vrijdag 13 januari 2006

Mulled wine van Simon Levelt

Net binnen gekregen van theehandelaar Simon Levelt: de nieuwsbrief met aanbiedingen. Daarin een opvallend product: mulled wine, oplosthee met wijnsmaak. Denk Gluhwein, maar dan zonder alcohol. Ik vraag me werkelijk af of dit nog iets met wijn te maken heeft. Welke aroma's zijn hier nu in gestopt om de indruk van wijn te wekken? Welke zuren? Welke aroma's? Ik kan me wel iets voorstellen, zoiets als kaneel, sinaasappel e.d. Maar wat heeft dit nu echt nog te maken met wijn. Zal ik het morgen gewoon eens gaan kopen? Misschien wel. Of misschien kent iemand het al?

dinsdag 10 januari 2006

Wijnwaardering in de Middeleeuwen

In mijn vorige blogje meldde ik een goed artikel over wijnrecensenten. Dat artikel van Alder Yarrow was weer gebaseerd op een artikel in de Herald Tribune van 26 december, waar Tom Standage ingaat op de status van wijn. Zonder nu direct een apologie voor Robert Parker te geven, legt Standage uit dat het toekennen van een bepaalde score of status aan een wijn niet iets van deze tijd is, maar al bij de Egyptenaren en de Romeinen voorkwam.
Standage noemt ook de middeleeuwse literaire traditie die in bijvoorbeeld La bataille des vins (De strijd tussen de wijnen) een hiërarchie aanbrengt in wijnen uit diverse streken waar de (rijke) middeleeuwer over kon beschikken.
Toevallig las ik recent een heel goed artikel over deze zogenaamde ‘wijndiscoursen’, van de hand van de Antwerpse emeritus-hoogleraar Raymond van Uytven. Het zijn vooral de Vlamingen die in onze contreien het meest op het gebied van de middeleeuwse wijnhistorie gepubliceerd hebben. Nederland kent geen of nauwelijks historici van naam die zich met wijn en wijngeschiedenis bezighouden. (Past wel in het traditionele beeld van Bourgondische Belgen en Calvinistische Hollanders, toch?)
Het gedicht La bataille des vins werd geschreven door Henri d’Andeli omstreeks 1225 en beschrijft de wedstrijd tussen een zeventigtal voornamelijk witte wijnen. Zij strijden met elkaar om de eer om opgediend te worden aan de tafel van koning Philip Augustus van Frankrijk. Toppers die uiteindelijk door de koning bekroond worden zijn de wijn van Cyprus, ‘qui resplendit come une estoile’ en de ‘bon gentil vin’ van Aquilea (aan de Noord-Adriatische kust). Zij golden vooral vanwege hun zoetheid en kracht als grote wijnen.
Opvallend is ook de gedetailleerde terminologie in dergelijke middeleeuwse wijngedichten. Daaruit blijkt dat de middeleeuwer helemaal niet zo’n boer was ten aanzien van zijn wijn als wij soms denken. Een net zo uitgebreid apparaat van termen om geur, smaak en kleur van wijn te beschrijven was voorradig.
In La Desputoison du Vin et de l’Laue (eerste helft 14e eeuw) wordt de wijn van Auxerre (!) als volgt beschreven:

Ik ben klaar, sprankelend in het glas,
fijn, verfrissend, droog en fruitig, glitterend,
delicaat, smaakvol en onstuimig.


De middeleeuwer kende zijn wijnen, wist er onderscheid in te maken, wist welke bewaard kon worden en welke men onmiddellijk moest drinken. Hij lengde zijn wijnen soms aan met water, maar lang niet altijd, zeker niet als een wijn van een gerenommeerde herkomst was.

Wisten wij nu ook nog maar wat er soms met die middeleeuwse wijnaanduidingen werd bedoeld. Een voorbeeld: in veel bronnen komt de ‘garnaat’ voor. Van Uytven identificeert dit als een zoete sterke wijn mogelijk afkomstig van Granada in Spanje. Een andere Vlaming, Ronald de Buck, die een prachtig boek over de wijnhandel in Gent schreef, houdt het voor de garnaat op een vruchtenwijn, gemaakt van de granaatappel. Elders las ik nog dat het een wijn zou kunnen zijn gemaakt van de garnaca of grenache-druif. Helaas is het vrijwel onmogelijk om hier de juiste interpretatie in te kiezen.
Maar dat maakt het onderzoek naar wijn en wijnhandel juist zo spannend. Er is nog ruimte om eigen interpretaties en eigen onderzoek te presenteren. Morgen weer snel naar het archief….

Boeken
Raymond van Uytven, ‘Wijn es goet dranc…’ Het middeleeuwse wijndiscours, in: De zinnelijke Middeleeuwen, Leuven 1998 (2e druk).
Ronald de Buck, Van wijn in Gent tot Gent in wording, Gent 1995

maandag 9 januari 2006

Proefnotitie Mas de Daumas Gassac blanc 2004

Honing, lindebloesem, vanille, exotisch fruit (mango, banaan), zachte boter, rijpe appels, appelmoes, ingeblikt fruit, kirsch (de drank uit een kersenbonbon): dit zijn maar enkele associaties die gisteren bij mij opkwamen voor de eerste slok Mas de Daumas Gassac blanc 2004. Eigenlijk een beetje veel van het goede dus. Een wijn die 'all over the place' is. Niet goed thuis te brengen. Vind ik dit nou aangenaam of niet, was de vraag?
Vandaag las ik een uitstekend artikel over de invloed van wijnschrijvers (wine critics). Wine critics hebben Mas de Daumas Gassac hoog opgehemeld, de wijnen krijgen hoge scores en je betaalt er stevige prijzen voor. Zijn die wijnen dat ook 'goed'? En ga ook ik af op de wine critics? Ja, de wijnen zijn goed en ja, ook wij gaan af op de wijnrecensenten. We zijn tenslotte naar het domein in de Herault geweest vanwege de naam in de pers, niet omdat we de wijnen al kenden. Maar vond ik de wijn lekker? Heb ik nu plezier beleefd aan de wijn?Ja en nee: ja, omdat hij toch zuiver was, prettig drinkbaar, goede zuren had en prima smaakte bij de zalm met venkelschotel. Nee, omdat er dit keer te veel te ontdekken viel. Ik kon er geen grip op krijgen. Dat hoeft natuurlijk niet altijd, het kan ook heel spannend zijn, een wijn die zoveel aroma's in zich verenigt. Maar ondanks dat spannende aspect aan deze 'grote' dure wijn, kijk ik toch uit naar komende zomer: dan willen we wel weer langs bij Mas de Daumas Gassac, maar nu om de simpelere wijnen te proeven. Misschien dat die meer plezier gaan brengen.

Overige notities: mooie gele kleur, naar de randen toe kleurloos. Tamelijk korte afdronk.

zaterdag 7 januari 2006

Vistaart morgen

Morgen eten we vistaart van Jamie. Uit Jamie’s Dinners, pagina 264: zalmfilet, venkel en aardappelen. Dus was de vraag vanavond: wat drinken we daar dan bij? Iets in mij zei onmiddellijk: die fles Mas de Daumas Gassac blanc 2004 die we nog hebben liggen. Waarom? Gek is dat, ik weet het eigenlijk niet. Zo langzamerhand heb je zoveel geproefd, zoveel smaken in wijn leren kennen dat sommige dingen instinctief gaan. Meestal gaat het nog goed ook, er staan mij geen complete mislukkingen bij op het gebied van spijs-wijncombinaties uit eigen kelder.
In die Mas de Daumas Gassac 2004 zit viognier, chardonnay, petit manseng en chenin blanc. Geen van die vier druivensoorten overheerst, volgens de info, maar dat is niet helemaal waar, meen ik. Ik koos voor deze wijn bij de zalm en venkel, vooral om de viognier, vermoed ik. Het bloemige van de viognier bij het vette van de zalm, het bijzondere van de venkel. Eigenlijk heb ik er geen woorden voor.
Ik kom er morgen wel op terug, als we de wijn en het gerecht daadwerkelijk gecombineerd hebben. Tot dan!

woensdag 4 januari 2006

Een ijzig glaasje wijn?


Rembrandt schilderde in 1661 een schilderij dat bekend staat als ‘De samenzwering van Claudius Julius Civilis’. Een andere titel waaronder het bekend staat is het ‘Eedverbond der Batavieren’. Het hing een jaar lang in de Burgerzaal van het Amsterdamse stadhuis (nu Paleis op de Dam), waarna het er weer weg werd gehaald. De scène zou de eeuwenlange strijd voor onafhankelijkheid van het Nederlandse volk uitbeelden.
Vandaag trof ik dit schilderij, waar ik helaas op dit moment verder niet de achtergronden van weet, uitgebeeld in ijs, op een ijssculpturenfestival in Leiden. Werkelijk prachtige werken, bij -8° Celsius! Maar wat doet dat ijzige glaasje daar, midden in de scène, vroeg ik mij af? Is het wijn? Is het vergif? Wie zal het zeggen…

dinsdag 3 januari 2006

Wijn in de kruisvaardersrijken

Vandaag eindelijk de tentoonstelling over de kruistochten bezocht, in het Catharijneconvent. Ik was bij de opening begin september, maar trof daar een aantal oude bekenden waar ik vervolgens uitgebreid mee bijgekletst heb. De tentoonstelling heb ik toen nauwelijks gezien.
Toen al, bij de opening, viel me wel op dat er zelfs in de kruisvaardersrijken – van Antiochië tot Ascalon – wijnbouw was. Vandaag kwam ik het heel duidelijk op de tentoonstelling tegen: een citaat van kroniekschrijver Fulko van Chartres (1059-1127), deelnemer aan de eerste kruistocht. Hij schrijft: ‘Wij, die eerst Avondlanders waren, zijn Oriëntalen geworden. De één verbouwt wijn, de ander ploegt akkers. Sommigen hebben een Syrische vrouw getrouwd of een Armeense of een gedoopte Saraceense.’ Wat Fulko hiermee wil zeggen is dat de kruisvaarders, die naar het Heilige Land waren gekomen om de heidenen, de Saracenen, te verdrijven, het daar zo naar hun zin kregen, dat ze zich er min of meer permanent begonnen te vestigen. Het verbouwen van wijn kost(e) namelijk tijd, tijd om de druivenstokken te planten en groot te zien worden, zodat je na een aantal jaren de druiven kunt oogsten die wijn zullen opleveren. Wijn ging je niet verbouwen als je van plan was binnenkort naar het Avondland (West-Europa) terug te keren. Wijn ging je verbouwen als het land je beviel, als je voor je levensbehoeften moest gaan zorgen. Want dat was het: een levensbehoefte. Water was niet te veilig om te drinken, frisdranken waren er nog niet. Bier was ten tijde van de kruistochten nog niet gehopt en daarmee smakeloos en zeer beperkt houdbaar. Bovendien had je daar water voor nodig, water dat in het Heilige Land schaars was (en is). Wijn, al dan niet aangelengd met water, moest de dorst lessen. Misschien ontdek ik nog eens meer over de wijnbouw in de middeleeuwen in het huidige Syrië, Libanon of Israël. Of zouden ze er bij Chateau Musar meer van weten?

Wijn kwam ik vervolgens op de tentoonstelling ook nog tegen in een oorkonde uit 1240. De bisschop van Utrecht gaf ridders van de Duitse orde vrijstelling van tol. Zij mochten 100 vaten wijn vrij aanvoeren zonder tol aan hem te betalen. Gezien het belang van tolinkomsten een niet onaanzienlijk privilege! Over het belang van wijn voor de middeleeuwse samenleving, zowel als bron van inkomsten als als levensmiddel, hoop ik binnenkort mijn artikel te gaan schrijven. Verschijnt eind 2007 als alles goed gaat. Wordt vervolgd dus.

maandag 2 januari 2006

De wetenschap en wijn

2006! Wat zal dit jaar ons weer brengen? De Staatsloterij? Nieuwe banen? Nieuwe kansen? Nieuwe spannende wijnen? Na het lezen van een artikeltje over wijn op CNN had ik plots een vreselijk visioen. Zou 2006 dit ons ook gaan brengen?
Het visioen: een wijnliefhebber hoeft straks niet meer te proeven of íe een wijn lekker vind. Zij stopt een druppeltje in een speciale adapter aan haar mobieltje, waarna een computeranalyse aangeeft of je de wijn lekker vind of niet…
Professor Lorenz Biegler, van de Carnegie Mellon University in Pittsburgh, Pennsylvania, is bezig met de ontwikkeling van computermodellen om de chemische analyses van wijn vast te stellen. Hij baseert zich daarbij op modellen die al bestaan voor de petrochemische industrie, bijvoorbeeld. Biegler hoopt zo te ontdekken wat de kenmerken van goede wijn zijn.
Dat wetenschappers de chemische samenstelling van wijn willen bepalen, daar kan ik inkomen. Maar dat dat dan te gebruiken zou zijn om te kijken of een wijn goed is, dat wil er bij mij niet in. Goed en zeker goede wijn is zo’n subjectief begrip, dat zal nooit in wetenschappelijke termen en analyses te vatten zijn. Lees het hele artikel hier maar.