze die ook gecombineerd wordt met de sporensnoeimethode is de ‘cordon’. De cordon is een blijvende, steeds ouder wordende tak (soms ook twee takken) waarop ieder jaar nieuw ranken ontstaan. Op de tweede foto is duidelijk zo’n cordon te zien: de oude verweerde armen van de druivenstok dragen een aantal sporen. Uit de ogen op die sporen ontspringen over een maand of twee de nieuwe loten. De cordon-methode is erg geschikt om machinaal te snoeien. Dat is goed zichtbaar op de laatste foto.

Meer weten over groei- en snoeiwijzen? Kijk bij The Winedoctor, een fantastische site voor informatie over wijn!

Foto’s: Guy Lier

woensdag 16 januari 2008

Wijn en eten: het blijft lastig.....

Van alle kanten komen op het moment vragen op mij af over wijn en eten; daarnaast heb ik onlangs met mijn proefgroepje een zeer interessante avond hieromheen georganiseerd. Verder ging een van mijn lezers gisteren in op verwante kwesties als wijn en eten en verschillen in smaakvoorkeuren en vandaag kwam ik er in mijn Herberg niet helemaal goed uit met mijn wijnadvies. Daarom vandaag wat overpeinzingen over combinaties van wijn en eten en hoe moeilijk dat wel is. Zelf moet ik er nog veel over leren; helaas wordt er op de vinologenopleiding te weinig aandacht aan besteed.

Eerlijk gezegd geloof ik ook niet dat er kant-en-klare oplossingen zijn voor de vraag welke wijn bij welk gerecht past. Als je veel kennis hebt van de smaak van diverse wijnen, leer je op een gegeven moment een aantal basisvaardigheden en basisuitgangspunten. Dan praat ik over zaken als: combineer een zwaar, machtig gerecht niet met een lichte wijn, een zout gerecht niet met een tanninerijke wijn en een chocoladetaart niet met een droge champagne. Dat zijn dingen die je uit boeken kunt halen (kijk ook eens in Harold McGee's Over eten en koken, bijvoorbeeld), maar ook door heel veel proberen en regelmatig de mist in gaan kunt uitvinden. Hoewel er boeken vol zijn geschreven over wat we noemen wijn-spijscombinaties en er hele theorieën over zijn ontwikkeld, zelfs op wetenschappelijke basis (Peter Klosse), gaat het toch nog regelmatig fout. Het blijft behelpen, aanvoelen, of niet.....

Zo werd ik onlangs bij een landelijke bekende wijnhandelketen totaal verkeerd geadviseerd: ik wilde met Kerst een zelfgemaakte kippenleverpaté serveren waarin ook spek en room was verwerkt, en kwam naar de winkel op de Utrechtse Adr. van Ostadelaan om een fles goede Duitse Auslese te halen. De verkoper adviseerde me echter een droge Pacherenc de Vic Bilh te proberen, dat moest dé combinatie zijn. Altijd in voor een experiment kocht ik een fles en serveerde die inderdaad bij de paté. Het is maar een geluk dat dat deel van de familie niet zo'n wijnkennis heeft en heel weinig drinkt, anders was ik mooi afgegaan. Het bleek totaal géén combinatie! Later bleek een glaasje Sauternes bij deze paté, en ook bij kippenlevercrostini, dé begeleider. Die Auslese was vast ook niet gek geweest!
Waar ging dit nu mis? Ik hou zeker niet alleen van zoete wijnen, en de Pacherenc (van Alain Brumont notabene) was een heerlijke wijn, goed gemaakt, alleen niet de wijn bij het gerecht. Met smaak had dit niets te maken, bij een andere gelegenheid zou ik misschien wel kiezen voor de Pacherenc.

Tijdens de wijn-spijs proefavond kwamen we vergelijkbare dilemma's en problemen tegen. De meeste combinaties waren uitstekend, maar waarschijnlijk niet exclusief.
Na een glas Chinese champagne om de smaak te zuiveren, volgden de voorafjes: mijn kippenlevercrostini met een Montbazillac (Tour Belingard, Gall&Gall), een pissaladière met ui, olijf en ansjovis gecombineerd met een overheerlijke rosé van Domaine La Maurette (via A2Vins, maar de producent stopt met het maken van wijn van zijn rode druiven, snif....) en een canapé van roggebrood met zure room, blauwschimmelkaas, tomaat en tuinkers, waar zowel de rosé als de Montbazillac goed mee combineerde.

Het serieuze werk behelsde diverse klassieke combinaties: spaghetti bolognese met Chianti (Castelli di Farnetella, Colli Sinesi 2005, weer Gall&Gall) gevolgd door wild zwijn uit de Drôme (zelf geschoten door Paul's buurman) weggespoeld met diverse glazen wijn. Allereerst probeerden we een 1999 Savigny les Beaune, Fery-Meunier. Het zwijn vond het prima. Daarna kwam echter het mooiste glas van de avond (voor mij in ieder geval): een Barolo 2001 Vigne dei Fantini van Silvano Bolmida (eigen import van een van ons). Deze fruitige, moderne Barolo was de perfecte combinatie met het zwijn: het beestje werd er nog sappiger van dan íe al was. Hoewel de Savigny les Beaune een uitstekende wijn bleef, had het zwijn zijn keus gemaakt!

Hoe ga je zoiets verklaren? Dan zou ik een verhandeling moeten gaan houden over zuren, tannines, sauzen, smaak van wild etc..... en dat ga ik nu niet doen. Bovendien ben ik er nog niet goed genoeg in thuis. Ik wil slechts aangeven dat ook hier smaak geen rol speelde: de Barolo was gewoon de beste wijn bij het vlees. Punt.

Tot slot volgde een chocolade-profiterolletaart van banketbakker Marco Ostee uit Houten met Pedro Ximenez Dulce van Gonzalez Byass (heerlijk) en warme peren gestoofd in water met suiker, kruidnagel en laurier, overgoten met hete chocoladesaus. Dat laatste gerecht bleek weer een lastige: een Banyuls Hors d'Age (o.a. Les Genereux) deed het niet goed, evenmin als mijn Montbazillac. Een overgeschoten Prosek van de cursus werd opengerukt, maar ook die combineerde niet. Uiteindelijk hield alleen de Pedro Ximenez het uit bij de peren, maar ook niet echt overtuigend.... Met zijn allen kwamen we er niet uit waar dit nu aan lag.

Ons diner werd afgesloten met een overheerlijk kaasplateau, dat ik echter niet meer heb meegemaakt. Ik ging wat vroeger naar huis om de volgende dag fit te zijn.... Later heb ik de diverse kazen en de gekozen wijnen nog wel geproefd, ik zal er binnenkort op terugkomen.

Wat ik hiermee wil aangeven: wijn en spijs, wijn bij het eten, het blijft een gok! Je kunt nog zo thuis zijn in wijn, in gerechten, in de combinaties: er komt een moment dat het toch mis gaat. Wijn en eten combineren blijft mensenwerk, over het algemeen niet smaakgebonden maar wel afhankelijk van bereidingswijze van het eten en wijnmaakstijl van de drank. Alleen als je voor de volle 100% weet wat je in het glas schenkt en op het bord serveert, kun je met enige zekerheid de uitkomst voorspelen. Dat kun je alleen maar als je de specifieke fles en het betreffende gerecht kort van te voren alvast geproefd hebt. En wie is dat nu gegeven?........

maandag 14 januari 2008

Les 8 - Bourgogne en Beaujolais

Het was een stevige omschakeling, zo na de feestdagen. Op maandag 7 januari 2008, 10.00 uur, werden we weer geacht te snuiven en te spugen, in tegenstelling tot al het drinken van de afgelopen weken.
Snuiven en spugen lukte nog wel, maar er vervolgens een conclusie aan verbinden, dat bleek ook deze keer nog even lastig als in 2007. Deze eerste maandag van het nieuwe jaar mochten we nog rustig beginnen met slechts acht wijnen in de ochtendsessie van de vinologenopleiding, maar volgende keer, op 21 januari, gaan we over op twaalf wijnen.
Gelukkig zitten er bij de multiple choice vragen over die acht glazen ook altijd wel een paar 'weggevers'. De geur van rozen en lychees kunnen we nu zo langzamerhand wel herleiden tot een Gewurztraminer (al kan het ook een Torrentes uit Argentinië zijn). De zware vanilletonen in een stevige rode wijn met duidelijke 'pepertjes' is echt een Shiraz uit de Nieuwe Wereld, in dit geval Australië. En ook een Regnié, één van de cru's van de Beaujolais, wist ik te identificeren. Mijn proefnotitie wees vrij duidelijk op een gamay, en als je theoriekennis dan op orde is en er staat bij de keuzes een Beaujolais, dan kwam ook deze vraag wel goed.

Maar helaas was daar ook die atypische Grüner Veltliner, waarmee ik echt niet wist wat ik aan moest. Ik heb toch vele Veltliners gedronken, maar deze.... Of de Sardijnse Cannonau, die slechts een enkeling ooit had geproefd. Een intrigerend glas was ook het achtste, waarin een helderrode, naar het zwart neigende, duidelijk hoogalcoholische wijn fonkelde. Een Coheita port was het zeker niet, die viel af. Was het dan misschien die mysterieuze Prosek uit Istrië, waar 'men' het zo vaak over heeft? Of toch die Californische Black Muscat? Ik gokte op de Prosek, al wist ik dat er 'zwarte' (rode dus) muskaatwijnen bestonden en rook ik duidelijk de kenmerkende muskaatgeur. Stom, stom, stom, zo bleek. Prosek is altijd bruinig, amberkleurig. En dus had het de Muscat moeten zijn. In Californië had ik nog een vergelijkbare wijn op (Karly Orange Muscat), bij het dessert in het bekende en uitstekende restaurant Savoury's in Mariposa. Deze Black Muscat, een Elysium van Quady Winery in Madera, is overigens een zeer boeiende wijn, van een jong bedrijf in de Central Valley. Jammer dat we deze zomer niet even langsgegaan zijn, we hebben het bijna moeten zien liggen....

Na de lunch mocht Gert Crum ons alles over de Beaujolais en de Bourgogne te vertellen. Voor wie het boekje Legendarische wijnverhalen al had gelezen (waarvan Gert Crum mede-auteur is), kwamen er een aantal bekende anekdotes voorbij... Met veel passie wist Gert ons vooral de sfeer en het terroir van beide gebieden - hoewel tamelijk verschillend - bij te brengen. Zelf vond ik vooral de twee cru's van de Beaujolais die Gert liet proeven de moeite waard. Hoewel ik diverse Morgons, Moulin à Vents en andere cru's heb gedronken, is de laatste fles Beaujolais in onze wijnkast al weer een jaar geleden opgegaan (een Saint Amour gekocht op de Kerstmarkt in Lille). Waarom hebben we eigenlijk niet vaker deze heerlijke wijnen in huis? Ze zijn fruitig, fris, hebben soms pittige, peperige aroma's, zijn niet heel complex maar wel zalig makkelijk drinkbaar: de perfecte 'zo maar even opentrekken-wijn'. Helaas is met de tanende Europese belangstelling voor Beaujolais Nouveau (Primeur is een term die niet meer wordt gebruikt) het hele gebied in het vergeethoekje geraakt. En dat is niet terecht: de tien cru's verdienen het veel vaker op tafel en op de kaart te staan.

Gert Crum vertelde ons wat erg veel over de granieten bodems van de Beaujolais, maar gelukkig ook over de crus van de Chablis en de versnippering in de Bourgogne. Let bijvoorbeeld bij het kopen van een Bourgogne altijd eerder op de maker dan op de appellation: de ene Meursault of Pommard is niet de andere, helaas. Ga niet af op de 'dure' namen als Aloxe Corton, Puligny-Montrachet of Volnay, maar kijk goed naar de eigenaar van het domein of de negociant. Om Gert Crum te citeren: 'Bourgogne is een mijnenveld: je treft er de mooiste wijnen ter wereld, maar tegelijkertijd ook de slechtste wijnen!' Het gebied te leren kennen en er goede wijnen vandaan te halen, is een veeleisende opgave die veel energie vergt.

Tijdens het proeven maakten we gelukkig alleen kennis met de goede kanten van de Bourgogne: een prachtige 2005 Chablis Les Clos Grand Cru van Domaine Christian Moreau, of een spannende 2006 Rully 1er Cru Gresigny van Domaine Ninot bijvoorbeeld. Onderwijl ging een loodzware kalksteen, argilo-calcaire, de zaal rond, om ons aanschouwelijk te informeren over de samenstelling van de bodems in de Chablis.
In rood mochten we genieten van een 1999 Volnay 1e Cru Les Pitures van Nicolas Potel, een 2005 Mercurey 1er Cru Champ Martin van Bruno Lorenzon, een 2000 Chambolle-Musigny van Domaine Hubert Lignier en als uitsmijter een 2004 Nuits-Saint-Georges 1er Cru Clos de la Marechale van Frédéric Mugnier.

Inmiddels was de les al zo uitgelopen dat diverse mensen de zaal verlieten om de trein te halen, ikzelf incluis. En eerlijk gezegd, we waren wel toe aan frisse lucht en even geen wijn meer: de eerste dag na de vakantie was eigenlijk veel te overvol van passie en enthousiasme. Een mens kan maar zoveel goede wijn proeven op een dag en zoveel informatie bevatten. Kunnen we dan tenminste zeggen dat we nu de Bourgogne en de Beaujolais een beetje kennen? Nee, zeker niet. Dat bleek vandaag, 14 januari, nog maar eens heel duidelijk tijdens de Bourgognemiddag van ons proefgroepje. Maar daarover later meer.....

zondag 13 januari 2008

Chinese champagne

Alweer enige jaren geleden lokte mijn beschrijving van een Chinese gamay één van de eerste commentaren (via e-mail) op Wijnkronieken uit. Deze wijn van Dragon Seal beviel me toen niet slecht, en mede daarom was ik afgelopen vrijdag erg in mijn nopjes toen ik een fles Chinese 'champagne' van hetzelfde merk cadeau kreeg. Ik wist er gelijk de perfecte bestemming voor: laten proeven op de wijn-spijsproefavond die ik samen met Arjan, Larissa, Marianne, Martijn, Paul en Yontie ging houden. Wat is nu een betere opening van zo'n avond dan een glas vrolijke en feestelijke bubbels? Bovendien kunnen waarschijnlijk weinig anderen in de opleiding zeggen dat ze een Chinese champagne op hebben!

Over de wijn- en spijsavond zal binnenkort uitgebreid verslag volgen: hij was geweldig! De Chinese champagne verdient echter een apart blogje. We vonden de Dragon Seal Sparkling Wine allemaal prima drinkbaar, maar sommigen ontdekten iets interessants: de wijn heeft een gat in de smaak!
De wijn ruikt naar appeltjes en citrus en heel in de verte is wat gist te ontdekken. De belletjes voelen wat heftig in de mond, maar niet onaangenaam. Vlak voordat je doorslikt is er echter even niets: alle smaak en geur is weg, er ontstaat een leegte. Bij het doorslikken komt dan echter de smaak weer terug en de wijn blijft alsnog vrij lang in je mond hangen. Dat gat, aldus een van ons, zou een teken kunnen zijn dat de wijn is aangezuurd. Aanzuren gebeurt als de druiven te weinig zuren hebben ontwikkeld om een gebalanceerde wijn te creëren. Te weinig zuren kunnen ontstaan door bijvoorbeeld te grote warmte.

Ondanks het 'gat' oordeelden we dat deze wijn voor € 15,95 zeker geen slechte deal was, bovendien te verkiezen boven de champagne van de Lidl voor € 12,99. Anderen wierpen tegen dat er voor € 15,95 ook goede alternatieven voor 'champagne' te koop zijn, en nog betere ook. Ook daar ben ik het mee eens. Maar hoeveel Crémant d'Alsace, Loire of Bourgogne, of Blanquette de Limoux, zou er geïmporteerd worden in China? Niet veel, vermoed ik. De Chinezen hoeven met dit eigen product een betaalbare bubbelwijn niet te ontberen. Of de wijn export buiten Azië rechtvaardigt, waag ik te betwijfelen, al is het natuurlijk erg leuk in een Chinees restaurant een dergelijke fles te bestellen.
Volgens eigen zeggen wordt de productie van Dragon Seal nauwkeurig bewaakt door een Franse wijnexpert, bijgestaan door twee in Frankrijk opgeleide Chinezen. Dragon Seal claimt koploper te zijn in China met onder andere deze 'Dragon Seal Sparkling Wine', gemaakt volgens de traditionele 'méthode Française' (aldus het etiket). De geschiedenis van de firma plukte ik van de website, en volgt hieronder:
In 1910 (het tweede jaar van keizer Xuantong der Qing dynastie) verbouwde een Franse monnik het kerkhof van de Heishansu kerk in Fuwai, Beijing, tot een wijnkelder. Hij stelde een Franse wijnkenner aan om zowel rode als witte wijn te maken, deels als miswijn, deels voor dagelijks gebruik. De jaarlijkse oogst beperkte zich tot 50 tot 60 hectoliters. In 1946 registreerde de kerk de wijnkelder officieel onder de naam 'La Shangi Cave de Pekin' en begon de verkoop van zijn producten op de lokale markt. Deze wijnfirma werd door de staat overgenomen in 1949. Er werkten 13 medewerkers en de totale hoeveelheid geproduceerde wijn beperkte zich tot 100 hectoliters.

In februari 1956 veranderde het regime de naam in 'Beijing Winery' en verhuisde men naar Yuquan Road 2. Tegelijkertijd lanceerde Beijing Winery het Zhongua-merk en begon de productie van kwaliteitswijnen en spirituele dranken zoals 'Kuei Hua Chen Chiew', 'Lien Hua Pai Chiew' en 'Chinese Sweet Red Wine'. Al deze wijnen zijn pioniers op de lokale en internationale markten en beantwoordden aan de bestaande vraag.

Al vrij snel werd Beijing Winery marktleider en een befaamd wijnhuis. Op 17 maart 1987 werd de 'Beijing Dragon Seal Winery' gesticht als filiaal van Beijing Winery met het oog op de introductie van Franse oenologie. De eerste fles Dragon Seal kwam op de markt in het jaar 1988. Dit was volgens de Chinese kalender het jaar van de draak.
Om de kwaliteit te garanderen, maakten Franse wijnexperts een grondige studie van bodem en klimaat om de ideale keus te maken voor Dragon Seal. De uiteindelijke keuze viel op Huailai in de provincie Hebei, een graafschap met meer dan 800 jaar ervaring in de wijnbouw en gelegen op 150 km ten noordwesten van Beijing. Er werden meer dan 10 variëteiten verbouwd, allen met uit Frankrijk ingevoerde wijnstokken. De productie van Dragon Seal wordt altijd nauwkeurig bewaakt door een Franse wijnexpert, bijgestaan door twee in Frankrijk opgeleide Chinezen.

Dragon Seal is af en toe hier verkrijgbaar.

zaterdag 12 januari 2008

Een wijn voor koningen: Commandaria

Zonder dat ik het me gisterenavond realiseerde, heb ik een glas pure geschiedenis gedronken! Ik dronk de wijn die Richard Leeuwenhart geschonken kreeg bij zijn huwelijk met Berengaria van Navarre, in de aanloop tot de derde kruistocht. Het huwelijk vond plaats op 12 mei 1191 in Limassol, op Cyprus. De wijn beviel Richard, koning van Engeland, zo goed, dat hij hem 'een wijn voor koningen en de koning onder de wijnen'noemde. In de middeleeuwse rangorde van wijnen stond deze wijn van Cyprus eeuwenlang bovenaan, al konden slechts weinigen hem veroorloven. Maar gelukkig kende deze wijn vele broertjes en zusjes, eveneens afkomstig uit het oostelijke Middellandse Zeegebied. De in Nederlanden in de middeleeuwen hoog gewaardeerde malvoisie / malvasia was er één van.
De wijn die ik dronk was Commandaria, meegebracht door een bevriende wijnhandelaar van een vakantie naar Cyprus. Na afloop van een nieuwjaarsborrel genoot ik samen met de wijnhandelaar en zijn vrouw in een zeer verantwoorde ambiance - middeleeuwse kelders onder de Oudegracht, waar al eeuwen wijn opgeslagen heeft gelegen - van dit heel bijzondere glas. In het kort werd de onderstaande geschiedenis al geschetst door de wijnhandelaar, maar pas thuis achter de computer begreep ik ten volle wat een 'historisch' glas dat gisteren is geweest.

Cyprus kent al 4000 jaar wijnbouw: veel eerder dan Italië, om nog maar te zwijgen van Frankrijk en de rest van West-Europa. De moderne wijngeschiedenis van het land begint vooral na de grote phylloxera-ramp van de 19e eeuw. Cyprus bleef gespaard voor de grote druifluisaanval en kon zijn exporten aan het begin van de twintigste eeuw stevig opvoeren. Vanaf 1937 werd op het eiland ook een goedkope soort sherry gemaakt, die vooral populair was in Noord-Europa en bij de Engelsen (Cyprus stond van 1878 tot 1960 onder Brits gezag). In recente jaren is de Cypriotische wijnbouw grondig aangepakt en wordt er inmiddels vroeg geoogst, gevinifieerd in roestvrijstaal en onder temperatuurcontrole en worden de nieuwste wijnmaaktechnieken toegepast.

In al die eeuwen is men gelukkig ook de zware zoete dessertwijn blijven produceren waar Richard Leeuwenhart zo dol op was. Mogelijk spreekt zelfs Hesiodus, in de 7e eeuw vóór Chr., al van deze wijn als hij het heeft over Cypriotische Manna, een wijn van ingedroogde druiven. De wijn dankt zijn huidige naam aan het gebied op Cyprus waar de wijn vandaan komt: het oude commanderijgebied van de Tempeliers en later de Ridders van Sint Jan, die eeuwenlang bezittingen op het eiland hadden. Uit de 19e eeuw zijn vele beschrijvingen van 'Commanderi' of 'Commanderia' bekend, vooral van Britse auteurs. Sommige bronnen menen dat de kwaliteit sinds het begin van de 20ste eeuw achteruit is gegaan en dat je eigenlijk een fles uit die tijd zou moeten proeven.... De Commandaria Saint Barnabas van coöperatie SODAP die ik gisteren proefde, mocht er wat mij betreft echter zijn. Amberkleurig, stroperig, in de neus voor krenten en rozijnen, maar ook iets rokerigs. De neus suggereert vooral veel zoet, maar de smaak is vervolgens heel vol maar subtiel en gebalanceerd, dankzij de mooi zuren. Het alcoholpercentage is 15%, lager dus dan port en vergelijkbaar met de zoete versterkte wijn van Zuid-Frankrijk. Deze wijn is echter niet versterkt!

De wijn wordt gemaakt van de xynisteri (wit) en mavro (rood)-druiven, die overrijp geoogst worden en dan 10 tot 15 dagen uitgelegd worden in de zon om in te drogen. Het suikergehalte moet een bepaald minimumniveau hebben voordat de druiven geoogst mogen worden en een nog hoger suikergehalte hebben bereikt voordat ze gevinifieerd mogen worden. Die gisting duurt tamelijk lang, aangezien men net zo lang wacht totdat het alcoholniveau op natuurlijke wijze 15% bereikt. Er wordt dus niet versterkt! Rijping gebeurt minimaal 4 jaar op eiken vaten.
Wijn uit Cyprus, de xynisteridruif noch Commandaria komen voor in de database van in Nederland geïmporteerde wijnen. Het was gisteren dus werkelijk een uniek glas dat ik heb gedronken, waar ik, ook zonder deze uitgebreide geschiedenis al helemaal te weten, gigantisch van heb genoten. Op naar Cyprus!

donderdag 10 januari 2008

Kurk

Het is vast meer mensen overkomen de afgelopen feestdagen: flessen wijn die muf naar slootwater, natte dweilen of andere vieze dingen roken. Tien tegen één dat die fles leed aan wat wijnkenners 'kurk' noemen. Zelf had ik er twee rond Oud en Nieuw: één zelf geïmporteerde rode Loire-wijn uit Chinon en één van een gerenommeerde wijnhandel afkomstige rode Bordeaux. Waarmee ik wil aangeven dat het echt niets te maken heeft met waar je de wijn vandaan haalt: kurk kan altijd en overal voorkomen bij flessen wijn. En het blijft altijd een trieste ervaring. Gelukkig hadden wij telkens een back-up fles, maar ik zou de mensen niet de kost willen geven die hun gezellige etentje op die manier toch wat in het water (of liever, in de wijn) zagen vallen.

Wat is het ook al weer, 'kurk'? Om te beginnen wat het niet is: het heeft niets te maken met eventuele stukjes kurk of andere ongerechtigheden die in je wijnglas aanwezig zijn. Bij stukjes echte kurk heeft degene die de fles opende de kurkentrekker niet goed gehanteerd. Andere 'ongerechtigheden' als bezinksel of wijnsteenzuur zijn totaal onschuldig en hebben invloed op smaak noch geur.
De aandoening kurk is niet zichtbaar, alleen te ruiken: de kurk is aangetast door de stof 2,4,6 trichoranisole, kortweg TCA. Het is een stof die vrij kan komen bij het bleken en desinfecteren van kurken. Ruim 3% van de flessen afgesloten met een echte kurk schijnt 'besmet' te zijn, helaas. Dat is een van de redenen dat je steeds meer flessen met schroefdop, glazen stopje (vinolok) of plastic kurk ziet: de kansen op besmetting met TCA zijn dan zo goed als nul.

Maar helaas, ook een fles die afgesloten is met een schroefdop kan nog steeds muf, kartonnig of naar natte dweilen ruiken. Er is ook een aan TCA verwante stof, PCP - pentachlorofenol - die hetzelfde effect op wijn heeft. PCP is een stof die wordt gebruikt om pallets, containerkisten, lattenwerk e.d. te beschermen tegen schimmels en zwammen. Via de lucht kan de stof de wijn aantasten, met hetzelfde vreselijke effect als 'kurk'.
Als je het idee hebt dat je fles wijn aangetast is door TCA of PCP, aarzel dan niet de fles ofwel door te gootsteen te gooien, ofwel terug te sturen naar de wijnkelder. In een restaurant horen ze je een nieuwe fles aan te bieden, thuis trek je gewoon een andere open. Doe niet zoals ik jaren geleden! We openden een Coonawarra Cabernet Sauvignon, met hoge verwachtingen, maar vonden hem vies en naar natte dweilen ruiken. Toch dronken we hem op: het was tenslotte een bekende Australische wijn. Inmiddels weet ik beter: het leven is te kort om dergelijke slechte wijn te drinken!

zondag 6 januari 2008

Stand van wijnbloggend Nederland

Een nieuw jaar is begonnen, tijd om eens om me heen te kijken hoe het nu zo staat in wijnminnend en -bloggend Nederland. De laatste dagen zijn er heel wat overzichten verschenen, lijstjes gemaakt e.d. maar het aardigste berichtje las ik pas vandaag: in Vlaanderen kunnen de consumenten genieten van maar liefst 11 wijnblogs! En dan zijn ze geloof ook nog niet eens allemaal door de auteur van het stukje, Orbis, genoemd. Vinama mis ik bijvoorbeeld nog. De Vlaamse wijnbloggers hebben grootste plannen, gaan tweemaandelijkse een wijn bespreken (hé.... eerder gehoord....) en hebben het niet zo op de gevestigde wijnjournalisten in hun land.

Wij hebben in Nederland ook een fors aantal bloggers, maar eerlijk gezegd ben ik het overzicht wat kwijt. Even denken: Wijnerij, Drinkblog, Wijn.blieb, Winelog, Wijnblog ..... en dan haper ik al. Ik weet dat er meer zijn, maar die publiceren dan erg weinig, of wijn is maar een onderdeel van het totaalpakket (zoals bij Cheffen). Oh ja, en ik mag WijnTop5 natuurlijk niet vergeten, zij meldden onlangs trots dat ze op nummer 1 bij Foodrank waren geëindigd. Ilja Gort is inmiddels gestopt met bloggen, las ik onlangs.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de meeste van deze blogs gelieerd zijn aan 'het vak'. Voor zover ik het kan nagaan, zijn slechts Wijnerij en Wijnkronieken zuivere, onafhankelijke wijnblogs. Misschien dat we daarom met zijn allen veel minder fel zijn op de gevestigde wijnschrijverij: Onno Kleyn heeft zelfs een poosje gezellig met ons mee gedaan tijdens Wine Blogging Wednesday goes Dutch. Recent ontdekte ik ook dat Harold Hamersma een blog aan het vullen is. In een hoog tempo verschijnen er momenteel dagelijks diverse blogjes van zijn hand. Zou hij al zijn columns aan het publiceren zijn?

En over Wine Blogging Wednesday gesproken: in de Engelssprekende werelddelen groeit het aantal wineblogs nog steeds enorm. De laatste paar keer heb ik samen met ruim 40 andere internationale bloggers meegedaan aan het van oorsprong Amerikaanse evenement. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Vinography meldde laatste dat de Amerikanen zich onlangs over de toekomst van het wijnbloggen hebben gebogen. Ik heb nog niet te tijd genomen er naar de luisteren, helaas.

Wat is de toekomst van het wijnbloggen in Nederland? Op dit moment heb ik daar niet zo één twee drie een antwoord op. Gaan we ergens heen? Willen we wel ergens heen? Moet er iets veranderen in wijn(schrijvend) Nederland? Moet er, zoals Chalias beweert, een andere manier komen om wijn te beschrijven? Zo ja, hoe dan? Want roepen dat het anders moet is makkelijk, een oplossing aandragen veel moeilijker. Of is er meer behoefte aan heel andere zaken? Een goed wijnlexicon op internet bijvoorbeeld?
De tijd ontbreekt me - vanwege de vinologenopleiding - er eens goed voor te gaan zitten en erover na te denken. Maar misschien hebben jullie er wel een mening over. Laat hem vooral eens horen hier: de lijnen staan open, zou ik zo zeggen!

zaterdag 5 januari 2008

Soestdijkse wijnkelders en Eten met de Oranjes

Een kijkje nemen in andermans huis, keuken of kelder blijft altijd fascinerend, zeker als het huis bewoond is geweest door beroemdheden. En helemaal door beroemdheden die hun privé-leven zwaar hebben afgeschermd. Gisteren heb ik dan ook lopen genieten tijdens de bezichtiging van Paleis Soestdijk, tussen 1937 en 2004 de woning van prinses en later koningin Juliana en prins Bernhard. Dankzij de verhalen van onze gids, een gepensioneerde geschiedenisleraar, heb ik me geen moment verveeld, en de goede man wist zelfs de pubers bij de les te houden!

Uiteraard was het bezoek aan de echte privé-vertrekken het leukst: naast de werkkamers van het paar en de eetkamer mochten we ook een kijkje nemen in de keuken, twee serviezenkamers én de witte- en de rodewijnkelder. Jawel, twee verschillende kelders waren er, één voor wit en champagne, één voor rood. Driemaal raden waar de witte wijnkelder, die natuurlijk koel moest zijn, zich bevond: ... onder het bordes, datzelfde bordes van de defilés op Koninginnedag. Uiteraard lag er geen fles Corton Charlemagne of Cuvée Louise (de favoriete wijnen van de prins) meer en waren de betonnen vakken leeg, maar dat mocht mijn pret niet drukken. In de rode wijnkelder was nog minder te zien, daar was nu de garderobe gemaakt. Deze ruimte was echter vrij groot en moet een indrukwekkende hoeveelheid wijn hebben kunnen bevatten. Er hebben hoogst waarschijnlijk vooral rode Bourgognes en Bordeauxs gelegen, maar zeker weten zullen we dat nooit. Of zouden er ook wel eens Oostenrijkse zoetigheden uit Lech meegenomen zijn?

Het is namelijk een vrij groot 'geheim' wat de leden van de koninklijke familie het liefst eten en drinken. Van Bernhard is nog het meest bekend: de verhalen over zijn rose champagnes (Cuvée Louise van Pommery) en witte Bourgognes (Corton Charlemagne, recent nog beschreven in Legendarische wijnverhalen) zijn legio. In het 'fotokookboek' Eten met de Oranjes, van culinair journaliste Anne Scheepmaker, wordt een poging gedaan op te sommen wat we weten van de culinaire voorkeuren van Beatrix en haar familie. Dat is bar weinig, en stemt bovendien niet tot vrolijkheid. Culinaire genoegens lijken aan het hof geen grote plaats in te nemen, en originaliteit al helemaal niet. Uiteraard keek ik in het boek allereerst of er ook iets over de wijnvoorkeuren werd gemeld, maar meer dan de wijnkeuzes bij staatsbanketten kwam ik niet te weten. Die wijnkeuzes zijn heerlijk voorspelbaar en traditioneel: witte Bourgognes, rode Bordeaux en champagne worden geserveerd. Met de komst van Maxima zie je verder af en toe een Argentijnse wijn op de kaart staan, en dat is het dan (op die ene Riesling in 1948 na...).

Eten met de Oranjes is verder een heel leuk boek over een onderwerp dat zeker aandacht verdient: eten en drinken, de keuze van voedsel en de bereidingswijzen horen anno 2007 naar mijn idee absoluut tot de cultuur van een land, en binnen die cultuur heeft de eerste familie nog altijd een voorbeeldfunctie. Dat is dan waarschijnlijk ook gelijk de reden dat we er zo weinig over horen: stel nu dat Beatrix graag als aperitief een Prosecco neemt, dan zal dat ongetwijfeld gevolgen hebben voor de consumptie van Prosecco, wat misschien weer ten koste gaat van andere bubbelwijnen.....

Slechts één punt van kritiek op de auteur van het boek: ze weet helaas weinig van wijn! Volgens Anne Scheepmaker wordt de Cuvée Louise Pommery Rosé namelijk gemaakt door LVMH (moet zijn Vranken-Pommery) en komen de druiven ervoor uit Aloxe-Corton, waar ook de favoriete wijn stille wijn van de prins vandaan komt, de Corton Charlemagne. Dat laatste is correct, maar met druiven uit Aloxe-Corton zou de Cuvée Louise helaas een Crémant de Bourgogne zijn, en geen champagne. Aloxe-Corton ligt in de Côte de Beaune, Bourgogne; de druiven voor de Cuvée Louise komen uit Avize, Cramant en Ay, in de bekende Côtes des Blancs onder Reims, en uit Bouzy, eveneens in de buurt van Reims. De rose champagne wordt op de traditionele wijze gemaakt, door witte wijn van chardonnay (met grand cru-druiven uit Avize en Cramant) te mengen met rode wijn van pinot noir (uit Ay). Bovendien wordt er ook rode wijn uit Bouzy (eveneens pinot noir) aan toegevoegd.
Voor een culinair journaliste toch een pijnlijke fout, ben ik van mening!

Anne Scheepmaker, Eten met de Oranjes, een fotokookboek, ANP Foto/Nieuw Amsterdam Uitgevers, prijs € 19,95

woensdag 2 januari 2008

Prima spelletjes-wijn.... van de Lidl

Het was geen opzet, maar ik ben er gisteren mooi ingetuind. Gezellig zat ik om de tafel bij familie, spelletje Elfenland spelen met neefje, tante en oma. Een glaasje Champagne wordt ingeschonken, een toastje met paling aangereikt. Proost allemaal, op het nieuwe jaar.....
Na enige minuten, als ik al diverse slokjes champagne goedkeurend naar binnen heb gewerkt, vraagt echtgenoot hoe ik de champagne vindt. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een ander familielid grijnzen..... Nou, zeg, ik, prima eigenlijk wel, laat me de fles eens zien? Ik proef nog eens aandachtiger, ruik lichte tonen van toast, beoordeel de mousse als prettig en niet te agressief en oordeel dat het een vrij neutrale, correct gemaakte wijn is, herkenbaar champagne. De afdronk is wat kort en heeft een bittertje, vooral van de gisttonen. Maar zo bij het bordspel: een prima glas. Een echte categorie 2: blij als ik dit op een feestje krijg, maar verder niet zo veel bij nadenken.

Op de fles tref ik geen 'verdachte' informatie aan: Comte de Brismand, Brut Reserve. De kleine lettertjes melden een wijn van een groot wijnhuis, Vranken in Reims, en ook de code NM, voor négociant-manipulant, met cijfercode duidt daarop. NM staat traditioneel voor een handelaar die druiven inkoopt en daar wijn van maakt. Wijngaardbezit behoort niet standaard tot de kenmerken, al zijn er tegenwoordig allerlei 'mengvormen' tussen de NM en de andere traditionele beroepsgroep in de Champagne, de druiventeler. Het achteretiket meldt in het Frans dat voor deze champagne 'trois cépages Champenois' zijn gebruikt - chardonnay, pinot noir en pinot meunier dus, 'waardoor deze wijn een product van grote finesse' wordt. Hmm, een wat simpele stelling, maar ach, simpel zijn achteretiketten wel vaker. En dan grijnst de familie nog verder, want de 'vinoloog in opleiding' heeft nu toch maar mooi een champagne van de Lidl goedgekeurd! Gelukkig is mijn familie niet heel malicieus en wordt het er niet verder ingewreven. Maar gelachen is er wel.

Voor € 12,99 zullen er heel wat flessen Comte de Brismand langs de kassa's zijn gegaan vorig jaar, en ik vermoed dat het merendeel van de drinkers een glas best heeft kunnen waarderen. In een Belgische test kwam de wijn er ook niet slecht vanaf, en de Weinman van de Duitse zender SWR vond deze champagne beter dan een andere geteste versie van de Aldi. Helaas was de Comte de Brismand niet meegenomen in de recente Consumentenbondtest van bubbelwijnen (decembernummer Consumentenbond).

Is hiermee nu bewezen dat een champagne ook goedkoop kan zijn (even los van het feit of deze champagne nu ook 'goed' is)? Ik vrees toch van niet. Eerder vertelde ik al dat de basisprijs van een kilo druiven in de Champagne hoog ligt: voor Grand Cru-druiven moest in 2007 zes euro voor een kilo betaald worden. Voor één fles is 1,2-1,4 kilo druiven nodig; de Nederlandse accijns ligt op € 1,51 voor champagne; een fles, kurk, muselet (metalen korfje), etiket, transport e.d. kosten ook niet niets. Tel dit allemaal op en je komt rond de tien euro (als het niet meer is) voor alleen al de fles en de inhoud. Nu zullen er voor deze wijn waarschijnlijk geen grand cru-druiven gebruikt zijn, maar het geeft wel het prijsniveau aan. Arbeidsloon van wijnmakers, winst voor wijnhuis, tussenhandel en winkelier is er dan nog niet eens bij geteld.
Ik heb mij dan ook laten vertellen dat discounters als de Lidl en de Aldi dit soort flessen alleen maar onder de inkoopprijs kunnen verkopen! Zij doen dit om met dergelijke producten mensen te lokken die vervolgens ook producten komen kopen waar wel winst op gemaakt wordt, zoals computers. In werkelijkheid zal deze lijn champagne waarschijnlijk toch iets meer gekost hebben.

Het bedrijf Vranken-Pommery Monopole blijkt volgens de eigen website nummer 2 in de ranglijst van grote champagnehuizen. Op 1 staat Moët-Hennesy - LVMH, op 3 en 4 BCC en Laurent Perrier. In mijn vinologenlesboek zijn de nummers 2 en 3 omgedraaid, maar een kniesoor die daar op let. De voorzitter van de Vranken-groep stelt in zijn voorwoord: Today, the main role played by Vranken-Pommery Monopole is to anticipate, create and even invent new modes of consumption, in order to seduce even more people profoundly. Oftewel: meer mensen moeten aan de champagne en die mensen moeten bereikt worden via allerhande distributiekanalen, waarbij in dit geval ook de Lidl hoort.
Eerlijk gezegd vind ik het zo slecht nog niet. Als meer mensen in 2007 champagne leerden waarderen via kwalitatief correcte producten als deze Comte de Brismand, kopen ze in 2008 misschien een champagne van wat hoger op de ladder, en komen ze uiteindelijk uit bij de betere flessen. Als dit het doel is van Vranken (afgezien van geld verdienen natuurlijk), kan ik er weinig op tegen hebben. Dan drink ik nog wel eens een champagne van de Lidl op een feestje. Maar dan koop ik volgend jaar wel zelf weer een spannender fles!