maandag 30 augustus 2010

Bezoek aan Domaine de la Monette


Roelof heeft op Wijnkronieken al diverse malen verslag gedaan van het werk in wijngaard en kelder op zijn Domaine de la Monette in de Bourgogne. Inmiddels hebben Roelof en Marlon het métier zo goed onder de knie, dat ze het aandurven hun wijnen aan experts en liefhebbers te laten proeven. En die zijn heel tevreden, heb ik begrepen. Dankzij de ondersteuning van een goede oenoloog zijn ze er in zeer korte tijd in geslaagd veelbelovende wijnen te maken, die op 21 november a.s. bij Tastevin Dehue in Amsterdam te proeven zullen zijn.

Nico en ik bezochten mijn oud-studiegenoot Roelof eind juli, op Domaine de la Monette in Chamirey, een gehuchtje dat tot Mercurey hoort. We bezochten de wijngaarden en de kelders en proefden de wijnen. En ook wij waren onder de indruk. Wat een werk is daar al verricht, en wat moet je toch een boel doen voordat je een drinkbaar product op de markt kunt zetten. Alleen al de rondgang door de wijngaarden leverde zoveel stof tot nadenken. Als vinoloog heb je wel het een en ander geleerd, maar zo veel ook weer niet. Roelof en Marlon volgden een wijnbouwopleiding in Beaune, en doen al het werk in de wijngaard (nog) zelf. Dagelijks lopen ze hun rondjes, controleren op ziektes, rot, insecten, rijpheid, wieden onkruid etc... Roelof wees ons op de gevolgen van meeldauw, toonde bij de buurman vierkante meters aangetast door de vorst, vond scheuten die gesnoeid moesten worden etc... etc... etc... Zelfs de beide pubers waren onder de indruk van het vele werk dat in zo'n wijngaard moet gebeuren.


Maar het resultaat mocht er zijn. In de vatenkelder stelde Roelof uit diverse vaatjes een assemblage samen van de wijnen zoals zij waarschijnlijk over een maandje of wat gebotteld gaat worden. Het bleken diepdonkerrode, krachtige pinot noirs, met veel potentieel. Nog straf aan de tannines, maar met heel veel fruit. Wijnen die ik me over een jaar of twee zeker zie drinken, bij een hertenbout of een stevige coq au vin.

In het milde avondzonnetje achter het huis genoten we tot slot van ons bezoek van een glas Crémant de Bourgogne en kaassoesjes van de plaatselijke bakker. Toen voelde ik me wel even god in Frankrijk. Maar al dat werk dat daarvoor moet geschieden, nee, daar moet je toch een bijzonder soort doorzettingsvermogen voor hebben en een droom voor ogen hebben. Petje af voor Roelof en Marlon en al die andere Nederlanders die in den vreemde hun wijndromen waarmaken. Overigens verschijnt daar later dit jaar een boek over, van journalist Ger Bouten: Nederlanders in het buitenland met een wijndomein. Domaine de la Monette zal er in voorkomen!

Foto's van boven naar beneden:

- Assemblage van jaargang 2009
- Vorstschade aan de druivenstokken

vrijdag 27 augustus 2010

Castillo Perelada, cava en Dalí


In mijn serie over cava heb ik de grote jongens nog altijd niet behandeld: Freixenet en Codorniú. Een bezoekje én een blogje moet er nog een keer van komen, dat beloof ik. Een andere grote cava-jongen, ook al heel wat decennia actief, is Castillo Perelada. Het huis produceert zo'n 6 miljoen flessen per jaar. De hoofdvestiging van het cava- en wijnhuis ligt niet vlakbij Barcelona, maar veel noordelijker, in Empordá, bij Figueres en de Costa Brava, waar de kunstenaar Salvador Dalí een huis (huizen) en een museum had (en heeft). Dalí was dol op de rosé cava van Castillo Perelada en liet zich er diverse malen mee fotograferen. Gasten die Dali bezochten in zijn huis in Port Lligat werden begroet met een glas Castilla Perelada Rosado.

Middeleeuws kasteel
Het wijnhuis Castillo Perelada is gevestigd in een middeleeuwse kasteel in het stadje Perelada, waar in de 14e eeuw de Karmelieten leefden. De wijntraditie van het kasteel gaat eveneens terug tot die tijd, en zelfs wel verder. Maar de geschiedenis van het huis Castillo Perelada begint in 1923, toen Miquel Mateu de gebouwen kocht. Zijn doel was de wijntraditie nieuw leven in te blazen; al snel werd er ook cava gemaakt, in die tijd razend populair in Europa.

Ook in Perelada ben ik nog niet op bezoek geweest, maar Castillo Perelada-wijnen zijn in Nederland goed verkrijgbaar, onder andere via www.spanjewijn.nl en Noordman Wijnimport. Op het cava-event op 16 juni in het Kurhaus proefde ik diverse cava's van Castillo Peralada, bij een stand van Noordman Wijnimport. Dé kans om nu eindelijk eens die beroemde cava van Dalí te proeven.

Cava line-up
Een 21ste-eeuwse versie van Dalí's cava rosé stond koud in het Kurhaus: Castillo Perelada Brut Rosado, van 60% trepat, 20% monastrell en 20% pinot noir. Een stevige droge cava, fruitig en gemaakt op zijn kleur, die in het glas wel even nodig heeft om los te komen. Aroma's van kersen en rood fruit, stevige bubbels (prijs bij Noordman € 11,20; de rosé wordt ook beschreven in mijn Wijnwebwinkelgids, verschijnt november 2010).



Een uitstekende, gerijpte cava was ook de Gran Claustro Brut Nature 2006, met tonen van drop en laurier, waaraan je bleef ruiken. Gebruikte druivenrassen zijn chardonnay (50%), xarello(30%) en parellada (20%) (prijs bij Noordman circa € 20,- / € 25,-). De naam is afkomstig van de plaats waar de cava rijpt: in de kelders van het oude kasteel, waar ook de Karmelieten hun wijnen bewaarden.

Een derde cava was de Brut Nature Cuvée Especial 2007 (prijs onbekend): parellada, macabeo en chardonnay. Lekker droog, notige aroma's, zuiver en fris, wordt alleen gemaakt in goede jaren.

Ik eindig met de minste van de vier geproefde cava's, de Brut Reserva, van macabeo, xarello en parellada. Een echte instapcava; goed gemaakt, prettig, maar niet heel spannend, een beetje commercieel zelfs (prijs € 10,50).

Bovenste foto: Standbeeld van Dalí aan de boulevard van Cadaques, vlakbij zijn huis in Port Lligat.



.

woensdag 25 augustus 2010

Handboek voor de Bourgogneliefhebber

Nog op tijd voor de nazomertripjes die september en oktober bieden, een snelle beschrijving van een nieuw boekje van Gert Crum, Bourgogne-specialist bij uitstek.

Dit voorjaar verscheen het Handboek voor de Bourgogneliefhebber – Deel I, Côte d'Or, bij uitgeverij Bekking & Blitz. Ik nam het mee op reis, maar helaas, het dorpje dat ik eind juli bezocht – Mercurey - ligt net in Deel II, waarin de Côte Chalonnaise en de Maconnais behandeld zullen worden. Pech dus. Maar een volgende vakantie komt dit deeltje zeker van pas. En Deel II komt er vast ook aan.

Het Handboek voor de Bourgogneliefhebber behandelt van noord naar zuid de beroemde wijngebieden van Dijon tot Beaune, de Côte de Nuits en de Côte de Beaune, waar pinot noir en chardonnay geweldige én dure wijnen produceren. Crum somt ieder dorpje op, en bespreekt wijngaarden, wijnhuizen, restaurants, hotels en chambres d'hôtes.

De historische inleiding neemt wat grote stappen en is snel thuis, waar ik als historicus kromme tenen van krijg. Maar op wijngebied en kennis van het belang van ieder dorp is het boekje de moeite waard. De steden Dijon en Beaune krijgen ruime aandacht; toepasselijk beeldmateriaal en bescheiden kaartjes illustreren het geheel. Handboek voor de Bourgogneliefhebber is precies wat de titel suggereert, een handboek om in na te slaan welk dorp ook al weer wat voor bijzonderheid herbergt, zodat de Bourgogneliefhebber ter plekke zijn weg, die hij eigenlijk al wel een beetje weet, kan plannen. Voor de oningewijde leek is het minder geschikt.

Gert Crum, Handboek voor de Bourgogneliefhebber Deel I, Côte d'Or, Bekking & Blitz 2010, isbn 978 90 61096085,
prijs € 9,90.
Verkrijgbaar in boekhandel en bij Bol.com
Bourgogne
Bourgogne
Gert Crum

maandag 23 augustus 2010

Vin jaune

Een specialiteit van de Jura is vin jaune, gele wijn. Vin jaune hoort vooral thuis in het plaatsje Château-Chalon, maar wordt ook elders in de Jura geproduceerd. Bij Baud Père & Fils, een wijndomein dat erg zijn best doet zijn wijnen onder aandacht van toeristen te brengen, maakten we voor het eerst kennis met vin jaune. In de folders van de camping maakt het domein reclame en in het campingwinkeltje kon je de wijnen van Baud kopen. De aangeschafte Crémant de Jura was veelbelovend, dus togen we op een ochtend naar Le Vernois, een paar kilometer van Château-Chalon, om de overige wijnen van Baud te proeven. Dankzij de handige WineTravelGuide wisten we ook dat we er Château-Chalon met 'gewone' vin jaune konden vergelijken.

Zes jaar in het vat
Wat is dat nu, vin jaune? Voor vin jaune worden uitsluitend de witte savagnin-druiven gebruikt. Deze druiven rijpen laat en worden pas in oktober geoogst. Bij Baud vindt de alcoholische en malolactische gisting plaats in roestvrijstalen tanks met temperatuurcontrole. Daarna gaat de wijn in gebruikte Bourgondische vaten van 228 liter. Bij Baud staan de vaten op een zolder, met veel luchtcirculatie, waardoor het weer een forse invloed op de wijnen heeft. De vaten blijven minimaal 6 jaar en 3 maanden afgesloten en worden niet bijgevuld. Er verdampt dus een fors deel, ongeveer een derde van de oorspronkelijke hoeveelheid. Tijdens die 6 jaar ontwikkelt zich bovendien een gistdekentje op de wijn, dat de vloeistof beschermt tegen bederf én verantwoordelijk is voor zeer bijzondere aroma's. Vin jaune wordt gebotteld in flessen van 62 cl, de zogenaamde clavelin. De naam betekent iets als 'het deel van de engelen'... 62 cl. is de hoeveelheid wijn die na die 6 jaar ongeveer overblijft van 1 liter 'basiswijn'.

Vier herkomstbenamingen
Vin jaune kan voorkomen onder vier herkomstbenamingen: Château-Chalon, Arbois, L'Etoile en Côtes du Jura. Een Château-Chalon is per definitie een vin jaune, er mogen rond dit stadje geen andere wijnen worden gemaakt. Deze appellation omvat dan ook maar 50 ha. De wijngaarden liggen rondom een grote rotsformatie waarop het stadje ligt.
In de overige genoemde appellations komen ook andere wijnstijlen voor.


Château-Chalon vs Côtes du Jura
Bij Baud konden we een Château-Chalon 2002 vergelijken met een Vin Jaune 2000 Côtes du Jura. Baud bezit wijngaarden in beide appellations.
Vin jaune is altijd absoluut droog, geen spoortje zoet in te ontdekken. Geur en smaak doen aan fino sherry denken, maar toch ook weer niet. De oorzaak daarvan is het gistdekentje dat ik net noemde. De Château-Chalon van Baud rook heel subtiel naar noten, was fijn en delicaat. Bij Baud noemen ze het een vrouwelijke wijn, terwijl een vin jaune Côtes du Jura meer een mannelijke wijn is. Daar konden we wel in meegaan: ikzelf vond de Château-Chalon lekkerder, Nico de vin jaune Côtes du Jura. Deze laatste geurde naar geroosterde koffieboontjes, uiteraard ook noten, maggi en was aardser, steviger.
Gevraagd naar de oorzaak van het verschil tussen de twee wijnen: terroir natuurlijk. Tot op dit moment heb ik een goede verklaring nog niet kunnen vinden.

Bressekip met morieljes
Hét gerecht bij vin jaune is kip (uit de nabijgelegen Bresse natuurlijk) in een saus van vin jaune en morieltjes (een soort paddestoelen). We probeerden dit gerecht bij Maison Eusebia in Château-Chalon: inderdaad een geweldige combinatie! Andere gerechten die goed combineren bij vin jaune zijn gerookte forel, vis in roomsauzen, kreeft etc.. En een glas vin jaune als apéritief, met wat gepelde walnoten of een stukje Comtékaas is ook niet te versmaden.


De overige wijnen van Baud zijn ook zeer de moeite waard: van de zoete vin de paille (wijn van ingedroogde druiven), tot de subtiele L'Etoile Chardonnay en de rijke en volle Trousseau 2008 (rood). En niet te vergeten de heerlijke Crémant, waarvan we een flesje bij onze bestelling cadeau kregen.
In Nederland zijn goede Jurawijnen te krijgen via www.jurawijnen.nl.

Foto's: eigen camera en Nico Poppelier

zondag 15 augustus 2010

Vrolijk en verkwikkend: Sekt!


Ik mag dan een cava-fan zijn geworden, op andere mousserende wijnen ben ik ook dol! Na een warme autorit smaakt niets zo lekker als een glaasje verfrissende bubbels. Gisteren moest ik in korte tijd op en neer naar Sint Michielsgestel en kwam moe en warm weer thuis. Gelukkig stond er nog een rest Spätburgunder Rosé Brut koud, van Weingut Gabel in de Pfalz. (Met de eerste paar glazen hadden we vrijdag een heuglijk feit gevierd...).

Ach, wat was dat weer genieten. Nooit gedacht dat Deutscher Sekt mij vrolijk kon krijgen, maar deze wel. Verrukkelijk geurend naar caramel, perzik en heel zacht rood fruit. Fijne bubbels in de mond, verkwikkende zuren.

Bij Gabel maken ze de Sekt niet zelf, maar ze brengen de basiswijn naar een gespecialiseerde kellerei, waar de wijn zijn tweede gisting op fles kan ondergaan. Die tweede gisting geeft die hele speciale, notige, licht gistige aroma's die zo mooi zijn in een traditioneel gemaakte mousserende wijn. Lastig om die aroma's te omschrijven, je moet het gewoon ervaren.


Jammer dat sekt in Nederland de naam heeft het mindere broertje van bijvoorbeeld champagne te zijn. Deze in ieder geval is meer dan de moeite waard. Naast deze sekt van Spätburgunder (Pinot Noir) maken Wolfgang Gabel en zijn beide kinderen diverse andere prima rode en witte stille wijnen. Een deel hiervan, waaronder deze Rosé Sekt, is verkrijgbaar bij wijnhuis Oktober in Breda.

zaterdag 14 augustus 2010

Vakantiebericht uit Mercurey - 4

Uit Mercurey, waar Roelof en Marlon met keihard werken bezig zijn van Domaine de la Monette een succes te maken, kreeg ik onderstaande mail. Lees, en leer weer veel over het werk in de wijngaard! Over een paar dagen zal ik verslag doen van ons bliksembezoek aan Roelof en Marlon, en de wijn die we er proefden.



Nou, de vakantie is bijna voorbij, hoor ik u denken. Niet voor een wijnboer in Bourgogne! Na een intensief voorjaar en ditto zomer, breekt voor ons een periode aan van nagelbijtend (vrijwel) nietsdoen. En wel tot aan de oogst, die dit jaar bij ons vanaf 20 september verwacht wordt. Het nagelbijten heeft een nuttige functie: het kalmeert de zenuwen, die nu bij menig Bourgondisch wijnboer door de keel gieren. Waarom? Nou gewoon, omdat het een kl... zomer is. De uitleg (die aansluit bij het einde-winterbericht):

Débourrement
Begin april zijn de druiven uitgelopen, wat aan de late kant was na een lange en koude winter. Wat direct opviel was dat er grote verschillen waren tussen percelen, maar vooral ook – en dat is veel hinderlijker – binnen één perceel. Soms trof je middenin een perceel ineens een handvol rijen aan die gewoon een week achterliepen; of het ene eind groeide wel, en het andere niet. Allemaal heel lastig voor de volgende activiteit:

Relevage
In Bourgogne worden de druiven overeind en in keurige rijtjes gehouden met een systeem van paaltjes en geleidedraden. Als de druiven een centimeter of 30 zijn uitgelopen, worden de geleidedraden aan weerszijden op de grond gelegd. Een week of twee later is zo'n tak tussen de 50 en 75 centimeter, en begint-ie scheef te hangen. Hèt moment om de geleidedraden weer op te tillen, op de daarvoor bestemde spijkers te hangen en alle takken ertussen te klemmen. Een weekje later loop je er nog een keer langs, en prop je alles wat eerder nog te klein was alsnog tussen de draden. En daar begonnen de problemen van 2010: omdat alles onregelmatig groeide, moest je 3 of 4 keer de ronde maken om alles vast te zetten. De opeenvolging van héél warme en droge periodes, gevolgd door extreem koud en nat bevorderde in elk geval niet een uniforme groei.


Rognage
Vastgezet en al blijft zo'n druif groeien, op een gegeven moment is zo'n leut 2 meter hoog en begint-ie om te kieperen. Dat is het moment om de 'rogneuse' uit het vet te halen, een levensgevaarlijk snoeiapparaat waarmee je van die keurige nette rijtjes maakt. Of de hond van de buren tot tartaartjes verwerkt.

Deze actie (van die rijtjes, de hond probeer je te ontwijken) stel je zo lang mogelijk uit, uit luiheid en lijfsbehoud. Zodra je de eerste keer 'rogneert' hak je alle topjes van de takken af; biologisch gevolg (bekend bij degenen die tomaten in hun volkstuin hebben) is dat alle onderliggende okselknopjes uitlopen, hetgeen een grote bos groen loof geeft en even later heel veel 'verjus' (op zijtakken geformeerde trosjes, die nooit op tijd rijp worden). Dus moet je weer rogneren. Enzovoorts. Zo lang mogelijk uitstellen is dus het devies.

Bloei
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, bloeit een druif wel degelijk. Toegegeven, veel stellen de 'bloemen' niet voor, maar het ruikt wel lekker, een beetje citroen-achtig. Helaas viel de bloei dit jaar in een periode van extreem koud en nat weer, wat twee gevolgen had: slechte vruchtzetting (dus straks een kleinere oogst), en de 'pourriture grise' (schimmelziekte) die zich direct installeert. De pourriture komen we later nog tegen onder het thema 'nagelbijten'. Een slechte bloei resulteert in 'coulure' – het afvallen van niet bevruchte bloemetjes, dus minder oogstvolume. En ook in 'millerandage' – de vorming van hele kleine besjes als gevolg van een incomplete bevruchting. Uiteraard geeft dat ook minder volume, maar kwalitatief is het interessant: de 'millerands' worden altijd super-zoet, en geven héél veel smaak.

Spuiten
De twee belangrijkste schimmelziektes in het zomerseizoen zijn de 'mildiou' (NL: valse meeldauw) en de 'oïdium' (NL: echte meeldauw). Door de genoemde opeenvolging van nat en koud, gevolgd door heet en droog, et cetera, kwamen beide aandoeningen ruimschoots aan hun trekken. Elke week spuiten was derhalve nodig. Verassing: ook biologische boeren spuiten hun druiven. Als we dat niet zouden doen, dan hoefden we wegens gebrek aan rijpe druiven namelijk ook geen oogstploeg in te huren. De gebruikte middelen zijn uiterst zachtaardig voor mens en milieu, maar helaas ook voor die … schimmels. Vaak spuiten was dus onontbeerlijk.


Onkruidbestrijding
Nou, daar was dus tot begin augustus geen tijd voor. Heel de maand juli kende een eenvoudig ritme: rognage, spuiten, plensbui. En direct na een plensbui moet je twee dagen wachten voor je weer de wijngaard in kan met je machine, anders verandert-ie heel snel in een grote kluit modder. Dus meteen daarna weer rogneren, want met al dat water groeit zo'n druif snel. Inmiddels, begin augustus, is de schade een beetje ingehaald en het meeste onkruid onder bedwang na diverse maai- en schoffelacties.

Nagelbijten
En nou dus dat nagelbijten. Het werk zit erop, de laatste keer spuiten is gedaan. Hooguit nog even de maaimachine door de rijen om de oogstploeg van een comfortabel grasmatje te voorzien. Maar …. het wordt een late oogst dit jaar, ruim later dan het 10-jaars gemiddelde, dus met meer kans op slecht weer. De druiven beginnen te kleuren, maar dat gaat heel langzaam. De 'pourriture grise', is overal latent aanwezig; zodra er wat meer suiker in de druiven zit en het weer vochtig blijft, zullen we een explosie van deze schimmelziekte zien. Alle wijnboeren van Mercurey zitten op hun nagels te bijten: als het droog blijft, kan het een kleine maar heel goede oogst worden. Als de rest van augustus middelmatig blijft ( 'août fait le mout' - augustus maakt de most), dan zal het afhangen van september. Gelukkig is het najaar hier vaak prachtig, met in september en oktober veel zonnige dagen met temperaturen rond de 20 graden en een noordenwindje – exact de condities die de oogst van 2007 en 2008 gered hebben. En misschien dus ook die van 2010.

Wij gaan alvast alle nieuwe cuves schoonmaken. En dan een paar dagen op vakantie!

Roelof Ligtmans, Domaine de la Monette

Dit is deel 4 in de serie over Domaine de la Monette, in Mercurey. Eerdere delen verschenen op 27 februari 2009, 17 september 2009 en 9 april 2010.

Foto's, van boven naar beneden:

  • Domaine de la Monette, aan de voet van Château de Chamirey
  • Levering nieuwe cuves
  • Coulure en millerandage op chardonnay
  • Begin van de véraison op pinot noir

woensdag 11 augustus 2010

Vakantieboodschappen


Edith organiseert deze maand het foodblogevent, met als thema de vakantieboodschappen: wat nemen we mee naar huis vanuit onze vakantieadresjes. Even in het kort over het foodblogevent: iedere maand kiest een foodblogger een thema, waarover iedereen gevraagd wordt te schrijven op zijn of haar blog, of op Twitter soms ook. Aan het eind van de maand verzamelt de organisator van die maand alle bijdragen en maakt er een mooie samenvatting van. Dan wordt het stokje doorgegeven.

Kaas en worst
Wel, onze vakantieboodschappen zijn altijd heel divers. Ter plekke kopen we jam, honing, worst en kaas waarvan de restjes weer mee naar huis gaan. Bijvoorbeeld van die overheerlijke Comtékaas die ze in de Jura hebben, en die thuis zo lekker smaakt op een zout toastje. Comtéfabrieken zie je in de Jura werkelijk overal, en ook in de supermarkten kunnen je die enorme wielen van 30 tot 50 kilo bewonderen. De leeftijd van de kaas varieert van jong tot oud. Zelf ben ik dol op de wat oudere versies, vanaf 18 maanden rijping.

Wat er ook vaak mee terug gaat, is olijfolie. Dit jaar kochten we drie liter, in Les Vans in de Ardèche, bij een winkel gespecialiseerd in olijfolieproducten, van een lokale olijfoliemolen. Is 36 euro voor 3 liter veel? Ik weet het eigenlijk niet, maar het gaat ook om het idee, toch?

Kastanjejam
Dit jaar heb ik me tevens laten verleiden tot een potje kastanjejam, uit de Ardèche. Kastanjes waren zo ongeveer het brood van deze streek; vroeger werd er van alles van gemaakt, tot meel aan toe. Ik proefde de jam ter plekke al, en vond het helemaal niets op mijn brood. Ariane, de kok van de Herberg, was in ons gehuurde huis in de Ardèche op bezoek en nam de pot mee naar huis. Zij gaat er nu iets lekkers mee maken, en zal dat in de Herberg de Ketel en de Kurk presenteren (jawel, hij is weer open, na maanden dicht te zijn geweest. Gisteren maakten we al kruisbessenijs.)

Verder ging dit jaar Volvic mee, het water met een smaakje. Ik was andere jaren dol op de citroen, maar proefde vorig jaar in Zweden nog lekkerder bronwater met een smaakt: Ramlösa. Helaas nergens te krijgen in Nederland. Dit jaar viel Volvic iets tegen, te zoet geworden, leek het wel.


Wijn, wijn, wijn
Maar onze echte vakantieboodschappen, dat zijn natuurlijk al die flessen wijn. Wat we daarmee doen? Eerst naar huis zien te krijgen (wat altijd veel van mijn inpakkunsten vergt), dan uitpakken, netjes opstellen en fotograferen. Dat doen we al jaren en jaren. Dan inschrijven in onze wijndatabase en vervolgens lekker opdrinken. We kopen ook altijd zoete dessertwijnen, en daarvan ligt de onderste plank van onze wijnkast nu goed vol. We hebben de neiging ze pas jaren later open te maken.

Dit jaar kochten we vin jaune, vin de paille en macvin, de bekende Jura-specialiteiten, samen met een aantal andere Jurawijnen. We bezochten twee producenten in de Jura, en daarna nog twee producenten in de Ardèche, waar we ook weer lekker insloegen. Vakantieboodschappen: wat mij betreft een van de leukste aspecten van op vakantie gaan!

zondag 8 augustus 2010

Wijn in de Ardèche


Tijdens een wandeling door de heuvels rond het dorp St. Pierre le Dechausselat in de zuidelijke Ardèche val je van de ene verbazing in de andere: overal wijnstokken, langs de kant van de weg, zowel in wijngaardjes als in hun eentje. Ze lijken voor het merendeel nog gesnoeid te zijn ook, en dragen volop fruit. De variëteit in bladvormen is groot, dus het zullen ongetwijfeld veel verschillende cépages (druivenrassen) zijn: alles is mogelijk, van Vitis Vinifera-rassen als chatus en merlot tot Amerikaanse hybriden als clinton, jacquez en cunagon. De wijnstokken worden deels nog gebruikt, deels zijn het monumenten van een tijd dat de heuvels nog bewoond werden door de Ardèchois zelf en niet door de tientallen Duitse, Engelse, Belgische en Nederlandse bezitters van tweede huizen.

Tegenwoordig maken ze in de Ardèche wijn van zeer verschillende druivenrassen: viognier, grenache, syrah, mourvèdre, cinsault en carignan naast merlot, cabernet sauvignon en chardonnay. Zelfs sauvignon blanc troffen we aan, bij Domaine Peyre Brune in Beaulieu. Een bijzonderheid is de chatus, door diverse samenwerkende boeren aan de vergetelheid ontrukt. Wijn werd en wordt in de Ardèche voor eigen consumptie gemaakt, nog altijd. Het huis dat wij hadden gehuurd bezit een kelder met daarin twee betonnen cuves, zo te gebruiken. De Nederlandse eigenaren gebruiken ze niet, maar helpen vaak met het wijnmaken bij de Franse achterburen; ik schreef er al eerder over.

Daarnaast is er natuurlijk productie voor de handel en de horeca. Er zijn diverse coöperaties en een aantal kleinere bedrijven. Echt grote jongens vind je niet in de Ardèche. Je treft de wijnen wel uitgebreid in de supermarkten van de streek. Opvallend is ook de ruime aanwezigheid van Vin de Pays de Coteaux de l'Ardèche in de plaatselijke restaurants. Zowel in het chique Le Carmel in Les Vans, een voormalig klooster dat nu als hotel en restaurant is ingericht, als het ambachtelijk-moderne Bouche à l'Oreille in Joyeuse, waar alleen wordt gewerkt met locale producten, troffen we ze aan.


Bij Le Carmel dronken we door de hele maaltijd heen een zeer aangename en ingetogen Viognier van Château de la Selve; heerlijk bij zowel de eendeleverpaté als de vis in Thaise curry met kokos en citroengras begeleid door citroen-ei-risotto.
Bij de lunch in Bouche à la Oreille, bestaande uit een assiette marché (worst, kaas, salade, tomaten-basilicumijs, meloen, ham en brood) smaakte de rosé La Ciste van Domaine Peyre Brune verrukkelijk. Op de kaart van dit charmante eetcafé stonden bijna uitsluitend locale wijnen; de kaart gaf er veel uitleg over. Voor de liefhebbers was er wel een bescheiden hoeveelheid wijn 'van iets verder weg' (Rhône bijvoorbeeld) en een enkele bijzondere fles om iets te vieren (Champagne).

Uiteraard kun je in de Ardèche ook prima coöperaties en producenten bezoeken. Er zijn Routes des Vins, er is een website met veel informatie en de Franse wijngidsen als de Guide Hachette melden diverse domeinen die open zijn voor het publiek. Wij bezochten het proeflokaal van Peyre Brune, waar eigenaar Regis Quentin ons diverse stevige en uitstekende wijnen liet proeven. Viognier, Syrah gerijpt op barrique, een klassieke Zuid-Franse assemblage Les Chênes en een heerlijk zoete Grain de Soleil.


Een andere manier om met de locale wijnen kennis te maken, naast kopen in de supermarkt, bestellen in een restaurant of op bezoek gaan bij de producent, is het proeven en kopen op de markt. Op de woensdagmarkt van Joyeuse proefden we diverse prima wijnen van Domaine Chazalis, ook uit Beaulieu. Er werd goed verkocht aan de massaal toegestroomde toeristen!
Voor diegenen die hun vakantie nog tegoed hebben en naar de Ardèche gaan: sla de plaatselijke wijnen niet over en ga eens op ontdekkingsreis. Ver hoef je nooit te zoeken en met bovenstaande tips moet je een heel eind komen.

zaterdag 7 augustus 2010

Wijnwebwinkelgids

Gisteren viel hij in de bus, de najaarsaanbieding van MM Boeken. Zo gaat het dus worden, als ik alles geschreven heb!



donderdag 5 augustus 2010

Verboden waar


Net als het vakantiehuis dat we huurden in de Ardèche, kent de Franse wijngaard zo zijn geheimen. En zo af en toe loop je heel toevallig tegen een van die geheimen aan, zoals wij deden in het plaatsje Les Vans, in de cave van Bernard Petit, op de Place de l'Eglise. Nietsvermoedend daalden we af in de sfeervolle ruimte van een oude olijfoliemolen, waar een ondergronds riviertje voor koelte zorgde. Flessen wijn sierden de ruw-stenen muren, en de overblijfselen van een olijfoliepers waren ook nog aanwezig.
Een uiterste vriendelijke jonge vrouw nodigde ons uit te komen proeven, maar ze vertelde er al snel bij dat dit geen gewone wijnen waren: Bernard Petit maakt namelijk verboden waar! Deze viticulteur récoltant van het Domaine des Accols in Les Salelles verbouwt de druiven die zijn grootvader Julien al verbouwde, en vóór hem zijn ouders en grootouders. Maar dat zijn druiven die verboden zijn in Frankrijk, niet alleen binnen de herkomstbenaming Vin de Pays de l'Ardèche, maar zelfs in alle Franse wijngaarden! Het wordt oogluikend toegestaan door de autoriteiten, zolang de eigen consumptie maar centraal staat, begrepen we van onze gastvrouw.

Ik besefte onmiddellijk om welke druiven het ging: Amerikaanse rassen die geplant zijn na de twee grote plagen die de Europese wijngaarden aan het eind van de 19e eeuw troffen. Na eerst veel te lijden te hebben gehad van meeldauw, zowel valse als echte, sloeg vervolgens de druifluis, Phylloxera vastatrix, toe. Al na de meeldauw-epidemie was men begonnen met het aanplanten van Amerikaanse rassen zoals isabella en concord. De druifluis bleek op deze Amerikaanse stokken geen vat te hebben en het was dus logisch dat de boeren in de Ardèche massaal en met steun van de wijnbouworganisaties in het gebied overgingen tot aanplant van nog meer Amerikaanse stokken. Het gebied was toch al zo getroffen, door nog meer plantenziektes die het bestaan aantastten: ziektes van de kastanjebomen (nodig voor hout en de kastanje zelf) en de moerbeibomen (zijderupsen) bijvoorbeeld.

Overproductie
De Amerikaanse stokken waren zeer productief en leverden al snel weer vele hectoliters wijn. De wijnen waren wat boers, maar ach, er was gelukkig weer wijn. In de jaren dertig van de 20ste eeuw nam met de komst van goedkope Algerijnse wijnen de overproductie aan wijn in Frankrijk echter zulke extreme vormen aan, dat nieuwe Franse wijnwetten (waaronder de eerste appellations), de Amerikaanse stokken gingen verbieden. Wijngaarden met Amerikaanse stokken moesten worden gerooid en er werd vastgesteld welke 'echte' druivenrassen in elk gebied verbouwd mochten worden. Grootvader Julien was erg gehecht aan zijn aangeplante rassen en besloot gewoon niet te rooien. Deze ongehoorzaamheid werd ongetwijfeld makkelijker gemaakt door de ligging van de wijngaardjes in de Ardèche: kleine veldjes omringd door de bossen, verstopt in de plooien van het bergachtige, ruige landschap. Tijdens ons verblijf in de buurt van Les Vans waren er vanaf het terras van ons huis diverse te zien, meer dan je vanaf de autoweg kon ontdekken!


Cunagon, herbemont, jacquez en clinton
En zo proefden wij in de proefruimte in Les Vans wijnen van cunagon, herbemont, jacquez en clinton, en ze vielen helemaal niet tegen. Oké, het zijn niet de verfijnde producten die een cabernet sauvignon of een viognier kunnen opleveren, maar in de handen van een goede wijnmaker is er als dagelijkse drank weinig mis mee. Vooral de cunagon intrigeerde ons. Van deze druif wordt zowel witte wijn als rosé gemaakt, in een droge zowel als een zoete stijl. De wijnen hebben aroma's van citrus en rode grapefruit, hebben een degelijke zuurstructuur en zijn prettig om te drinken.
Bernard Petit maakt zelfs een vendange tardive, van een assemblage van cunagon en chardonnay. Ook daar namen we een flesje van mee, om thuis nog eens rustig na te proeven, en te kijken of de wijn ook stand houdt als je hem weghaalt uit de sfeer van zon, vakantie, middeleeuwse keldertjes en ontspanning.

We eindigden de proeverij, na vijf witte en rosé wijnen, met vier rode. Daaronder zaten ook twee wijnen van toegestane druivenrassen: de in het zuiden van Frankrijk alomtegenwoordige grenache en de locale, uit de vergetelheid ontrukte chatus. Beide vond ik minder interessant dan de clinton en de jacquez. De Clinton bleek een soepele wijn met aroma's van rood fruit, wat kruidigheid en misschien een beetje wierook. De Jacquez was een meer serieuze wijn, met aroma's van viooltjes, bessen en de smaak van rood fruit en rozijntjes. Echt een wijn met karakter, eentje waarvan ik begrijp dat je je eraan kunt hechten.

Wijngeschiedenis
Van de meeste wijnen worden maar enkele honderden flessen gemaakt. Een groot deel gaat op aan eigen consumptie van vrienden en buren waarschijnlijk, en het overschot wordt verkocht. Met het proeven van deze wijnen heb ik eigenlijk in meer dan één opzicht een stukje geschiedenis beleefd: allereerst natuurlijk door de gebruikte druivenrassen van deze wijnen, die me terugvoerden naar rond 1900. Maar ook door de aard van de producent: een kleine familie-onderneming die zijn overschotten naar de markt brengt. Het is een uiting van een traditie die eeuwenlang stand heeft gehouden, en in landen als Italië, Spanje en Frankrijk nog steeds stand houdt. Als buitenlandse consument kom je echter maar zelden in aanraking met deze kleine overschotten, want normaal gesproken worden die in de nabije omgeving geconsumeerd. Dankzij het keldertje midden in Les Vans kon ik er echter dit keer ook mee kennismaken. En daar ben ik heel verguld mee!

maandag 2 augustus 2010

Op bezoek bij de graaf


Ooit waren er 20.000 ha. wijngaarden. Tegenwoordig staan de Franse wijnwetten 13.000 ha. toe, maar er zijn er nog maar 1800 in productie, aldus graaf Alain de Laguiche. We staan in de proefruimte van Château d'Arlay, een prachtig gelegen wijndomein in het plaatsje Arlay, in de vallei van de Seille in de Jura en we proeven een interessante reeks wijnen van het Château.
Vlakbij liggen beroemde appellations als Château Chalon en L'Etoile, maar de graaf maakt wijnen in de overkoepelende appellation Côtes de Jura, in zeer verschillende stijlen: rosé en rood, van pinot noir, poulsard en trousseau, modern wit van chardonnay, traditioneel wit, van chardonnay en savagnin, en de specialiteiten vin jaune, vin de paille en macvin.

Kleine markt
Die 1800 ha. wijngaarden in de Jura zijn voldoende, aldus de graaf. De wijnen van de Jura worden weliswaar over de hele wereld gewaardeerd, maar het is slechts een kleine groep liefhebbers die deze wijnen op waarde weet te schatten. Voor uitbreiding van de wijngaarden en de daaruit volgende verhoging van de productie is gewoon geen markt. De wijnen van de Jura zijn namelijk wat de graaf noemt 'vins d'autrefois': wijnen van vroeger, wijnen zoals ze vroeger gemaakt werden, wijnen in een wat wij een oxidatieve stijl zouden noemen. Dat houdt in dat bijvoorbeeld de witte traditionele wijnen, van chardonnay en de locale savagnin, zeker twee tot drie jaar op houten foeders doorbrengen. Er wordt niet bijgevuld (geen ouillage), zodat de zuurstof in de loop der jaren zijn kans krijgt in te werken op de wijn. En dat levert, samen met het specifieke terroir en de karakteristieken van de savagnin-druif, bijzondere aroma's. Van noten, zuidvruchten en caramel bijvoorbeeld, in tegenstelling tot wat de moderne wijndrinker gewend is: de hele batterij aan soorten wit fruit en citrus. De witte wijnen van de Jura hebben bovendien meestal een hoge zuurgraad. Wat betreft smaak moet je denken aan een fino-sherry.

Eeuwenlange geschiedenis
Het Chateau d'Arlay heeft een eeuwenlange wijngeschiedenis, waar de graaf graag en uitgebreid over vertelt. Ook de banden met Nederland (koningin Beatrix heeft als 25ste titel Baron d'Arlay) worden met humor en verve uit de doeken gedaan. In de jaren '60 werd die wijntraditie door de vader van de graaf weer nieuw leven ingeblazen, met inmiddels prachtige resultaten.


Tussen alle boeiende verhalen door proefden we een aantal mooie wijnen, met om te beginnen de rosé Les Pavillons 2009 van pinot noir. Deze druif werd door een middeleeuwse voorvader naar de wijngaarden van Arlay gehaald. Deze voorvader kwam namelijk uit de Bourgogne, waar de pinot noir inmiddels al grote successen boekte. Pinot noir is in de Jura dus geen recente aanplant, zoals wij eerst dachten, maar al eeuwenlang geworteld. De rosé is fruitig en vol, met aroma's van kersen en aardbeien en ook wat aardse tonen. Heerlijk bij simpele barbecuegerechten als gegrilde worstjes.

Modern en traditioneel
De graaf maakt ook een niet-oxidatieve witte wijn, Chardonnay à la Reine, gemaakt van oude stokken. Fris en mineraal, licht en droog en zeer aangenaam. Maar het zijn de witte traditionele wijnen die de show stelen! Er is een Vin Blanc Tradition van Chardonnay en Savagnin, die 4 jaar op houten foeders heeft gelegen. De kleur is donkergeel, de geur en smaak notig. Goed te schenken bij kazen uit de Jura (Comté!), exotisch gekruide gerechten en bijvoorbeeld forel van de barbecue.


Op de specialiteiten vin jaune en vin de paille ga ik later nog in. Die van het Château d'Arlay waren erg zuiver en de vin de paille had een fantastische balans van zoet en zuur. De graaf werkt alleen met natuurlijke gisten en grijpt zo min mogelijk in het 'gewone' wijnmaakproces in. Goed rijpe druiven worden met de hand geoogst en vervolgens geperst. Het sap gist zonder verdere toevoegingen in houten vaten of roestvrijstalen cuves, et voila, aan het eind heb je wijn (aldus de graaf). De rosé wordt in ieder geval zonder toevoeging van sulfiet gemaakt, en ik vermoed dat bij het maken van de overige wijnen ook erg weinig sulfiet komt kijken.

Macvin
We sloten onze proeverij af met twee soorten Macvin, een witte en een rode. Macvin is een likeurwijn, gemaakt van ongegist druivensap waaraan 'eau de vie de marc' is toegevoegd, stooksel van de druivenpitten en steeltjes. Daarna volgen één of meerdere jaren rijping op houten foeders. Macvin de Jura heeft een officiële herkomstbenaming, samen met twee andere dranken van dit type: Pineau de Charentes en Floc de Gascogne Maar ook zonder officiële herkomstbenaming wordt in diverse streken van Frankrijk een vergelijkbare drank gemaakt op basis van onvergist druivensap en eau de vie.

In de witte Macvin, van éénderde vieux marc, éénderde most van chardonnaydruiven en éénderde most van savagnindruiven, troffen we aroma's van gember, zuidvruchten en vijgen. Maar vooral de rode macvin stal ons hart. Deze moderne Macvin-varant wordt gemaakt van éénderde vieux marc en tweederde sap van pinot noir, en heeft een jaar vatrijpng gehad. Heerlijke aroma's van fris rood fruit kwamen ons tegemoet, waarbij de zoetheid goed in toom werd gehouden door prettige zuren. Een glaasje Macvin bij tiramisu lijkt me wel wat, of anders zomaar, als aperitief!

Na deze vakantie zijn we zeer geïntrigeerd door de Jura-wijnen. Ik kom er hier op Wijnkronieken zeker op terug en we zullen het gebied in de toekomst waarschijnlijk vaker bezoeken.