woensdag 28 mei 2008

Proeverijverslag Grandi Vini

Hoeveel wijnen kun je eigenlijk nog écht proeven op een proeverij? Die vraag hebben we ons serieus gesteld dit weekend. Zondag bezochten we in Linschoten een fraaie overzichtsproeverij van Grandi Vini-Casa del Sole, met 80 voornamelijk Italiaanse wijnen en distillaten, plus nog eens een tafel met tien wijnen en zes grappa's van Ingmar, een bevriende wijnhandelaar/intermediair. Grandi Vini is voortgekomen uit de wijnkaart van Restaurant De Burgemeester en eigendom van Bernard Tesink. Samen met Larissa Vendrig besloot Bernard zo'n jaar geleden zijn klanten de mogelijkheid te bieden de wijnen die ze in het restaurant dronken, ook voor thuis aan te schaffen.

We hebben zondag mooie wijnen en heerlijke grappa's geproefd. Maar aan ruim tweederde van de uitgestalde flessen zijn we niet toegekomen. Na een kort rondje mousserende wijnen - onder andere een indrukwekkende La Scolca 1996 - besloten we op zoek te gaan naar wat fris wit. We troffen een mooie Greco di Tufo van Mastroberardino uit Campania, een heerlijke Grechetto Colli Martani van Plani Arche in Umbrië en een werkelijk verrukkelijke Viognier uit Sicilië, Le Chiare van Maurigi. Daarnaast waren er diverse spannende wijnen uit Noord-Italië, onder andere een Pinot Grigio van Visintini uit Friuli en een paar knisperende Sauvignon Blancs van bijvoorbeeld Terlano in Alto Adige en Jermann in Friuli.

Maar toen moesten we nog aan het rood beginnen. En eerlijk gezegd was dat niet meer weggelegd voor onze smaakpapillen. Ik heb nog wat rode wijnen uitgezocht van druivenrassen die ik anders nooit proef, zoals een Teroldego van Foradori in Trentino. Tot slot liet ik me verleiden tot een Bolgheri Riserva van Guada Al Melo, echt een vondst en bovendien een koopje voor € 15,70. Maar toen ben ik gestopt, en heb alle Barolo's, Langhe's, Nebbiolo's, Valpolicella's etc... maar gelaten voor wat ze waren. Het was gewoon te veel!

Een proeverij van zo'n honderd wijnen in een kleine ruimte met laag plafond en met veel gasten is helaas verre van ideaal. Natuurlijk hóef je niet alles te proeven, maar toch.... Daar kwam nog bij dat de wijnen naar onze smaak allemaal een wat 'serieuze' signatuur hadden. Het waren vooral wijnen om bij te dineren, en veel minder vriendelijke en vrolijke terraswijnen, of wijnen voor bij de pasta op dinsdagavond. Logisch voor een wijnhandel gebaseerd op de wijnen van de restaurantkaart, maar lastiger voor de bezoeker van een proeverij. Ondanks dat de organisatie er alles aan had gedaan om de wijnen tot hun recht te laten komen - er gingen heerlijke hapjes in ruime hoeveelheden rond - zou ik een deel van deze wijnen graag nog eens in een rustiger en minder volle omgeving proeven. Met slechts een stuk of twintig tegelijk, dat zou voor mij meer dan genoeg zijn!

In de enquête hiernaast stel ik opnieuw een brandende vraag: hoeveel wijnen vinden jullie eigenlijk genoeg bij een proeverij? Wanneer is het voor jou genoeg? Mocht je er commentaar bij willen leveren, kan dat natuurlijk onder aan dit verslag!

zondag 25 mei 2008

Lessen 15 en 16 - de Nieuwe Wereld

De opleiding loopt op zijn einde. Dat is duidelijk te merken aan het aantal cursisten dat de lessen bezoekt. Bij de afgelopen twee lessen over de Nieuwe Wereld was de aanwezigheid tamelijk geslonken. Ook speelt mee dat een aantal mensen het proefexamen al hebben gehaald. Zij denken waarschijnlijk dat zij de theorie nu wel uit het boek kunnen leren. Jammer eigenlijk, want zo vaak krijg je niet de kans goede wijn uit de Nieuwe Wereld te proeven. Hoewel, daar verschillen de meningen ook over….. Maar daarover zo meteen meer.

De 'Nieuwe Wereld' werd behandeld in slechts twee middagen: een middag gewijd aan Zuid-Amerika en Afrika, gegeven door Frank Donker van Groupe LFE, onderdeel van Castel, en een middag over Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, door André Sauerbier, oprichter van het Wijninstituut en actief als organisator van wijnevenementen. Om heel diep in te gaan op wat nou precies Oude en Nieuwe Wereld is, ontbrak in die twee lessen de tijd. Om een lang verhaal kort te maken: met de Nieuwe Wereld-wijnlanden worden gewoon alle landen buiten Europa bedoeld, klaar. Voor die landen zijn zeer veel overeenkomsten aan te geven, maar ook verschillen. Hun belangrijkste overeenkomst ligt waarschijnlijk juist in de verschillen met Europa. Denk aan soepeler wijnwetgeving, de probleemloze toepassing van nieuwe technieken, het centraal stellen van de consument, de etikettering met druivenras, het promoten van merkwijnen en de grootschaligheid van de wijnindustrie. Daarnaast heeft ieder wijnland buiten Europa ook eigen karakteristieken: aan Chili is de phylloxera bijvoorbeeld geheel voorbij gegaan. In geen land ter wereld vind je zoveel ongeënte stokken, soms van aanzienlijke leeftijd. En Nieuw-Zeeland heeft van Nieuwe Wereld-landen het meest een 'cool climate', een klimaat vergelijkbaar met het noordwesten van Europa (Frankrijk, Duitsland).

De Nieuwe Wereld kijkt overigens ook weer naar de Oude Wereld: dat blijkt bijvoorbeeld uit de groeiende aandacht voor ‘terroir’, voor het geheel van bodem, microklimaat en vaak ook tradities dat bepaalt of een druivenras het wel of niet goed doet op een speciale plek. In Australië zijn ze al langer bezig voor bepaalde druivenrassen uit te zoeken waar die nu het beste groeien. In de meeste andere Nieuwe Wereld-landen zie je die beweging nu ook: in Californië, Chili, Zuid-Afrika. Dit soort ontwikkelingen zorgt ervoor dat er uit de Nieuwe Wereld steeds meer wijnen komen die complexer zijn en van hoge kwaliteit.

Toch blijven de Nieuwe Wereld-wijnen voor mij één belangrijk kenmerk houden. Dat viel me vooral op bij de Australische en Californische wijnen die André Sauerbier presenteerde: ze hebben zoveel smaak! Het zijn 'in your face'-wijnen, wijnen die je glas uitknallen met aroma's, fruitigheid en concentratie. Vooral de Zinfandels en Chardonnay's kwamen zo op mij over, maar de Australische Rieslings en de diverse 'cool climate' Pinot Noirs hadden deze eigenschap ook. Niet altijd even prettig, moet ik zeggen. Geef mij toch maar een subtiele Duitse Riesling in plaats van eentje uit Clare Valley, of een mooie rode Sancerre in plaats van een Oregon Pinot Noir.
Zelf heb ik het meest genoten van de Chileense wijnen, uit de les van Frank Donker. Zowel de Sauvignon Gris als de Carmenère Gran Reserva van Casa Silva uit de Colchagua Vallei vond ik prachtige, zuivere, spannende wijnen. Beide worden geschonken aan boord van KLM Business Class. Overigens is Casa Silva wel het meest Europees werkende huis van Chili.

Docent Donker liet ons ook de andere kant, de bekende kant, van de Nieuwe Wereld proeven. Glas twee tijdens zijn les bevatte een rode Pampas del Sur, de wijn die een jaar of wat terug van de supermarktschappen gehaald moest worden omdat hij nog nagiste op de fles. Bij het tweede glas uit Zuid-Afrika hadden de meeste cursisten wel door wat we proefden: de ‘beruchte’ Kaapse Pracht van de Aldi. En ook de Hanepoot, een zoete wijn van muscat d'Alexandrie, speciaal voor LFE in Zuid-Afrika gemaakt voor de Nederlandse 'massamarkt', mocht op weinig bijval rekenen. Het feit dat wij deze, en nog een aantal andere supermarktwijnen proefden, viel niet bij iedereen in de smaak. Het argument om ons kennis te laten maken met die wijnen was, dat dit wél is wat de Nederlandse consument drinkt. Er valt wat voor te zeggen, maar toch opvallend is dat vooral de docenten die werken voor de grote multinationale wijnhandels ons deze 'wijntjes' voorzetten. De wijnschrijvers en -docenten (Chris Alblas en Fred Nijhuis bijvoorbeeld) gingen toch meer voor kwaliteit in de lessen....

Foto: Wijnschappen in een supermarkt in Mariposa, Californië, 2007

vrijdag 23 mei 2008

Oesters en Entre-deux-Mers

‘Bordeaux’ staat bekend om zijn mooie wijnen. Maar je kunt er ook uitstekend eten! De stad en het omringende gebied hebben zelfs een aantal specialiteiten, zoals lamsvlees, asperges en oesters. Toen we tijdens onze Bordeaux-reis op de vrije avond langs een kleine oesterbar - Chez Joel D. - kwamen, wist ik meteen wat ik wilde gaan eten. Met zijn drieën zijn we neergeploft om die lange dag vol rode wijnen en eend eens rustig te overdenken en weg te spoelen met een schaal oesters en een fles wijn. Annelies bleek ook nog eens oesterspecialist – dochter van een kweker uit Yerseke. Zij zocht voor ons de beste oesters uit. We namen niet de oesters van Arcachon, uit de streek zelf, maar oesters uit Bretagne, van Quiberon. Ik ga hier niet in op de complexe wereld van de oesterteelt. Als je daarin geïnteresseerd bent, lees dan vooral Oesters van New York, het prachtige boek van Mark Kurlansky.

Wij genoten die avond gewoon van onze schaal ‘huitres de Quiberon’ en onze fles Entre-deux-Mers. Want een lokale wijn moest wel bij de oesters, vond ik. Chablis staat natuurlijk bekend als hét oesterwater bij uitstek, maar een simpele fles witte Bordeaux uit de streek Entre-deux-Mers mag er ook zijn. We kozen voor een fles Château Sainte-Marie, van Stéphane Dupuch, waarschijnlijk niet toevalligerwijs naamgenoot van oesterkweker en eigenaar van de keten van oesterbars Joel D(upuch). En het combineerde uitstekend!

De volgende dag kwamen we de wijnen van het Château Sainte-Marie alweer tegen. In het Maison des Vins de l’Entre-deux-Mers presenteerden acht wijnmakers hun voornamelijk witte wijnen. Het Maison des Vins is gevestigd in een gerestaureerd bijgebouw van de Abdij van Sauve-Majeure. Net als in veel andere gebieden waren het de monniken die in dit gebied in de 12e eeuw de wijnbouw startten.
Bij ons staat het gebied bekend als de bron van uiterst simpele, wat zoetige witte wijnen, niet te vergelijken met de grote witte wijnen van de overkant van de rivier, in de Graves. Maar zoals dat voor zoveel geldt: das war einmal….. Die zoete wijntjes stammen uit de jaren '40 tot '60. Sinds de jaren '70 hebben veel producenten in het gebied de omslag naar droge wijnen en moderne technieken gemaakt. Grote aanjager van die omslag was in de jaren '80 wijnmaker en oenoloog, tevens professor aan de Universiteit van Bordeaux, Denis Dubourdieu. Hij wordt wel beschouwd als de redder van de witte Bordeaux. Overigens is Dubourdieu adviseur bij het al genoemde Château Sainte-Marie. Dubourdieu experimenteerde met het inweken van de schillen in de most gedurende een half tot een heel etmaal, waardoor er veel meer aroma's aan de wijn worden afgegeven. Tevens voerde hij de vergisting onder temperatuurcontrole in, wat voor frissere zuren en eveneens aromatischere wijnen zorgt. Een derde vernieuwing was de rijping op de droesem, waardoor alweer meer smaak en kracht in de wijn komt en de wijn bovendien beter kan ouderen. Al deze technieken worden anno 2008 toegepast door de vignerons aangesloten bij het Maison des Vins in Sauve-Majeure.

We proefden zeker acht van deze 'nieuwe' wijnen, allemaal zeer fris en fruitig. De assemblage van witte Bordeaux bestaat traditioneel uit semillon, sauvignon blanc en muscadelle. Opvallend détail bij de selectie die we in het Maison des Vins proefden: in de assemblage van een aantal wijnen wordt sauvignon gris gebruikt, een druif die net als de muscadelle een muskaataroma geeft. Buiten Bordeaux en Chili komt de druif eigenlijk niet voor.

Mijn favorieten van die dag:
- Château Lalande de Taleyran: een lichte frisse wijn met in de geur wit steenfruit. Gevinifieerd bij 18°C en gerijpt op de 'lie'. Mooie eetwijn.
- Château Martinon: fris en zuiver, met aroma's van grapefruit. In de assemblage is 15% sauvignon gris gebruikt, naast 20% sauvignon blanc, 55% semillon en 10% muscadelle.
- Domaine de Ricaud: sappige, complexere wijn, met hoge zuren. Fraaie eetwijn.

Meer over de streekspecialiteiten van Bordeaux lees je in het fraaie boek Carnet des Saveurs en Bordeaux, van Alexandre Le Boulc'h en Franck Salein.
Mark Kurlansky's Oesters van New York heet in het Engels The Big Oyster.

maandag 19 mei 2008

Meiwijn voor prinsesjes?

Toeval of niet? Anno, het digitale promotiebureau voor Nederlandse geschiedenis, besteedt de komende tijd aandacht aan historisch eten en drinken en de rolverdeling in de keuken. Wekelijks zal er een Oud-Hollands recept gepubliceerd worden op de site. En wat is het eerste recept dat vandaag behandeld wordt: meiwijn! Heel toepasselijk, maar jammer dat er niet meer achtergrond wordt gegeven. Gelukkig is er Wijnkronieken, of het Ministerie van Eten en Drinken! Ook de foto is wat minder toepasselijk gekozen. Zie ik daar nu twee van onze prinsesjes, in de jaren veertig? In ieder geval hebben de meisjes achter het fornuis geen fles wijn in de hand, eerder een fles melk.

Anno richt zich met evenementen en media op een breed publiek en het onderwijs. De organisatie heeft de opdracht om het historisch besef in Nederland te vergroten. Geschiedenis kan ons vertellen wie we zijn, en hoe dat zo gekomen is, aldus het colofon. Dit besef draagt bij aan de actieve betrokkenheid van alle deelnemers in de maatschappij....
Uiteraard steun ik dit initiatief van harte, maar de lezer wil misschien toch iets meer horen over die meiwijn, beste Anno-samenstellers!

zondag 18 mei 2008

Maitrank Rosé

Volgende week is het zover: op 24 en 25 mei wordt in Arlon, in de Belgische Ardennen, weer het jaarlijkse Maitrank Festival gehouden. Maitrank, of meiwijn, is een drank die gemaakt wordt van witte wijn en het plantje lievevrouwebedstro (Asperula odorata). Meiwijn stamt al uit de Middeleeuwen en werd waarschijnlijk vooral gedronken op de avond van 30 april. Men geloofde in vroeger eeuwen dat de meidrank het lichaam nieuwe kracht zou geven. Mei was voor velen het begin van een nieuw jaar: in mei (evenals in november, met Sint Maarten) werden huren van huizen en landerijen betaald. Dienstbodes en knechten werden vaak per 1 mei in dienst genomen.

Nog tot in de vorige eeuw werd meiwijn in ons land commercieel aangeboden. In een advertentie in het Weekblad voor Handel en Gedistilleerd van begin twintigste eeuw trof ik het volgende verzoek: de Rijnlandsche Vruchtensapfabriek te Alphen a/d Rijn vroeg bemonsterde offertes van verschillende gedroogde meiwijnkruiden. En de Zeeuwsche Vruchtenwijnfabriek L.M. van den Ende te Zierikzee adverteerde in 1912 voor Bessen-, Mei-, Kersen- en Frambozenwijn; het werd voor een zeer billijke prijs geleverd per oxhoofd, klein fust en op fles! Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt meiwijn bij ons van het toneel, maar blijft in Duitsland en België voortbestaan. Vooral Arlon staat bekend om zijn meiwijn en ook in Luxemburg kun je in veel cafés in de lente meiwijn krijgen (aldus het Ministerie van Eten en Drinken).

Zelf heb ik wel eens meiwijn gemaakt, maar uiteraard was ik ook heel benieuwd naar de commerciële variant. Dankzij datzelfde Ministerie van Eten en Drinken, experts op het gebied van deze drank, kreeg ik onlangs een bijzondere fles thuisbezorgd: een Maitrank Rosé van Ridremont. Stevig gekoeld heb ik de afgelopen dagen regelmatig een glaasje gedronken, en het moet gezegd: de wijn valt me 100% mee. De geur en smaak komen vrij goed overeen met de zelfgemaakte meiwijn. Je ruikt duidelijk de wat bloesemige geur van het lievevrouwebedstro en proeft een friszoete wijn met een lichte hint van citrus. De kleur neigt naar een vin gris: licht oranjeroze met een grijze tint erin.
Aan de wijn is fructose, lievevrouwebedstro (Asperula odorata) en nog wat conserveringsmiddel toegevoegd. Maar ondanks de fructose is de wijn niet over-zoet.
Over het gebruikte druivenras durf ik nauwelijks een uitspraak te doen. Veel keus in rode druiven is er niet in de Belgische Ardennen. Op de site van Ridremont wordt je ook niet wijzer. Tips van mijn Belgische lezers zijn welkom! De site van Arel, eigenaren van Ridremont, is overigens de moeite waard om nog wat recepten en een stukje geschiedenis na te lezen! Recent is het bedrijf overgenomen en is de fabriek verhuisd naar Libramont, maar gelukkig gaat de productie door. Dus een tip voor vakantiegangers in de Ardennen die graag de lokale gastronomie uitproberen: een glas Maitrank Rosé op een warme lentedag is een uitstekende dorstlesser!

donderdag 15 mei 2008

Het gaat wel eens mis….

Een feestelijk geluid, die plop van een fles mousserende wijn als de kurk eraf gedraaid wordt. Maar die plop betekent dat er flink wat druk achter die kurk en dus in de fles zat. Met die druk in de flessen mousserende wijn gaat het niet altijd goed, zoals te zien op deze foto in de kelders van Langlois-Chateau in Saint Hilaire Saint Florent, langs de Loire.

Deze fles was bezig aan zijn periode 'sur lattes', op de latjes. Dat betekent dat de niet-mousserende basiswijn, aangevuld met de liqueur de tirage, om een tweede gisting op fles te laten plaats vinden, zo’n 24 maanden horizontaal blijft liggen, sur lie, op zijn droesem. Wettelijk verplicht voor een crémant is in Frankrijk 12 maanden, maar bij Langlois-Chateau gaan ze voor heel fijne mousse en subtiliteit van aroma’s en daarom kwaliteit. Na die 24 maanden worden de flessen gekanteld naar een verticale positie. Vroeger gebeurde dat in de pupitres, houten rekken, tegenwoordig veelal in zogenaamde gyropallettes, die de flessen volautomatisch steeds een stukje rechter op zijn kop zetten. Als uiteindelijk alle lie – gistresten en vaste bestanddelen – verzameld is onder de kurk, volgt het dégorgement, het verwijderen van de prop. De flessen worden door middel van een stikstofbad sterk gekoeld, de prop bevriest en kan vervolgens vrij makkelijk verwijderd worden. De flessen worden – als de stijl van de wijn dat vraagt – bijgevuld met een mengsel van wijn en rietsuiker, de zogenaamde liqueur d'expédition. Daarna wordt de bekende champignonvormige kurk en het metalen korfje, de muselet, aangebracht. Na etikettering is de fles vervolgens helemaal klaar om af te reizen naar de klant.

Deze ene fles moet bovenstaand traject helaas missen. Gelukkig was de ontploffing niet zo groot dat ook de andere flessen ‘aangestoken’ zijn. Waarschijnlijk was er in het glas van de fles een kleine onvolkomenheid, waardoor de druk niet goed opgevangen kon worden.

woensdag 14 mei 2008

Oude en nieuwe wijnhandel in Dordrecht

Als er één stad is in Nederland met een rijke wijngeschiedenis, is het Dordrecht wel. Gelegen op een samenvloeiing van waterwegen, aan de rand van Holland, was de plek waar later de stad Dordrecht zou ontstaan al in de vroege Middeleeuwen een belangrijke handelsplaats. In de twaalfde en dertiende eeuw groeide de stad daadwerkelijk uit tot een stapelplaats voor producten uit het Duitse Rijngebied, het Maasgebied en de gebieden langs de Oostzee. Het belangrijkste product was daarbij wijn: tot de 17e eeuw was wijn voor de stad de belangrijkste bron van inkomsten. In 1299 bepaalde graaf Jan I van Holland dat alle wijn die van over de Rijn vanuit Duitsland naar het westen kwam, in Dordrecht uitgeladen moest worden. Acht dagen lang moest de wijn daar ter verkoop worden aangeboden. Daarna mocht de wijn pas weer worden ingeladen en eventueel verder vervoerd worden naar andere bestemmingen, zoals de Vlaamse steden of Engeland. Dit zogenaamde stapelrecht heeft de stad bepaald geen windeieren gelegd. Er werden oorlogen om gevoerd, en steden langs de rivieren meer oostelijk hadden regelmatig last van de Dordtse drang om anderen hun wil op te leggen. Kaapvaart door die van Dordt was daarbij geen zeldzaamheid!

Van dat rijke wijnverleden is in Dordrecht helaas niet heel veel meer te zien. Maar als je weet waar je moet zoeken, levert een rondwandeling door het oude centrum gelukkig nog wel het één en ander op. En dus togen wij afgelopen zaterdagmiddag naar Dordt: Nico wilde panoramafoto's vanaf de Zwijndrechtse kant maken, ik wilde wat wijnverleden opsnuiven. Met de waterbus voeren we over, op zich al een leuk tochtje, ook voor de pubers. We kwamen langs diverse havens vol met prachtige pleziervaartuigen en omzoomd met fraai gerestaureerde pakhuizen. We stonden op de Kuipershaven, waar de vatenmakers ongetwijfeld hun ambacht hebben uitgeoefend. We liepen door de Wijnstraat, waar in de Middeleeuwen alle wijnkopers gevestigd waren. Nu waren slechts twee negentiende, misschien zelfs wel twintigste-eeuwse, wijnopschriften te vinden: Bordeaux en Pauillac. We zagen de Wijnhaven en vonden de Nieuwstraat, waar het huis de Berckepoort in de zestiende eeuw de woning was van wijnhandelaren Hubert Tack en Matthijs Berck.

Maar het leukst van allen: we vonden een sfeervolle, eenentwintigste-eeuwse wijnhandel in de Voorstraat, met uitzicht aan de achterkant op de middeleeuwse Wijnhaven. Passender kan een wijnhandel in Dordrecht niet gevestigd zijn, vonden we. Dank zij een Mededeling van Land en Tuinbouw waren we op de wijnwinkel Rood, wit en rosé gewezen. Aangezien een bezoekje prima in de wandelroute paste, besloten we langs te gaan. Rood, wit en rosé is de passie van Annegret Böttner en Fred de Vries. Zij importeren zelf hun wijnen. We troffen het: Fred vertelde ons dat hij net even een dagje de winkel had opengedaan, omdat ze druk bezig waren met nieuwe wijnimport. Over twee weken kan de bezoeker er dan ruim 50 wijnen van het glas proeven, in het gezellige proeflokaal met uitzicht op het water.
Een van de specialiteiten is Duitse wijn; uiteraard gingen er twee flesjes mee. En gezien mijn recente ervaring met Duitse rosé, waren dat een rosé en een Blanc de Noir. Proefnotities zullen volgen! En Rood, wit en rosé zullen we zeker nog eens bezoeken, zonder pubers, om te proeven en van de hapjes te genieten. Maar ook van Dordrecht, want de vele gezellige terrassen langs onder andere het Groothoofd en de diverse havens hebben ons aangenaam verrast.

Foto's: Wijnhaven en 'Berckepoortje'